Britten sturen zware artillerie naar voor

Nadat hij de heilige mis opgedragen heeft, ziet onderpastoor Van Walleghem op 26 juli 1917 een reusachtig kanon voorbijkomen op de spoorlijn.

Het kanongestel is 25 meter lang en loopt op 32 wielen. In heel de gemeente Reningelst groeit er geen eik zo lang en zo dik als de loop van dat kanon. Daarachter volgen verschillende wagons met munitie en manschappen. De mannen die erop zitten, lijken trots te zijn op hun monstermachine.

Het kanon rijdt tot aan de molen van Bailleul, stuurt dan enkele Engelse “sigaren” uit. Een paar uur later komt het kanon weer naar zijn bergplaats. Dagelijks doet het een paar keer zo’n uitstapje : als het beest zijn muil openzet, davert heel Dikkebus. Ik denk dat ze tot in Menen van deze kerel horen.

Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

BritishRailwayGun02

de laatste overwinning van Chadwick

De befaamde Canadese jachtpiloot Arnold Jacques Chadwick behaalt  op 25 juli 1917 zijn allerlaatste overwinning, zijn elfde. Hij vormt een team met Albert Enstone en Ronald Keirstead en samen slagen ze erin een Duits watervliegtuig te vernietigen ten noorden van Oostende.

Drie dagen later onderneemt hij een bijzonder moedige maar evenzeer risicovolle aanval op een formatie van maar liefst negen Duitse vliegtuigen. Hij verliest het gevecht en moet in het Kanaal duiken ter hoogte van de Panne. Enkele weken later spoelt zijn lichaam aan in de buurt van Duinkerke.

Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

ArnoldJacquesChadwick.png

 

 

Belgische cavalerie verovert U-boot UC-61

UC-61 en haar bemanning zouden de onfortuinlijke faam krijgen om gevangen genomen te worden door een Belgisch cavaleriedetachement. De nieuwe UC-61 komt eind februari 1917 aan in Zeebrugge, onder bevel van Oberleutnant zur See Georg Gerth. Gerth en zijn bemanning zouden een korte carrière beschoren zijn, maar kunnen vier missies uitvoeren in vijf maanden tijd.

Op 5 maart 1917 torpedeert de UC-61 het Britse passagiersschip SS Copenhagen in de nabijheid van het lichtschip Noordhinder. Pas zes weken later vertrekt UC-61 op haar eerste mijnenlegmissie richting Kanaal. Op deze reis keldert ze ook nog vier schepen. Bij een aanval op het Franse schip SS Nelly wordt de UC-61 beschoten en beschadigd. De opgelopen schade houdt UC-61 vrij lang in het droogdok. Op de derde missie in juni 1917 legt de UC-61 een mijnenveld nabij Brest waardoor de Franse pantserkruiser Kléber zinkt.

Op 25 juli 1917 verlaat UC-61 Zeebrugge voor de laatste keer. In de vroege uren van 26 juli duikt er een lichte mist op. In plaats van op de bodem een tijd af te wachten, vaart UC-61 verder. Om 4u20 raakt de UC-61 de bodem. Bij het ochtendgloren zien de Duitsers dat ze op het strand van Wissant zijn terechtgekomen, op nog geen 800 meter van de duinen. De bemanning gooit obussen en torpedo’s overboord maar slagen er niet in om hun U-boot vrij te krijgen. Franse douaniers komen erbij uit en verwittigen de militaire autoriteiten in Calais. Een Belgische cavaleriepost wordt bevolen ter plaatse te gaan kijken. En zo nemen 40 ruiters van de vijfde lansiers  25 Duitse matrozen gevangen.

Bronnen
Tomas Termote, oorlog onder water, Davidsfonds
http://uboat.graptolite.net/UC61.html
http://www.uboat.net/wwi/boats/index.html?boat=UC+61

UC61_1917

 

 

 

Poelkapelle onder Brits vuur

In Poelkapelle 1914-1918 lezen we dat de Britten op 22 juli 1917 met de grootste artilleriebeschieting uit de geschiedenis beginnen : meer dan drieduizend kanonnen spuwen vuur. Volgens auteurs Robert Baccarne en Jan Steen is de kostprijs van de munitie die alleen al op Poelkapelle verschoten wordt, groot genoeg om een heel land een even lange periode in welvaart te laten leven. Bovendien gooien Britse en Franse vliegtuigen bommen op elke verhevenheid die ze kunnen ontwaren.

Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

RoyalArtilleriy_MeninRoad

Belgische piloot viert Nationale Feestdag

Tijdens een luchtgevecht haalt André De Meulemeester op 21 juli 1917 een Duits vliegtuig van het type Albatros neer. Omwille van het neerhalen van deze ‘vogel’ op de Belgische nationale feestdag geeft men hem de bijnaam Arend van Vlaanderen. Deze bijnaam is ook een verwijzing naar Brouwerij De Arend in Brugge, eigendom van zijn familie, waar de piloot na de oorlog ook gaat werken. In 1928, na de fusie met de Gentse brouwerij Belgica, wordt André De Meulemeester voorzitter van de raad van bestuur van Brouwerij Aigle Belgica.

AndreDeMeulemeester

Na Willy Coppens is André De Meulemeester de tweede meest succesvolle Belgische piloot tijdens de eerste wereldoorlog. Hij behaalt elf officieel bevestigde luchtoverwinningen en daarnaast negentien onbevestigde.

 

 

Zoals wel meerdere mensen heeft André de Meulemeester een ongewoon trekje. Zo zou hij bij iedere vlucht zijn chihuahua hebben meegenomen in zijn geel geschilderde vliegtuig. Sinds het najaar van 1916 maakt De Meulemeester deel uit van de eerste jachtescadrille, een eenheid die opereert vanaf een vliegveld in De Moeren.

Bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://siagrius.be/siagrius/?p=684

Batterij Tirpitz onder vuur

Gedurende de oorlog schiet het Duitse leger in Oostende regelmatig met geschut, bekend als Batterij Tirpitz, dat opgesteld staat in de weiden tussen de Elisabethlaan en de Mariakerkelaan. Bij het eerste schot in september 1915 barst de loop van het kanon en vallen er twaalf doden. In de loop der jaren ondervindt de batterij een fellere oppositie.

Op 16 juli 1917 zijn de tegenstanders (die schieten vanuit Koksijde) succesvol : meerdere kanonniers overleven de schoten niet, de schuilkelders zijn verwoest, scherven beschadigen de kanonnen en een deel van de bemanning neemt de vlucht.

Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

BatterijTirpitz01

Belgische ACM in Rusland

Dat er Belgen gevochten hebben in Rusland tijdens de tweede wereldoorlog, is zeer bekend. Dat er ook Belgen gevochten hebben in Rusland tijdens de eerste wereldoorlog, was nieuw voor mij. Maar in 1917 zijn er Belgische soldaten die aan de kant van de Russen vechten tegen het Duits en Oostenrijks-Hongaarse leger.

Deze Belgische soldaten zijn bekend onder de naam ACM korps. ACM staat voor Auto-Canons-Mitrailleuses en zijn gepantserde auto’s uitgerust met kanonnen en machinegeweren. In het begin van de oorlog vechten deze ACM aan het IJzerfront. Maar als de bewegingsoorlog verandert in een loopgravenoorlog, worden deze gepantserde wagens nutteloos. Op 22 september 1915 scheept het ACM korps in Brest in op de Engelse stoomboot Wray Castle om naar Archangelsk getransporteerd te worden, waar ze op 13 oktober 1915 aankomen. Van 1915 tot eind september 1917 vecht het ACM korps samen met het Russische leger in Galicië tegen de Duitsers en Oostenrijkers. Tijdens het Kerenski-offensief in juni en juli 1917 is het ACM ook te vinden in de eerste linies. Op 2 juli 1917 vecht het ACM korps mee in de slag om Koenioeki en op 21 juli 1917 is het korps betrokken in de slag om Kosov.

acm_2

bronnen
www.obsirocbel.com les-belges-en-russie.html
auto-satisfaction.be odyssee-des-autos-canons-belges-en-russie/
www.bel-memorial.org ukraine/ternopil/ternopil_memorial_ACM.htm

Belgische piloten neergehaald boven Vladslo

kervyn_de_lettenhove_charlesGedurende een luchtgevecht op 15 juli 1917 boven Vladslo wordt de Farman 40 van luitenant Charles Kervyn de Lettenhoven neergeschoten. Zowel deze piloot als de waarnemer aan boord, onderluitenant Jacques de Meeûs, laten daarbij het leven.

JacquesdeMeeus

Jacques de Meeûs

 

Omdat de lichamen van beide slachtoffers niet meer uit elkaar gehouden konden worden, worden ze samen in een graf begraven op de gemeentelijke begraafplaats van Vladslo.

Op de hoek van de Deselgemstraat en de Molenstraat in Dentergem wordt na de oorlog een bakstenen Heilig Hart-kapel gebouwd ter nagedachtenis van luitenant Charles Kervyn de lettehoven.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Staden verliest zijn kasteel

Engelse beschietingen einde juli 1917 leiden ertoe dat het kasteel van Staden zogoed als verdwijnt. Van het kasteel, waarvan de oorsprong teruggaat tot in de middeleeuwen, rest niet veel meer. Overigens treffen de Engelse beschietingen niet alleen het kasteel : na de oorlog bleek minder dan 10% van de huizen in Staden en omgeving herstelbaar.

Een jaar eerder was het gebouw nog in degelijke staat, want het Duitse opperbevel voor de regio had hier zijn hoofdkwartier. Veldmaarschalk Paul von Hindenburg zou er ook een aantal keren geweest zijn.

Het meest voelbare restant van het kasteel is een zitbank gemetst met stenen die van het verwoeste kasteel afkomstig zijn. In het landschap zie je ook nog wat van de vroegere kasteelwal.

bron : oorlogskalender 2014-2018

Staden_Kasteel

mosterdgas nabij Ieper

Voor de allereerste maal in de geschiedenis voeren Duitse troepen op 12 juli 1917 beschietingen uit met mosterdga, in de regio van Wieltje en Hooge, bij Ieper. In de loop van de volgende dagen zetten ze ook elders aan het front in de Westhoek mosterdgas in. De geallieerden zullen mosterdgas gebruiken naar het einde van de oorlog, vanaf september 1918.

Eerder gebruikte gassen, zoals chloor en fosgeen, stroomden uit gascilinders. Mosterdgas verstuift wanneer de granaat waarin het vervat zit, uit elkaar spat. De werking van mosterdgas is anders : het verstikt niet, maar trekt blaren in de huid en tast op termijn ook de longen en de ogen aan. Een andere naam voor mosterdgas is yperiet, naar Ieper, de plaats waar het gas voor het eerst in een oorlog werd aangewend.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
De tekening hieronder komt uit de graphic novel van Ivan Petrus Adriaenssens, Elsie en Mairi – engelen van Flanders Fields

mosterdgas_19170712