Glibert en Callant worden neergehaald

ArmandGlibert_1917

Armand Glibert

Drie Duitse toestellen vallen op 8 april 1917 een Belgisch vliegtuig aan boven Gistel en het stort neer in een weiland in Koekelare. Piloot Armand Glibert en zijn waarnemer Jules Callant zijn beiden dood, mogelijk reeds door de kogels die hen troffen in de vlucht. Toch heeft Jules Callant het vijandelijke vuur kunnen beantwoorden, want een van de Duitse toestellen moet zijn vlucht afbreken omdat de piloot gewond is.

JulesCallant_1917

Jules Callant

Met hun toestel van het type B.E.2 hebben de Belgen een lange verkenningsvlucht boven de regio Brugge achter de rug. Op de terugweg droppen ze ook nog enkele bommen boven het vliegveld van Gistel. Het vliegtuig van Glibert en Callant wordt geëscorteerd door drie Nieuports, maar die zijn te laat om tussenbeide te komen in de zeer snel en precies uitgevoerde Duitse aanval.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://www.luchtvaartgeschiedenis.be/content/be-2c-n°17-te-koekelare-jules-callant-armand-glibert

http://www.bdrw.be/document11/index.html

 

de censuur leest mee

Generaal Ruquoy verspreidt eind februari 1917 een uitvoerige nota over de brievencensuur en geeft opdracht deze tekst elke maand drie keer voor te lezen. Vooreerst is het streng verboden in een brief enige militaire inlichting te vermelden. Bovendien geeft de generaal bevel alle brieven tegen te houden “témoignant un mauvais esprit ou écrites en termes ambigus”. Het versturen van foto’s zonder visum van het GQG (Grand Quartier Général) mag niet. Het is verbonden te corresponderen met onbekenden uit neutrale landen en de militairen moeten elk aanbod van oorlogsmeters uit die landen wantrouwen.

Omdat sommige soldaten proberen de censuur te omzeilen door niet langer gebruik te maken van de gratis militaire post maar hun brieven gefrankeerd met de burgerpost te versturen, herinnert het GQG er medio april 1917 nog eens aan dat dit verboden is.

In de praktijk dreigen er ook straffen voor de auteurs van brieven die getuigen van een slechte geest. Een soldaat (24e linie) die verklaarde dat hij er genoeg van heeft, krijgt een week cachot. Twee artilleristen krijgen dezelfde straf voor de slechte geest in hun brieven. Een ander slachtoffer is onderluitenant Jozef Rombouts. In de loop van april 1917 onderschept de Sûreté Militaire twee van zijn brieven. Uit de eerste leren ze dat hij een clandestiene vergadering van flaminganten heeft bijgewoond. Verder onderzoek brengt aan het licht dat hij één van de belangrijkste leiders van die beweging moet zijn. Met de tweede brief heeft Rombouts een artikel aan Vrij België gestuurd, waarin hij pleit voor de splitsing van het leger in Vlaamse en Waalse regimenten. De zaak wordt gerapporteerd. Leden van de Sûreté Militaire doen een huiszoeking in zijn kamer maar vinden niets. Het is vermoedelijk geen toeval dat Rombouts op 24 april 1917 benoemd wordt tot vertaler op het hoofdkwartier van zijn divisie.

bron : Daniel Vanacker, De Frontbeweging – Vlaamse strijd aan de Ijzer, De Klaproos

CensuurLeestMee_1917

Louis Ponjaert redder in nood

Louis Ponjaert, kapitein van de O.151 Nadine, redt op 30 maart 1917 de volledige bemanning (73 personen) van het Britse schip Liverpool. De 0.151 Nadine is misschien wel recordhouder van het aantal geredde schipbreukelingen onder de Oostendse schepen die tijdens de eerste wereldoorlog naar Groot-Brittannië zijn uitgeweken.

Eerder, op kerstdag van het jaar 1915, redde kapitein Ponjaert ook al 42 opvarenden van een Brits vrachtschip dat zonk nadat Duitsers het hadden getorpedeerd.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

reddingsboot1917

de broers Van Raemdonck sneuvelen

De broers Frans en Edward Van Raemdonck van het 24e linieregiment sneuvelen op 26 maart 1917 in Steenstrate. Volgens de legende sterven ze in elkaars armen, nadat de ene de andere gaat zoeken. Al snel verwerven ze de heldenstatus. Klein probleem : bij hun lichamen wordt nog een derde gevonden, dat van Aimé Fiévez uit het Doornikse.

Aan de hand van getuigenissen van medesoldaten wordt de volgende reconstructie aannemelijk geacht : bij de nachtelijke aanval op het Stampkot wordt sergeant Frans Van Raemdonck getroffen en blijft tussen de linies liggen. Korporaal Aimé Fiévez wilt zijn sergeant hulp bieden en sleept hem achter een “knotsenboom” als beschutting tegen vijandelijk vuur. Wellicht tijdens de verzorging ontploft een obus op 4 meter afstand waardoor beiden worden gedood.

Edward Van Raemdonck, die zijn broer niet meer ziet, gaat eveneens op onderzoek in het niemansland. Zijn lichaam wordt teruggevonden op enkele meters afstand van de beide andere.

De lichamen liggen in niemandsland en kunnen niet worden teruggehaald. In het leger zou men toen hebben voorgesteld om een halfuur wapenstilstand te vragen zodat de lijken kunnen worden weggehaald en worden herbegraven in Westvleteren. Generaal Louis Bernheim, zou dit voorstel toen hebben afgewezen en aan generaal Mahieu hebben verklaard :
“Je n’en vois pas la nécessité. D’ailleurs il s’est avéré que le plus jeune des deux était un flamingant (Ik zie er de noodzaak niet van in. Overigens, het is bekend dat de jongste van de twee een flamingant was).”

Op 13 april 1917, 19 dagen na hun dood, worden ze in een ondiepe obusput begraven, op een terrein dat is omgeploegd door granaatinslagen.

Na de oorspronkelijke begraving rusten er nu drie doden in een kist bij de Ijzertoren.

bronnen :
Oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/14-18/1.2930350
https://nl.wikipedia.org/wiki/Gebroeders_Van_Raemdonck

GebroedersVanRaemdonck_1917_02

 

Duitsers leggen voedselregels op

In zijn oorlogsdagboek noteert schoenmaker Felicien Vanhove op 11 maart 1917 over nieuwe, erg strikte regels inzake de voedselproductie voor de vijand.

Heden roepen ze af in de kerk dat wij meer eieren moeten leveren en dat op de volgende manier : ons getal leghennen delen door 4 en de uitkomst daarvan vermenigvuldigen met 7.

Ook zullen er veel aardappelen geplant moeten worden en groeten. Zij zullen ons in verhouding mest leveren

Dat voeding al de ganse oorlog lang aan strenge regels onderworpen is, bewijst onderstaande affiche van de stad Eeklo van 1916. Wie interesse heeft in voeding onder de eerste wereldoorlog, kan terecht op de website http://www.boterbijdeviswo1.be/

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Eeklo_affiche_eieren

legerhospitaal Beveren

legerhospitaal Beveren

Op ongeveer 10 kilometer van de frontlijn begint op 12 maart 1917 het legerhospitaal van Beveren-aan-de-Ijzer, aan de kruisstraat, met zijn activiteiten. Allerhande gespecialiseerde medische ingrepen zijn hier mogelijk onder de algemene leiding van hoofdgeneesheer Paul Derache.

Het hospitaal bestaat uit een resem houten paviljoenen die samen 26 ziekenzalen met telkens 20 bedden omvatten. Behalve slaapgelegenheid voor het personeel zijn er ook een kapel en een feestzaal. Volgens officiële cijfers worden er tussen vandaag en 17 februari 1920 bijna 8000 militairen verzorgd. Ruim 600 onder hen overlijden.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

legerhospitaalBeveren1917

 

in de hulppost van Lettenburg

Dokter Maurice Lievens is van wacht in de hulppost van Lettenburg en noteert het volgende in zijn dagboek.

6-3-1917 : Grote Wacht Noord, rustig en kalm. ’s Avonds ben ik van dienst in de divisiehulppost van Lettenburg. Ik verzorg één gewonde : Oswald Gruwer van het 2e Jagers te paard.

7-3-1917 : François Pauwels van Aalst, 7e linieregiment, kogel in de voorarm.

8-3-1917 : Jozef Verlinden van de Gidsen, kogel in de linkervoorarm.

9-3-1917 : Adolf De Dobbelaere van het 7e linieregiment : wonde aan de wang en de linkerschouder. F. Lievens van Olen : wonde aan het hoofd met schedelschade door een kogel. Beiden komen uit de Dodengang. Lievens sterft in mijn medische post.

10-3-1917 : Louis Lagneau van de P.P.G. (kleine loerpost). Grote Wacht Zuid : omgekomen door granaatscherf in de hartstreek. Adhémar Bocke, eerste sergeant-majoor van het 7e linieregiment : diepe wonde in de borst rechts. Henri Cokaïko, kapitein van het 7e linieregiment : diepe wonde in de borst, kogel in de onderbuik. Ernest Boelen, sergeant bij de Genie : kogel doorheen de borst, verlamming van de onderste ledematen. Ik heb hem naar het hospitaal van Cabourg gestuurd.

bron : André Gysel, Dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo

Lettenburg1917

 

Berging van een gesneuvelde

Dokter Lievens noteert op 3 maart 1917 het volgende in zijn dagboek.

ottodix_kadaverindeloopgravenIk ben van dienst in de hulppost Noord van de spoorlijn (DiksmuideNieuwpoort). ’s Avonds wordt dat Grote Wacht Noord tot morgenavond. Ze vragen me om in een
bootje mannen van de Genie te vergezellen. Ze willen het lijk van een Belgische soldaat bergen in de inundatie ten oosten van de school. Het is een prachtige maannacht. Onze boot glijdt snel over het rustige water en weldra zijn we ter plaatse.

Het is een luguber werkje.  Het lijkt valt uiteen en wordt met stukken en brokken in de boot gelegd. Aalmoezenier Cyrille bidt het De Profundis bij de stoffelijke resten van deze onbekende held, die vervolgens naar de spoorwegberm wordt getransporteerd.

bron : André  Gysel, dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo

De tekening is van Otto Dix, Duits soldaat tijdens de eerste wereldoorlog en kunstenaar

 

het begin van de Sixtus affaire

De Italiaanse prinsen Sixtus (28) en Xavier Bourbon-Parme (25) nemen bij het begin van de oorlog dienst in het Belgische leger. Hoewel hun zus Zita met de Oostenrijkse kroonprins Karel getrouwd is, kiezen deze francofiele broers onmiddellijk de zijde van de Entente. Ze worden officieel bij de artillerie van hun tante, de Belgische koningin Elisabeth.

In mei 1916 komt de Franse president Raymond Poincaré hen in Wulpen het Franse oorlogskruis opspelden. Op de foto hieronder poseren de twee met hun decoratie omgeven door 2 Franse officieren.

Begin 1917 vragen ze een maand verlof om enkele zakelijke belangen in Italië en Zwitserland te regelen. Ze blijven een half jaar weg. Als koning Albert verneemt dat hun schoonbroer Karel, intussen keizer van Oostenrijk-Hongarije geworden, het duo gebruikt voor geheime vredesonderhandelingen, laat hij hen weten dat dit hem helemaal niet bevalt. Desondanks mogen de twee na hun mislukte vredespoging naar het Belgische leger terugkeren.

bron : Daniël Vanacker, België in de grote oorlog, Roularta books

prinselijkeneven

Gesneuveld na één dag frontdienst

LeonVanHecke_1917.jpgLeon Van Hecke uit Tielt, buurjongen van Joris Lannoo in de Ieperstraat, vlucht op 13 oktober 1914 naar het zuiden van Frankrijk. Daar krijgt hij op 1 juli 1916 de oproep voor zijn legerdienst. Op 13 februari 1917 komt hij terecht bij de grenadiers aan het front in de sector Boezinge. De dag erna sneuvelt Leon door de kogel van een Duitse sluipschutter. Joris Lannoo schrijft een in memoriam in het Gazetje van Tielt van juli 1917.

bron : Romain Van Landschoot, een Vlaamse Viking aan het front, Lannoo