de vier dagen van de Fray Bentos

Precies om 4u45 in de ochtend van 22 augustus 1917 lanceren Britse troepen een gecombineerde tank- en infanterieaanval op de Duitse stellingen op de strategisch belangrijke Hill 35, nabij Sint-Juliaan (Langemark). De Duitsers willen koste wat het kost hun prima uitzicht vanaf deze heuvel behouden en verdedigen hem dan ook fel met mitrailleurvuur. Toch slagen de Britten er met hun twee per twee opererende tanks al snel in om de vijandelijke voorposten te verdrijven.

De bemanning van tank F.41 (Fray Bentos) speelt een bijzondere rol. De tank komt vast te zitten en kan vooruit noch achteruit, maar ze beschikt wel nog over al haar vuurkracht. Vier dagen houdt de bemanning het uit in de tank, iedere vijandelijke aanval afslaand. Even krijgen ze zelfs te kampen met vuur uit eigen rangen. Tijdens de nacht van de vierde dag slaagt de bemanning erin om de tank te verlaten en zonder bijkomende kwetsuren weer de eigen rangen te bereiken.

De tekening hieronder komt uit de graphic novel van Ivan Petrus Adriaenssens, de laatste Braedy

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Adriaenssens_LastBraedy_FrayBentos

laatste werkdag van Nellie Spindler

In België liggen slechts twee vrouwelijke Britse oorlogsslachtoffers begraven. Eén van hen is de 26-jarige Nellie Spindler die op 21 augustus 1917 om het leven komt terwijl ze aan het werk is in veldhospitaal 44 in de Brandhoek. Omdat het spoorlijntje waarlangs de gewonden weggevoerd worden, onbruikbaar is wegens beschietingen, gebeurt hun transport per ambulance over wegen in slechte toestand. Tijdens een van die transporten treft een granaat Nellie en twee van haar mannelijke collega’s.

Haar begrafenis ’s anderendaags wordt bijgewoond door vier generaals, de generaal-majoor-arts, een honderdtal officieren en talloze andere manschappen.

Toeristische tip : Nellie Spindler ligt begraven op Lijssenthoek Military Cemetery, Boescheepseweg, Poperinge. Ze is er het enige vrouwelijke oorlogsslachtoffer tussen bijna elfduizend mannen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

NellieSpindler.jpg

niet op het appel voor de werkopdracht

Soldaat Herbert Morris verdwijnt op 20 augustus 1917 tijdens een werkopdracht. Samen met anderen van zijn bataljon moet hij munitie leveren aan een artilleriegeschut op een paar honderd meter van het front in Poperinge. ’s Anderendaags duikt hij op in Boulogne, zonder wapen, maar met zijn helm nog op wijn hoofd.

Herbert Morris die opgroeide in Jamaïca, nam op 16-jarige leeftijd vrijwillig dienst in het leger en kwam terecht in het British West Indies Regiment, een eenheid met vooral zwarte soldaten. Aan het front opereren ze als een werkeenheid, ze nemen dus niet werkelijk deel aan de gevechten.

Op 7 september veroordeelt de krijgsraad hem tot de dood met de kogel. Net als tal van anderen brengt hij zijn laatste uren door in de dodencel op de binnenplaats van het stadhuis van Poperinge. Daar staat ook de executiepaal waaraan hij vastgebonden wordt, vroeg in de ochtend van 20 september 1917. Hij krijgt een wit kartonnetje ter hoogte van zijn hart… Om 6u10 klinken de schoten.

Toeristische tip : de binnenplaats van het stadhuis van Poperinge is heringericht compleet met dodencellen en executiepaal.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

executie van John King

In Steenwerck (noord-Frankrijk) executeren Nieuw-Zeelandse manschappen op 19 augustus 1917 soldaat John King, een 22-jarige Nieuw-Zeelander van Australische afkomst die vrijwillig in dienst was getreden. Hij ligt begraven op Trois Arbres Cemetery in Steenwerck (6 kilometer van Bailleul). John King rust hier reeds als het dorp op 10 april 1918 in Duitse handen valt.

In 2007 keurt de Nieuw-Zeelandse regering de Pardon for Soldiers of the Great War Act goed, waarmee ze een laatste eer bewijzen aan soldaten die bij wijze van voorbeeld geëxecuteerd waren. De regering wenst daarmee uit te drukken dat hun veroordeling onrechtvaardig is. Zeven jaar later is een delegatie in Steenwerck om daar het eerherstel van John King aan te kondigen.

Op Trois Arbres Cemetery (Steenwerck, Frans-Vlaanderen) rusten 1074 manschappen uit het Gemenebest onder wie 213 Nieuw-Zeelanders en 470 Australiërs. Vier van hen zijn zogenaamde shot at dawns (geëxecuteerd in de ochtend wegens desertie).

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

ShotAtDawn

elfde slag aan de Isonzo

De Italiaanse opperbevelhebber generaal Luigi Cadorna beveelt zijn troepen de elfde slag aan de Isonzo te lanceren op 18 augustus 1917. Twee Italiaanse legers zullen de aanval uitvoeren. Het 2e leger onder generaal Luigi Capello valt aan te noorden van de stad Gorizia, terwijl het 3e leger van de hertog van Aosta oprukt in het zuiden tussen Gorizia en Triëst. De Italiaanse troepen tellen 52 divisies gesteund door 5000 stuks artillerie.

Het 5e leger van generaal Svetozar Bojorevic von Bojna roept de opmars van de hertog van Aosta al gauw een halt toe maar de Italianen boeken grotere winst in het noorden. Daar verovert het Italiaanse 2e leger het Bainsizza-plateau. De Italianen lijden grote verliezen : ongeveer 166.000 soldaten worden gedood, gewond of gevangen genomen. Aan Oostenrijks-Hongaarse zijde vallen 85.000 slachtoffers. De Oostenrijks-Hongaarse bevelhebbers menen echter dat hun troepen op het punt staan in te storten en vragen het Duitse opperbevel versterking te sturen om het front te stabiliseren.

bron : Ian Westwell, 1914-1918 de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

Isonzo_agosto1917

nieuwe U-bootbunkers in Brugge

In augustus 1917 begint de Hafenbau Division in Brugge met de constructie van een kolossale groepsbunker voor U-boten. Het is de bedoeling om een reusachtige stalling tegen het wateroppervlak te creëren waar U-boten beschut naast elkaar kunnen liggen. Er worden acht aparte overdekkingen gebouwd. Een stalling heeft een diepte van 62 meter en een breedte van 8,8 meter. Kleine en middelgrote duikboten passen er volledig in, bij boten van de grotere UB-III-klasse steekt een deel van het achterschip buiten de beschutting.

De bouw van de U-bootbunkers wordt uitgevoerd aan het einde van het noordwestbekken en neemt zeven maanden in beslag. Om werk uit te sparen zetten de Duitsers de voor de oorlog begonnen graafwerkzaamheden aan het dok voort.

bron : Tomas Termote, Oorlog onder water, Davidsfonds

Brugge_Ubootbunker02

 

Harry Patch gewond aan de Steenbeek

Vroeg in de ochtend van 16 augustus 1917 steekt het bataljon waartoe de 19-jarige Harry Patch behoort, de Steenbeek over en maakt zich klaar Langemark te heroveren. Bij die gevechten raakt Harry zwaargewond en verliest drie van zijn beste vrienden.

In 2008 komt de dan 110-jarige Harry Patch een laatste maal terug naar die plek bij de Steenbeek. Hij onthult er een zelfbetaalde gedenksteen ter ere van zijn gevallen strijdmakkers en van een hele generatie oorlogsslachtoffers. Als Harry Patch in 2009 op 111-jarige leeftijd overlijdt, is hij de laatste overlevende soldaat die gevochten had in de eerste wereldoorlog.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

HarryPatch

de namenlijst van de Menenpoort

De datum 15 augustus 1917 bepaalt of de namen van vermiste militairen uit het Britse Gemenebest al dan niet op de Menenpoort in Ieper staan. Op de muren van deze indrukwekkende poort is er alleen maar ruimte voor hen die sneuvelden voor 15 augustus 1917. De namen van de manschappen die daarna sneuvelden, zijn gegraveerd in de boogvormige muur om Tyne Cot Cemetery in Passendale. 

De Menenpoort is zonder twijfel het belangrijkste oorlogsmonument in Flanders Fields. Via deze poort trokken duizenden manschappen naar de slagvelden. Een eindeloos aantal keerde nooit weer. Sinds 11 november 1929 weerklinkt hier dagelijks de Last Post om 20 uur.  

Toeristische tip : in de wandelbox Flanders Fields (Davidsfonds) vind je een routebeschrijving , een kaartje en andere nuttige informatie voor een wandeling die je langs de belangrijkste oorlogsmonumenten van het centrum van Ieper leidt. 

Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds 

menin-gate-memorial

China in oorlog met Duitsland

Op 14 augustus 1917 verklaart ook China de oorlog aan Duitsland. Niet zozeer om een Duitse nederlaag te bevorderen, maar in de eerste plaats om zichzelf een plaatsje aan de onderhandelingstafel te bezorgen bij toekomstige vredesbesprekingen. Zowel China als Japan hopen zo het betwiste Shantung-schiereiland aan de Chinese oostkust in bezit te krijgen.

China is niet bereid reguliere troepen naar het front in Europa te zenden, maar staat nu wel officieel toe dat arbeiders gerekruteerd worden voor taken achter het front. Chinese arbeiders leggen wegen aan en herstellen ze, graven loopgraven, voeren allerhande bouw- en constructieactiviteiten uit, laden en lossen… Velen hebben een contract dat loopt tot in 1919 of zelfs begin 1920. Na de oorlog helpen ze bij de aanleg van oorlogskerkhoven en het opruimen van slagvelden.

Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Illustrated_War_News-Chinese004

 

 

De laatste dag van kapitein Symes

EdwardDouglasSymesDe Britse kapitein Edward Symes (London Regiment) komt op 13 augustus 1917 om het leven tijdens een gevaarlijke opdracht in Glencorese Wood, het zuidelijke deel van de Nonnebossen in Zonnebeke. In het kapotgeschoten landschap van de Ieperboog zijn er nauwelijks of geen herkenningspunten meer.

De enige manier om een vijand in dekking te lokaliseren, is heel langzaam vooruit te trekken tot je zo ongeveer tegen hem aanloopt. Bij dit soort van manoeuvers is de dodentol zo mogelijk nog hoger dan bij gewone oorlogvoering. Kapitein Symes sneuvelt terwijl hij met zijn manschappen een reeks voorposten tracht uit te zetten. Hij rust nu voor altijd op Hooge Crater Cemetery.

Op Hooge Craater Cemetery (Meenseweg, Zillebeke) rusten bijna zesduizend militairen uit Groot-Brittannië en het Gemenebest.

Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds