Thuiskomst van Gallipoli

Op 15 juli 1915 komt het schip Willochra toe in Wellington, Nieuw-Zeeland. Op het schip zit een eerste groep van Nieuw-Zeelandse soldaten die gewond zijn in de gevechten op het Turkse schiereiland Gallipoli. Het is de eerste keer dat de Nieuw-Zeelanders geconfronteerd worden met de lelijke kanten van de oorlog. Deze thuiskomst zal Walter Bowring in 1916 inspireren tot het schilderij “The Homecoming”.

bronhttp://www.nzhistory.net.nz/media/photo/homecoming-from-gallipoli

Walter Bowring - Homecoming

Walter Bowring – Homecoming

Dudzelenaar sterft in Cannes

Louis Timmerman

Louis Timmerman

Louis Timmerman uit Dudzele overlijdt op 13 juli 1915 in Cannes, ver van huis, op 24-jarige leeftijd.

Op 20 mei 1914, kort voor het uitbreken van de oorlog, huwde Louis Timmerman, stoker op de stoomtram, met Paulina Dusoir,een kindermeisje. Lang duurt hun huwelijksgeluk niet : in de namiddag van 29 juli krijgt Louis zijn oproepingsbevel voor het leger, meer bepaald het 4e linieregiment. In Tienen lijdt Louis honger, in Hakendover ziet hij duizenden vluchtelingen en in Grimde bewaakt hij het station. Hij trekt voorbij Kumtich en Boortmeerbeek, hij vervoegt zijn regiment in Walem, vandaar trekt hij naar Wilrijk en Mortsel. Tussendoor moet hij ook nog defileren voor de koning, in Hofstade liggen de lijken op de velden… De eerste oorlogsmaand is een nachtmerrie voor Louis en zijn medesoldaten.

Meer ellende volgt in 1915 : Louis wordt ziek aan het front in Ramskapelle, waarna hij naar een hospitaal in Calais verhuisd. Via via belandt hij uiteindelijk in Cannes, in het hôpital militaire belge de Cannes. Dit hospitaal bestaat in feite uit 3 villa’s, met name Saint-Jean, Saint-Charles en Anastasie. Het is niet geweten in welke van deze 3 villa’s Louis Timmerman zijn laatste adem heeft uitgeblazen.

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://wo1dudzele.brugseverenigingen.be/JUWEELTJES/LOUISTIMMERMAN

http://www.1914-1918.be/hopitaux_belges_france_2.php

noodscholen in Veurne

Naar school gaan in onbezet gebied is moeilijk. Tal van scholen herbergen militairen, anderen liggen binnen het bereik van vijandelijk vuur. Op sommige plaatsen, zoals in Veurne, richt men noodscholen op, zoals Jozef Gesquiere noteert in zijn dagboek :

sedert enkele dagen is men naast het Zuidkapelleke volop aan het werk om er een grote houten barak op te trekken, ruim en luchtig, om er school te kunnen houden. De barak bevat vijf klassen : één voor de kleuters, twee voor oudere jongens en eveneens twee voor oudere meisjes. Niets ontbreekt, zelfs in een woonhuis voor de schoolbestuurder is voorzien.

Zodra dat klaar is, komt er aan de overzijde van de Duinkerkevaart, nabij het Klokhof, ook een noodschool voor de talrijke kinderen die met hun ouders langs de Pannenkassei wonen.

bron : oorlogskalender 2014-2015, Davidsfonds

naarSchoolinOorlogstijd

het scheermes van Boezinge

In Boezinge, op de oever van de vaart naar de Ijzer, sneuvelt op 11 juli 1915 de 23-jarige soldaat George Herbert Parker, samen met anderen uit zijn bataljon. Hun lichamen kunnen die dag niet achter de Britse linies gebracht worden, en later trouwens ook niet. Alleen zijn naam op de Menenpoort in Ieper herinnert nog aan hem. Hij lijkt wel een soldaat zonder geschiedenis, net als zovele andere vermisten.

Op dezelfde kanslozer vinden The Diggers 85 jaar later het scheermes met het stamnummer van George Herbert Parker. In dezelfde omgeving vinden dezelfde onderzoekers ook stoffelijke resten van het regiment van soldaat Parker. Via de pers kwamen The Diggers in contact met de weduwnaar van de kleindochter van George Herbert Parker. Hij bezorgde hen de oorlogsmedaille die de weduwe van de soldaat ontving na zijn dood. George Herbert Parker heeft nu ook een geschiedenis dankzij The Diggers (www.mausershooters.org/diggers).

Medaille en scheermes werden door the Diggers geschonken aan het In Flanders Field Museum van Ieper.

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://www.mausershooters.org/diggers/E/activiteiten/stoffelijkeresten/stamnummers.htm

GeorgeHerbertParker1915

Duitsers capituleren in Otavi

Korte tijd na het begin van de eerste wereldoorlog besluit de Unie van Zuid-Afrika ook haar steentje bij te dragen door op te rukken naar de Duitse kolonie in Zuidwest-Afrika (Namibië). In 1914 kunnen de Duitsers nog weerstand bieden, maar vanaf april 1915 moeten ze geleidelijk het meest zuidelijke deel van het gebied afstaan. Op 12 mei 1915 nemen de Zuid-Afrikanen ook de hoofdstad Windhoek in.

Bij Otavi lijden de Duitse troepen de definitieve nederlaag : op 9 juli 1915 wordt de capitulatie ondertekend. Meer dan drieduizend mensen, veelal Afrikanen, geven zich over. Onder hen ook politiemensen en spoorwegpersoneel.

Toeristische tip : enkele kilometers buiten Otavi, dat zo’n vijfduizend inwoners telt, staat het Khorat Memorial aan kilometerpaal 500 van de spoorlijn. Het monument herinnert aan de Duitse overgave op 9 juli 1915.

bron : oorlogskalender 2014-2018, DavidsfondsSüdwestafrika_1915

Veurne in angst

8 juli 1915 : Veurne leeft in angst. Gisteren stond in de Franse kranten, die hier ook verkrijgbaar zijn, dat de Duitsers tal van stukken zwaar geschut aanvoerden, met het oog op een groot offensief aan de Ijzer. Opgejut door onheilsprofeten verspreidt dit sort berichten zich snel onder de bevolking.

Toeval of niet, maar uitgerekend vandaag worden talrijke kunststukken klaargemaakt om naar veiliger orden te vertrekken. Men pakt alles zorgvuldig in : de kunstig bewerkte houten deuren van het gerechtshof, kostbaar koperwerk en andere kunststukken uit de Sint-Walburgakerk… Beslist een goede voorzorgsmaatregel, maar de mensen vragen zich toch af of ze die kunststukken nog wel zullen terugzien.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Veurne_GroteMarkt_SintWalburga

Arras verliest haar kathedraal

Arras is net zoals Ieper een frontstad en lijdt enorm onder de voortdurende bombardementen van de Duitsers. Sinds 6 oktober 1914 is er al iedere dag minstens een Duitse granaat op e stad terechtgekomen. In mei 1915 heeft een aanzienlijk deel van de bevolking van Arras hun thuisstad verlaten op zoek naar veiliger oorden nadat hun huizen vernield zijn.

Einde juni 1915 ligt Arras constant onder Duits artillerievuur. De Fransen schatten dat er op 25 juni 1915 zo’n 15.000 Duitse obussen op Arras zijn terecht gekomen. Op 5 en 6 juli kent deze stad een triest hoogtepunt en lijkt het of de Duitsers deze stad met de grond willen gelijk maken. De typische symbolen van een stad worden aangepakt. Op 6 juli 1915 zijn de kathedraal en het paleis Saint-Vaast ruïnes geworden. Nog meer inwoners van Arras zullen hun valiezen pakken en de stad verlaten.

Arras 1915 - stadhuis en belfort

Arras 1915

bron : http://www.archivespasdecalais.fr/Activites-culturelles/Chroniques-de-la-Grande-Guerre/Les-Arrageois-sous-les-obus-en-juin-et-juillet-1915

Louis Barthas verdwaalt in de voorste linie

Eind juni 1915 is Louis Barthas gelegerd nabij Sains-en-Gohelle, een gemeente in de Pas-de-Calais op zo’n 15 kilometer van Lens en 40 kilometer ten zuidwesten van Rijsel (Lille). Hij krijgt samen met zijn frontmakkers de opdracht een nieuwe loopgraaf aan te leggen op een plek waar de voorste linie niet meer bestaat door de aanhoudende artilleriebombardementen. In zijn dagboek noteert Barthas het volgende.

Om negen uur ’s avonds volgden we met circa veertig soldaten onderluitenant Malvesy die ons in groepjes verspreid opstelde. Het was een donkere nacht, landkaarten en kompas hadden geen enkel nut. We moesten ons door ons gevoel laten leiden. Maar deze keer kwamen we bedrogen uit want degenen die met de onderluitenant voorop liepen, kwamen in een Duitse loopgraaf terecht. We merkten het pas toen de vijandelijke wachtposten, misschien nog banger dan wij, met een keelstem riepen :”Halt, wer da ! Halt, wer da !”. We raakten in totale paniek. Het was redden wie zich redden kan, we wisten zelfs niet meer waar de Franse loopgraven waren. Er werd geschoten en met handgranaten gegooid. We verstopten ons in granaattrechters. (…)
Dit alarm zou wel eens aan aanleiding kunnen zijn tot een hele nacht ononderbroken vuurgevecht. Gelukkig gebeurde er niets. Het werd weer rustig en we konden verder werken.

bron : Louis Barthas , vertaald door Dirk Lambrecht, oorlogsdagboeken, uitgeverij Lubberhuizen

schilderij van Géo Michel - fusée éclairante

schilderij van Géo Michel – fusée éclairante

Nieuwe recruten in Veurne

In de Sint-Jozefzaal, Sporkijnstraat Veurne, vergadert de Herzieningsraad op 29 juni 1915 drie dagen na elkaar. Dagelijks moeten zich zo’n zestig mannen van de lichting 1915 melden en zij zullen na goedkeuring onmiddellijk ingelijfd worden. Niemand afgekeurd vandaag : de toekomstige soldaten mogen nog eens vrij uitgaan en moeten zich morgenvroeg melden voor de reis naar het opleidingscentrum in Frankrijk.

’s Avonds wordt er nog een stevige pint gedronken, het verdriet weggespoeld en ze eten nog een laatste keer van moeders keuken…

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Veurne_Sporkijnstraat

Herbert Sulzbach herstelt in Frankfurt

In het vorige bericht (lees hier)  lazen we dat Herbert Sulzbach de hospitaaltrein nam vanuit Frankrijk. Op 26 juni 1915 noteert hij het volgende in zijn dagboek:

Ik ben beter en krijg mijn uniform terug en word ontslagen uit het hospitaal. Daarna neem ik de trein vanuit Leipzig naar Frankfurt, waar ik aankom op de ochtend van 27 juni 1915. Ik kom thuis en vind mijn aangenaam verraste familie terug. Wat is het heerlijk om ’s avonds nog eens uit te gaan. Ik meld me aan in de kazerne en vind tot mijn verrassing luitenant Reinhardt terug. Die staat op het punt om met het 4e artilleriebataljon te vertrekken. Ik slaag erin om aan te sluiten bij zijn bataljon.

Ik krijg nog enkele dagen herstelverlof en ga fietsen in het bos met mijn liefje en het voelt aan of het vrede is. Ik reed met de Taunus naar het jachthuis, met mijn ouders en vrienden, en daar zaten we in een vredevolle omgeving. Je kon de bijen horen en het was moeilijk om te geloven dat slechts enkele uren verder per trein een vreselijke oorlog woedde.

Op het eerste gezicht is er in de stad niet veel veranderd. Je kan nog altijd uitgaan en dansen, al zie je niet veel burgers meer. Maar de mensen hebben nog geen tekorten.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen and Sword Military

InderHeimat02