Britse actie bij Sint-Elooi

De Britten laten op 27 maart 1916 om 4u15 zes ondergrondse mijnen ontploffen op de Mound, bij Sint-Elooi. Zonder voorafgaand artillerievuur rukken de Britten vervolgens op. Sommige Duitsers zijn gedood door de ontploffingen, anderen blijken niet meer in staat om weerstand te bieden. Daarnaast worden er nog 193 soldaten en 5 officieren in hechtenis genomen en ondergebracht in het dorpsschooltje van Dikkebus.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
foto komt van http://www.c3iopscenter.com 

27March1916StEloiCratersWWI.jpg

The Bluff terug Brits

Zonder uitgebreide artillerievoorbereiding slagen Britse militairen op 4 maart 1916 erin om bij verrassing de Duitsers te verdrijven uit hun stelling aan The Bluff. Deze kunstmatige heuvel ligt aan de zijkant van het kanaal Ieper-Komen, niet eens zo ver van de befaamde Hill 60.

Slechts een paar weken voordien viel The Bluff in Duitse handen, nadat ze drie dieptemijnen tot ontploffing hadden gebracht.

Toeristische tip : The Bluff, met diverse mijnkraters, ligt nu op het grondgebied van het Provinciaal Domein De Palingbeek in Zillebeke (Ieper).

bronnen 
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
Een gedetailleerde beschrijving van deze Britse aanval is terug te vinden op http://www.longlongtrail.co.uk/battles/battles-of-the-western-front-in-france-and-flanders/actions-in-the-spring-of-1916-western-front/

TheBluff19160304

Eerste fosgeengasaanval nabij Ieper

De datum van 19 december 1915 zal in de geschiedenis van de chemische oorlogvoering met rood aangestipt worden als de dag waarop voor het eerst fosgeen wordt gebruikt. Friedrich Haber had al in de begindagen aan het gebruik van fosgeen als wapen gedacht. Een dergelijke aanval voorbereiden vergt echter veel meer tijd dan een met chloorgas. De grote giftigheid van fosgeen dwingt de Duitse troepen eerst te beschikken over een degelijk gasmasker voor iedereen. Tegen het einde van 1915 staat het Duitse leger echter klaar. Opnieuw wordt de zone van Ieper uitgekozen en meer bepaald een sector tegenover de Britse troepen.

Het Duitse leger voert een tweevoudige aanval uit in het gebied tussen Mesen en Sint-Elooi. Om 5 uur in de ochtend openen Duitse manschappen de cilinders met chloorgas die opgesteld staan aan de frontlinie.

BelgischeSoldaat_BritseCagoule

Belgische soldaat met een Britse cagoule

Die eerste gasaanval was enigszins verwacht. De geallieerden wisten van gevangenen dat het een kwestie van tijd was van wachten op de juiste windrichting. De Britse troepen zijn dan ook voorbereid. Zodra het gas waargenomen wordt, gaat elk beschikbaar alarm af : claxons, klokken, sirenes… Meteen openen de Britten het vuur om een mogelijke Duitse aanval tegen te gaan.

Om 6u15 volgt een tweede, onverwachte en totaal verschillende gasaanval : de Duitsers schieten granaten af gevuld met fosgeen (carbonyl-dichloride). Gelukkig voor de Britten veegt een stevige wind het gas binnen een half uur weg, want hun gasmaskers waren niet voorzien op dergelijke concentraties fosgeen. Van de duizend door het gas bevangen militairen sterven er kort nadien ongeveer 120.

Uit rapporten blijkt dat de gebruikte gassen een vertraagde uitwerking hebben. Dat is ook het geval bij mannen die tijdens de aanval goed beschermd lijken te zijn. Maar acht tot veertien uur later blijkt de aantasting. Ze klagen over extreme vermoeidheid en die wordt snel erger wanneer ze enige lichamelijke inspanning moeten doen. Er sterven zelfs soldaten tijdens oefeningen, twaalf uur na de aanval.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
Luc Vandeweyer, Koning Albert en zijn soldaten, Manteau

Duitse vlammenwerpers aan de Hooge Crater

Duitse troepen vallen op 31 juli 1915 Hooge Crater in Zillebeke aan, die reeds enkele weken onder Britse controle is. Manschappen van King’s Royal Rifle Corps verdedigen de stelling maar worden verdreven, onder meer omdat de vijand een nieuw wapen inzet : de vlammenwerper.

De Duitsers hadden de vlammenwerper enkele maanden eerder al uitgetest in Malancourt (Frankrijk) maar nu was de aanval grootschaliger en waren de vlammenwerpers al meer geperfectioneerd.

de Franse soldaat Louis Barthas maakte ook al eerder melding van een Duitse aanval met vuur : daarover lees je meer op [deze bladzijde].

Toeristische tip : ter nagedachtenis van de manschappen van het King’s Royal Rifle Corps die hier sneuvelden op 30 juli n 31 juli 1915 (en op 2 juli 1916 bij Sanctuary Wood) werd een gedenkteken geplaatst op de Meenseweg in Zillebeke ter hoogte van het huis met nummer 498 en tegenover de parking van pretpark Bellewaerde.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

DuitseVlammenwerper1915

het scheermes van Boezinge

In Boezinge, op de oever van de vaart naar de Ijzer, sneuvelt op 11 juli 1915 de 23-jarige soldaat George Herbert Parker, samen met anderen uit zijn bataljon. Hun lichamen kunnen die dag niet achter de Britse linies gebracht worden, en later trouwens ook niet. Alleen zijn naam op de Menenpoort in Ieper herinnert nog aan hem. Hij lijkt wel een soldaat zonder geschiedenis, net als zovele andere vermisten.

Op dezelfde kanslozer vinden The Diggers 85 jaar later het scheermes met het stamnummer van George Herbert Parker. In dezelfde omgeving vinden dezelfde onderzoekers ook stoffelijke resten van het regiment van soldaat Parker. Via de pers kwamen The Diggers in contact met de weduwnaar van de kleindochter van George Herbert Parker. Hij bezorgde hen de oorlogsmedaille die de weduwe van de soldaat ontving na zijn dood. George Herbert Parker heeft nu ook een geschiedenis dankzij The Diggers (www.mausershooters.org/diggers).

Medaille en scheermes werden door the Diggers geschonken aan het In Flanders Field Museum van Ieper.

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://www.mausershooters.org/diggers/E/activiteiten/stoffelijkeresten/stamnummers.htm

GeorgeHerbertParker1915

De Duitsers veroveren het Polygoonbos

Op 3 mei 1915 moeten de Britten het Polygoonbos, ten zuiden van de dorpskern van Zonnebeke, aan de Duitsers laten. Niet zozeer de oppervlakte van het Polygoonbos, wel zijn ligging op een West-Vlaamse heuvelrug. Het bos combineert een degelijke beschutting met een prima uitzicht.

Het is niet voor het eerst of het laatst dat dit niet zo grote bos van bezetter wisselt. Britse troepen hielden het Polygoonbos bezet van oktober 1914 tot 3 mei 1915. Dan blijven de Duitsers er tot en met de zomer van 1917 en leggen er een kerkhof aan dat in 1955 ontruimd wordt. Australische troepen verdrijven de Duitse en leggen ook Polygon Wood cemetery aan. Nieuw-Zeelanders lossen hen af en zij moeten in februari 1918 het bos weer aan de gezamenlijke vijand laten. Op 28 september 1918 verwerft een Schotse divisie het veelvuldig verwoeste bos. Ditmaal definitief.

Toeristische tip : Het Polygoonbos is nu een leuke plek om te wandelen, voorzien van wandelpaden. Aan de rand is er niet alleen Polygon Wood Cemetery, maar ook Buttes New British Cemetery en het Memorial of the 5th Australian Division.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Polygoonbos_Terugtocht_mei1915

Britse heldenmoed nabij Ieper

John Lynn is een van de velen die recht hebben op een plaatsje in het grote heldenboek van deze oorlog. Helaas voor hen geen standbeelden : die zijn weggelegd voor koningen en generaals, die meestal ver achter het front vertoeven.

Op 2 mei 1915 hervat het Duitse leger zijn aanvallen in de buurt van Ieper, onder meer op de stellingen van het 2e bataljon van de Lancashire Fuseliers nabij Shell Trap Farm, in de buurt van het gehucht Wieltje in de Ieperse deelgemeente Sint-Jan.

De Duitsers trekken op achter een wolk van chloorgas die in de richting van de Britten drijft. Aan een van de Britse mitrailleurs staat John Lynn. Hij blijft vuren door de gaswolk omdat hij daarachter de vijand weet en heeft geen tijd om zijn gasmasker op te zetten. Wanneer de gaswolk zo dicht is dat het zicht nul wordt, klimt John op de borstwering van zijn schuilplaats om een beter overzicht te hebben. Zo slaagt hij erin de tegenstrever terug te dringen.

Eerst helpt hij nog zijn kameraden, maar dan valt hijzelf neer, zwaar aangetast door het chloorgas. In de loop van de volgende uren, op 3 mei 1915 sterft hij. Hij zal postuum het Victoria Cross krijgen.

Toeristische tip : Op Grootebeek British Cemetery (Vlamertingseweg, Reningelst) staat een gedenksteen ter nagedachtenis van John Lynn.

De oorlogskalender van het Davidsfonds vermeldt dat John Lynn geen standbeeld heeft. Dat klopt, maar de Britten zijn hun held niet vergeten. In “The War Illustrated” wordt er een tekening aan zijn actie gewijd. En John Lynn heeft een eigen wikipediapagina.

John Lynn in

John Lynn in “The War Illustrated”

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://en.wikipedia.org/wiki/John_Lynn

Odon mag de 1e linie verlaten

Odon Van Pevenaege is samen met zijn wapenmakkers van de grenadiers betrokken bij de gevechten rond Steenstrate, na de eerste Duitse gasaanval nabij Ieper. Meer informatie over die gevechten waarbij Odon betrokken is, vind je terug op de pagina’s van 22-23 april en van 23-24 april.  op 24 april 1915 worden de grenadiers afgelost door het 3e linieregiment. Behalve het peloton van Odon want dat peloton vinden ze ’s avonds niet terug. Over zijn laatste dag in de eerste linie noteert Odon het volgende.

25 april 1915
De ochtend van zondag 25 april 1915 kwam er bevel van de majoor dat we mochten vertrekken. Op mijn horloge was het 7 uur. De adjudant zei dat we weg mochten, maar de plaats waar we zaten, was erg gevaarlijk. We zaten op amper 200 meter van de vijand. Velen zeiden :’Ik blijf zitten tot de avond valt.’. Het was gevaarlijk om weg te gaan en ik vond dat ook. Toch zag men er hier en daar een wegsluipen. Dat maakte op de anderen grote indruk. Een Antwerpenaar kwam bij mij en zei :’Zijt gij ook nog niet weg ?’. (…) We maakten ons klaar om te vertrekken. Er werd juist nog een zoeaaf getroffen door een kogel, vlak naast mij. Hij vroeg ons om hem naar een poste de secours te brengen. We zeiden dat hij maar met ons mee moest, we moesten er toch langs.

Odon_19150425Langzaam kropen we door de gracht. (…) Ik liep voorop en om het de vijand moeilijk te maken, liep ik zo hard ik kon. Toen ik zo’n 200 meter gelopen had, hoorde ik plots een schreeuw. Ik draaide me om en zag mijn makker Dens op de grond vallen. Ik liet de Fransman verder gaan naar de poste de secours, zo’n 220 meter verderop. De kreten van mijn vriend waren als een dolk in mijn hart. Ik ontdeed me van mijn ballast en kroop terug naar hem. Hij vroeg me meteen een dokter of een aalmoezenier te halen. Maar toen hij mij zag vertrekken, riep hij mij terug en zei :’Clairon, ge moogt mij niet verlaten !’. Het was wreed, maar ik kon die jongen op geen enkele manier helpen. Opeens begon hij te wenen en riep :’Clairon, ik ga sterven !’. Toen ik dat hoorde, kon ik mijn tranen niet meer bedwingen. (…) Intussen kroop er nog een karabinier tot bij ons. Ik vroeg hem om bij mijn kameraad te blijven zodat ik brancardiers kon gaan halen. Gebukt liep ik het veld oor. Toen ik aan het einde kwam, vond ik een peloton piotten van het 3e linieregiment. Ik vroeg drie mannen van goeie wil om met mij mee te gaan. Onmiddellijk kwamen ze mee en we droegen de gewonden in een zeil naar de poste de secours. (…) Mijn kameraad werd naast een dode gelegd, uit plaatsgebrek. Na hem te hebben aangemoedigd, zei ik de jongen vaarwel. Zijn laatste woorden waren :’Clairon, de complimenten aan al mijn makkers en tot weerziens in het andere leven.’. Een uur nadat ik weg was, blies hij in helse pijnen zijn laatste adem uit. (…)

Ik stapte verder naar Oostvleteren. De versterking van de Fransen was geweldig groot. Er waren zelfs Engelsen bij. Een Engelse officier liet me op een open auto zitten die naar Oostvleteren reed. Onderweg werd ik gefotografeerd. Het was rond de middag dat ik in deze gemeente aankwam. Ik was blij dat ik in mijn kantonnement eens goed kon uitrusten. Tegen de avond ging ik naar de kerk om God te bedanken.

bron :  Ivan Adriaenssens, Odon – oorlogsdagboek van een Ijzerfrontsoldaat, Lannoo

Odon vecht in Steenstrate

De eerste Duitse gasaanval aan het westelijk front was gericht tegen de Fransen (lees meer op deze pagina). Maar ook de Belgen waren bij de gevechten betrokken (informatie op deze pagina) .In het boek van Luc Vandeweyer, Koning Albert en zijn soldaten, Manteau werden de grenadiers, waaronder Odon van Pevenaege, al vermeld. Hoog tijd dus om Odon zelf aan het woord te laten. In zijn dagboek schrijft Odon het volgende over deze gevechten rond Steenstrate.

22 april 1915
De 22e april begon de vijand bij valavond heel de sector van Steenstrate te bombarderen zonder ophouden. Ondertussen lieten ze hun geweren en mitrailleurs ook nog eens goed draaien. Die dag was mijn bataljon in repos bij de burgemeester van Oostvleteren. Het was de tweede dag van onze repos. Iedereen vroeg zich af wat dit kon betekenen. Het bombardement werd steeds heviger. Rond 22 uur was het alert voor ons. Meteen schoten we onze tenue aan en zonder een hap eten voor de volgende dag vertrokken we. Alles wat we kregen, waren cartouches. Onderweg werd er weinig lawaai gemaakt, want iedereen was bevreesd. Op onze piketplaats gekomen vernam ik dat de vijand de Fransen had aangevallen en ook een kant van ons regiment. Ze hadden de Franse linie al ingenomen. Toen wij dat hoorden, verbeterde onze moreel niet. Toch liet ik de moed niet zakken. Na het lezen van een mooi gebed voelde ik me al een stuk beter. Zo kwamen we bij de Kemmelbeek. Hier werden we opeens iets gewaar aan onze ogen. Iedereen vroeg zich af wat dat kon zijn. Ook onze keel begon meteen pijn te doen. Maar niettemin bleef er niemand achter. De kogels begonnen over te vliegen en ook de ene schrapnel na de andere. De compagnie werd verdeeld in drie groepen. Het tweede peloton – het mijne – moest zich vestigen aan de rechterkant van de Lizernemolen. Die molen was afgebroken door de genie van de 6e D.A in de dagen dat wij hier tranches maakten, op 14 oktober 1914.  Net naast die molen was er een tranchee gegraven. Daar moesten wij in. Door een regen van kogels trokken wij erheen. Aan de tranchee gekomen sprongen wij er gauw in om ons zo goed mogelijk tegen de mitrailleurs van de vijand te beschermen. Het bombardement nam in hevigheid toe. (…) Zo bleven we hier tot de volgende ochtend.

23 april 1915
Rond 2 uur ’s nachts deden de Duitsers opnieuw een aanval die voorafgegaan werd door een sterke wolk gas waar we niet konden doorkijken en die ons bijna verstikte. Mijn ogen deden niets dan tranen en aan onze keel konden we het bijna niet uithouden van de pijn. Het duurde drie kwartier voor het gas begon te verdwijnen. Maar desondanks waren onze mannen niet opgehouden met schieten. Door het voortdurende schieten van onze kant waren de Duitsers er niet in geslaagd vooruit te komen.

Odon_19150423

bron : Ivan Adriaenssens, Odon – oorlogsdqgboek van een Ijzerfrontsoldaat, Lannoo

dokter Lievens verruilt verlof voor de gevechten van Steenstrate

Dokter Lievens was vanaf 18 april 1915 op verlof en ging naar Folkestone en Londen. Zijn notities daarover vind je terug op deze pagina. Zijn verlof eindigt op 22 april en daags nadien komt hij terug in Belgie op de dag van de eerste Duitse gasaanval nabij Ieper.  Hij noteert het volgende in zijn dagboek.

23 april 1915

dokter Lievens

dokter Lievens

De terugkeer verloopt op een woelige zee, maar ik word niet zeeziek. In Calais wacht een auto mij op om me direct naar het kantonnement te brengen. Wat een drukte bij mijn aankomst. Ik krijg bevel me onmiddellijk ter beschikking te stellen van de C.D.A. (cavaleriedivisie). De Duitsers hebben de Franse sector, verdedigd door territoriale troepen, in Steenstraete aangevallen. Voor de eerste maal heeft de vijand gebruik gemaakt van gifgas. De verraste soldaten werden vergiftigd. De Fransen moesten zich terugtrekken met verlies van vierentwintig 75-mm kanonnen, vier houwitsers en 1500 gevangenen. De Britten rechts van hen en onze cavaleriedivisie links worden gedwongen zich terug te trekken. De Duitsers bezetten Steenstrate.

24 april 1915
De Duitsers vallen het Belgische front aan na een overvloedige beschieting met gifgasgranaten. Vertrouwend op hun succes rukken ze op in colonnes van vier met het geweer aan de riem. De officieren nemen de leiding met getrokken sabel en de revolver in de vuist. Als gelukkige voorzorg heeft generaal De Ceuninck alle mitrailleurs in de bedreigde sector laten brengen. De moffen naderen tot op 150 meter en worden dan warmpjes onthaald met geweervuur, geratel van mitrailleurs en gedonderd van kanonnen. De Duitsers vallen als vliegen. Niettemin blijven zij die volgen de eersten vooruit duwen en dat blijft achttien minuten duren. Het wordt een bloedbad zonder voorgaande. Je zou medelijden krijgen met die kerels, ze worden als strohalmen neergemaaid. Eindelijk zien we de colonnes wankelen, uiteenvallen en dan wordt het een redde-wie-zich-redden-kan. Een immense zegekreet weerklinkt uit onze loopgraven, overwinningskreten, gehuil van vreugde. Ondanks het verbod van de officieren verlaten onze grenadiers en karabiniers zegedronken hun versterkingen om de verliezers te achtervolgen. Ze omhelzen elkaar, lachen, huilen, dansen, ze zijn als gek geworden.

’s Avonds tellen we voor onze linies achthonderd Duitse doden en we beschouwen de Duitse inspanning als gebroken. Eens te meer heeft ons kleine dappere leger Europa gered, want als wij de Duitsers niet hadden tegengehouden, dan zouden ze doorgebroken zijn en Duinkerke en Calais hebben ingenomen, met alle funeste gevolgen vandien. Diezelfde dag hebben de 418de Franse en het 135e Zouavenregiment bijgestaan door de Britten en Canadezen het verloren terrein heroverd ten koes van heldhaftige inspanningen en verschrikkelijke verliezen. Mijn God, wat een bloed ! Wat een bloed ! ie dag heb ik meer bloed zien bloeien dan gedurende heel de oorlog. Brancardiers en dokters hebben met bewonderenswaardige energie en toewijding stoïcijns hun taak volbracht.

25 april 1915
Bij Steenstrate rukken we nog op, maar de Duitsers verdedigen hardnekkig het gehucht (Luzern). Ze gaan energiek in de tegenaanval, maar wij houden wat we hebben.