De Eiffeltoren bekeken vanuit Duitse linies

Herbert Sulzbach heeft de paasdagen van 1916 in Frankfurt-am-Main kunnen doorbrengen. Hij bezoekt familie en gaat met vrienden op café om de oorlog te vergeten. Maar ook thuis is de oorlog erg aanwezig : hij verneemt er dat de bediende Berthold die voor zijn familie jarenlang heeft gewerkt, in Verdun is omgekomen. Uit zijn laatste brief bleek al dat Berthold ervan uitging dat hij niet levend van het front zou terugkeren.

Eenmaal terug in de linies begeeft Sulzbach zich naar Noyon, meer bepaald de Mont Saint-Siméon. Daar heeft hij begin mei 1916 een heel bijzonder zicht op Parijs.

Tegen de avond gingen we terug via de Mont Saint-Siméon : een observatiepost daar heeft je een heel mooi zicht tot ver in het vijandelijke hinterland. Onze sector nabij Noyon en de sector in Piémont zijn de meest vooruitgeschoven posities die het Duitse leger in handen heeft. En dus liggen ze ook het dichtste bij Parijs. Als ik nu zeg dat ik door de telescoop keek en de Eiffeltoren zag, dan begrijpen de lezers misschien – of misschien ook niet – hoe ik me voelde als ik dit beeld zag : Parijs in zicht ! En toch nog te ver om ernaar te reiken, ook al waren onze legers binnen de laatste tien kilometers van Parijs aan het begin van september 1914.

Guillaume_Apollinaire_Calligramme

 

Korporaal Ware sneuvelt

SidneyWilliamWareKorporaal Sidney William Ware, een militair in hart en nieren, overlijdt op 16 april 1916 in Mesopotamië (Irak). In 1911 vervoegde hij het Britse leger in India, bij het begin van de oorlog moest hij naar Frankrijk en later vocht hij in Mesopotamië.

Tien dagen voor zijn dood verdient hij het Victoria Cross, de hoogste Britse militaire onderscheiding. Hij is een van de weinige niet-gewonde militairen in zijn eenheid en draagt een gewonde medesoldaat naar een veiligere plek 200 meter verderop. De volgende twee uur draagt hij de ene na de andere gewonde soldaat uit de vuurlinie naar een beschutte omgeving.

Vier dagen later wordt hij zelf zwaargewond en naar het hospitaal gebracht waar hij overlijdt.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Gabrielle Petit gefusilleerd

Gabrielle Petit, geboren in Doornik, woont en werkt in Brussel als de oorlog uitbreekt. Ze meldt zich onmiddellijk bij het Rode Kruis. Via via komt ze terecht bij de Britse inlichtingendienst, die haar een korte opleiding geeft, vooral om Duitse troepenbewegingen via het spoor op te volgen. Ze helpt ook vrijwilligers over de Nederlandse grens te smokkelen, helpt bij de geheime postdienst Le mot du Soldat en zorgt voor de verspreiding van het clandestiene La Libre Belgique.

In februari 1916 wordt ze verraden en gearresteerd. Op 1 maart 1916 veroordeelt een Duitse krijgsraad haar ter dood. Op 1 april 1916 – ze is dan slechts enkele weken 23 jaar oud – verschijnt ze in Schaarbeek voor het executiepeloton.

Na de oorlog wordt Gabrielle Petit als een vaderlandse heldin vereerd en krijgt ze een nationale herbegrafenis. Op het Sint-Jansplein in Brussel plaatst men in 1923 een standbeeld, een werk van Egide Rombaux.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
Daniël Vanacker, België in de grote oorlog, Roularta

Gabrielle-Petit

 

Duits expressionisme in de rouw

Franz Marc (München 8 februari 1880-Verdun 4 maart 1916) sneuvelt tijdens een verkenning te paard nabij Verdun. Daarmee verliest het Duits expressionisme een van zijn schilders.

Franz Marc wordt in 1900 student aan de Münchener Kunstakademie. De ontmoeting met August Macke in 1910 zorgt ervoor dat hij lid wordt van de Neue Künstlervereinigung München. In 1911 ontmoet hij Wassily Kandinsky met wie hij Der Blaue Reiter opricht.

In 1914 bij het uitbreken van de oorlog meldt hij zich als vrijwilliger. Hij wordt aan het werk gezet als camoufleur. Bedoeling is dat hij camouflagedoeken maakt waaronder de Duitse artillerie kan schuilen om aan het zicht van verkenningsvliegtuigen en -ballonnen onttrokken te worden. Franz Marc laat zich daarbij inspireren door Kandinsky. Over zijn werk schrijft hij in een brief het volgende :

Ik bevond me op een grote hooizolder (een hele mooie atelier) en ik schilderde negen “Kandinsky’s” op tentcanvas. Dit proces heeft een zeer nuttig doel : artillerieposities onzichtbaar maken voor verkenningsvliegtuigen en luchtfotografie door hen te bedekken met zeildoeken beschilderd in pointillistische stijl en in lijn met de kleuren van natuurlijke camouflage (..). Het schilderen moet ervoor zorgen dat onze aanwezigheid voldoende wazig en vervormd is zodat het onherkenbaar wordt. De divisie gaat ons een vliegtuig geven om te experimenteren met luchtfotografie om te zien hoe het eruit ziet vanuit de lucht. Ik ben echt nieuwsgierig om te zien wat het effect is van een Kandinsky bekeken vanaf 2000 meter hoogte

bronnen
http://www.verdun-meuse.fr/index.php?qs=fr/ressources/dessin-du-mois—mai-2012—franz-marc
http://roadstothegreatwar-ww1.blogspot.be/2016/01/franz-marc-kandinsky-and-camouflage.html

FranzMarc

 

Nieuw militair ziekenhuis te Gent

In Gent nemen de Duitse bezetters vandaag het krijsghospitaal Palmenhaus in gebruik. Het bevindt zich in het casino aan de Coupure. Vooral zenuwzieken kunnen hier terecht. Eerder al, in oktober 1914, vormden de Duitsers het Flandria Palace Hotel aan het Maria-Hendrikaplein om tot hospitaal, in eerste instantie een marineveldhospitaal.

Ook elders in Gent installeren de Duitsers ziekenhuizen in de loop van de oorlog. In het Floraliënpaleis in het Citadelpark is er plaats voor zo’n tweeduizend licht zieken en herstellenden. Voor zieke officieren is er een apart hospitaal : zij kunnen terecht in het Justitiepaleis op het Koophandelsplein.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
foto komt uit De Coupure in Gent. Scheiding en verbinding, gevonden via Google books

casino_PalmenhausGent01

Adelin Colon opgepakt

AdelinColon

Adelin Colon

Adelin Colon, onderstationschef in Ottignies en hoofd van een spionagedienst, wordt op 7 december 1915 gevangengenomen door de Duitsers. Colons naam raakte bekend bij de Duitsers doordat hij ook veel contact had met andere diensten, waarvan er helaas recent enkele leden waren opgepakt. Zelf verraadt hij niemand, ook niet na zijn terdoodveroordeling. Zijn executie gaat door op 26 juli 1916.

In november 1914 richtte hij samen met Marius Labacq een spionagedienst op die vooral de activiteiten op de spoorlijnen Mechelen-Brussel en Mechelen-Gent in het oog houdt. Op korte tijd hadden de initiatiefnemers tachtig mensen verzameld die voor hun dienst inlichtingen verzamelden.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

eerste overwinning voor Göring

De latere nazileider Hermann Göring behaalt zijn allereerste luchtoverwinning op 16 november 1915. Het zullen er uiteindelijk een twintigtal worden. Hij vervoegde het landleger in de zomer van 1912, maar werd in 1914 tijdelijk  gehospitaliseerd wegens reumatoïde artritis. Tijdens zijn herstel overtuigde zijn vriend Bruno Lörzer hem om bij de luchtmacht te komen.

Na de dood van de befaamde jachtvlieger Manfred von Richthofen vervangt Göring hem als commandant van het Richthofen-luchteskader.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

HermannGoering1918

Hermann Göring in 1918

de kerktoren van Lo gedynamiteerd

Gaston Le Roy noteert het volgende in zijn dagboek

11 november 1915 : Lo, op vijf minuten van onze hoeve, kreeg er vandaag van langs. Met hels gedruis vlogen de granaten hier over. We zien de losbranding, een wolk van stof en aardkluiten en daarna horen we een gerommel in de puinen. Ik vermijd Lo en trek via Pollinkhove naar Linde.

12 november 1915 : Verschrikkelijk slecht weer. Doornat keren we van het werk terug. Geen weer om een hond door te jagen. De kerktoren van Lo werd ondermijnd een gedynamiteerd, een mikpunt minder voor de vijand.

Omdat het Belgische leger de toren van de Sint-Pieterskerk in Lo als uitkijkpost gebruikt, zien de Duitse schutters het gebouw als een belangrijk doelwit. De vijandelijke beschieting treft evenwel ook talrijke huizen en andere burgerlijke gebouwen. Om een verdere vernietiging van Lo te voorkomen, krijgt de Belgische genie de opdracht de kerktoren op te blazen.

Veel van het kerkmeubilair en de kunstschatten waren een jaar geleden al uit de Sint-Pieterskerk gehaald en overgebracht naar Gyverinckhove, dat minder dicht bij het front ligt. Na de oorlog wordt de kerk identiek heropgebouwd, zij het minder hoog dan oorspronkelijk.

Toeristische tip : de Sint-Pieterskerk (oude Eiermarkt, Lo) is rijkelijk voorzien van kunstwerken en kerkmeubilair uit de 17e en 18e eeuw.

bronnen

André Gysel, Gaston Le Roy – dagboek van een Vlaamse oorlogsvrijwilliger, Lannoo

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

de kerk van Lo

de kerk van Lo

oorlogsschip naar Hindenburg genoemd

Zowat anderhalf jaar voor het begin van de oorlog werd in Duitsland de kiel gelegd van een slagkruiser met de voorlopige naam Ersatz Hertha, dat wil zeggen ter vervanging van de Hertha. Niemand kon toen vermoeden dat het schip de naam zou krijgen van een generaal die toen al op pensioen was.

Kort na de aanvang van de oorlog roept het leger generaal Paul von Hindenburg terug uit pensioen. In enkele maanden tijd behaalt hij een aantal overwinningen, onder meer in Rusland en Polen, die hem tot de populairste generaals maken.

Op 1 augustus 1915 gaat de nieuwe slagkruiser Ersatz Hertha te water en krijgt de naam Hindenburg als dank voor de inzet en successen van de generaal.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

tewaterlating van de Hindenburg

tewaterlating van de Hindenburg

Dudzelenaar sterft in Cannes

Louis Timmerman

Louis Timmerman

Louis Timmerman uit Dudzele overlijdt op 13 juli 1915 in Cannes, ver van huis, op 24-jarige leeftijd.

Op 20 mei 1914, kort voor het uitbreken van de oorlog, huwde Louis Timmerman, stoker op de stoomtram, met Paulina Dusoir,een kindermeisje. Lang duurt hun huwelijksgeluk niet : in de namiddag van 29 juli krijgt Louis zijn oproepingsbevel voor het leger, meer bepaald het 4e linieregiment. In Tienen lijdt Louis honger, in Hakendover ziet hij duizenden vluchtelingen en in Grimde bewaakt hij het station. Hij trekt voorbij Kumtich en Boortmeerbeek, hij vervoegt zijn regiment in Walem, vandaar trekt hij naar Wilrijk en Mortsel. Tussendoor moet hij ook nog defileren voor de koning, in Hofstade liggen de lijken op de velden… De eerste oorlogsmaand is een nachtmerrie voor Louis en zijn medesoldaten.

Meer ellende volgt in 1915 : Louis wordt ziek aan het front in Ramskapelle, waarna hij naar een hospitaal in Calais verhuisd. Via via belandt hij uiteindelijk in Cannes, in het hôpital militaire belge de Cannes. Dit hospitaal bestaat in feite uit 3 villa’s, met name Saint-Jean, Saint-Charles en Anastasie. Het is niet geweten in welke van deze 3 villa’s Louis Timmerman zijn laatste adem heeft uitgeblazen.

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://wo1dudzele.brugseverenigingen.be/JUWEELTJES/LOUISTIMMERMAN

http://www.1914-1918.be/hopitaux_belges_france_2.php