Gaston Le Roy komt toe aan het Ijzerfront

Na maanden van militaire training in Normandië komt Gaston Le Roy eindelijk toe aan het front. In zijn dagboek beschrijft hij zijn vertrek uit Frankrijk als volgt.

15 augustus 1915 : Gelukkige dag. Met 150 man trekken we naar het front. Gelaarsd en gespoord begeven we ons om 3 uur in de morgen naar het station, toegejuicht door enkele burgers die zich op dit uur verwaardigen ons vertrek bij te wonen. Om 4 uur, na een laatste vaarwel aan de drie vrienden en de oversten die blijven en ons “goede moed” en “veel geluk” toewensen, komt de trein in beweging.

Een beschrijving van die dag zou bladzijden vergen. We reizen door vreemde streken, zien veel en maken veel plezier. Foligny, Coutances, Belvoil, Saint-Lô, Bayeux, Lisieux, Caen, Rouen, allemaal namen die ik me nog herinner. In Rouen stoppen we om te middagmalen. De wagons worden met allerlei groen versierd. We zingen, roepen en juichen als kinderen. ’s Avonds zijn we hees. (…)

16 augustus 1915 : Het is vroeger klaar dan ik heb verwacht. De trein stoomt maar verder. Tegen de middag komen we in Calais aan en worden er verder bevoorraad. We rijden Duinkerke voorbij tot in Adinkerke. Eindelijk zijn we terug op eigen bodem. Nog een lange mars en we bereiken houten barakken, waar we de nacht zullen doorbrengen. (…) Jammer dat wij “Bréhalais” (Gaston Le Roy had zijn training in Bréhal gekregen samen met zijn kameraden). niet bijeen mogen blijven. Wij worden over verschillende regimenten verdeeld.

17 augustus 1915 : Ik ben dus bij het 7e linieregiment van de 2e legerafdeling, 4e compagnie, 2e peloton, 2e sectie. Ze wachten er niet mee om ons op de proef te stellen. Vanavond trekken we naar de vuurlinie. We zijn natuurlijk erg nieuwsgierig. Traag gaat de dag voorbij.

Om 18u30 trekken we op, beladen met een zware rugzak. Drie uur hebben we nodig om bij de frontlijn te geraken. Het is pikdonker, dus onmogelijk ons voor te stellen hoe het eruit ziet. Heel stil. We kruipen in een soort kamertje, wat ze een abri noemen. Ik verneem dat het heel kalm is. We hoeven geen schot te lossen en bevinden ons op 2 km van de vijand. Sector Lo.

bron : André Gysel, Gaston Le Roy – dagboek, Lannoo

Vertrek Belgische recruten richting front

Vertrek Belgische recruten richting front

Raoul Snoeck heeft verlof in Paname

Raoul Snoeck  was de voorbije dagen op verlof in Parijs. In het soldatenjargon spreken ze van Paname, naar de Panamahoed die in die dagen heel populair was in Parijs.

8 augustus 1915 : Geluk ! Voor de eerste keer sinds het begin van de oorlog, vertrek ik met verlof naar Parijs (naar Paname zeggen wij in het soldatenjargon).

14 augustus 1915 : Terug in de gevechtszone. Ik heb vijf dagen achter het front doorgebracht en met verrukking genoten van de ontspanning die me gegund werd. Ik ben nog onder de indruk van de hartelijke en warme ontvangst, die me te beurt viel bij onze vrienden Bruneau. Zulke lieve mensen !

bronnen

Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, Snoeck-Ducaju & zoon

De tekening hieronder komt uit het stripalbum van Kris & Maël, Moeder Oorlog – derde aanklacht

MoederOorlog_3eAanklacht_01

Antwerpen draagt nog de sporen van de gevechten

Antwerpen is eveneens zwaar getroffen, stelt schrijfster Virginie Loveling vast, zowel de haven als de stad. Op 13 augustus 1915 noteert ze het volgende in haar dagboek.

Aan de dokken doodse eenzaamheid, geen stoombootschoorsteen, geen zeilen, geen koordenladders, geen mastenvlaggen, geen gerol van tonnen, geen wagens die af en aan rijden, geen gewemel van arbeiders, geen laden of lossen van koopwaren…

Daarna door het verwoeste deel van Antwerpen gereden : de Beddestraat, de Schoenmarkt… Hele rijen huizen waar winkels waren, niets dan steen- en kalkgruis, overal gevels beschadigd en ruiten met grote zigzagsprongen in. Men toont ons een grote open plek : daar was de drukkerij van de Métropole, een anti-Duits blad. Moedwillig werd het in brand gestoken en ten gronde gericht.

Antwerpen - Schoenmarkt

Antwerpen – Schoenmarkt

De Russen verlaten Warschau

Aan het oostfront schuift de frontlijn in augustus 1915 sterk op naar het oosten, ten nadele van de Russen. Eén van de eerste gevolgen is dat ze Warschau moeten verlaten onder Duitse druk. In het dagboek van Sophie Botjarski, een Russische verpleegster, lezen we het volgende op 7 augustus :

Warschau was ingesloten door een hoefijzer van vuur en rook. Ons leger had tiçjdens de terugtocht vuren aangestoken, en een wijde, ongelijkmatige strook van vernietiging omsloot bijna de hele stad. We zagen de opening waar we langs moesten, en de geur van brandend hout bereikte onze neusgaten. Het was heel stil, in de lucht zweefden enkele rookwolken van exploderende granaatkartetsen.

Samen met een vriendin en een transportofficier wandelt ze naar de rivier en ze zien dat er loopgraven zijn aangelegd aan de oever. Een officier komt door de zomerduistern,is naar hen toe en vertelt dat de Duitsers naderbij komen. De bruggen over de Weichsel zullen heel gauw opgeblazen worden. Rond een uur of vijf sluiten ze zich aan bij de massa’s die Warschau verlaten. Om een uur of drie ’s middags bereiken ze Novominsk, waar het Botjarski en de anderen lukt om twee uur te slapen. Daarna worden ze gewekt. Tegenorder. De eenheid moet terug naar het westen om op een punt halverwege naar Warschau een veldhospitaal op te zetten. Maar dan zijn de Duitsers ondertussen al in Warschau toegekomen.

bron : Peter Englund, de schoonheid en het verdriet van de oorlog, Spectrum

Duitse intrede in Warschau 1915

Duitse intrede in Warschau 1915

Duits applaus voor een Frans soldaat

Herbert Sulzbach is sinds begin augustus 1915 terug aan het front na een tijdje in het hospitaal gelegen te hebben. Hij maakt deel uit van een artilleriebataljon gelegen in Evricourt (Picardië). En één van de eerste dagen dat hij terug aan het front is, gebeurt er iets bijzonders dat hij in zijn dagboek noteert.

Op een van die door sterren verlichte zomernachten kwam een soldaat van de Landwehr naar luitenant Reinhardt en zei: “Luitenant, het is die Fransman weer die zo mooi zingt.”. We stapten uit de schuilplaats in de loopgraven, en ongelooflijk maar waar, daar weerklonk een schitterende tenorstem die de nacht opvrolijkte met een aria van Rigoletto. De ganse compagnie stond in de loopgraven te luisteren naar de “vijand”, en toen hij gedaan had met zingen, applaudisseerden ze allemaal zo luid dat die brave Fransman het zeker gehoord moet hebben en ongetwijfeld ontroerd was op een of andere manier, net zoals wij ontroerd waren door zijn gezang.

Wat een merkwaardig contrast ! Je vuurt op mekaar, je maakt mekaar af, en dan plots begint een Fransman te zingen, en die muziek doet ons de ganse oorlog vergeten : muziek overbrugt blijkbaar alle verschillen.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword military

Onderstaande tekening komt uit de stripreeks “Moeder Oorlog” van Kris & Maël. Jammer genoeg heb ik de Franse versie niet gevonden. Het zou beter gepast hebben bij dit artikel.

uit Moeder Oorlog, 2e aanklacht van Kris & Maël

uit Moeder Oorlog, 2e aanklacht van Kris & Maël

Landing in de baai van Suvla

Begin augustus 1915 zitten de Britten nog steeds klem op de 2 bruggenhoofden Kaap Helles en de Anzac-inham. Twee uitbraakpogingen van luitenant-generaal Aylmer Hunter-Weston – de slagen om het Gully ravin en de berg Achi Baba – hebben geen resultaten opgeleverd voor de Britten. Er zijn alleen heel wat soldaten gesneuveld : 8.000 Britsen en 24.000 Turkse militairen. Hunter-Weston is terug naar het thuisland gestuurd en opgevolgd door generaal Street.

Op 6 augustus 1915 landen Britse troepen in de baai van Suvla om een derde bruggenhoofd te vormen, ten noorden van de Anzac-inham. Vanuit die twee bruggenhoofden moeten de troepen de heuvelrug Sari Bair in een gecombineerde actie veroverd worden om ze aan elkaar te linken. Liman von Sanders weet al weken van tevoren dat er nieuwe invasieplannen klaar zijn, alleen kent hij de precieze plaats niet. Hij verspreidt zijn divisies zodanig dat er geen Turken in de buurt van de baai van Suvla liggen. Voor het leidinggeven aan de landing wordt sir Frederick Stopford aangewezen, een al wat oudere man die eerder dienst had gedaan als ceremonieel luitenant bij de Tower van Londen, en die geen gevechtservaring heeft. Dit nadeel wordt nog vergroot door het feit dat generaal Street bij Kaap Helles en generaal Birdwood in de Anzac-inham niet weten wat hun rol nu precies inhoudt. Beide generaals doen vanuit hun bruggenhoofd uitbraakpogingen maar zonder al te veel succes. De ANZAC-troepen veroveren wel de top van Chunuk Bair op 8 augustus 1915, maar Turkse soldaten onder leiding van Mustafa Kemal doen een tegenaanval en verdrijven de ANZAC-soldaten terug.

De landing bij de baai van Suvla is wel een succes. Slechts gehinderd door wat sluipschutters, komen 20.000 manschappen vlot aan land. Generaal Stopford wacht echter met het aanvallen van de heuvels tot de avond invalt en er wordt geen poging gedaan de heuvelrug van Tekke Tepe in te nemen. Stopford had geen idee hoe zwak de Turken in de buurt vertegenwoordigd zijn en is al blij met het consolideren van zijn positie in de plaatselijke heuvels. Sir Ian Hamilton, de opperbevelhebber over de strijdkrachten in dit gebied, probeert Stopford wel tot daden te bewegen, maar dat gebeurt pas als hij ter plekke komt op 8 augustus 1915. In die tussentijd geeft Liman von Sanders kolonel Mustafa Kemal de opdracht om de baai van Suvla af te sluiten. In zijn eigen energieke stijl doet kolonel Kemal wat van hem verwacht wordt. De Britten zijn dus weer gestopt, al bezitten ze nu een derde bruggenhoofd.

Suvla_landing_1915

de vergeten Duitser van Wervik

Luitenant Wolfgang Kühne komt op 6 augustus 1915 om het leven – wellicht in de buurt van Wervik – niet tijdens een gevecht, maar bij een ongeluk. Zijn collega’s bezorgen hem een laatste rustplaats op het stedelijk kerkhof.

Op het ogenblik dat de Duitse troepen Wervik bezetten, in de herfst van 1914, was het nieuwe kerkhof nog maar net in gebruik genomen. De Duitsers besluiten om het kerkhof ook zelf te gebruiken en geven het een nieuwe naam : Ehrenfriedhof nr 65 Wervik-Nord. Als de oorlog voorbij is, nemen de Duitse graven ongeveer de helft van de oppervlakte van het kerkhof in.

Toeristische tip : op de Stedelijke begraafplaats (Komenstraat 83, Wervik) is er een eeuw later nog slechts één enkel Duits graf, dat van Wolfgang Kühne. In 1915 werden alle Duitse graven gecentraliseerd op enkele grote begraafplaatsen (Vladslo, Langemark, Menen) maar Wolfgang Kühne werd vergeten.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Vladslo

Vladslo

Herbert Sulzbach gaat terug naar het front

In het vorige bericht (lees hier) was Herbert Sulzbach uit het hospitaal ontslagen en had hij een aantal dagen verlof gehad in Frankfurt. Maar begin augustus 1915 gaat hij terug naar het front. In zijn dagboek lezen we het volgende.

30 juli 1915 : Op de trein naar het westelijk front. De commandant van onze artilleriebatterij is luitenant Reinhardt, geassisteerd door de luitenanten Becker en Bremshey. Onze kanonnen zijn getooid met de Duitse, Oostenrijkse en Turkse vlaggen. We reizen terug langs dezelfde weg die we op 2 september 1914 langs de Rijn hebben gevolgd en de “Rijnmeisjes” brengen ons eten aan de stopplaatsen.

31 juli 1915 : Luik, en daarna gaan we langs mijn dierbaar oude Namen en ook Maubeuge, waar ik de eerste zeppelinhangar zie in vijandelijk gebied. We verlaten de trein in Baboeuf.

1 augustus 1915 : Een gans jaar oorlog ! Wie zou dat gedacht hebben, een jaar geleden ? We brengen de dag door in onze kwartieren, die me doen terugdenken aan Les Petites Armoises. ’s Avonds rijden luitenant Reinhardt,  2 onderofficieren en ikzelf voorbij Noyon naar onze nieuwe posities nabij Evricourt. Ik heb nooit zo’n rustige artilleriepositie gezien. Daarna rijden we terug naar onze kwartieren.

2 augustus 1915 : We rijden terug naar Evricourt, door een idyllisch landschap, heuvels en valleien, kleine bossen en weiden – dit is Picardië. We rijden verder dan gisteren, laten de paarden achter en wandelen verder om onze nieuwe observatiepost in de infanterielinies te inspecteren. Het is wonderlijk om te zien dat in deze gevechtszone de mooie, kleine dorpen, die slechts deels zijn beschadigd, toch nog door de burgers bewoond worden.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword military.

Herbert Sulzbach in Picardië, zomer van 1915

Herbert Sulzbach in Picardië, zomer van 1915

oorlogsschip naar Hindenburg genoemd

Zowat anderhalf jaar voor het begin van de oorlog werd in Duitsland de kiel gelegd van een slagkruiser met de voorlopige naam Ersatz Hertha, dat wil zeggen ter vervanging van de Hertha. Niemand kon toen vermoeden dat het schip de naam zou krijgen van een generaal die toen al op pensioen was.

Kort na de aanvang van de oorlog roept het leger generaal Paul von Hindenburg terug uit pensioen. In enkele maanden tijd behaalt hij een aantal overwinningen, onder meer in Rusland en Polen, die hem tot de populairste generaals maken.

Op 1 augustus 1915 gaat de nieuwe slagkruiser Ersatz Hertha te water en krijgt de naam Hindenburg als dank voor de inzet en successen van de generaal.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

tewaterlating van de Hindenburg

tewaterlating van de Hindenburg

Duitse vlammenwerpers aan de Hooge Crater

Duitse troepen vallen op 31 juli 1915 Hooge Crater in Zillebeke aan, die reeds enkele weken onder Britse controle is. Manschappen van King’s Royal Rifle Corps verdedigen de stelling maar worden verdreven, onder meer omdat de vijand een nieuw wapen inzet : de vlammenwerper.

De Duitsers hadden de vlammenwerper enkele maanden eerder al uitgetest in Malancourt (Frankrijk) maar nu was de aanval grootschaliger en waren de vlammenwerpers al meer geperfectioneerd.

de Franse soldaat Louis Barthas maakte ook al eerder melding van een Duitse aanval met vuur : daarover lees je meer op [deze bladzijde].

Toeristische tip : ter nagedachtenis van de manschappen van het King’s Royal Rifle Corps die hier sneuvelden op 30 juli n 31 juli 1915 (en op 2 juli 1916 bij Sanctuary Wood) werd een gedenkteken geplaatst op de Meenseweg in Zillebeke ter hoogte van het huis met nummer 498 en tegenover de parking van pretpark Bellewaerde.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

DuitseVlammenwerper1915