Training in Fécamp

Gaston Le Roy brengt de eerste weken van 1917 in Fécamp, Frankrijk door om training te krijgen.

1 januari 1917 : Het lijkt wel of onze sneltrein alle herbergen aandoet. In Abbeville staan we drie uur stil. In Eu ook, maar nu worden we verwittigd en we stappen in EU eens uit om de benen te strekken. Daarna stoomt de trein wat sneller, we vliegen Dieppe voorbij en rond middernacht komen we in Fécamp aan.

3 januari 1917 : We verblijven in een oud oefenkamp maar de keuken is uitstekend. We logeren in een oude maalderij. De tucht staat ons toe uit te gaan tussen 18 en 21 uur. Tot 17 uur zijn de koffiehuizen voor ons gesloten. De dienst : opstaan om 6u30, om 8u in het gelid. In de voormiddag oefeningen op het kleine plein en in de namiddag op de grote heuvel. Voor mij is dat een berg.

4 januari 1917 : Ze leren ons handgranaten werpen. Dit tijdverdrijf ligt me niet nauw aan het hart. Ik probeer er zo weinig mogelijk van te bakken om ervan af te geraken.

8 januari 1917 : De hellingen op de polygoon liggen er glad bij na de regen. Er staat een stevige wind en het is er koud. De oefeningen worden afgelast en ik blijf op mijn zoldersalon.

11 januari 1917 : De tijd vliegt. Naar de polygoon, naar de stad. Eten, drinken en uitgaan. De picons smaken heerlijk, maar onze portemonnee raakt leeg.
Op straat moeten alle lichten worden gedoofd. Er is een zeppelin in aantocht. Een half uur later heerst volledige duisternis. Iedereen keert snel huiswaarts, ook wij blijven binnen. Maar er gebeurt niets.

13 januari 1917 : Met vreugde en een massa luizen verlaat ik Fécamp. Rond 4 uur stappen we de trein op. De wagons zijn smal en klein. We hebben weinig plaats met acht man in een coupé. Toch kan ik wat slapen. Het sneeuwt de hele nacht.

16 januari 1917 : De 13e begon de terugreis. Een dag en twee nachten deed de trein erover om Calais te bereiken. Een trage en vermoeiende toch. De levensmiddelen voor de voorziene veertien uur zijn al lang op. Dan krijgen we elk vier beschuiten, aardappelen en een fles heldere koffie.

bron : André Gysel, Gaston Le Roy – dagboek van een Vlaamse oorlogsvrijwilliger, Lannoo

Handgranaten01.jpg

Slag van Rafah

De Britse troepen verzamelen op 8 en 9 januari 1917 in Egypte onder het bevel van generaal sir Archibald Murray. Ze verdrijven de Turken van het schiereiland Sinaï waarna ze Palestina binnenvallen. Ze behalen een belangrijke overwinning in de slag van Magruntein (ook bekend als slag bij Rafah) waarbij ze zo’n 1600 Turken gevangen nemen en een handvol artilleriewapens buitmaken. Onder Murrays’ troepen vallen 487 slachtoffers. Hij plant een invasie in Palestina. Zijn eerste doelen zijn een reeks door de Turken bezette kammen van de Gaza aan de Middellandse-Zee-kust tot Beersheba in het binnenland over een afstand van ongeveer 32 kilometer. Murray’s laatste doelwit is Jeruzalem.

bron : Ian Westwell, 1914-1918 – de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

turkish_howitzer_10-5cm

Turkse Howitzer

Belgische korporaal pleegt lustmoord in Harderwijk

Woutje Van de Velde, een 6-jarig Nederlands meisje, sterft op 13 januari 1917 ten gevolge van een zedenmisdrijf gepleegd door een Belgische korporaal. De man is een van de ongeveer vijftienduizend Belgische militairen die geïnterneerd zijn in het zogenaamde Belgenkamp nabij Harderwijk.

Omdat Nederland neutraal is en wil blijven, worden militairen uit bij de oorlog betrokken landen geïnterneerd zodra ze de Nederlandse grens overschrijden. Voor nogal wat militairen is een vlucht naar Nederland dan ook een ontsnapping aan de oorlog.

Een afgezaagde boomstam markeert het graf van Woutje van de Velde op de Gemeentelijke Begraafplaats van Harderwijk. De dader wordt eerst veroordeeld tot vijftien jaar tuchthuis en vervolgens in hoger beroep ontoerekeningsvatbaat verklaard en vrijgesproken. De krijgsraad beslist dan hem in een krankzinnigengesticht op te sluiten.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

grafzerk-woutje-van-de-velde

grafzerk Woutje Van de velde

carte blanche voor de U-boot

Op een vergadering in Pless (nu Pszczyna in Polen) beslist de Duitse legerleiding op 9 januari 1917 om voortaan onderzeeërs in te zetten zonder enige restrictie. Voorheen werden schepen uit neutrale landen zoals de Verenigde Staten ontzien. De twee belangrijkste redenen voor de Duitsers om hun onderzeeërs zonder voorbehoud in te zetten waren de minder gunstige ontwikkeling van de oorlog en de sterk toegenomen getalsterkte van deze boten.

Gedurende deze zogenaamde U-boot-conferentie opperen sommigen de vrees dat men de tot dan toe neutrale Verenigde Staten zal betrekken in de oorlog. Omwille van deze Duitse beslissing verbreken de Amerikanen de diplomatieke relaties, maar de aanvangsdatum van de duikbotenoorlog zonder restricties blijft behouden op 1 februari 1917.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

ubootsimulator

Neergestort in Ploegsteert

mottershead_thomas

Thomas Mottershead

Tijdens een gevecht op 7 januari 1917 met twee Duitse vliegtuigen slaagt Thomas Mottershead erin om een ervan neer te halen, maar het tweede treft zijn brandstoftank. De tweede man aan boord, luitenant W.E. Gower, slaagt er niet in om het ontstane vuur te doven met zijn handblusser. Gehuld in vlammen lukt het Mottershead toch nog om het toestel neer te zetten. Enkele dagen later overlijdt hij aan zijn brandwonden, vijf dagen voor zijn 25ste verjaardag.

Na zijn dood ontvangt Thomas Mottershead het Victoria Cross, de hoogste en meest prestigieuze onderscheiding voor Britse troepen. Tijdens de eerste wereldoorlog worden slechts 628 van deze militaire eretekens toegekend.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Mottershead_1917.jpg

besneeuwde loopgraven aan Ijzerfront

Raoul Snoeck heeft er een maand opleiding in Frankrijk opzitten als hij op 1 januari 1917 terug naar België komt met zijn compagnie. Na 2 dagen rust keert hij terug naar de loopgraven.

6 januari 1917 : In de loopgraven van Noordschote. De winter is guur. Het vriest dat het kraakt. ’s Nachts gaan we op verkenning over et ijs. Dat is prettig in een kalme sector. We bevinden ons hier op grote afstand van de vijand en de Moffen laten ons met rust.

10 januari 1917 : In rustperiodes krijgen we veel oefeningen. Vandaag keren we terug naar de loopgraven, waar het eentonige leventje herbegint. Ik moet voor vierentwintig uur naar de voorposten waar ik in 1915 tweemaal gewond raakte.

16 januari 1917 : Naar Stavele op rust. Het 4e linie komt ons aflossen.

bron : Raoul Snoeck, n de modderbrij van de IJzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju & Zoon

Winter1917_01.jpg

 

August Verveynne aan het Ijzerfront

augustverveynneBehalve eindeloos veel doden en talrijke gewonden telt een oorlog ook talloze slachtoffers die invalide blijven. Eén van hen is August Verveynne, die op 6 januari 1917 met zijn strijdmakkers aan het front arriveert na een opleiding van minder dan drie maanden. Samen met zijn eenheid vecht hij op diverse plaatsen aan de Ijzer.

Ruim een jaar later, in 1918, raakt August, die afkomstig is van Pervijze, zwaargewond aan beide benen door de ontploffing van een obus. Gedurende anderhalf jaar wordt hij naar diverse hospitalen gezonden, onder meer in De Panne, Gravelines, Vinkem en Brussel. Op 29 oktober 1919 mag hij met verlof zonder soldij en ruim een week later wordt hij definitief ontslagen, met een oorlogsinvaliditeit van 50%.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://www.pervijze.be/oudstrijders/VerveynneA.htm

de dwangarbeiders van Sint-Amands

Tijdens de maandelijkse controlevergadering van 4 januari 1917 in Sint-Amands voor de mannen tussen 18 en 55 jaar wijzen de Duitsers er 35 aan om voor hen te werken. Nog dezelfde dag moeten ze op de trein, ofwel naar Duitsland, ofwel achter het Duitse front in Noord-Frankrijk. Bij hun vertrek is een dertigtal ulanen aanwezig om in te grijpen bij het minste teken van verzet. Meestal blijven de mannen 6 maanden weg. Alleen de zieken komen vroeger naar huis.

Na hun terugkeer vertellen de erg uitgeputte mannen over de ellendige behandeling, de slagen en de vreselijk slechte voeding.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

La déportation des ouvriers belges en Allemagne.qxd

einde training voor Raoul Snoeck

November en december 1916 waren trainingsmaanden voor Raoul Snoeck. Maar eindelijk komt dan het moment dat Raoul de opleiding in Frankrijk kan stoppen en terug naar België mag gaan.

24 december 1916 : We zijn nog altijd in Mailly, waar we elke dag oefeningen uitvoeren. Vandaag hebben we met de hele divisie de aanvalsgolven bestudeerd. Da verloopt als volgt : een eerste lijn soldaten rukt op naar een aangeduide stelling, een tweede neemt posities in voor de eerste en zo gaat dat maar door. Ze gelijken op de golven van de zee die uitdienen op het strand. Helaas, hoeveel soldaten zullen er niet sneuvelen voor de inname van et uiteindelijke doel !

26 december 1916 : Alle mannen verlangen naar België terug te keren, achter de Ijzer. Vandaag heeft een bataljon Franse soldaten een demonstratieaanval uitgevoerd met vlammenwerpers en granaten in aanwezigheid van het voetvolk van onze divisie en van Franse infanteristen.

31 december 1916 : De 6e divisie komt ons vervangen en we zijn allen heel blij naar België terug te mogen.

1 januari 1917 : Om zeven uur ’s morgens vertrekken we om de trein te nemen op zeven kilometer van Mailly. We stappen op om negen uur ’s avonds en reizen gedurende zesendertig uur : de enen uitgestrekt op stro in beestenwagons, de anderen als haringen in een ton in derdeklascompartimenten. Bij aankomst in Adinkerke krijgen we twee dagen rust in De Panne.

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju & zoon.

Mailly_EnterrementdelaClasse.jpg

voorstel voor onbeperkte duikbotenoorlog

henning_von_holtzendorffHenning von Holtzendorff, de chef van de admiraalstaf, stuurt op 22 december 1916 een ‘meest geheim memorandum’ aan veldmaarschalk von Hindenburg, de chef van de Generale Staf. Von Holtenzdorff stelt dat er een andere manier is om de oorlog te winnen.

Hij wil overgaan tot de onbeperkte duikbotenoorlog en zich niet meer houden aan de internationale afspraken. Hotzendorff draagt twee argumenten aan. Ten eerste zijn er tegenwoordig steeds meer bewapende koopvaardijschepen zodat het onderscheid met echte marineschepen vervaagt. Daarnaast wijst hij op de slechte oogst het afgelopen jaar.in Groot-Brittannië : een onbeperkte oorlog zou het land kunnen uithongeren nu er veel meer voedsel via zee aangevoerd moet worden.

Op 9 januari 1917 beslist keizer Wilhelm samen met de Generale Staf om over te gaan tot de onbeperkte duikbotenoorlog.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds