het Nivelle offensief

RobertNivelleGeneraal Robert Nivelle opent op 16 april 1917 een groot offensief waarvan hij beloofd heeft dat het de Duitse verdediging op het westelijk front makkelijk zal verslaan. Nivelles oversten zijn echter niet overtuigd van zijn plan en stemmen er pas mee in nadat hij gedreigd heeft met ontslag. De aanval bestaat uit oeffensieven in Champagne en langs de Aisne. Bij deze onderneming zijn het Franse 5e leger onder generaal Olivier Mazel en het 6e leger van generaal Charles Mangin betrokken. Ze worden gesteund door het 1e leger van generaal Marie-Emile Fayolle en het 10e leger van generaal Denis Duchêne. Nivelle beschikt over 850.000 soldaten en 7.000 artilleriewapens. Tegenover hem staan twee Duitse legers : het 1e onder generaal Fritz von Below en het 7e onder generaal Max von Boehn.

De Franse opmars vindt plaats over een front van 64 kilometer tussen Soissons en Reims waarbij het leeuwendeel van de troepen zich toelegt op de verovering van de Chemin des Dames, een reeks dichtbeboste kammen die parallel lopen met de frontlinie. Nivelle probeert een kruipend artilleriespervuur of gordijnvuur om de hoofdaanvalln te dekken. De Duitsers zijn zich maar al te goed bewust van de situatie aangezien er weinig geheimhouding is en ze plannen voor de aanval hebben bemachtigd. Vlak voor het offensief begint vernielt een Duits vliegtuig een hele reeks Franse ballons gebruikt voor artillerieobservatie en beschieten de Duitsers colonnes Franse soldaten en tanks.

Het Duitse 7e leger blokkeert de Franse opmars naar de Chemin des Dames. De Franse troepen stuiten op zwaar artillerievuur en sterk verdedigde mitrailleursposities. In de week van 16 tot 25 april verliezen de Fransen 134.000 soldaten waarvan 30.000 doden. Een deel van de Hindenburglinie op de Chemin des Dames valt tegen het einde van april 1917. De steeds moeizamer wordende strijd duurt tot in mei.

chemindames1917

bronnen

https://fr.wikipedia.org/wiki/Bataille_du_Chemin_des_Dames
Ian Westwell, 1914-1918 – de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

 

 

Lenin komt toe in Petrograd

Op 16 april 1917 (volgens de Russische kalender 3 april) komt Lenin net voor middernacht toe in het station Finland van Petrograd. Hij wordt in de bittere vrieskou opgewacht door een tumultueuze menigte. Na een toespraak rijden hij en zijn vrouw in een pantserwagen naar het Ksjesinskaja-paleism de weelderige woning van de ballerina di de eerste maîtresse was van de tsaar. Vanuit dat paleis zweept Lenin op 17 april de menigte nogmaals op tot het hervatten van de revolutie. Op 18 april legt hij zijn Aprilthesen uit, zijn tienpuntenpad naar de Oktoberrevolutie: “We hebben geen behoefte aan een parlementaire republiek of aan een bourgeois-democratie. Alle nachts aan de sovjets van arbeiders, soldaten en boeren !”.  Daarnaast eist hij de nationalisatie an alle land, banken en het grootkapitaal. Hij is tegen de voorlopige regering, maar erkent dat ze nog niet afgezet moet worden. Voor de revolutie is er volgens hem eerst nog een periode van agitatie nodig.

Onderstaande schilderij is van M. Sokolov. Dit schilderij stemt overeen met een aantal foto’s van dezelfde gebeurtenis. Niettemin is er een blog die dit schilderij en de foto’s in vraag stelt. De persoon achter Lenin, is Stalin, en die was nooit aanwezig op de trein.

bronnen
Knack Historia, 1917 – de Russische revolutie
http://clogginsart.blogspot.be/2011/08/commissar-vanishes.html

Sokolov_Lenin_Train_1917

René Fonck wordt piloot

Nauwelijks 23 jaar oud krijgt René Fonck op 15 april 1917 een uitnodiging om Les Cigognes te vervoegen, het meest vermaarde jachteskadron uit de eerste wereldoorlog. Onder meer de befaamde jachtpiloot Georges Guynemer maakt daarna deel uit tot aan zijn dood op 11 september 1917.

René Fonck zal levend uit de eerste wereldoorlog komen als de meest succesrijke luchtaas. Maar liefst 75 overwinningen in luchtgevechten staan op zijn naam. Daarnaast zijn er nog 67 andere luchtgevechten waarvan zijn overwinning niet officieel bevestigd kan worden. Alhoewel hij meer overwinningen behaalde dan Georges Guynemer (53 overwinningen), kwam René Fonck zelfs niet in de buurt van diens populariteit.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

René_Fonck

Duitse stormloop op de Redan

François Janssen van het 23e linieregiment noteert in zijn dagboek voor april 1917 het volgende.

Op 12-4-1917 ontketenden de Duitsers nogmaals een heving bombardement op deze “Redan” alsmede op de voorlijnen van gans de sector. Obussen van 77, 105, 150, ook bommen en torpedo’s vielen er tot 21 uur. Daarna schoten ze rode lichtkogels met 2 lichten, gevolgd door groene; dan weer lichtkogels groen en rood samen en dit alles rond de redan. De Duitsers gingen tot de aanval over en liepen onze lege redan binnen. Om 21u15 vroeg de majoor van de wacht bij middel van een lichtkogel spervuur van onze artillerie. Een fomidabel bombardement volgde. Tussen de twee fronten daverden de grondvesten als bij een aardbeving. De lucht was verpest door het schroot. De slijkerige schuilplaatsen schenen weg te glijden. Ons geschut hield dit vol tot 22 uur. De Duitsers hernamen dan tot 22u30. Op 15-4-1917 werd kolonel Gauthier vervangen door luitenant kolonel Galletay van het 2e Grenadiers die met Steenstrate reeds kennis gemaakt had.

bron : François Janssen, Belevenissen aan het Ijzerfront

NachtelijkBombardement_GrooteOorlog

de lange tocht naar het veldhospitaal

Edward Walford Manifold, een Canadese militair in Britse dienst, schrijft op 11 april 1917 aan zijn ouders over de toestand aan het front in Frankrijk.

Dezer dagen houden onze oversten geen rekening met het weer. Een van onze doelen hebben we veroverd tijdens een sneeuwstorm vergezeld van een bitter koude wind. Natuurlijk heeft de koude niet veel invloed op de aanvallers, maar de arme gewonden moeten een grotere marteling doorstaan dan je je kan inbeelden.

Een paar dagen geleden hielp ik nog enkele maten om het veldhospitaal te bereiken. Zij waren de enige twee overlevenden van een groepje van vijftien waartussen een granaat ontplofte. De ene had een gebroken been, een gebroken arm en enkele smerige wonden. De andere had drie wonden op zijn lichaam en was bovendien nog getroffen door een sluipschutter terwijl hij probeerde zijn vriend vooruit te helpen. Deze sukkelaars waren al bijna 36 uur nat en hadden zich over een afstand van ruim anderhalve kilometer moeten voortbewegen over zeer ruw terrein.

Het schilderij hieronder is van John Charles Dollman getiteld “Fraternité”.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Dollman-Fraternite.jpg

ontsnapping uit de gezonken UC-26

In de ochtend van 8 mei 1917 wordt UC-26, onder bevel van Kapitänleutnant zeur See Mattias Graf von Schmettow, geramd door een Britse torpedobootjager. De duikboot zinkt voor Kaap Gris Nez. UC-26 komt terecht op een bodemdiepte van 50 meter en water stroomt binnen via de radiokamer. Er wordt meerdere keren gepoogd om lucht in de tanks te blazen en perslucht in de U-boot te laten, alles zonder resultaat. De machinekamer loopt onder n ook in de commandoruimte stijgt het water tot borsthoogte. Uiteindelijk zorgt het oprukkende water voor een vergrote drukken de toren waardoor het torenluik opengeslagen wordt. Oberleutnant zur See Heinrich Petersen raakt met zijn voet geklemd aan de torenladder, maar kan zich vrijmaken en opstijgen. Petersen weet dat hij onder meer dan 5 atmosfeer druk staat op deze diepte en probeert zijn opgang zoveel mogelijk te remmen. Zo weet hij de oppervlakte te bereiken. Rond hem hoort hij verschillende hulpkreten maar hij kan niemand zien door de hoge golven.

Pas twintig minuten later komt er een Britse torpedobootjager in zicht die reddingsgordels overboord gooit naar de drenkelingen. Petersen kan zich met zijn laatste kracht aan een van de gordels vastklampen. De Britten laten een reddingsboot te water en kunnen Petersen em Maschinistenmaat Axel uit het water halen. Een groep andere overlevenden bevindt zich nog wat verder. Als Petersen aan het dek van de Britse jager komt, hoort hij de commandant zeggen :”I think that will do it.”. Hij hoort nog het hulpgeroep van zeven of acht overlevenden in het water. De reddingsboot wordt echter terug op zijn plaats vastgemaakt en de kapitein maakt aanstalten om verder te varen. Petersen gaat naar de commandant en smeekt hem om ook de anderen te redden, maar valt dan bewusteloos op het dek waarna de torpedobootjager verder vaart.

Na meer dan 2 uur wordt Petersen wakker met zware draaiingen en oor-, hoofd- en nierpijn. Na 8 uur verdwijnt de oor- en nierpijn en uiteindelijk wordt Petersen goed behandeld op de torpedobootjager. In Dover aangekomen worden Petersen en Axel overgebracht naar gevangenenkampen. Tot in 1919 heeft Petersen nog last van de longoverdruk die hij heeft opgelopen bij de ontsnapping uit de UC-26.

bron : Tomas Termote, oorlog onder water, Davidsfonds

Uboot_VictoryBonds

de trein van Troje

In Zürich (Zwitserland) vertrekt op 9 april 1917 een heel bijzondere trein : aan boord zijn Lenin en een dertigtal kompanen op weg naar Rusland. De trein geniet een extraterritoriale status door Lenin bedongen. Vaak wordt deze trein beschouwd als een verzegelde trein, maar dit is niet letterlijk te nemen. Het treinstel heeft twee Duitse bewakers in de achterste wagon. Op bevel van Lenin wordt met krijt een grensstreep getrokken tussen de Duitsers en de Russen, en de portieren zijn even vaak wel als niet gesloten.  De Duitsers willen Lenin via Zweden naar Petrograd brengen in de hoop dat ze zo het Russische verzet zullen breken dat wordt voorgezet door de voorlopige regering van Aleksandr Kerenski. Geen foute verwachting van de Duitsers want Lenin predikt sinds het uitbreken van de eerste wereldoorlog de “oorlog tegen de roversoorlog”. De Iers-Britse schrijver James Joyce ziet in de “verzegelde trein” een modern paard van Troje. Lenin wil niet als collaborateur van de Duitsers worden aangehouden en vermijdt dus koste wat kost ieder contact met de Duitsers, ook met Duitse vakbondsleden die hem willen opzoeken als de trein onderweg even stil staat. De treinrit van 3.000 kilometer vertrekt in Zwitserland, brengt het gezelschap door Duitsland, Zweden en Finland om op 16 april 1917 aan te komen in Petrograd.

bronnen
Knack Historia, 1917 – de Russische Revolutie
Gary Sheffield, the First World War in 100 objects
http://www.frozentears.org/blog/internet-pictures/

TreinLenin.png

 

 

de slag bij Arras

Na een lange voorbereiding beginnen de Britten en soldaten uit het Britse Gemenebest op 9 april 1917 de slag bij Arras. Niet alleen is er voorafgaandelijk een vier dagen durend bombardement.  De Britten hebben ook een uitgebreid netwerk van tunnels en ruimtes uitgegraven onder de stad, een relatief veilige plaats voor duizenden militairen die ook voorzien is van een hospitaal, opslagplaatsen, keukens… Bovendien hebben de Britten op basis van talloze verkenningen maquettes van de regio gebouwd om de manschappen ermee vertrouwd te maken.

De oorlog zit reeds maanden in een impasse zonder veel beweging aan het front. de Britten zijn vastberaden nu een doorbraak te forceren, zonder dat dit zal leiden tot het enorme verlies aan levens zoals bij eerdere veldslagen het geval was. Bij het einde van deze veldslag, midden mei 1917, kunnen de Britten een behoorlijke vooruitgang noteren, maar van een grote doorbraak is beslist geen sprake.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Arras_1917

Glibert en Callant worden neergehaald

ArmandGlibert_1917

Armand Glibert

Drie Duitse toestellen vallen op 8 april 1917 een Belgisch vliegtuig aan boven Gistel en het stort neer in een weiland in Koekelare. Piloot Armand Glibert en zijn waarnemer Jules Callant zijn beiden dood, mogelijk reeds door de kogels die hen troffen in de vlucht. Toch heeft Jules Callant het vijandelijke vuur kunnen beantwoorden, want een van de Duitse toestellen moet zijn vlucht afbreken omdat de piloot gewond is.

JulesCallant_1917

Jules Callant

Met hun toestel van het type B.E.2 hebben de Belgen een lange verkenningsvlucht boven de regio Brugge achter de rug. Op de terugweg droppen ze ook nog enkele bommen boven het vliegveld van Gistel. Het vliegtuig van Glibert en Callant wordt geëscorteerd door drie Nieuports, maar die zijn te laat om tussenbeide te komen in de zeer snel en precies uitgevoerde Duitse aanval.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://www.luchtvaartgeschiedenis.be/content/be-2c-n°17-te-koekelare-jules-callant-armand-glibert

http://www.bdrw.be/document11/index.html

 

de censuur leest mee

Generaal Ruquoy verspreidt eind februari 1917 een uitvoerige nota over de brievencensuur en geeft opdracht deze tekst elke maand drie keer voor te lezen. Vooreerst is het streng verboden in een brief enige militaire inlichting te vermelden. Bovendien geeft de generaal bevel alle brieven tegen te houden “témoignant un mauvais esprit ou écrites en termes ambigus”. Het versturen van foto’s zonder visum van het GQG (Grand Quartier Général) mag niet. Het is verbonden te corresponderen met onbekenden uit neutrale landen en de militairen moeten elk aanbod van oorlogsmeters uit die landen wantrouwen.

Omdat sommige soldaten proberen de censuur te omzeilen door niet langer gebruik te maken van de gratis militaire post maar hun brieven gefrankeerd met de burgerpost te versturen, herinnert het GQG er medio april 1917 nog eens aan dat dit verboden is.

In de praktijk dreigen er ook straffen voor de auteurs van brieven die getuigen van een slechte geest. Een soldaat (24e linie) die verklaarde dat hij er genoeg van heeft, krijgt een week cachot. Twee artilleristen krijgen dezelfde straf voor de slechte geest in hun brieven. Een ander slachtoffer is onderluitenant Jozef Rombouts. In de loop van april 1917 onderschept de Sûreté Militaire twee van zijn brieven. Uit de eerste leren ze dat hij een clandestiene vergadering van flaminganten heeft bijgewoond. Verder onderzoek brengt aan het licht dat hij één van de belangrijkste leiders van die beweging moet zijn. Met de tweede brief heeft Rombouts een artikel aan Vrij België gestuurd, waarin hij pleit voor de splitsing van het leger in Vlaamse en Waalse regimenten. De zaak wordt gerapporteerd. Leden van de Sûreté Militaire doen een huiszoeking in zijn kamer maar vinden niets. Het is vermoedelijk geen toeval dat Rombouts op 24 april 1917 benoemd wordt tot vertaler op het hoofdkwartier van zijn divisie.

bron : Daniel Vanacker, De Frontbeweging – Vlaamse strijd aan de Ijzer, De Klaproos

CensuurLeestMee_1917