nieuwe U-bootbunkers in Brugge

In augustus 1917 begint de Hafenbau Division in Brugge met de constructie van een kolossale groepsbunker voor U-boten. Het is de bedoeling om een reusachtige stalling tegen het wateroppervlak te creëren waar U-boten beschut naast elkaar kunnen liggen. Er worden acht aparte overdekkingen gebouwd. Een stalling heeft een diepte van 62 meter en een breedte van 8,8 meter. Kleine en middelgrote duikboten passen er volledig in, bij boten van de grotere UB-III-klasse steekt een deel van het achterschip buiten de beschutting.

De bouw van de U-bootbunkers wordt uitgevoerd aan het einde van het noordwestbekken en neemt zeven maanden in beslag. Om werk uit te sparen zetten de Duitsers de voor de oorlog begonnen graafwerkzaamheden aan het dok voort.

bron : Tomas Termote, Oorlog onder water, Davidsfonds

Brugge_Ubootbunker02

 

Asiel voor een U-boot

De laatste bevelhebber van de UB-23 is Oberleutnant zur See is Hans Ewald Niemeyer die op 20 maart 1917 aan boord stapt. Tijdens vijf missies vernietigt Niemer zeven schepen, onder andere de Belgische sleepboot Marcel.

Op 23 juli 1917 begint uB-23 aan haar laatste reis. Niemer zet de U-boot op periscoopdiepte om een vrachtschip te schaduwen. Een wakkere uitkijk op het Britse patrouilleschip HMS P-60 merkt de periscoop op en de P-60 laat twee dieptebommen vallen. De toegesnelde torpedobootjagers HMS Narwal en HMS Peyton laten op hun beurt dieptebommen vallen. De ontploffingen veroorzaken zware schade aan de batterijen en de duikuitrusting van UB-23. Niemer laat de UB-23 tot de bodem zakken en wacht de nacht af. Opnieuw aan de oppervlakte gekomen, stelt de bemanning vast dat de U-boot zo zwaar beschadigd is dat ze niet meer zou kunnen onderduiken. Niemer besluit om de bemanning van de UB-23 te laten interneren in La Coruna 360 mijl verder. Ze bereiken de neutrale Spaanse haven op 29 juli 1917 en blijven daar voor de rest van de oorlog.

IMG_0162

Bronnen

Tomas Termote, Oorlog onder water, Davidsfonds

https://elviajerohistorico.wordpress.com/2016/02/17/submarinos-hundidos-en-espana/

 

 

laatste proefvaart van UB-20

De UB-20 maakt vanaf 26 maart 1917 deel uit van de Unterseebootflottilje Flandern en heeft Oostende als thuishaven. Onder leiding van Oberleutnant zur See Hermann Glimpf vernietigt de UB-20 in vier patrouilles negen Nederlandse en Britse schepen. Aan het einde van de laatste reis wordt de U-boot via het kanaal Oostende-Brugge naar de Kaiserliche Werft overgebracht voor onderhoud. Bij een Britse luchtaanval op Brugge wordt de UB-20 beschadigd en moet nog vijf weken langer in reparatie blijven.

Op 28 juli 1917 om 11u40 verlaat de UB-20 de haven van Oostende voor een vier uur durende proefvaart om de reparaties op haar drukhuid te testen. Aan boord zijn er slechts dertien bemanningsleden, twee man werfpersoneel en twee legerofficieren. Op de dag van haar verdwijning zijn er twee U-boten door Britse vliegtuigen aangevallen. Meer dan waarschijnlijk zijn dit echter de UC-16 en UC-65. De beschadigingen aangetroffen bij de UB-20 wijzen in de richting van een dubbele mijnontploffing. De Britse admiraliteit bevestigt later dat de UB-20 mogelijk verloren is gegaan in een nieuw Brits mijnenveld. Dit mijnenveld is in het geheim gelegd op 25 juli 1917.

Alle zeventien opvarenden komen om het leven op UB-20. Het lijkt van Hermann Glimpf spoelt op 3 september 1917 aan in Jutland aan de Deense kust.

bronnen
Tomas Termote, oorlog onder water, Davidsfonds
http://www.wrecksite.eu/wreck.aspx?84
http://www.uboat.net/wwi/boats/successes/ub20.html

minefield.jpg

 

 

 

Belgische cavalerie verovert U-boot UC-61

UC-61 en haar bemanning zouden de onfortuinlijke faam krijgen om gevangen genomen te worden door een Belgisch cavaleriedetachement. De nieuwe UC-61 komt eind februari 1917 aan in Zeebrugge, onder bevel van Oberleutnant zur See Georg Gerth. Gerth en zijn bemanning zouden een korte carrière beschoren zijn, maar kunnen vier missies uitvoeren in vijf maanden tijd.

Op 5 maart 1917 torpedeert de UC-61 het Britse passagiersschip SS Copenhagen in de nabijheid van het lichtschip Noordhinder. Pas zes weken later vertrekt UC-61 op haar eerste mijnenlegmissie richting Kanaal. Op deze reis keldert ze ook nog vier schepen. Bij een aanval op het Franse schip SS Nelly wordt de UC-61 beschoten en beschadigd. De opgelopen schade houdt UC-61 vrij lang in het droogdok. Op de derde missie in juni 1917 legt de UC-61 een mijnenveld nabij Brest waardoor de Franse pantserkruiser Kléber zinkt.

Op 25 juli 1917 verlaat UC-61 Zeebrugge voor de laatste keer. In de vroege uren van 26 juli duikt er een lichte mist op. In plaats van op de bodem een tijd af te wachten, vaart UC-61 verder. Om 4u20 raakt de UC-61 de bodem. Bij het ochtendgloren zien de Duitsers dat ze op het strand van Wissant zijn terechtgekomen, op nog geen 800 meter van de duinen. De bemanning gooit obussen en torpedo’s overboord maar slagen er niet in om hun U-boot vrij te krijgen. Franse douaniers komen erbij uit en verwittigen de militaire autoriteiten in Calais. Een Belgische cavaleriepost wordt bevolen ter plaatse te gaan kijken. En zo nemen 40 ruiters van de vijfde lansiers  25 Duitse matrozen gevangen.

Bronnen
Tomas Termote, oorlog onder water, Davidsfonds
http://uboat.graptolite.net/UC61.html
http://www.uboat.net/wwi/boats/index.html?boat=UC+61

UC61_1917

 

 

 

Schaap ahoy !

Indien mogelijk verschijnt een U-boot aan de oppervlakte nadat ze een vijandelijk schip hebben getorpedeerd. Allerhande bruikbare zaken zoals hout, balen katoen, vee en verse groeten kunnen ronddrijven. Dat is het geval op 24 juni 1917 voor Werner Fürbringer en de bemanning van UC-17. Ter hoogte van de Scilly-eilanden wordt het stoomschip ss Clan Davidson gezonken.  Het Britse schip is afkomstig van Sydney en heeft onder andere boter en een gemengde lading aan boord.

Nadat het schip onder de oppervlakte verdwenen is, schieten enkele tonnen naar de oppervlakte. Die worden gevolgd door een groot schaap dat blatend tussen de tonnen drijft. De bemanning van de UC-17 staat versteld als het schaap zicht begint voort te bewegen alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Nadat de verraste zeelui het dier aan boord getrokken hebben met een touw, zien ze dat het uitgeput is, waarschijnlijk van de opstijging van enkele tientallen meters diepte. Het beestje wordt uit zijn lijden verlost, het vel verwijderd en de rest naar de kombuis gebracht om tot een gebraad omgetoverd te worden.

bron : Tomas Termote, oorlog onder water, Davidsfonds

De tekening hieronder is van Liz Brady

LizBrady_Swimming-Sheep-16x10

Laatste missie van graaf von Schmettow

Op 30 april 1917 vertrekt UC-26 op haar achtste en laatste missie richting Caen. Daar lost ze de helft van haar mijnen op 2 mei en dezelfde dag vergaat HMS Derwent in dat mijnenveld. UC-26 kan in de volgende dagen vermoedelijk nog drie schepen in het Kanaal doen zinken. Op 9 mei 1917 besluit om Schmettow na een matige missie huiswaarts te keren. Hij wilt de Dover Barrage boven water doorvaren, dicht bij de Franse kust.

Als UC-26 zich rond middernacht ter hoogte van Kaap Gris Nez bevindt, wordt ze opgemerkt door drie torpedobootjagers. Onmiddellijk duikt ze onder maar HMS Milde kan haar net op tijd rammen. UC-26 wordt geraakt in de drukromp, vlak voor de toren en duikt oncontroleerbaar naar de bodem op 46 meter diepte. De overlevenden kunnen het binnenstromende water tegenhouden, maar slagen er niet in om de U-boot te doen rijzen. Als de elektrische verlichting het begeeft, weet de bemanning dat haar U-boot niet meer aan de oppervlakte zal komen.

Ontsnapping via de luiken is de enige optie. De bemanning verdeelt zich zich in twee groepen, één in het achterste compartiment, een tweede in de commandoruimte. Vervolgens stellen ze de druk in de duikboot gelijk met die aan de buitenzijde, laten water binnen en openen de luiken. Een deel van de overlevenden wordt in een luchtbel naar de oppervlakte geduwd en acht van hen slagen erin verse lucht te ademen. Dit is op zich al een hele prestatie, aangezien ze zonder duikmateriaal van 46 meter diepte zijn geraakt.

De Britten halen slechts twee Duitsers levend uit het water : Leutnant zur See Heinrich Petersen en Maschinistenmaat Acksal. De twee overlevenden geven aan dat de Britten de zes anderen gewoon aan hun lot overlaten. Britse bronnen vermelden dan weer dat er slechts twee levend aan de oppervlakte gekomen zijn, De overoptimistische commandant Graf von Schmettow is niet onder hen.

bron : Tomas Termote, oorlog onder water, Davidsfonds

GrafVonSchmettow

Zierikzee door Britten gebombardeerd

Tijdens de nacht van 29 op 30 april 1917 zijn Britse vliegtuigen onderweg om de haven van Zeebrugge en de daar voor anker liggende Duitse duikboten te bombarderen. Blijkbaar raakt een van de toestellen uit koers en gooit acht bommen uit boven Zierikzee in Nederland. Niet alleen is er behoorlijk wat schade, maar bovenal zijn er drie doden en veel gewonden.

Tussen het puin vinden de Nederlanders bomscherven die de Britse herkomst ervan bewijzen. Logischerwijze kan de Nederlandse regering dit niet over haar kant laten gaan : een neutraal land bombarderen ! Aanvankelijk beweren de Engelsen nog dat de Duitsers de aanval uitvoerden met een buitgemaakt toestel, maar later betalen ze toch schadevergoeding.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Zierikzee_1917

 

ontsnapping uit de gezonken UC-26

In de ochtend van 8 mei 1917 wordt UC-26, onder bevel van Kapitänleutnant zeur See Mattias Graf von Schmettow, geramd door een Britse torpedobootjager. De duikboot zinkt voor Kaap Gris Nez. UC-26 komt terecht op een bodemdiepte van 50 meter en water stroomt binnen via de radiokamer. Er wordt meerdere keren gepoogd om lucht in de tanks te blazen en perslucht in de U-boot te laten, alles zonder resultaat. De machinekamer loopt onder n ook in de commandoruimte stijgt het water tot borsthoogte. Uiteindelijk zorgt het oprukkende water voor een vergrote drukken de toren waardoor het torenluik opengeslagen wordt. Oberleutnant zur See Heinrich Petersen raakt met zijn voet geklemd aan de torenladder, maar kan zich vrijmaken en opstijgen. Petersen weet dat hij onder meer dan 5 atmosfeer druk staat op deze diepte en probeert zijn opgang zoveel mogelijk te remmen. Zo weet hij de oppervlakte te bereiken. Rond hem hoort hij verschillende hulpkreten maar hij kan niemand zien door de hoge golven.

Pas twintig minuten later komt er een Britse torpedobootjager in zicht die reddingsgordels overboord gooit naar de drenkelingen. Petersen kan zich met zijn laatste kracht aan een van de gordels vastklampen. De Britten laten een reddingsboot te water en kunnen Petersen em Maschinistenmaat Axel uit het water halen. Een groep andere overlevenden bevindt zich nog wat verder. Als Petersen aan het dek van de Britse jager komt, hoort hij de commandant zeggen :”I think that will do it.”. Hij hoort nog het hulpgeroep van zeven of acht overlevenden in het water. De reddingsboot wordt echter terug op zijn plaats vastgemaakt en de kapitein maakt aanstalten om verder te varen. Petersen gaat naar de commandant en smeekt hem om ook de anderen te redden, maar valt dan bewusteloos op het dek waarna de torpedobootjager verder vaart.

Na meer dan 2 uur wordt Petersen wakker met zware draaiingen en oor-, hoofd- en nierpijn. Na 8 uur verdwijnt de oor- en nierpijn en uiteindelijk wordt Petersen goed behandeld op de torpedobootjager. In Dover aangekomen worden Petersen en Axel overgebracht naar gevangenenkampen. Tot in 1919 heeft Petersen nog last van de longoverdruk die hij heeft opgelopen bij de ontsnapping uit de UC-26.

bron : Tomas Termote, oorlog onder water, Davidsfonds

Uboot_VictoryBonds

Uboot in de val gelokt

Op 30 maart 1917 wordt de UB-32 geconfronteerd met een verdacht stoomschip ter hoogte van Beachy Head. Op 3000 meter laat Oberleutnant Viebeg het vuur openen op wat een U-bootval blijkt te zijn. Het schip in kwestie, het Q-schip HMS Penshurst, wordt getroffen in de machinekamer en vlak onder de brug. Maar de Brit slaat hard terug en vult op de UB-32 met vier geschutsstukken. Uiteindelijke duikt de UB-32 onder nadat ze een torpedobootjager ziet toesnellen. De volgende dag torpedeert UB-32 het hospitaalschip ss Gloucester Castle ter hoogte van het eiland Wight. Doordat het schip traag vergaat, kan het overgrote deel van de opvarenden gered worden.

bron : Tomas Termote, oorlog onder water, Davidsfonds

U 53 im Kampf mit der U-Boot-Falle

Louis Ponjaert redder in nood

Louis Ponjaert, kapitein van de O.151 Nadine, redt op 30 maart 1917 de volledige bemanning (73 personen) van het Britse schip Liverpool. De 0.151 Nadine is misschien wel recordhouder van het aantal geredde schipbreukelingen onder de Oostendse schepen die tijdens de eerste wereldoorlog naar Groot-Brittannië zijn uitgeweken.

Eerder, op kerstdag van het jaar 1915, redde kapitein Ponjaert ook al 42 opvarenden van een Brits vrachtschip dat zonk nadat Duitsers het hadden getorpedeerd.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

reddingsboot1917