gevechten rond kasteel Polderhoek

Nieuw-Zeelandse troepen veroveren op 30 november 1917 een strook grond tegenover kasteel Polderhoek. De toestand van de bodem is onbeschrijflijk : slijk, water, granaattrechters, puin, doden en gewonden… Om de gewonden toch ietwat meer zorg en comfort te bieden wordt een van de betere bunkers gebruikt als medische post.

Voordien gebruikten de Duitsers deze bunker als hoofdkwartier en ze zijn niet op de hoogte van de omschakeling tot medische post. Ze beschieten die dan ook als ieder ander militair doelwit. De bunker stort in, waardoor de volledige medische staf en een aantal gewonden het leven laten.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Polderhoek_1917_01

dokter Felix Bastin sneuvelt

Op 4 november 1917 sneuvelt majoor-geneesheer Félix Bastin (°1870 – Amay) in Kaaskerke. Terwijl hij op weg is om een gewonde soldaat te verzorgen, treft een projectiel hem aan de schouder en hals. Hij is op slag dood.

In de dodengang in Diksmuide hangt er een gedenkplaat ter ere van hem. Felix Bastin ligt begraven op het Belgische militair kerkhof in Oeren. In het graf naast dat van hem rust soldaat August Develter, de man die de dokter wilde verzorgen net voor hij getroffen werd.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

dokter Lievens krijgt droevig nieuws

Dokter Lievens krijgt op 18 oktober 1917 een telefoontje met nieuws over zijn broer.

Droevig nieuws : de telefoon bericht mij dat mijn broer Jules erg gewond in het hospitaal van Hoogstade ligt en dringend vraagt me te zien. Ik mag de auto van de kolonel gebruiken en rij er dadelijk heen. De rit duurt lang en droevige vooruitzichten spoken door mijn geest ! Eindelijk kom ik in het hospitaal aan en krijg wat inlichtingen waardoor ik me hem zo goed als stervend voorstel. Adjudant Jules Lievens raakte gisteren in Oud-Stuivekenskerke gewond door een vogel in de buik die driemaal de dunnen darm heeft doorboord. Zijn vervoer naar het hospitaal was niet probleemloos verlopen en had lang geduurd. Toen hij op de operatietafel lag, stelde men tekens van een beginnende buikvliesontsteking vast.

JulesLievens_oktober1917

Jules Lievens op zijn ziekbed

In die omstandigheden ging ik mijn arme broer in de zaal Max vinden. Kogel in de buik en buikvliesontsteking ! Die woorden waren in mijn hart en ogen gebrand en wentelden door mijn hoofd. Alle ijzeren beddekens van de zaal dansten voor mijn ogen en beletten me Jules te herkennen. Hij lag nochtans voor mij, juist in het eerste bed en zijn koortsige, starre ogen waren vlak op mij gericht en zijn lippen mompelden flauwtjes mijn naam. Een ziekendienster bracht me tot bij hem. Ik had enkel de kracht een ‘Juleke’ te stamelen, een eindeloze droefheid brak mijn hart. Ik kreeg een krop in de keel en een vloed van tranen viel op de bleke wangen van mijn ongelukkige broer…

Dit duurde gelukkige maar een stonde, want direct besefte ik welke slechte indruk dit op Jules kon maken en aanstonds begon ik hem moed in te spreken. Hij leed veel van de dorst, maar omdat hij wist dat hij niet mocht drinken, bleef hij kalm en klaagde niet. Het standvastig op de rug liggen zonder te verroeren, vermoeide hem. Maar omdat hij wist dat hij absoluut stil moest liggen, probeerde hij zelfs niet zich te verleggen. Zijn geduld en zijn kalmte hebben veel bijgebracht tot zijn spoedig herstel  dat waarlijk wonderbaar is geweest. Tijdens de drie dagen dat ik bij hem bleef, was hij al zover dat hij om zo te zeggen als gered mocht worden beschouwd en ik min of meer gerustgesteld mocht vertrekken.

bron : André Gysel, Dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo

 

dood van Philemon Van den Steen

dood van Philemon Van den Steen

In Zuydcoote (département du Nord) sterft op 21 oktober 1917 de Belgische soldaat Philemon Van den Steen, afkomstig uit Moorsel (Aalst) en 33 jaar oud. Eerder op de dag raakte hij in Nieuwpoort gewond bij en granaatontploffing.

VAN_DEN_STEEN_PhilemonVanuit Nieuwpoort brengt men Philemon Van den Steen over naar Zuydcoote, waar er op dat ogenblik zelfs twee Britse legerhospitalen zijn. In welk van beide hij terechtkomt, is niet duidelijk. De meeste doden op Zuydcoote Military Cemetery overleden trouwens in een van beide hospitalen.

Behalve die ene Belg, Philemon Van den Steen rusten er op Zuydcoote Military Cemetery (Rue des Crevettes, Zuydcoote) ook nog 314 Britten, 5 Canadezen, 4 Nieuw-Zeelanders, 2 Zuid-Afrikanen en 1 Australiër.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Belgen volgen opleiding in Bayeux

Brancardier Louis Bruynseels lijkt zijn tijd te verliezen in het Belgische militair opleidingscentrum in Bayeux.

Vandaag (8 oktober 1917) beginnen onze militaire studies :”school van de soldaat is een theorievak dat we letterlijk uit het hoofd moeten leren. ’s Morgens oefeningen op het plein en ’s middags op het open veld. We gaan schieten aan zee in Arromanches (Normandië) op twee uren stappen van Bayeux.

Zo verlopen de dagen met veel werk en weinig eten. Dat laatste ging toch een beetje te ver : veel aardappelen schillen en er niet één op tafel zien komen. Een zekere middag reageerde niemand op de bel. Maar toen de orders werden gegeven, moesten we toch aantreden. We hebben wel iets bereikt maar de volgende dag heeft de majoor toch een hartig woordje met ons gesproken…

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Bayeux_CISLA_Infanterie_1

Tyne Cot in Britse handen

Geallieerde troepen veroveren op 4 oktober 1917 de heuvel die bekend zal blijven onder de naam Tyne Cot. De naam Tyne Cot verwijst naar een schuurtje (cottage) dat hier stond en omgeven was door vijf door de Duitsers gebouwde bunkers. Tot voor de Britse verovering was deze plek een versterkte positie van de Duitse Flandern-I-stelling.

De 3rd Australian Division richt na de verovering de grootste van die bunkers in als medische verbandpost. Zoals vaker in de omgeving van medische posten ontstaat er snel een begraafplaats. Na de oorlog  komen hier ook doden van andere locaties terecht en wordt dit de grootste Commonwealth-begraafplaats op het Europese vasteland.

De tekening hieronder is van John Goodchild en dateert van 1919.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

JohnGoodchild_TyneCot

 

laatste werkdag van Nellie Spindler

In België liggen slechts twee vrouwelijke Britse oorlogsslachtoffers begraven. Eén van hen is de 26-jarige Nellie Spindler die op 21 augustus 1917 om het leven komt terwijl ze aan het werk is in veldhospitaal 44 in de Brandhoek. Omdat het spoorlijntje waarlangs de gewonden weggevoerd worden, onbruikbaar is wegens beschietingen, gebeurt hun transport per ambulance over wegen in slechte toestand. Tijdens een van die transporten treft een granaat Nellie en twee van haar mannelijke collega’s.

Haar begrafenis ’s anderendaags wordt bijgewoond door vier generaals, de generaal-majoor-arts, een honderdtal officieren en talloze andere manschappen.

Toeristische tip : Nellie Spindler ligt begraven op Lijssenthoek Military Cemetery, Boescheepseweg, Poperinge. Ze is er het enige vrouwelijke oorlogsslachtoffer tussen bijna elfduizend mannen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

NellieSpindler.jpg

Von Richthofen gewond boven Wervik

De Duitse piloten van Staffel 11 zijn vanaf 28 juni 1917 gelegerd in in kasteel Bethune bij Markebeeke, niet ver van Kortrijk. Een van de meest bekende piloten van Staffel 11 is hun commandant Manfred von Richthofen, beter bekend als de Rode Baron omdat hij met een rode driedekker vliegt.

Op 2 juli 1917 behaalt von Richthofen nog een overwinning. Maar op 6 juli heeft hij minder geluk. Hij geraakt gewond tijdens een luchtgevecht boven Wervik, maar ondanks een ernstige hoofdwonde, slaagt hij erin een noodlanding uit te voeren. Hij wordt afgevoerd naar het Feldlazarett 76 in Kortrijk. Hij moet er verschillende operaties ondergaan om botsplinters te verwijderen.

De onderstaande foto dateert uit zijn herstelperiode. Links van von Richthofen staat verpleegster Käthe Ottersdorf die hem in die periode verpleegd heeft. Op 25 juli 1917 keert von Richthofen terug naar Staffel 11 om de leiding weer op zich te nemen.

bronnen
http://www.frontflieger.de/4-ric17.html
https://nl.wikipedia.org/wiki/Manfred_von_Richthofen

VonRichthofen_191707

 

de Ville de Liège in Britse dienst

Vanaf 21 juni 1917 tot en met 31 december 1918 staat de Belgische maalboot Ville de Liège onder het commando van het Britse ministerie van Oorlog en doet dar dienst als hospitaalschip. In deze periode maakt het schip talloze overtochten tussen Groot-Brittannië en het vasteland waarbij het 77.194 gewonden en 36.356 valide manschappen transporteert.

In de voorafgaande oorlogsjaren, onder meer tijdens de slag aan de Ijzer (1914), vervoerde het schip gewonden en allerhande materiaal waaronder munitie, tussen het onbezette gedeelte van de Belgische kust en Frankrijk. Later werden de gewonden per trein vervoerd.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

ville de liege 03

hospitaal l’Océan opent de deuren

Grotendeels gefinancierd met steun van het Amerikaanse Rode Kruis opent op 20 mei 1917 in Vinkem (Veurne) het hospitaal l’Océan. Tot september 1917 werkt het deels in tenten terwijl arbeiders houten paviljoenen bouwen voor het definitieve hospitaal.

Hospitaal l’Océan blijft werkzaam tot 15 oktober 1919 en behandelt in die periode bijna 9500 patiënten, zowel militairen als burgers. Achteraf gezien was de meest beroemde patiënt Joe English. Die Vlaamse frontsoldaat en ontwerper van de heldenhuldezerkjes overlijdt hier op 31 augustus 1918 aan een blindedarmontsteking.

Toeristische tip : een gedenksteen (Joe Englishstraat 3 te Vinkem) verwijst naar de locatie van legerhospitaal l’Océan. Dichtbij staat de heldenhuldezerk van Joe English. In de nabijheid ligt ook hoeve De Torrelen, waar hoofdgeneesheer Antoine Depage van l’Océan verbleef.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Ocean