de Belgen zetten zich schrap bij Steenstraete

Op 22 april 1915 lanceren de Duitsers hun eerste gasaanval op het westelijk front (lees meer daarover op deze pagina). De gaswolk drijft naar de Franse loopgraven waar de eerste slachtoffers vallen en paniek uitbreekt. De Franse loopgraven sluiten naar het noorden toe op de Belgische loopgraven. Hier zit de 6e divisie onder generaal Armand De Ceuninck. De Belgen hebben zich ingegraven achter het kanaal naar Ieper. De grenadiers zitten het dichtst tegen de Fransen aan, tot op 200 meter ten noorden van het onooglijke gehucht Steenstraete.

Bataljonschef de Callataÿ is op 22 april 1915 met zijn troep van piket te Pypegaele, als hij rond vijf uur in de namiddag een dikke mist met appelgroene kleur ziet opdoemen. Hij neemt de telefoon om het voorval te melden en krijgt te horen dat de Fransen zich halsoverkop terugtrekken en Steenstraete aan de vijand laten. Dat betekent dat de Duitsers het kanaal zijn overgestoken.

De grenadiers, waar we Odon van Pevenaege terugvinden, zijn in repos in Oostvleteren. Ze horen schieten vanuit de richting Steenstraete en het duurt niet lang of het alarm wordt geblazen. De grenadiers vertrekken zonder eten mee te nemen, maar wel met een massa kogels. Er is een doorbraak, maar ze geven de moed niet op en trekken naar de Kemmelbeek. Daar komen ze een eerste maal in contact met het gifgas, maar het gas is al niet meer zo sterk zodat er geen paniek uitbreekt zoals in de Franse loopgraven. Odon zit bij de Lizernemolen in de tweede linie achter wat struikgewas. De grenadiers vormen nu front naar het zuiden, richting Steenstraete en Lizerne, terwijl hun linkerflank aan het kanaal en de Ieperlee stand moet houden.

Steenstraete_april1915Generaal De Ceuninck laat zijn kanonnen vuren, zowel op het voorland van de eigen troepen als dat van de Franse buren. Dat heftige schieten gaat de hele nacht door en draagt er flink toe bij om het Duitse offensief te smoren. De artilleriebarrages geven de eigen infanteristen moed om vol te houden. Ze klampen zich vast aan een verbindingsloopgraaf die de dijk van het kanaal verbindt met de Lizernemolen. Die molen vormt een belangrijk steunpunt in de 2e Belgische defensielijn.

Vanaf dan wordt dag en nacht gevochten. In alle vroegte van 23 april vallen de Belgen het groepje huizen van Steenstraete aan. Ondanks het Duitse artillerievuur raken ze behoorlijk ver. Ze blijven pas steken in een loopgraaf op korte afstand van enkele gebouwen. Daar graven de grenadiers zich een loopgraaf. Daar zien ze in de avondschemering een aanval van Franse zouaven doodlopen. In de loop van de nacht van 23 op 24 april krijgen ze een gaswalm over zich heen maar ze houden stand.

Op 23 april 1915 beschiet de Duitse artillerie de hele Belgische frontlijn tot bij Nieuwpoort. Vooral voorposten en de eerste loopgraaf worden geviseerd. Dit gebeurt om de Belgen te beletten versterkingen naar het zuiden te sturen. In de nacht van 22 op 23 april is er trouwens al een infanterieaanval geweest op voorposten tussen Stuivekenskerke en Oud-Stuivekenskerke.

Toch worden er Belgische versterkingen naar het zuiden gestuurd. Het 4e linie krijgt op 23 april om half twaalf ’s avonds het bevel zich klaar te maken voor vertrek. De volgende ochtend (24 april) staan tramwagons klaar om het regiment via Oostvleteren naar het front te brengen. Het 4e linieregiment wordt echter door een Duitse piloot opgemerkt en de soldaten krijgen een urenlange artilleriebeschieting over zich heen. In de nacht van 24 op 25 april komt er weer een gifgasaanval bij. Het 3e linie wordt aangevallen in dezelfde nacht om 23 uur. In de nacht van 25 op 26 april worden de Belgen zwaar beschoten door de Duitse artillerie. Daarna valt de Duitse infanterie aan maar de Belgen houden stand. Tegen 1 uur is het ergste achter de rug.

Ondertussen zijn de Fransen ook begonnen aan tegenaanval. Op 25 april veroveren ze Lizerne. Ook de Canadezen dragen zeker hun steentje daartoe bij, ondanks het feit dat ook zij zware verliezen hebben geleden tijdens de gifgasaanval.

bronnen

Luc Vandeweyer, Koning Albert en zijn soldaten, Manteau

Ivan Adriaenssens, Odon oorlogsdagboek van een Ijzerfrontsoldaat, Lannoo

Odon_p92

Duitse gasaanval te Ieper

Op 22 april 1915 draaien Duitse soldaten nabij Ieper rond 17 uur ongeveer zesduizend flessen gevuld met chloorgas open. Over een frontbreedte van verscheidene kilometers worden verstikkende, geelgroene wolken geproduceerd en door een gunstige wind voortgedreven. Wellicht de eersten die het gas inademen zijn Algerijnse soldaten die deel uitmaken van de 45e Algerijnse divisie. Honderden soldaten sterven ter plekke of zijn niet meer in staat zich te verweren tegen de Duitse stormtroepen. Hun kameraden die nog in staat zijn te lopen, vluchten weg. Ongeveer een kwartier na de aanval trekken Duitse manschappen behoedzaam in de aanval. Zij maken gebruik van het breed gat dat in de frontlijn is gekomen.

Minder dan 35 minuten na het lossen van de gaswolk verschijnen Duitse aanvallers bij een Franse batterij op zo’n 3800 meter van het front. De 22-jarige Duitse soldaat Willi Siebert zal later het volgende zeggen over deze dag :

Niets leefde nog. Al het gedierte was uit de holen gekropen om te sterven. Overal lagen dode ratten, konijnen en muizen. De geur van gas hing nog steeds in de lucht, hij bleef hangen tussen de weinige struiken die er nog stonden. De Franse loopgraven waren leeg, maar de volgende honderd meters lagen overal lichamen van gestikte Fransen. Toen zagen we dat er ook enkele Britten bij waren. Je kon goed merken waar de mannen aan hun gezicht en keel hadden geklauwd om toch wat te kunnen ademen. Sommigen hadden zichzelf dood geschoten.

Gasaanval_Ieper1915_01

Feit is dat de eerste slachtoffers ooit van een gaswolkaanval in meerderheid uit Noord-Afrika kwamen. Hun oriëntaalse grafstenen springen in het oog tussen de duizenden kruisen op de Franse begraafplaats Saint-Charles de Potyze in Ieper.

Gasaanval_Ieper1915_02

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Knack Historia 1915

Luc Vandeweyer, Koning Albert en zijn soldaten, Manteau

Duitsers bereiden de gasaanval op Ieper voor

Duitse militairen treffen allerhande voorbereidingen om daags erna (22 april 1915) de eerste gasaanval op de geallieerden te lanceren. De twee vorige pogingen werden afgelast omdat de wind niet gunstig zat. Op 21 april 1915 ’s avonds noteert luitenant Becker van een Reserve Infanterie Regiment het volgende :

We zitten in de loopgraven boordevol zelfvertrouwen. De mannen van de genie komen langs en controleren de vergrendeling van de ventielen van de stalen cilinders waarin het gas onder hoge druk opgeslagen zit. Veilig staan de cilinders in de Vlaamse modder. De leidingen waardoor het gas zal worden vrijgelaten, zitten onzichtbaar voor de vijand verborgen in de aarden wal boven de loopgraven. Onze enige bescherming tegen het gas bestaat uit vochtige katoenen doeken voorzien van een draagbandje om ze tegen onze neus en mond te klemmen.

gascilinders

bron

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Hill 60 bij Ieper vliegt de lucht in

Nadat Britse tunnelbouwers wekenlang zwoegden in de ondergrond van Hill 60, ontploffen op 17 april 1915 een resem ondergrondse mijnen. Talloze Duitse soldaten overleven de ontploffingen en de instorting niet. Britse troepen veroveren daarop de strategisch gelegen heuvel.

Enkele weken later, op 5 mei 1915, heroveren Duitsers de Britse stellingen, onder meer met de inzet van gifgas. In de loop van de oorlog zal deze kunstmatige heuvel nog een aantal malen van kamp wisselen. Behalve veel Britten en Duitsers verloren hier ook tal van Fransen en Australiërs het leven tijdens talrijke hevige gevechten.

Toeristische tip : op en rond Hill 60 (Zwarteleenstraat Zillebeke) is een herdenkingssite gebouwd waarin het historische oorlogslandschap een hoofdrol speelt. Er zijn mijnkraters, loopgraven, bomputten, restanten van bunkers en schuilplaatsen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

uit de film "beneath Hill 60"

uit de film “beneath Hill 60”

Gastesten in het kamp van Beverlo op Goede Vrijdag

Het is Goede Vrijdag, 2 april 1915. Op de heide tussen Leopoldsburg en Meeuwen doorbreekt een sissend geluid de ochtendstilte. Seconden later kruipt een geelgroene wolk tergend traag over het schrale oefenterrein. Schapen en honden die her en der zijn vastgebonden aan houten palen, creperen wanneer de nevel hen bereikt. Fritz Haber, Duits topchemicus, taxeert vanaf een afstandje de uitwerking van zijn chloorgas, hij kan zijn enthousiasme nauwelijks bedwingen. Plots stuurt Haber zijn paard de nevel in. “Hij raakt bevangen en ziet wit als was”, beschrijft een Duitse officier het tafereel. De demonstratie in het kamp van Beverlo neemt de laatste twijfels weg. Het chloorgas zal ingezet worden aan het westelijk front.

FritzHaberDe testen hebben alles te maken met een poging van de Duitsers om de patstelling aan het westelijk front te doorbreken. Kolonel Max Bauer neemt daarom contact op einde 1914 met Fritz Haber, die op dat moment al een zeer gekend chemicus is en directeur van het Kaiser Wilhelm instituut te Berlijn. Zijn eerste plan is om granaten te vullen met springstof en traangas. Een test aan het Oostfront (lees deze pagina) mislukt echter : het is te koud voor het gas om echt te werken. Daarna stelt Haber voor om cilinders te gebruiken,wat veel praktischer is om een geconcentreerd gas te laten ontsnappen. Haber stelt voor om chloorgas te gebruiken omdat dit toch al op industriële schaal wordt geproduceerd door Bayer. Chloorgas is veel zwaarder dan lucht, blijft dicht bij de grond en zakt in de loopgraven waar het zich op de bodem verzamelt. Na verloop van tijd verspreidt het zich in de lucht en kunnen aanvallende soldaten oprukken zonder bang te moeten zijn om last te krijgen van het gas.

De Duitse Generale Staf maakt zich in eerste instantie zorgen over de ethische bezwaren tegen zo’n gasaanval, maar krijgt de verzekering dat het technisch gezien niet in strijd is met de Haagse Conventie omdat het gifgas niet uit projectielen komt maar uit cilinders. En dus besluit men door te gaan met het plannen van de gasaanval. De plaats van aanval is al snel gevonden : Ieper.

Nog even terug naar Haber : na de oorlog zou hij zelfs nog de Nobelprijs krijgen, maar niet zonder protest van de geallieerden. Pijnlijk detail : Haber vindt het Zyklon B uit, het gifgas dat in de tweede wereldoorlog miljoenen Joden aan hun einde zal brengen. In 1934 moet Haber als Jood Nazi-Duitsland ontvluchten maar hij zal aan een hartaanval in Basel overlijden.

bronnen

Timmie Van Diepen in een artikel uit Oorlog in Limburg 1914-1918, bijlage van HBVL

Taylor Downing, stille strijders, BBNC Uitgevers

De bakker blijft open in Ieper

Ieper, maart 1915 (volgens het boek van Daniël Vanacker 2 maart, volgens de website ww1westernfront.gov.au 20 maart). In de deuropening van de patisserie Bultiau in de Rijselstraat staat Philomène Menten, 51 jaar oud. Bij de beschietingen van Ieper was de bovenverdieping van dit huis weggeblazen. Het gelijkvloers, met een reclamebord voor het beste brood en het beste gist, bleef intact, zodat men de handelsactiviteiten kon voortzetten.

Philomène Menten, afkomstig uit Sint-Truiden, was samen met haar broer, een pater kapucijn, naar Ieper gekomen. Ze werkte als onderwijzeres in de katholieke school De Verloren Hoek aan de Zonnebeekse weg en huurde een kamer bij bakkerij Bultiau. Vanaf het uitbreken van de oorlog zette ze zich als gediplomeerde verpleegster in voor de burgerbevolking. Toen de overheid alle burgers in april 1915 verplichtte de stad te verlaten, trok ze naar Wisques (pas-de-Calais), waar ze voor de allerkleinsten zorgde in het weeshuis van de Ieperse pastoor Camiel Delaere.

Patisserie Bultiau te Ieper

Patisserie Bultiau te Ieper – photo Antony

bronnen

Daniël Vanacker, België in de grote oorlog, Roularta Books

http://www.ww1westernfront.gov.au/dutch/ieper/a-walk-around-ieper/lille-street-rijselestraat.php

https://oorlogskantschool.wordpress.com/tussen-het-front-en-de-zee/

gevechten rond kasteel Herenthage

Rond 19 februari 1915 heeft rond Zonnebeke een van de felste loopgravengevechten uit de regio plaats, in het gebied om het domein en het kasteel Herenthage.

De 18e februari veroverden de Duitsers de ruïnes van het kasteel op de Fransen. De 19e gebeurt het omgekeerde, maar de Duitsers blijven de omgevende bossen bezetten. De 20e zullen de Fransen opnieuw proberen de vijand uit de bossen te verdrijven. Tijdens de eerste drie aanvalsgolven weten de goed opgestelde Duitse machinegeweren de Fransen op een afstand te houden.

Uiteindelijk zullen de Duitsers verdreven worden rond 15u. Ongeveer tweehonderd van hen blijven dood achter op het slagveld.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Dat de gevechten het kasteel Herenthage tot een ruïne zullen herleiden, mag blijken uit onderstaande afbeeldingen van dit kasteel voor en tijdens de oorlog.

KasteelHerenthage_1911

KasteelHerenthage_1915

de eerste dieptemijn voor Hill 60

Het Britse leger brengt op 17 februari 1915 zijn allereerste dieptemijn tot ontploffing, op de plek die nu bekend staat als Hill 60. Eigenlijk is dit niet eens een echte heuvel, maar is die gevormd door mensenhanden : door de ophoping van aarde die uitgegraven werd tijdens de aanleg van aanpalende spoorwegbedding.

Hill 60 is een zeer fel bevochten plek. Bij de aanvang van de oorlog beztten de Fransen de heuvel, maar nog in december van hetzelfde jaar veroveren de Duitsers de plek. De Britse dieptemijn verjaagt hen niet meteen. Dat gebeurt pas op 17 april 1915. Nauwelijks enkele weken later verdrijven de Duitsers hen met behulp van gifgas. Ze beheersen de strategische belangrijke heuvel tot 7 juni 1917.

De volgende paar jaren blijft de strijd hier ondergronds woeden. De donkere tunnels in de kleigrond werden een naamloos graf voor zovelen. Zoals Toerisme Ieper op zijn webstek schrijft :”Hill 60 is een begraafplaats zonder stenen”.

Toeristische tip : de site van Hill 60 (Zwarteleenstraat, Zillebeke) is vrij toegankelijk. In dit oorspronkelijk oorlogslandschap bemerkt je nog steeds de kraters die ontstonden door de ontploffing van dieptemijnen en ander oorlogstuig.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds.

Hill 60 te Zillebeke

Hill 60 te Zillebeke

2 Engelsen terechtgesteld wegens desertie

Omwille van desertie stelt het Britse leger op 6 februari 1915 de soldaten Andrew Evans en Joseph Byers terecht, behorend tot de 1st Royal Scots Fusiliers. Beiden rusten op Loker Churchyard.
Andrew Evans, 41 jaar, gaf bij zijn verhoor voor de militaire rechtbank toe dat hij veertien dagen lang dronken was na Kerstmis. Tijdens de executie sterft hij bij de eerste kogelregen. De andere soldaat, een jongeling geregistreerd onder de naam Joseph Byers, is pas dood na de derde reeks kogels. Maar er is meer aan de hand.

Volgens onderzoek van Julian Putkowski (universiteit van Londen) is het niet Joseph Byers die begraven ligt in Loker. De echte Joseph Byers zou die dag gewoon naar school geweest zijn in Dumfries (Schotland). Het gebeurde wel meer dat te jonge kandidaat-soldaten een oudere leeftijd opgaven, maar of dit oorlogsslachtoffer ook een valse identiteit opgaf, is wellicht niet meer te achterhalen.

Toeristische tip : Loker Churchyard, Dikkebusstraat, Loker. Op dit oorlogskerkhof aan beide zijden van de plaatselijke kerk rusten 215 oorlogsslachtoffers : 184 Britten en 31 Canadezen.

Loker - de weg naar Ieper

Loker – de weg naar Ieper

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Zuiver water in Ieper

In de Oorlogsdagboeken over Ieper lezen we dat de Engelse commandant Geoffrey Winthrop Young meedeelt dat de tyfusmicrobe gevonden is bij de ontleding van water. Maatregelen moeten dus genomen worden om het water te zuiveren. Men gaat grote tonnen aankopen, het water zal ontsmet worden en iedereen zal het nodige drinkbare water uit die tonnen kunnen putten.

’s Anderendaags staan er al tonnen drinkbaar water in Ieper aan de Menenpoort, de Rijselpoort, de kazerne en de kazematten. De Engelsen stellen voor alle huizen, zolders en kamers te bezoeken om eventuele zieken te ontdekken en zo nodig naar het hospitaal te brengen.

watertonnen aan de Menenpoort

watertonnen aan de Menenpoort

GeoffreyWinthropYoungGeoffrey Winthrop Young is 38 jaar als de eerste wereldoorlog uitbreekt. Op dat moment beschouwt men hem te oud om bij de infanterie in te delen. Hij gaat daarom aan de slag bij de Friends’ Ambulance Unit in Vlaanderen. Voor zijn moed wordt hij geregeld in Britse verslagen vermeld en hij krijgt van de Belgische overheid de Orde van Leopold toegekend. In 1917 gaat hij met een ambulancedienst naar Italië. Daar geraakt hij zwaar gewond waardoor hij een onderbeen tot boven de knie verliest. Zijn oorlogservaringen schrijft hij neer in een boek getiteld “The Grace of Forgetting”.

 

bronnen

Oorlogskalender 2014, 2018, Davidsfonds

http://www.alpinejournal.org.uk/Contents/Contents_1961_files/AJ%201961%20100-117%20Lunn%20Winthrop%20Young.pdf