een paasei voor Louis Barthas

Louis Barthas krijgt aan het einde van dagenlange marsen dan toch een bijzonder paasei aangeboden. 

Op een dag kregen we tijdens het rapport te horen :”Alle verloven zijn ingetrokken.”. Hoe laconiek ook gezegd, toch was dit voor iedereen een zin waarvan een dreiging uitging. Wat een ramp was het voor de soldaten die nog dezelfde dag of de dag erna met verlof zouden vertrekken. Ik ken een paar soldaten die hun familie al blij hadden gemaakt met hun komst en pas toen de oorlog voorbij was tussen vier dennenplanken thuiskwamen ! 

Op 23 en 24 maart 1918 werd Les Islettes zwaar gebombardeerd. Alle diensten in het dorp waren in allerijl verhuisd. 

In de nacht van 24 op 25 maart, gebruik makend van een heldere maan, kwamen de Gothas verschillende keren bommen werpen op de spoorweg en het station. Twee of drie bommen vielen op nog geen honderd meter van onze slaapplaats die we gelukkig hadden verlaten om de nacht in de openlucht door te brengen. Je nam liever het risico van bronchitis dan onthoofd, opengereten of vermorzeld te worden.  

Op 27 maart was er alarm. We moesten de hele dag bij onze uitrustig blijven, klaar om te vertrekken, met de geweren in de rijen gezet. Rond vijf uur ’s middags kwam het bevel dat we de volgende morgen om zes uur te voet moesten vertrekken. 

Op 28 maart 1918 trokken we om acht uur door Sainte-Menehould dat een droevige aanblik bood. Tot nu toe was de stad door een vreemde gril van de Duitsers gespaard, maar sinds zes dagen vielen de granaten in groten getale op de stad. De inwoners sloegen op de vlucht alsof er een verschrikkelijke ramp op komst was.  

Bij de uitgang van de stad stond een oud vrouwtje dat iets in haar schort droeg en naar ons toekwam. Het waren eieren die ze aan ons uitdeelde. In het voorbijgaan mocht in er een nemen. Een ei betekent weinig maar we waren allemaal ontroerd. Dit arme vrouwtje ontzegde zichzelf het noodzakelijkste om het ons te geven. De manier van geven is belangrijker dan wat je geeft. 

Bron : Louis Barthas, oorlogsdagboeken, uit het Frans vertaald door Dirk Lambrechts, uitgeverij Bas Lubberhuizen 

Paasei_Poilus

Duitse artillerie volgt de stormtroepen

Herbert Sulzbach, luitenant bij de Duitse artillerie, volgt de oprukkende stormtroepen samen met zijn kameraden. Zijn startpunt is Saint-Quentin.

21 maart 1918 : De artillerie begint te vuren om 4u40 and na 5 uur trommelvuur, om 9u40 begint de infanterie met zijn stormaanval voorafgegaan door voortschrijdend trommelvuur. ’s Avonds zit ik op een affuit om mijn gedachten van deze dag te ordenen. Ik zou er helder boeken over kunnen schrijven. Het onmogelijke is dan toch gebeurd : we hebben een doorbraak geforceerd. Tijdens het vuren moest ik af en toe een pauze nemen, omdat ik het niet meer uithield met al het gas en de rook. De kanonniers staan in hemdsmouwen met het zweet dat van hen afdruipt. Granaat na granaat wordt afgevuurd op de vijandelijke linies en je moet geen bevelen meer geven omdat de soldaten geestdriftig genoeg zijn om snel de granaten af te vuren.

22 maart 1918 : We rukken op naar Essigny maar er is zo’n opstopping van voertuigen dat we nauwelijks een kilometer verder geraken na drie uur. We passeren de eerste linie van de Britten en zijn al snel in hun tweede linie. We horen dat generaal Foch tegen ons oprukt met het Franse reserveleger.

23 maart 1918 : Onze stormtroepen nemen Ham in en we zullen al snel onze oude posities terug innemen die we in 1916 hebben verlaten. Nu hebben we minder last van opstoppingen en we rukken sneller op.

24 maart 1918 : Onze sappeurs bouwen een brug over het kanaal en we zien enkele grote Britse kanonnen. We gaan verder naar Dury.

26 maart 1918 : Vanuit Eppeville bereiken we om 4 uur Nesle. In Carrépuis nemen we posities in links van het dorp. Onze infanterie brengt grote aantallen Britse krijgsgevangenen naar achter. Er zitten ook enkele Fransen tussen. De eerste Fransen die ik spreek, vragen me angstig of het waar is dat onze zware kanonnen Parijs onder vuur nemen. In Carrépuis worden we voor het eerst gebombardeerd door vijandelijke vliegtuigen.

27 maart 1918 : in Laboissière worden we onder vuur genomen door de Fransen. Ik leid mijn batterij naar veilige posities door het vijandelijk bombardement en we hebben slechts enkele gewonden te betreuren. Het lijkt erop dat we ons doel bereikt hebben en de Britse legers hebben gescheiden van de Franse.

Ook in Faverolles komen we terecht in een Frans bombardement. We trekken ons terug en brengen de nacht door in houten hutten. Daags erna zien we dat Faverolles grotendeels onbeschadigd is.  Alles lijkt hier vreedzaam, een hoop voorraad ligt voor het grijpen en de burgers lijken op het laatste nippertje te zijn gevlucht.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword Military.

operation-michael-german-offensive-march-21-1918

 

 

 

Ferdinand Foch in de tegenaanval

Ferdinand Foch coördineert vanaf voortaan alle Britse, Franse en Amerikaanse troepen op het westfront na een bijeenkomst van de gezamenlijke Supreme War Council op 27 maart 1918. Fochs hoofdbekommernis is het stoppen van het Duitse offensief, Operatie Michael, dat in noord-Frankrijk een bres heeft geslagen in de Britse linie. Franse versterkingen spoeden zich naar de bedreigde sector ten zuiden van de Somme waar ze samen met de Britse troepen onder het bevel staan van de Franse generaal Marie Fayolle.

Het Britse 3e leger van generaal sir Julian Byng dat ten noorden van de Somme strijdt, stopt de Duitse opmars, deels door doeltreffende steun vanuit de lucht. De Duitsers proberen twee dagen later een nieuwe aanval te lanceren met als doelwit Arras. Dat offensief mislukt echter. De strijd concentreert zich nu ten zuiden van de Somme.

bron : Ian Westwell, de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

FerdinandFoch

Duitsers rukken op naar Amiens

Het Duitse 2e leger van generaal Georg von der Marwitz breekt op 25 maart 1918 door op het samensmeltingspunt van het Britse 3e en 5e leger bij operatie Michael. Generaal Erich Ludendorff, afgevaardigde van de Duitse generale staf, denkt dat de Britten op het punt staan in te storten dus geeft hij zijn bevelhebbers nieuwe orders. Marits moet oprukken naar Amiens, terwijl generaal Oskar von Hutier met zijn 18e leger Parijs moet aanvallen. Het 17e leger van generaal Otto von Below rukt verder op naar de havens bij de noord-Franse kust.

De Britse opperbevelhebber, veldmaarschalk sir Douglas Haig, brengt zijn Britse troepen in aller ijl over om de kloof in zijn linie te dichten. Maar zijn Franse evenknie, maarschalk Henri-Philippe Pétain, bekommert zich zoals Ludendorff vermoedde, meer om Parijs en stuurt slechts een beperkt aantal soldaten naar de sterk onder druk staande Britten.

bron : Ian Westwell, 1914-1918 – de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

UnternehmenMichael_kaart01

op het slagveld na de veldslag

Dokter Lievens bezoekt op 19 maart 1918 de eerste linies na de hevige gevechten in sector Nieuwpoort.

Ik moet naar de post van Sint-Joris (Vache crevée). Tegen de avond krijg ik bevel om met een speciale ploeg het slagveld door te lopen om de doden weg te halen en tevens te zien of er geen gewonden meer liggen. Ik trek de Ijzer over op een vlot, volg de overkant tot tegen de briquetterie (steenbakkerij), neem daar de vaart van Passendale en kom weldra ter plaatse. De maan schijnt maar een fijne regen heeft de bodem in modder herschapen. Met moeite vind ik onze ongelukkige jongens, die in alle houdingen op het verschrikkelijke doorploegde land liggen. Velen lijken enkel te slapen, anderen zijn ijselijk verminkt. Anderen liggen er samen met Duitsers. Nog verderop liggen er alleen vijandelijke lijken.

En tussen al die doden houden onze dappere overlevenden stil en stom de wacht. Onze helden houden daar stand in groepjes van twee of drie man in granaatputten. Sinds twee dagen hebben ze bijna niets te eten of te drinken gekregen en dat nog te midden van al die emoties bovenop de gaswalm en de kruitrook, die keel, longen en darmen doen branden. Wie zal zich ooit het honderdste deel kunnen inbeelden van de pijn, de agnst en de ontbering die onze arme jongens moeten doorstaan ? 

De tekening hieronder is van de Fransman George Barrière.

bron : André Gysel, dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo

GeorgeBarriere_SoirdAttaque

waar zit Louis Barthas ?

Tot mijn grote spijt ben ik de dagboeken van Louis Barthas wat uit het oog verloren. De reden is dat Barthas niet altijd duidelijke datums vermeld bij elk voorval, in tegenstelling tot Raoul Snoeck of Gaston Le Roy. Mijn laatste bericht over Barthas ging over de oprichting van de sovjet in zijn regiment. We zijn dan begin juni 1917. Daarna volgde de straf van de Franse militaire overheden.

Behalve voor verlof verliet niemand van onze groep ooit de loopgraven om de bataljons te volgen die gingen rusten. We waren namelijk niet talrijk genoeg om afgelost te worden. Zo leefden we bijna zes maanden buiten de gemeenschap in de bossen van Argonne.

Ik mocht die zes maanden ballingschap onderbreken voor twee stages van tien dagen in het kamp van Soumiat vlakbij Sainte-Menehould om me te perfectioneren in de kunst van de ballistiek. Mijn lessen hielden in dat ik papier op de schietschijven moest plakken en die naar de schietbaan brengen.

Op 16 november 1917 verspreidde zich het gerucht van de ontbinding van het regiment en op 19 november verliet onze groep met de laatste manschappen van het 296e regiment La Harazée waar we zes maanden zo rustig hadden doorgebracht en aar we graag zouden zijn gebleven tot het eind van de oorlog. Maar we moesten vertrekken om nieuwe omzwervingen te maken.

Barthas en zijn kameraden worden dan opgenomen in het 248e regiment. Op 28 december 1917 krijgt Louis Barthas nog eens het genoegen om op verlof te gaan en zijn familie te bezoeken in Peyriac.

classical-realism-french-posters

Op 14 januari 1918 staat hij terug ontmoedigd op het station van Peyriac om naar zijn nieuwe regiment te gaan. Met zijn kameraden trekt hij dan naar Petites-Islettes waar ze aansluiten bij artilleristen die hun bivak in een woud hebben.

Onze leerschool als houthakker liep ten einde. Het 248e regiment moest terug naar de linies en op 21 februari 1918 vertrokken we na het avondeten weer naar de 18e compagnie in het ravijn van Meurissons. Een legerwagen bracht de ransels. Ik had het geluk dat ik werd aangewezen om de chauffeur te begeleiden omdat hij de weg niet kende. De anderen moesten over binnenwegen marcheren.

bron : Louis Barthas, oorlogsdagboeken 1914-1918, vertaald door Dirk Lambrechts, uitgeverij Bas Lubberhuizen.

 

 

de explosie van Halifax

Halifax, Nova Scotia, is een belangrijke haven en marinebasis in Canada. Tijdens de Groote Oorlog neemt het belang toe van deze haven, ook al omdat ze  constant ijsvrij is. Bovendien beschikt ze over goede treinverbindingen met het hinterland in Canada en de Verenigde Staten. Halifax wordt zo een belangrijk vertrekpunt voor oorlogsvoorraden en troepenschepen.

Het verkeer van de haven naar de Atlantische oceaan verloopt via een engte (“the Narrows”). Het verkeer in die engte volgt de gebruikelijke regels : uitgaande schepen kiezen de westelijke vaargeul aan de kant van Halifax. Inkomende schepen kiezen de oostelijke vaargeul aan de kant van Dartmouth.

Op 6 december 1917 voltrekt zich een ramp in Halifax. De hoofdrolspelers zijn twee schepen : het Noorse schip Imo, die op weg is met voedsel naar België en het Franse schip Mont Blanc, die geladen is met munitie en zeer ontvlambaar benzeen. Beide schepen zetten zich om 7u30 in beweging. De Imo verlaat de haven van Halifax, maar ontmoet een schip dat aan de verkeerde kant vaart. Daardoor kiest de Imo de oostelijke vaargeul. Vervolgens passeert het Noors schip een sleepboot die ook aan de verkeerde kant vaart. De Imo blijft dus maar in de oostelijke vaargeul maar ziet daardoor de Mont Blanc naderen die de haven binnenvaart.

Beide schepen geven een fluitsignaal om aan te geven dat ze op hun koers willen blijven. Pas op het laatste nippertje geven beide kapiteins het bevel om een botsing te vermijden, maar het is te laat. Door de botsing om 8u45 ontstaat er brand aan boord van de Mont Blanc. De brand grijpt snel om zich heen en kapitein Le Médec geeft het bevel het schip te verlaten. Het schip ontploft om 9u04 en het is de tot dan toe grootste ontploffing ooit veroorzaakt door de mens. De Mont Blanc wordt vernietigd in een vuurbal die een hoogte van bijna 2 kilometer bereikt en wordt gevolgd door een paddenstoelwolk. De ontploffing veroorzaakt ook een vloedgolf die zich op de kade werpt. De ontploffing werpt ook brokstukken van het schip tot 5 kilometer ver.

VinceColeman_Halifax_1917In Halifax vallen er 2.000 doden en 9.000 gewonden, waarvan 6.000 ernstig. Deze aantallen hadden nog groter kunnen zijn als Vince Coleman zich niet had opgeofferd. Coleman werkt als treindienstleider en weet dat er een passagierstrein binnen enkele minuten zal aankomen. Hij blijft op zijn post en stuurt enkele minuten voor de fatale klap zijn laatste telegram.

Stop de trein. Munitieschip in brand in de haven. Nadert Pier 6 en gaat ontploffen. Dit zal mijn laatste bericht wel worden. Vaarwel.

Dit bericht van Coleman brengt alle treinen op weg naar Halifax tot stilstand waardoor er ongetwijfeld levens zijn gered.

Een korte samenvatting van de explosie en de gebeurtenissen die eraan vooraf gaan, vind je in onderstaande filmpje. De foto van de wolk hieronder is vermoedelijk 20 seconden na de explosie gemaakt.

Halifax_Explosion_blast_cloud_restored

bronnen
http://www.thecanadianencyclopedia.ca/en/article/halifax-explosion/
https://nl.wikipedia.org/wiki/Explosie_van_Halifax

 

geallieerde top in Rapallo

De twaalfde slag aan de Isonzo, ook bekend als de slag bij Caporetto,  heeft zware gevolgen voor het Italiaanse leger. Op 2 weken tijd heeft het Italiaanse leger zich 130 kilometer teruggetrokken tot in het hart van de Veneto regio. Duitse en Oostenrijks-Hongaarse eenheden vertragen echter hun opmars omwille van de verlengde aanvoerlijnen tot ze ten slotte gestopt worden aan de Piave begin november.

Honderdduizenden Italiaanse soldaten zijn gevangen genomen of gedeserteerd. Meer dan 2 miljoen Italiaanse burgers leven nu in bezet gebied. Naast een militaire crisis hebben de Italiaanse autoriteiten nu ook een vluchtelingencrisis.

Als antwoord op die crisis houden de geallieerden een topconferentie in Rapallo aan de Italiaanse Riviera. De kersverse Italiaanse premier Orlando ontvangt er zijn collega’s Lloyd George (Groot-Brittannië) en Painlevé (Frankrijk). Allen zijn vergezeld van diplomatieke en militaire leiders. Ze besluiten om een Opperste Oorlogsraad op te richten om zo de oorlogsinspanningen meer op elkaar af te stemmen. Deze raad zal in Versailles bij Parijs zetelen en worden bijgestaan door een comité van militaire vertegenwoordigers: de generaals Ferdinand Foch (Frankrijk), Sir Henry Wilson (Groot-Brittannië) en Luigi Cadorna (Italië).

bronnen
http://www.centenarynews.com/article/100-years-ago—italy-defeated-at-battle-of-caporetto
https://www.vrt.be/vrtnws/nl/drafts/Wetenschap/100-jaar-geleden–canadezen-in-passendale–eerste-amerikanen-sne/

Rapallo_1917

Duitsers verlaten Chemin des Dames

De gevechten om de Chemin des Dames beginnen desastreus voor het Franse leger. Muiterijen kunnen met moeite de kop ingedrukt worden. Maar de toename van het aantal verlofdagen en de verbetering van de levensomstandigheden geven de soldaten vanaf september 1917 weer de moed om de draad op te pakken. Vanaf dat moment strijdt het Franse leger zonder falen tot het einde van de oorlog.

Op 23 oktober 1917 lukt het de Fransen om het fort van Malmaison, ten westen van de Chemin des Dames in te nemen tijdens een kleinschalige, maar zeer goed voorbereide aanval. Het blijkt een tactisch succes met lage verliezen ten opzichte van die van de Duitsers. De ‘nieuwe’ oorlogsvoering van Pétain valt in goede aarde. Op 31 oktober en 1 november 1917 verlaten de Duitsers hun stellingen op de Chemin des Dames om zich terug te trekken op een nieuwe verdedigingslinie ten noorden van het riviertje de Ailette.

De verliezen lopen op tot 17.000 doden, 20.000 vermisten (inclusief krijgsgevangen genomen soldaten) en 65.000 gewonden aan Franse zijde. De Duitse verliezen zijn geschat op 35.000 man (doden, vermisten, gewonden).

bron
http://www.wegenvanherdenking-noordfrankrijk.com/geschiedenis/veldslagen/het-falen-van-het-franse-offensief-op-de-chemin-des-dames-april-1917.html

Malmaison_1917

 

Guynemer verdwijnt boven Poelkapelle

Georges Guynemer, veruit de bekendste Franse oorlogspiloot, verdwijnt op 11 september 1917 spoorloos. Een Duitse piloot schiet het toestel van Guynemer neer in de buurt van Poelkapelle. De meest legendarische Franse jachtpiloot zou dan begraven zijn door de vijand. Het aanhoudende oorlogsgeweld vernielt het landschap compleet en woelt de bodem om. Noch van de succesrijke gevechtspiloot, al een legende tijdens zijn leven, noch van zijn toestel vindt men ooi iets terug. Spoorloos voor altijd ?

Aanvankelijk wordt Guynemer geweigerd voor de legerdienst wegens te mager. Hanrdnekkig als hij was, verovert hij op 8 juni 1915 toch een plekje bij de befaamde Escadrille nr 3, met de ooievaar als embleem. Gedurende de volgende 27 maanden, tot aan zijn dood, behaalt hij 53 erkende overwinningen.

Toeristische tip : In de wandelbox In Flanders Fields (Davidsfonds uitgeverij) vind je een routebeschrijving, een kaartje en andere nuttige informatie voor een wandeling met start bij het monument voor Georges Guynemer in Poelkapelle.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

GeorgesGuynemer