Louis Barthas verdwaalt in Frans-Vlaanderen

Einde augustus 1915 zit Louis Barthas in een rustige frontsector in het departement Pas-de-Calais. Maar de rust duurt niet lang.

Op 27 augustus 1915 waren we in Sains-en-Gohelle. Dezelfde avond nog moesten we vertrekken naar de linies. Maar in de loop van de dag kwam een sensationeel tegenbevel. We moesten weg uit deze zone. Vertrek om 2 uur ’s nachts. (…)

Drie dagen later moesten we ’s middags op het station van Prenes-Camblain op de trein. De ransels vol met onverteerbare soldatenkoenen en blikken cornedbeef, genoeg voor drie dagen. (…)

De trein reed langs Hazebrouck en om acht uur ’s avonds stapten we uit in Bergues, zes kilometer van Duinkerken. We hoopten in Bergues te kunnen blijven maar tot onze grote ontgoocheling gingen we onmiddellijk verder in de donkere nacht door de eindeloze vlakten van Frans-Vlaanderen. Verder en verder.(…)

Het ronddwalende bataljon trok verder door de grote donkere vlakte. Tot overmaat van ramp begon het ook nog te gieten. De achterblijvers werden steeds talrijker en maakten van de duisternis gebruik om te kankeren. (…)

Voor de colonne uit marcheerde onze nieuwe majoor. Hij heette Leblanc. Klein, mager en ziekelijk als hij was, gaf een grapjas hem al vlug de bijnaam “Magere Hein”. Dat bleek een succes want de brutale soldaten zouden hem nooit meer anders noemen. Hij was onze gids, maar de man kon kaart lezen als een karper een brevier en hij vergiste zich voortdurend. (…)

Het resultaat was dat we midden in een stortbui om één uur ’s nachts in een veld stonden waar de weg ophield. Ik hoorde de majoor klagend toegeven:”Ik geloof dat we verdwaald zijn.”. Hij was er nog niet helemaal van overtuigd. Zijn ordonnansen moesten links en rechts een boerderij gaan zoeken waar hij met zijn officieren terecht kon. Wij mochten, edelmoedig als ze waren, vrijelijk gebruik maken van het modderige veld om daar in afwachting van de volgende dag te gaan liggen. We ontdekten vlakbij een grote schuur die de Voorzienigheid daar speciaal voor ons leek neergezet te hebben. De schuur was aan alle kanten open, het dak rustte op een paar oude balken in de grond. Vlakbij stonden een paar hooimijten. In een oogwenk waren ze uit elkaar gerukt en binnen een kwartier klonk uit de schuur luid gesnurk. Bijna het hele peloton sliep op een dik bed van hooi. Ik kan me niet herinneren in mijn leven ooit beter geslapen te hebben.

bron : Louis Barthas, oorlogsdagboeken, uit het Frans vertaald door Dirk Lambrechts, uitgeverij Bas Lubberhuizen

De tekening hieronder is van Léon Broquet, “La bourasque à Sillery”.

broquet_bourrasque

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s