Een brief vanuit Wijtschate

De dag ervoor had kolonel Rowland Feilding geen tijd om te schrijven maar op 8 juni 1917 vertelt hij in een brief aan zijn vrouw over de verovering van de heuvelkam tussen Wijtschate en Mesen.

Na een bombardement dat zijn gelijke niet kent in de geschiedenis vielen wij gistermorgen om 3u10 de Duitsers aan en veroverden de heuvelkam Wijtschate-Mesen.

Onze brigade kreeg de naar verwachting moeilijkste taak van de dag toebedeeld : het veroveren van Wijtschate-dorp, dat in de handen was van de vijand sinds 1914. Volgens gevangenen die we de laatste tijd konden oppikken, verloren de Duitsers toen zoveel terrein dat de keizer uitdrukkelijk bevelen gegeven heeft om het dorp zeker te behouden.

Het dorp  bevindt zich op top van Mesen-heuvel. De borstweringen die we sinds september 1916 bezetten, lopen door de modderige velden ten westen ervan. Nu is de hele heuvel en de omgeving in onze handen, en ik schrijf deze brief terwijl ik in een open veld zit. Dat zou de voorbije dagen niet zo gezond geweest zijn.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

rowland-feilding

Rowland Feilding

de mijnen van Mesen

de mijnen van Mesen

Het bezette Mesen, ten zuidoosten van Ieper, ligt op een heuvel van 80 meter hoog, waardoor de Duitsers een omtrek van 45 km kunnen bestrijken. Onder de Duitse linies hebben de Britten 22 mijnen gelegd.

Als voorbereiding voor de slag beginnen de Britten vanaf 21 mei 1917 met een artilleriebombardement waarbij 2.300 kanonnen en 300 zware mortierwerpers worden ingezet. Op 7 juni om 2u50 stoppen ze daarmee. De Duitse troepen verwachten nu de aanval, spoeden zich naar hun machinegeweren en beginnen alvast te schieten. Om 3u10 brengen de Britten de mijnen tot ontploffing.

Generaal Plumer heeft de dag ervoor tegen zijn stafleden opgemerkt :”Heren, misschien maken we morgen geen geschiedenis, maar we zullen zeker de geografie veranderen.”. Er wordt een totaal van 431.700 kg dynamiet tot ontploffing gebracht. De schok lijkt een aaardbeving en is tot in Parijs te voelen. Premier Lloyd George kan de klap in Londen duidelijk horen, terwijl de knal ook in Dublin waarneembaar is. Het is de luidste door mensen veroorzaakte explosie tot dan toe.

De effecten zijn verwoestend. Alleen al door de explosies komen zo’n 10.000 Duitse militairen om. Onder de bescherming van gordijnvuur, tank- en gasaanvallen rukt het Britse 2e leger onstuitbaar op. De volgende dag proberen de Duitsers nog in de tegenaanval te gaan, maar ze verliezen daarbij meer terrein.

Het landschap is inderdaad veranderd. Er zijn enorme kraters ontstaan van ruim 30 tot bijna 80 m doorsnede. Er zijn nog steeds onontplofte mijnen in de ondergrond. Eén ervan ligt nog steeds in het bos van Ploegsteert.

bron : Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgevers

Battle of Messines WWI Art.jpg

Vuurwerk op de Kemmelberg

Op en om de Kemmelberg is er weer vuurwerk. Onderpastoor Van Walleghem kan zich moeilijk voorstellen dat er nog mensen leven in die hel.

Voorzeker moeten de Duitse stellingen er ver van vernietigd zijn. Nochtans, de Duitse kanonnen zwijgen niet en beschieten hevig de Kemmelberg en de loopgraven. Maar het geweld van de Engelsen is minstens vijfmaal groter dan dat van de Duitsers. De bliksems en slagen geven niet af.

Welk een raar, wreed en enigszins groots schouwspel als men op een heuvel slechts enkele kilometers ervan verwijderd dat razende kanonnengevecht bekijkt. Ja, nu en dan zoeft er een Duitse obus boven uw hoofd die gaat ontploffen in het Engelse kamp.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

german_barrage_fire_at_night_ypres

het aftellen tot de grote klap kan beginnen

Britse tunnelbouwers en specialisten van ondergrondse mijnen leggen op 9 mei 1917 de laatste hand aan wat de Duitsers een stevige klap moet toebrengen in de buurt van de Kruisstraathoek in Wijtschate. Bijna anderhalf jaar heeft het geduurd om de nodige tunnels te graven en de vier ondergrondse mijnen te plaatsen. Ondertussen zat de tegenstrever ook niet stil : via een kleinere ontploffing kwam een van de Britse springkamers onder water.

Nu alles in gereedheid is gebracht, is het wachten tot de Mijnenslag van 7 juni 1917 eer deze vier mijnen mogen ontploffen.

Tunnel01

een bijzonder eerbetoon in Ieper

Tijdens de slag van Flers-Courcelette (Frankrijk) sneuvelt op 25 september 1916 tweede luitenant Charles Dean Prangley, de zoon van Eerwaarde Charles Prangley, van het rectoraat van de anglicaanse kerk in Norfolk. De tweede luitenant ligt begraven in Guards’ Cemetery in Lesboeufs.

Het meest bijzondere en overweldigende eerbetoon voor Doox, zoals de bijnaam luidt van de gesneuvelde, bevindt zich sinds 1927 in Saint George’s kerk in Ieper (Elverdingsestraat 1, Ieper). Het is een geïllustreerd boek van de Heilige Communiedienst in de anglicaanse kerk, voor de rouwende vader gemaakt door een kalligraaf. Op elke bladzijde van het boek staat de naam Doox, terwijl de omslag is gemaakt van de schors van een boom voor het rectoraat van Norfolk. Voor het gouden kruis werd de trouwring van Doox’ moeder hersmolten (zij overleed vermoedelijk bij zijn geboorte).

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://www.lynnnews.co.uk/news/doox-prangley-forgotten-hero-1-540465

charlesdeanprangley1916

 

Eenzame Taube boven Ieper

De Autralische militair Viv Smythe schrijft op 23 september 1916 vanuit Flanders Fields een brief aan zijn geliefde.

Sinds we hier zijn, rusten we. In de loopgraven zijn we nog niet geweest. Ik denk taube03trouwens dat ze in een lamentabele toestand zijn en nog niet hersteld werden sinds de derde slag om Ieper. Het weer is koud en nat geweest maar
vandaag is een heerlijke dag. En dan duikt natuurlijk ook onze vriend de Taube op. We weten dat hij daar ergens moet vliegen want we horen het afweergeschut en we zien de witte wolkjes aan de hemel die het veroorzaakt. Je moet al bijzonder goede ogen hebben om zo’n Duits vliegtuigje waar te nemen. Misschien is die Taube alleen maar opgestegen voor het morele effect : om de eigen troepen wat op te peppen nu ze beslist ontgoocheld zijn dat onze vliegtuigen zo laag overvliegen terwijl de hunnen nog nauwelijks opstijgen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

 

Rattenplaag in Ieper

Ongelooflijk hoe sterk de streek van Ieper (en misschien ook elders) van de raten krioelt, noteert onderkastletters Van Walleghem op 24 juli 1916.

Overal in de hoven, velden, zelfs rijke huizen, maar vooral in de loopgraven zitten er ratten. Sommigen korenakkers zijn werkelijk verslonden door die beesten : zij bijten de vruchten van onderen af, de korenaar valt neer en wordt leeggegeten. Sommige velden zijn zelfs het pikken (met de pikdonker) niet meer waard; Vooral ’s avonds kan men geen tien stappen zetten zonder ratten te zien.

Vooral in de loopgraven krioelt het van de ratten. De soldaten moeten gedurig hun eten op zich dragen of anders wordt het onmiddellijk rattenkost. Nochtans ontbreekt het niet aan honden : de Belgen van de 4e Batterij alleen hebben er veertig. Katten daarentegen zijn zeldzaam geworden.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

image

de heldenmoed van een mijnwerker

Een van de talloze namen die vermeld staan op het Ploegsteert Memorial for the Missing is die van soldaat William Hackett, die op 27 juni 1916 overlijdt. Hij is al 23 jaar mijnwerker wanneer hij in 1915 het Britse leger vervoegt. Niet helemaal onverwacht komt hij terecht bij een legeronderdeel verantwoordelijk voor het graven van tunnels.

Als gevolg van de explosie van een Duitse mijn raakt William Hackett samen met vier anderen opgesloten in een ondergrondse galerij. Na bijna een dag graven is er opnieuw contact met de buitenwereld. Soldaat Hackett helpt drie van zijn makkers door de smalle opening naar buiten, maar weigert de vierde man van het groepje, die zwaargewond is, alleen achter te laten. Ook niet wanneer het gat naar de buitenwereld steeds kleiner wordt. Uiteindelijk stort de mijngalerij in.en sterven beide mannen. William Hackett krijgt postuum een Victoria Cross voor zijn moed en zelfopoffering.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

williamhackettvc

 

 

Hooge ondertunneld

De manschappen van de 175 Tunneling Company krijgen de opdracht om in Hooge (Zillebeke) een tunnel te graven om de Duitse stellingen en het kasteel Hooge op te blazen.

Eerst komt er een verticale tunnel van 7,5 meter diep, vandaar gaat het horizontaal verder, meerdere honderden meters. Telkens zijn er twee mensen aan het werk in de bekiste tunnel : de ene graaft, de andere doet het uitgegraven zand in zakjes die dan naar de oppervlakte worden gehesen met een katrol. Voor de verlichting zijn er kaarsen terwijl een blaasbalg voor de ventilatie zorgt.

Soldaat George Clayton kijkt op een afstand van 250 meter toe hoe men de tunnel opblaats :”Ik zag hoe de aarde omhoog kwam en hoe de grond schudde. Het maakte een dof, ploffend geluid, net als een aardbeving, en er ontstond een gat zo groot als een steengroeve”.

Toeristische tip : Hooge Crater, Meensegweg 467, ZIllebeke

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

TunnelingCompany

slag om Mount Sorrel

Het Duitse leger zet op 2 juni 1916 een offensief in dat de geschiedenis ingaat als de slag om Mount Sorrel. Voor aanvang van de slag hebben de Duitsers de nabije Hill 60 reeds in handen. De strijd is fel, de Canadezen verdedigen zich moedig, maar ze kunnen niet beletten dat ook Hill 62 in Duitse handen valt op 6 juni. Minder dan een week later gaan de Canadezen in de tegenaanval en heroveren Hill 62 en de iets zuidelijker gelegen Mount Sorrel.

Beide zijden kennen zware verliezen, maar een belangrijk pluspunt voor de Canadezen van Mount Sorrel is de aanstelling van de Brit Julian Byng als nieuwe bevelhebber. Hij zal het wat ordeloze maar moedige Canadese leger omvormen tot een geduchte, moderne strijdkracht.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

MountSorrel1916