dure frieten aan het front

Raoul Snoeck komt op 1 juni 1917  terug van oefeningen en merkt dat logement van zijn kameraden en hemzelf in brand staat.

Een triestige dag. Na de oefeningen keer ik met mijn bataljon terug naar ons logement. We merken een dikke rookwolk en snellen erheen : de hoeve waar we verblijven, brandt als een strovuur. We hollen er heen als gekken in de hoop nog iets uit de vlammen te redden, maar komen te laat. De inboedel is volledig vernietigd en we zijn alles kwijt. Ik verlies kostbare herinneringen : foto’s van thuis, onderscheidingen, een deel van mijn oorlogsverslag. Door onachtzaamheid (ik verlaat anders nooit het logement zonder mijn geld mee te nemen) heb ik mijn portefeuille in de koffer laten liggen. Ik doorwoel mijn zakken en vind een potemonnee met vijf frank vijfenveertig. En over veertien dagen moet ik naar de CISLAI vertrekken (Centre d’Instruction pour Sous-Lieutenance Auxiliaire d’Infanterie).

Verslag van het onderzoek. Terwijl we op oefening waren, golfaanvallen uitvoerden en water en bloed zweetten (het was snikheet), waren artilleriesoldaten die het lokaal met ons delen, frieten aan het bakken. Daarbij is de frietpot omgekanteld op de gloeiende kolen. Vlammen schoten omhoog tot tegen het strodak dat kurkdroog was want het heeft al in vier, vijf weken niet meer geregend. Die frieten zijn duurder dan in de Gentse Donkersteeg !

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju & Zoon

BelgischeFrieten

 

Ontmoeting van wapenbroeders in Parijs

Raoul Snoeck is in Parijs waar hij een oude kameraad ontmoet.

17 mei 1917. Sinds twee dagen ben ik in Parijs. Vandaag heb ik Freddy Lecluse bezocht. ’s Namiddags zijn we samen naar Garche geweest. Op de heuvel vinden we een dure herberg met slechte wijn. Het weer is heerlijk. In de tuin schommelen vrouwen onvermoeibaar heen en weer. Sommigen nemen de voorzorg hun rok vast te spelden, maar dan wel boven de knieën om ons hun onberispelijk mooie benen te laten zien. Oh, die vrouwen ! We keren naar huis terug met een lege maag langs een stille welriekende lommerrijke dreef. Aan de hemel staan heel veel sterren.

20 mei 1917. Ik neem afscheid van Freddy. Met beklemd hart verlaat ik hem. Ah ! Bob de Béthune en Freddy, twee echte vrienden. Morgen lig ik opnieuw aan de ketting. Zou de trein niet kunnen ontsporen voor mij alleen ?

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju & Zoon

RaoulSnoeck_FreddyLecluse1917.jpg

huiselijke sfeer achter het front

Raoul Snoeck geniet van de rust achter het front en noteert op 10 mei 1917 het volgende in zijn dagboek

Nog altijd in Stavele. Ik heb het genoegen kennis te maken met de heer en mevrouw Recour, brave mensen die tijdens de oorlog vele soldaten geholpen hebben. Mevrouw heeft me welwillend ontvangen en een kamer ter beschikking gesteld. Keer ik uit de loopgraven terug, dan kan ik me daar wassen en me op mijn gemak verzorgen. Elke avond komen we bijeen : Fernand Batta, Jacques de Béthune, Binche Hoebeke, Hollemans en ik. Anderen komen ons dikwijl gezelschap houden. Die huiselijke sfeer, de gedekte tafel, een weinig comfort en vriendelijke woorden geven ons de illusie thuis te zijn. Er staat onder meer een oude piano. We zingen onder meer “sluit je lieve ogen” in twee of drie stemmen. Sommigen vallen buiten de toon maar wat voor belang heeft dat ? De uren die we in dit aangename verblijf doorbrachten, kunnen tot de zonnigste herinneringen in ons pijnlijke bestaan worden gerekend.

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju & Zoon

RaoulSnoeck_Stavele_19170510.jpg

 

een Duitse krijgsgevangene in Lettenburg

Dokter Lievens is op de avond van 27 mei 1917 in de medische divisiepost in Lettenburg. Daar wordt een Duitse soldaat gewond binnen gevoerd na een overval op een Duitse luisterpost.

Ik verzorg en ondervraag hem. Hij heet Friedrich Papenberg, is 42 jaar en hoort tot de 387e Landsturm. Hij was twee jaar in Charleroi, waar hij tot de lokale politie hoorde. Nog maar twee dagen geleden was hij naar ons front gestuurd, waar hij deel uitmaakte van het peloton op de stelling Kloosterhoek. Hij werd getroffen op het ogenblik dat de Belgen binnenvielen en hij weet niet wat er met zijn wachtcollega is gebeurd.

Hij is erg verzwakt door het traject doorheen de inundatie. Nochtans levert hij een zichtbare inspanning om onze vragen te beantwoorden. Rechts van hen is de sector door marinetroepen bezet en links door een Landsturmregiment net als dat van hem. De beschietingen van 24 mei op Vicogne hebben niet de gewenste resultaten opgeleverd.  Er vielen geen dodelijke slachtoffers en de schuilplaatsen werden niet volledig vernietigd. Daarentegen waren de Duitse verliezen in Diksmuide zwaar als gevolg van het gebruik van torpedoprojectielen. (…)

Het nieuws dat zijn vrouw in Hannover hem laat weten, deugt niet : ze krijgen een beetje slecht zwart brood, geen aardappelen en weinig vlees. Hij toont een postkaart waarop zijn vrouw hem gelukwenst met zijn verjaardag en dat is juist vandaag. Zij hoopt dat ze volgend jaar die dag samen kunnen vieren en dat de goede God hem mag sparen tot het einde van de oorlog.

Dan begint de gewonde man te snikken en met ogen vol angst vraag hij “Komm ich wieder gesund ?”. Hij wordt naar Sint-Jansmolen (Lampernisse) geëvacueerd. Ik blijf in Lettenburg tot de 31e mei.

bron : André Gysel, Dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo

DuitseSoldaatKrijgsgevangen01.jpg

 

Grote drukte in de lucht boven Veurne

In Veurne is er behoorlijk wat gedruis in de lucht, noteert schoolmeester Jozef Gesquière op 31 mei 1917.

’s Avonds om klokslag 10 uur stijgt een van onze geallieerde vliegers op. Het toestel moet een van de grootste modellen zijn, wellicht een met twee motoren, gezien het geweldige gerond dat het laat horen.

Anderen volgen en het wordt een aanhoudend gebrom in de lucht. Weinig later ratelen mitrailleurs en machinegeweren. Er moeten dus ook vijandelijke vliegers in de lucht zijn. Misschien een luchtgevecht in volle nacht ? Slaap dan maar met zo’n lawaai boven u !

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
De tekening hieronder komt uit de stripreeks “de piloot met de edelweiss”.

PilootEdelweiss20170531B

Luchtacrobatie boven Ijzerfront

Dokter Lievens noteert het volgende in zijn dagboek op 26 mei 1917.

Wacht Noord. Op 26 mei maak ik tegen de middag onder een lekker zonnetje een toch langs de kleine posten en luisterposten en neem foto’s die nog interessant beloven te zijn. In de namiddag nemen onze vliegtuigen een reeks vernietigingen van vijandelijke constructies voor hun rekening. Ze worden met ongehoorde hevigheid bestookt en wel twintigmaal heb ik de indruk dat ze worden geraakt door de ontelbare shrapnels die in hun omgeving ontploffen. Maar onze piloten raken erdoorheen met een stoutmoedigheid gekoppeld aan een wonderlijk toeval.

Na een uur schermutselingen zijn de Duitsers door hun voorraad heen en moeten ze noodgedwongen onze vermetele piloten ongestraft laag over hun linies laten vliegen. De Duitse woede uit zich dan in karabijnschoten en mitrailleurgeratel. Als toetje bezorgen onze piloten hen wat spektakel door loopings en plotse koersveranderingen uit te voeren, wat de Duitsers, als ze positief zijn, toch moeten bewonderen.

bron : André Gysel, Dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo

Onderstaande tekening is van Romain Hugault, de piloot met de edelweiss

PilootEdelweiss20170529.jpg

Rouw in de compagnie

Gaston Le Roy noteert op 28 mei 1917 het volgende in zijn dagboek.

Rouw in de compagnie. Wij verliezen de heer Delannoy, onze geliefde kapitein, geliefd om zijn rechtvaardigheid.

Piloten die bij dit prachtige weer de streek overvlogen, gooiden enkele bommen, waarvan er één onze kapitein en onze chef-kok doodde. Nog anderen kwamen om het leven of raakten gewond (Fortem). Dit is het onbegrijpelijke van het noodlot : je hebt al zoveel beschietingen doorstaan in de eerste lijn en dan word je dodelijk getroffen tijdens de rustperiode, waarin je had gehoopt prettige dingen te beleven.

Ik sloop achterin binnen in het hospitaal en zag de gesneuvelde kapitein op een brancard liggen. In het kantonnement wordt over niks anders gesproken. De chef-kok ging zelden van zijn soepketel weg en zijn vriend, bij wie hij op bezoek was, is eveneens dood. John, de hond van de kapitein, loopt te treuren en is links en rechts op zoek naar zijn verloren meester.

Bron : André Gysel, Gaston le Roy – dagboek van een Vlaamse oorlogsvrijwilliger, Lannoo

De tekening hieronder is “tombes de camarades” van Jean Lefort.

JeanLefort_TombesdeCamarades.png

Gothas boven Londen

Zestien Duitse Gotha-bommenwerpers luiden op 23 mei 1917 een nieuw tijdperk in wanneer ze Londen aanvallen vanuit hun Belgische bases. De duisternis verijdelt de aanval maar de Gothas droppen hun bommen meer naar het oosten waarbij zo’n 100 Canadese soldaten het leven laten in hun militaire basis.

De Gotha heeft een driekoppige bemanning en kan 128 km per uur halen, 4600 meter hoogte bereiken en 300 kg bommen vervoeren. De verdediging bestaat uit twee of drie mitrailleurs. In 1914 begint men het vliegtuig te ontwikkelen en in januari 1915 gaat het prototype de lucht in. In april 1917 vallen Gotha’s Engeland aan vanuit hun bases in België. Hun doelwit is Londen in de operatie Türkenkreuz (Turks kruis).

De eerste aanvallen bereiken een hoogtepunt als veertien Gotha’s overdag centraal Londen bombarderen en 160 mensen in één keer doden op 13 juni 1917. Hoewel diverse Britse gevechtsvliegtuigen de indringers te lijf gaan, wordt er geen enkele neergeschoten.

De Britten versterken hun luchtafweer rond de hoofdstad en de Gotha’s zijn genoodzaakt bij duisternis aan te vallen. Tussen september 1917 en mei 1918 voeren de bommenwerpers negentien nachtelijke aanvallen op Londen uit. Daarbij worden 830 mensen gedood en meer dan 1900 gewond. Zestig Gotha’s storten neer maar weinige worden geraakt door het Britse afweergeschut. De Britten overwinnen de dreiging van de Gotha’s door een bommenoffensief te lanceren op de Gotha-bases in België.

Het schilderij hieronder heeft de titel “Gothas over London” en is van Marii Chernev.

bron : Ian Westwell, 1914-1918 – de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

GothasOverLondon_MariiChernev.jpg

 

hospitaal l’Océan opent de deuren

Grotendeels gefinancierd met steun van het Amerikaanse Rode Kruis opent op 20 mei 1917 in Vinkem (Veurne) het hospitaal l’Océan. Tot september 1917 werkt het deels in tenten terwijl arbeiders houten paviljoenen bouwen voor het definitieve hospitaal.

Hospitaal l’Océan blijft werkzaam tot 15 oktober 1919 en behandelt in die periode bijna 9500 patiënten, zowel militairen als burgers. Achteraf gezien was de meest beroemde patiënt Joe English. Die Vlaamse frontsoldaat en ontwerper van de heldenhuldezerkjes overlijdt hier op 31 augustus 1918 aan een blindedarmontsteking.

Toeristische tip : een gedenksteen (Joe Englishstraat 3 te Vinkem) verwijst naar de locatie van legerhospitaal l’Océan. Dichtbij staat de heldenhuldezerk van Joe English. In de nabijheid ligt ook hoeve De Torrelen, waar hoofdgeneesheer Antoine Depage van l’Océan verbleef.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Ocean

oorlogswinst

Louis Barthas maakt de volgende bedenking in zijn dagboek :

We kwamen in de buurt van een enorm munitiedepot van de artillerie. Er waren duizenden en duizenden granaten van elk kaliber opgestapeld, als monstrueuze insectenlarven die op een dag als een wolk van vuur en zwavel zouden wegvliegen.

Eén ding staat vast : met elk offensief verrijkten zich de munitiefrabrieken. Hier lag voor verschillende miljoenen francs aan munitie. Anatole France schrijft terecht :”Men denkt te sterven voor het vaderland maar men sterft voor de industriëlen.”.

Het was onbegrijpelijk dat de Duitsers nog nooit één enkel kanonschot op het munitiedepot hadden gelost en dat nog geen enkel vliegtuig ooit een bom had laten vallen. En toch lg het depot op de route van de Duitse vliegtuigen die dikwijls overvlogen om Châlons-sur-Marne en Mourmelon te bombarderen.

Je zou bijna denken dat er in deze vernietigingsoorlog der volkeren een stlzwijgende overeenkomst bestond om de munitie van de tegenpartij te sparen.

bron : Louis Barthas, oorlogsdagboeken, uitgeverij Bas Lubberhuizen

ObussenVoorraad