Zware bombardementen aan het Ijzerfront

Jeroom Leuridan bekijkt de gebeurtenissen aan de frontlinie in de voorbije week (einde maart 1915).

Al de dorpen op heel de slaglinie van Ijzer en Ieperlee die dicht genoeg nabij de Duitse stellingen gelegen zijn, werden deze week beschoten : Vlamertinge, Elverdinge, Brielen, Woesten, Pollinkhove, Lo, Fortem en meest en ergst Oostvleteren.

Gaat dit nog voortduren ? Niemand weet het. Het zwaard van Damocles blijft boven ons hoofd hangen. Heer, spaar ons, onze woonsten en onze kerken. Uw kerken !

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Loo_Ruines

de eerste Amerikaanse burger sterft door een Duitse U-boot

Op 28 maart 1915 sterft de eerste Amerikaanse burger door het oorlogsgeweld. Mijningenieur Leon Thrasher is een passagier aan boort van het Britse passagiersschip Falaba, als die door een Duitse onderzeeër tot zinken wordt gebracht. Deze gebeurtenis staat ook bekend als het Thrasher-incident.

Het schip is met 242 passagiers en bemanningsleden onderweg van Liverpool naar Sierra Leone als de duikboot U-28 het ophoudt een eind voor de Britse kust. Volgens de Duitsers hield het schip zich aan de internationale regels, volgens de Britten kregen de passagiers slechts vijf minuten de tijd om aan boord te gaan van de reddingsschepen. De Duitsers beweren slechts geschoten te hebben nadat Britse destroyers in aantocht waren. Van de opvarenden overleefden 104 het zinken van de Falaba niet, onder hen de Amerikaan Leon Thrasher, die op terugweg was naar Goudkust (nu Ghana).

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Falaba_19150328

Fritz Rümmelein keert terug aan het front

Fritz Rümmelein uit Hanau (Hessen) is als vrijwilliger in het Duitse leger sinds 18 augustus 1914. Na een opleiding gaat hij op 5 oktober 1914 naar het westfront. Het zijn de laatste weken van de bewegingsoorlog. De loopgraven leert Fritz kennen in de Champagnestreek.

Half februari 1915 wordt hij naar een officierenopleiding gestuurd in de Westeifel. In die periode gaat hij ook op verlof en vindt zijn familie terug in Hanau. Vanaf 22 maart 1915 is hij terug aan het front. Fritz Rümmelein is bevorderd tot luitenant en dient in het 3e bataljon van het 87e reserve infanterieregiment van de 21e reservedivisie.

Fritz Rümmelein bij zijn familie tijdens zijn verlof

Fritz Rümmelein bij zijn familie tijdens zijn verlof

bron : Ralf Georg Reuth, Im Grossen Krieg – Leben und Sterben des Leutnants Fritz Rümmelein, Piper Verlag

Przemysl valt in Russische handen

Op 22 maart 1915 valt de Oostenrijks-Hongaarse vestingstad Przemysl in handen van de Russen na een beleg dat duurde vanaf november 1914. Oostenrijk-Hongarije verwacht na het verlies van deze stad en het garnizoen van meer dan 100.000 soldaten een aanval door de Karpaten richting Hongaarse laagvlaktes. Meer informatie over het beleg van Przemysl lees je op deze pagina.

Przemysl19150322

Mort subite aan het Vlaamse front

Het ene moment drink je samen koffie, een half uur later maak je zijn dodenkrans. Een Franse soldaat schrijft van aan het Vlaamse front naar huis :

Wij staan de praten in de loopgraaf en drinken een beker koffie. Naast mij valt plotseling mijn vriend neer. Eén kogel heeft zijn hersenen doorboord. Zonder een kreet is hij neergevallen.

In de tweede linie graven wij een put. Een halfuur later dragen wij het lijk, in zijn kapotjas gewikkeld, naar zijn laatste rustplaats. Iedereen groet, wanneer de harde aardeklompen in de kuil vallen. Wij planten er een klein houten kruisje op, en met dennentakken en een driekleurig lint maken wij een krans.

Voor hem geen plechtige staatsbegrafenis.

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

de tekening komt uit de stripreeks Edelweiss, auteurs Yann en Hugault, album nr 2 – Sidonie

Edelweis01

Duitse soldaten doden Hasselaar

Op 21 maart 1915 rond 18 u schieten Duitse militairen in Hasselt de ongehuwde schoenmaker Karel Cosemans uit de Paardsdemerstraat neer wanneer hij wegvlucht uit Koffiehuis Vanorshoven tegenover de “Spoorhalle” (oude benaming voor station). Reden was dat hij hen “op scherpe wijze bejegend had”. De Duitsers treffen hem met een kogel in de rug op het einde van de Geraetstraat. Een half uur later overlijdt Karel Cosemans in het koffiehuis van de weduwe Vos, op de hoek van de Geraetstraat en de Kuringerbaan.

Stationplaats te Hasselt

Stationplaats te Hasselt

Turken slaan Britten en Fransen terug bij Gallipoli

Bij een mislukte Britse aanval op de Dardanellen slagen achttien geallieerde schepen, waaronder ook drie Franse, er op 18 maart 1915 niet in om de Turkse vlooteenheid te verdrijven. Ze moeten zich terugtrekken, met achterlating van drie gezonken scherpen (waaronder de Franse Bouvet), terwijl drie andere behoorlijk beschadigd zijn. Blijkbaar hielden de geallieerden, onder leiding van viceadmiraal John de Robeck, geen of te weinig rekening met de aanwezigheid van mijnen in de relatief smalle zee-engte. Er waren dan ook nauwelijks mijnenvegers bij de geallieerde vloot. Voor de Turken is 18 maart 1915 dan ook een grote overwinning. Wie zich daarvan wil overtuigen, moet eens googelen op 18 mart 1915 Çanakkale (Turkse naam voor Gallipoli).

Turkse artillerie actief nabij Gallipoli

Turkse artillerie actief nabij Gallipoli

veroordeeld wegens lafheid

Jeroom Leuridan, later advocaat en Vlaams-nationalistische politicus, beschrijft in zijn dagboek op 17 maart 1915 hoe een Franstalige Belgische krijgsraad een Vlaamse soldaat die de Franse taal niet machtig is, veroordeelt wegens lafheid.

Op het einde van het proces klonk de enige Nederlandstalige zin :”Heb que noc iets te seque ?”. Natuurlijk had de soldaat niets te “seque”, want hij had van het hele verloop van het proces niets begrepen.

Een paar weken later wordt Leuridan medewerker van De Belgische Standaard, een Nederlandstalige krant die verspreid wordt in het onbezette gebied.

Krijgsraad

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Herbert Sulzbach rust uit in Les Petites-Armoises

In zijn dagboek noteert Herbert Sulzbach na de winterveldslag in de Champagne het volgende :

Wij, oorlogsvrijwilligers, mogen fier zijn op het feit dat we betrokken waren in de grote slagen in het westen sinds de oorlog is uitgebroken. We waren bij de opmars betrokken, in de eerste defensieve slag in Vlaanderen en nu in de winterveldslag in de Champagne.

Les Petites-Armoises

Les Petites-Armoises

(…) We waren elf weken in dit gebied, elf weken van ononderbroken vechten, in de grootste veldslag tot nu toe en op 14 maart 1915 verlaten we de frontlinies. We trekken door Vouziers en onderweg passeren we gemotoriseerde colonnes of colonnes op paardenkracht die naar de achterhoede trekken. (…) We komen aan in Les Petites-Armoises. We worden ingekwartierd en vallen in een lange, lange slaap, op hooi in een zolder, en er zijn geen ontploffingen meer te horen.

15 maart 1915 : Ik zit in de tuin die bij de schuur in dit kleine dorp hoort. Rechts van mij is een kleine kerk in een andere kleine tuin, en recht voor me, de boerderij en de brede dorpstraat, mooi en proper. Links van me zijn een aantal omgeploegde velden waar het eerste lentegroen al verschijnt, en je kan de vogels horen fluiten. Ik moet dit allemaal noteren omdat dit zo ongewoon voor me is en mooier dan ik me kon inbeelden. Ik merk plots dat ik nog in leven ben. Of beter, het voelt eerder alsof ik uit de doden ben opgestaan. Ik voel een golf van heimwee, en ik merk enkel dat er nog oorlog is door het gerommel van de artillerie in de verte. Hopelijk blijven we hier een aantal weken. De mensen van de boerderij geven ons melk en boter. Het is allemaal zo rustig en vredevol. Ik praat met de lokale burgers en alles wat deze goede mensen zeggen, vind ik interessant. Ik ga met een van mijn kameraden naar de kerk, waar een Franse priester een misviering houdt.

We zorgen voor de paarden, voeren wat taken uit en rusten voor de rest uit deze dagen in een heerlijk lenteweer. Ik ben nog altijd bij mijn maat Kurt Reinhardt (noot : dit is de broer van luitenant Reinhardt waarvan sprake in dit berichtHij en ik en nog 2 anderen hebben een kamer voor ons vieren, bij enkel Franse boerenmensen, en een zicht over kilometers omgeploegde velden die langzaam groen worden. De eigenares van de boerderij is een weduwe die hier woont met haar dochter Valentine. De volgende dagen trainen we de paarden en rijden door bossen en weiden. We vinden deze rustige streek echt heel aangenaam.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword military

Jeroom Leuridan maakt de mis van de grenadiers mee

In de buurt van het front woont Jeroom Leuridan op 14 maart 1915 een mis bij op de zondag van halfvasten :

gebaseerd op het dagboek van Jeroom Leuridan

gebaseerd op het dagboek van Jeroom Leuridan

Ik heb de mis van de Belgische grenadiers bijgewoond. De kerk was “gestampt vol”. De grenadiers hebben de dood zien maaien in hun rangen. Heeft dat hen wellicht dichter tot de Gebieder van de Dood gebracht ? Het prachtige muziekkorps van de grenadiers heeft roerend schone stukken uitgevoerd.

De donderende basstem en dat schetterend klaroengeschal aan de consecratie, terwijl al die krijgshoofden diep gebogen waren… Aangrijpend ! Dat schone woord van de aalmoezenier… en dan ginder, het bonzen van de kanonnen, een dof gedonder als het grondspel in de verheven muziek van de ruisende snaren, begeleid door de gedempte tonenvloed van de zinderende fanfaremonden.

Ik vergeet ze niet licht, die mis van de grenadiers, daar zo dicht tegen de strijdlinie, onder ’t gedonder van de kanonnen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds