Waaslandse boeren en de dodendraad

In het Waasland is het bewoners vanaf 7 september 1915 verboden om hun landerijen in het grensgebied op zondag te betreden. Het grensgebied is een drie kilometers brede strook vanaf de elektrische draad die de grens met Nederland afschermde.

Wie in dat gebied woont, in Stekene bijvoorbeeld, moet eerst een aanvraag indienen bij het gemeentebestuur. Met die aanvraag moet je dan naar Lokeren voor een tweede aanvraag en ten slotte naar het Abschnittskommando in Kemzeke voor een stempel in het paspoort.

de dodendraad in Klinge op de Belgisch-Nederlandse grens

de dodendraad in Klinge op de Belgisch-Nederlandse grens

Nagelen voor het Rijk met de ijzeren Hindenburg

In het centrum van Berlijn, op de Köningsplatz voor de Reichstag werken in de zomer van 1915 verschillende beeldhouwers aan een houten standbeeld van de “overwinnaar van Tannenberg”. Het beeld is 12 meter hoog, 26 ton zwaar en berekend op een nagellast van 30 ton. De veldheer staat er in uniform, hand op de sabel rustend, hoofd onbedenkt en met de blik in de verte. De plaats is niet toevallig gekozen, want staat vlak bij de zegezuil die de overwinning op de Fransen van 1870-1871 moet gedenken.

Begin september 1915, een paar dagen voor de verjaardag van de slag bij Tannenberg. viert men in aanwezigheid van de rijkskanselier de opening. Daarna heerst er bij de ijzeren Hindenburg een drukte zoals op een jaarmarkt. Schoolklassen komen langs, vaderlandslievende bewegingen en ook vrouwenverenigingen. Voor één mark mag men een nagel inkloppen in het houten standbeeld. Voor vijf mark krijgt men een zilveren nagel en voor 100 mark een gouden.

IjzerenHindenburg

Op 2 oktober 1915 viert men de 68e verjaardag van Hindenburg bij zijn houten standbeeld. In de Vossische Zeitung kan men dan het volgende lezen :”Het ganse Duitse volk weet wie Hindenburg is, meer als een veldheer, meer als een held : een beschermpatroon, een nationale heilige, naar wie we in blind vertrouwen opkijken”.

In mei 1918 is het houten standbeeld volledig benageld. Maar de offerbereidheid van de bevolking is dan ook bijna tot nul teruggezakt. Tot overmaat van ramp ging een van de initiatiefnemers, de vereniging “Luftfahrerdank” failliet. Daarmee was het grootste deel van het geld foetsie.

Na het einde van de oorlog wilde niemand de houten kolos nog hebben. Het beeld wordt in meerdere blokken gezaagd en als brandhout gebruikt. Enkel de kop van het beeld, bijna 2 meter hoog, blijft behouden en wordt in de nazitijd terug tentoongesteld. Tijdens een van de bombardementen van de tweede wereldoorlog vergaat ook de kop in de brand van het museumdepot.

bron : Guido Knopp, der erste Weltkrieg – die Bilanz in Bildern, Edel

Louis Barthas verdwaalt in Frans-Vlaanderen

Einde augustus 1915 zit Louis Barthas in een rustige frontsector in het departement Pas-de-Calais. Maar de rust duurt niet lang.

Op 27 augustus 1915 waren we in Sains-en-Gohelle. Dezelfde avond nog moesten we vertrekken naar de linies. Maar in de loop van de dag kwam een sensationeel tegenbevel. We moesten weg uit deze zone. Vertrek om 2 uur ’s nachts. (…)

Drie dagen later moesten we ’s middags op het station van Prenes-Camblain op de trein. De ransels vol met onverteerbare soldatenkoenen en blikken cornedbeef, genoeg voor drie dagen. (…)

De trein reed langs Hazebrouck en om acht uur ’s avonds stapten we uit in Bergues, zes kilometer van Duinkerken. We hoopten in Bergues te kunnen blijven maar tot onze grote ontgoocheling gingen we onmiddellijk verder in de donkere nacht door de eindeloze vlakten van Frans-Vlaanderen. Verder en verder.(…)

Het ronddwalende bataljon trok verder door de grote donkere vlakte. Tot overmaat van ramp begon het ook nog te gieten. De achterblijvers werden steeds talrijker en maakten van de duisternis gebruik om te kankeren. (…)

Voor de colonne uit marcheerde onze nieuwe majoor. Hij heette Leblanc. Klein, mager en ziekelijk als hij was, gaf een grapjas hem al vlug de bijnaam “Magere Hein”. Dat bleek een succes want de brutale soldaten zouden hem nooit meer anders noemen. Hij was onze gids, maar de man kon kaart lezen als een karper een brevier en hij vergiste zich voortdurend. (…)

Het resultaat was dat we midden in een stortbui om één uur ’s nachts in een veld stonden waar de weg ophield. Ik hoorde de majoor klagend toegeven:”Ik geloof dat we verdwaald zijn.”. Hij was er nog niet helemaal van overtuigd. Zijn ordonnansen moesten links en rechts een boerderij gaan zoeken waar hij met zijn officieren terecht kon. Wij mochten, edelmoedig als ze waren, vrijelijk gebruik maken van het modderige veld om daar in afwachting van de volgende dag te gaan liggen. We ontdekten vlakbij een grote schuur die de Voorzienigheid daar speciaal voor ons leek neergezet te hebben. De schuur was aan alle kanten open, het dak rustte op een paar oude balken in de grond. Vlakbij stonden een paar hooimijten. In een oogwenk waren ze uit elkaar gerukt en binnen een kwartier klonk uit de schuur luid gesnurk. Bijna het hele peloton sliep op een dik bed van hooi. Ik kan me niet herinneren in mijn leven ooit beter geslapen te hebben.

bron : Louis Barthas, oorlogsdagboeken, uit het Frans vertaald door Dirk Lambrechts, uitgeverij Bas Lubberhuizen

De tekening hieronder is van Léon Broquet, “La bourasque à Sillery”.

broquet_bourrasque

Victoria Cross op een graf in Kenia

Wilbur Dartnell

Wilbur Dartnell

Een zeldzaam Victoria Cross, een hoge Britse militaire onderscheiding, tref je aan op de grafsteen van Wilbur Dartnell, op een oorlogsbegraafplaats in het township Voi. Toch wel een ongewone plek om dat aan te treffen, zowat 150 kilometer landinwaarts van de Keniaanse havenstad Mombassa.

Wilbur Dartnell sneuvelt op 3 september 1915, samen met zeven anderen, tijdens een routinepatrouille te paard in de buurt van Maktau. De vorige dag had men de aanwezigheid van troepen uit Duits Oost-Afrika opgemerkt op een dag rijden, maar blijkbaar maakten ze snelle vorderingen.

De Britten krijgen het zwaar te verduren tijdens het gevecht en moeten zich terugtrekken. Luitenant Dartnell, gewond onder de knie, vraagt de manschappen die nog kunnen rijden, hem en de overblijvende gewonden achter te laten. Als de Britten later terugkeren, zijn de achtergebleven gewonden afgemaakt met de kogel of de bajonet.

bron : oorlogskalender 2014, 2018, Davidsfonds

Het fatale uur voor Jaak Verstraelen

Ook in Zondereigen, een gehucht van Baarle-Hertog in de provincie Antwerpen, maakt de elektrische afbakening slachtoffers, net zoals op zoveel andere plaatsen in het Nederlands-Belgische grensgebied. Al moet gezegd worden dat het hier niet gaat om een slachtoffer ten gevolge van contact met de draad.

JaakVerstraelen1915Het gezin Verstraelen bezit gronden aan weerszijden van de grens, wat mogelijkheden biedt om iets te regelen. Volgens het verhaal is er aan Nederlandse zijde een brief aangekomen van een zoon aan het front. Om die ongezien over te brengen gaan aan beide zijden van de grens twee zonen van de familie hooien en de brief aan elkaar doorgeven. Naar verluidt is er zelfs een regeling met een Duitse grenswachter om even een oogje toe te knijpen.

Blijkbaar vergist Jaak Verstraelen zich op 1 september 1915 van uur en houdt hij het bij het Belgische uur terwijl de Duitse grenswachters zich natuurlijk aan het Berlijnse uur houden. Daardoor is de grenswachter waarmee de afspraak is gemaakt al afgelost door een andere, minder bereidwillige grenswachter.  Als die Jaak Verstraelen naar de draad ziet stappen om de brief van zijn zoon in ontvangst te nemen, roept de soldaat nog “Stehen bleiben!”. Jaak Verstraelen loop echter door en wordt dan in de rug geschoten. Drie dagen later overlijdt hij.

bronnen

Oorlogskalender 204-2018, Davidsfonds

http://www.geraaktdoordeoorlog.eu/?p=652

http://www.erikraspoet.be/?p=455

Raoul Snoeck krijgt een gevaarlijke opdracht

Raoul Snoeck noteert in zijn dagboek op 30 augustus 1915 het volgende :

Een gevaarlijke opdracht vanmorgen : de commandant vraagt een vrijwilliger om op verkenning te gaan en prikkeldraad te plaatsen zo’n zestig meter voor onze voorpost : ik bied me aan, voer mijn opdracht uit en kom terug. Het is verschrikkelijk heet en weldra breekt een onweer los : donderslagen wisselen af met artilleriegebulder. De lucht knettert van elektriciteit en wordt doorkliefd door obussen en bliksems. ’s Avonds ben ik van wacht in dezelfde voorpost. Omstreeks acht uur vertrek ik op mijn eentje om het werk van ’s morgens te controleren. Ik ben nog geen tien meter ver of ik word verrast door een Duits zoeklicht. Een ogenblik verward in de prikkeldraad kan ik me niet meteen uit de voeten maken. De Duitsers nemen me onder vuur en ik krijg een kogel door mijn rechterdij. Uiteindelijke slaag ik er in me te bevrijden. Ik hink naar de dichtsbijzinde dokter om me te laten verzorgen. Daarna wil ik terug naar mijn post. Het is niet het moment om kleinzerig te zijn. Ik hoor in mijn luisterpost te zijn, maar de dokter verbiedt het me streng. Een wagen brengt me naar De Linde, waar men de wonde opnieuw verbindt.

Dit feit bezorgde de dappere Raoul Snoeck een welverdiende vermelding.

bronnen

Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju & zoon

De tekening is overgenomen uit een website gewijd aan de kunst van de Groote Oorlog : http://www.dessins1418.fr/wordpress/portfolio/leon-broquet-les-guetteurs/

Les Guetteurs - Leon Broquet

Les Guetteurs – Leon Broquet

de heldendaad van Oswald Bölcke

Oswald Bölcke

Oswald Bölcke

Oswald Bölcke duikt niet alleen op in de oorlogsgeschiedenis als een uitstekende piloot met talloze overwinningen, als een echte aas dus. Op 28 augustus 1915 ziet hij een Franse jongen in een kanaal vallen. Hij springt hem zonder aarzelen achterna en redt hem van de verdrinkingsdood. De ouders van de jongen zijn zo dankbaar dat ze hem zelfs willen voordragen voor een Franse Légion d’Honneur, maar Bölcke is al blij met zijn Duitse Rettungsmedaille.

De vliegprestaties van Bölcke worden niet alleen gewaardeerd met oorlogsmedailles, hij mag andere piloten ook opleiden in het aanwenden van de eenzitter als gevechtstoestel. Hij selecteert ook Manfred von Richthofen, de Rode Baron, als lid van zijn eenheid. Erg lang geniet hij niet van de eer en glorie, want op 29 oktober 1916 komt hij om het leven. Tijdens een gevecht met twee Britse toestellen botst zijn vliegtuig met dan van zijn vriend Erwin Böhme.

bronnen :

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

https://airwar19141918.wordpress.com/2015/08/28/28-august-1915-boelcke-saves/

Nieuwe uniformen voor de Belgen

Raoul Snoeck noteert in zijn dagboek op 28 augustus 1915 te Pollinkhove het volgende :

Nieuwe uniformen. Chic ! Ze werden zoveel mogelijk vereenvoudigd. De biesjes zijn sober gehouden, wat de voorstanders van de vederbos misschien zal bedroeven. Maar de tijd van de parade is voorbij. Het voeren van een bollenoorlog verplicht de moderne soldaten zich te kleden in uniformen met camouflagekleuren. Veel officieren werden in het begin van de oorlog neergeschoten, omdat ze gemakkelijk herkenbaar waren. Natuurlijk mikt de vijand eerst op hen. Zoals de Engelsen zijn we allen in kaki, wel oversten als soldaten. Het uniformtype verschilt naargelang wapen en rang. De pet lijkt ons het eigenaardigst, maar ze is toch veel eleganter en praktischer dan ons vroeger hoofddeksel, en ze beschut ons tegen zon, wind en regen.

bronnen : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door Andre Gysel, Snoeck-Ducaju & zoon

De tekening hieronder komt uit Ivan Petrus Adriaenssens, Afspraak in Nieuwpoort, Lannoo

RaoulSnoeck19150828

Raoul Snoeck raakt gewond bij Drie Grachten

Raoul Snoeck noteert het volgende in zijn dagboek :

17 augustus 1915 : Ik raak gewond op verkenningstocht nabij Drie Grachten. Een kogel heeft de huidplooi van mijn knie doorboord, een centimeter meer naar links en het gewricht was verbrijzeld. Men brengt me naar de eerstehulppost.

20 augustus 1915 (divisie-eerstehulppost De Linde) : In de eerstehulppost hebben we op een gelegenheidspodium een klein feestje gebouwd. Iedereen doet zijn best om de zieken wat afleiding te bezorgen. Dokter Philippart zorg voor een heel origineel programma op autografisch papier. Als zoon, kleinzoon, achterkleinzoon, achterachterkleinzoon uit een drukkersgeslacht ben ik daarmee vertrouwd. Ik heb ook deelgenomen, liedjes gezongen zoals “langs de overs van de Ijzer” en “een drama in Falaise” en zelfs eem monoloog voorgedragen :”de teen van St-Guignolet”. Gelukkige heilige ! Bij hem hebben de Duitsers geen kogel door de knie gejaagd ! We genoten van enkele aangename uren.

23 augustus 1915 : Ik ben al enkele dagen niet meer aan het front en moet nog in de eerstehulppost blijven, omdat mijn wonde nog niet volledig genezen is. Maar ik verveel me stierlijk. Ik ben beslist niet geboren om ziek te zijn, verstoppertje spelen is niet mijn stijl. Aangezien ik geen breuken heb, is het niet nodig hier nog langer te beschimmelen. Ik wens terug te keren naar mijn compagnie. Dokter Philippart van ons bataljon vraagt me of ik gek word. Toch doe ik mijn zin.

bron : Raoul Snoeck, In de modderbrij van de Ijzervallei, Snoeck-Ducaju & Zoon

wachten op hulp

wachten op hulp

Bovenstaande foto komt uit het boek Van Daniel Vanacker, Belgie in de grote oorlog, Roularta

Onder de titel “wachten op hulp” lezen we de volgende tekst :

Soldaten houden een zwaargewonde kameraad gezelschap tot de brancardiers hem komen verzorgen en wegbrengen. Zo’n situatie beschreef Jan Gom Gheuens in zijn roman De miskenden :

Wij leggen de zwaarst gewonde, Smets Louis, op de kapotjas van Dupon en snijden al zijn kleren open. Zijn borst- en buikwonden zijn dodelijk. Zijn ogen zijn al gebroken:

  • Gelooft ge dat ik kan genezen ? vraagt hij ons.
  • Waarom niet, Louis ? Uw wonden zijn wat pijnlijk maar niet gevaarlijk ! liegen wij.
  • Nu zult gij niet meer naar het front moeten, Louis.

Louis loost een pijnlijke wacht. Zijn lichaam zakt tegen mijn borst, terwijl ik de wonden reinig. Lievens ondersteunt hem met een ransel. Hij laat uitgeput zijn hoofd achterover zinken en stamelt:”Geef mij wat te drinken!… Ik heb dorst.”.

Zeppelin L10 verdwaalt boven Nederland

Friedrich Wenke

Friedrich Wenke

Van de vier zeppelins die op 17 augustus 1915 opgestegen zijn om Londen te bombarderen, duikt er eentje in de vroege ochtend van 18 augustus 1915 boven Nederland op. Boven Vlieland beschieten Nederlandse militairen het luchtschip met een kanon en geweren, maar het ontsnapt. Nog een uur lang dwaalt de zeppelin, waarvan de bemanning zich blijkbaar niet goed kan oriënteren, boven de Waddenzee en de Zuiderzee, maar verdwijnt dan toch in de wolken.

Nederland wil zich strikt aan zijn neutraliteit houden en schiet dan ook op alles wat in betrekking staat met de oorlogvoerende landen in de lucht, op zee of op het land. Vijf dagen later excuseert de Duitse ambassadeur zich voor dit betreurenswaardig voorval, te wijten aan bijzondere atmosferische omstandigheden.

Bronnen : Bovenstaande artikel komt uit de oorlogskalender 2014-2018 van het Davidsfonds. Dankzij een PDF document van Arno Landewers met als titel “luchtschepen boven Nederland in de eerste wereldoorlog” weten we dat het hier gaat om zeppelin L-10 onder leiding van Friedrich Wenke.