De Duitsers vallen de vesting Rozan aan

Hellmuth Strassman, een Duits militair, vertelt over een stormaanval op de Russen in de buurt van Rozan (Polen) op 24 juli 1915 :

 Van 8 tot 8:30 u vuren we snelvuur af en van 8u30 tot 8u42 roffelvuur, de hoogste climax. Over een breedte van 200 meter vliegen in deze twaalf minuten ongeveer tien granaten per seconde in de Russische stellingen. De aarde dreunt.

Onze mannen branden van ongeduld, onze overwinnende artillerie sleept ze haast mee. De compagnie is in de eerste linie en moet in drie rijen voorwaarts. Als oudste officier voer ik de eerste rij aan. Om 8u40 kruip ik al uit de loopgraaf, wenk mijn mannen om mee te komen en in snelvuur gaan we de hoogte op.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

een burg nabij Rozan aan de Narew rivier

een burg nabij Rozan aan de Narew rivier

Herbert Sulzbach herstelt in Frankfurt

In het vorige bericht (lees hier)  lazen we dat Herbert Sulzbach de hospitaaltrein nam vanuit Frankrijk. Op 26 juni 1915 noteert hij het volgende in zijn dagboek:

Ik ben beter en krijg mijn uniform terug en word ontslagen uit het hospitaal. Daarna neem ik de trein vanuit Leipzig naar Frankfurt, waar ik aankom op de ochtend van 27 juni 1915. Ik kom thuis en vind mijn aangenaam verraste familie terug. Wat is het heerlijk om ’s avonds nog eens uit te gaan. Ik meld me aan in de kazerne en vind tot mijn verrassing luitenant Reinhardt terug. Die staat op het punt om met het 4e artilleriebataljon te vertrekken. Ik slaag erin om aan te sluiten bij zijn bataljon.

Ik krijg nog enkele dagen herstelverlof en ga fietsen in het bos met mijn liefje en het voelt aan of het vrede is. Ik reed met de Taunus naar het jachthuis, met mijn ouders en vrienden, en daar zaten we in een vredevolle omgeving. Je kon de bijen horen en het was moeilijk om te geloven dat slechts enkele uren verder per trein een vreselijke oorlog woedde.

Op het eerste gezicht is er in de stad niet veel veranderd. Je kan nog altijd uitgaan en dansen, al zie je niet veel burgers meer. Maar de mensen hebben nog geen tekorten.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen and Sword Military

InderHeimat02

Lemberg wordt terug Oostenrijks

Sinds de Duitsers hun Oostenrijks-Hongaarse bondgenoten meer ondersteunen, hebben de Russen hun greep op het Oostenrijks-Hongaarse Galicië moeten lossen. Alles is begonnen in mei 1915 met de slag bij Gorlice (lees meer daarover op deze pagina) . Begin juni heroveren de troepen van de Centralen Przemysl en half juni breken ze door de Russische linies aan de San (lees meer op deze pagina) .

Op 22 juni 1915 heroveren Duitse en Oostenrijks-Hongaarse troepen Lemberg (vandaag Lviv in Oekraïene). Deze herovering is bijzonder goed voor de moraal en is in feite vooral een Duitse overwinning. Maar om hun bondgenoten wat extra moed te geven, staan de Duitsers toe dat de Oostenrijks-Hongaarse troepen de stad binnenmarcheren.  Naast de opsteker voor de moraal is de verovering van Russische kanonnen en munitie een meevaller voor de bevoorrading van het Oostenrijks-Hongaarse leger. De Duitse generaal von Mackensen en de Oostenrijkse stafchef Conrad krijgen allebei promotie.

Oostenrijks-Hongaarse soldaten marcheren Lemberg binnen.

Oostenrijks-Hongaarse soldaten marcheren Lemberg binnen.

bron

Michael Neiberg en David Jordan, The history of world war I – the eastern front 1914-1920, amber books

Herbert Sulzbach neemt de hospitaaltrein

Herbert Sulzbach heeft in zijn dagboek al eerder geklaagd over een hardnekkige uitslag op zijn been. Die uitslag is ondertussen een ontsteking geworden en vanaf 27 mei 1915 ligt hij in het militair hospitaal van Vouziers. Naast de soldaten die gewond zijn tijdens de gevechten, voelt hij zich er niet erg op zijn plaats. En dan krijgt hij goed nieuws…

Op 7 juni verneem ik dat ik naar huis mag in een hospitaaltrein. (…) Op 8 juni ga ik dan aan boord van de hospitaaltrein met goed uitgeruste wagons. Op 9 juni zijn we in Kaiserslautern : ik neem er diep adem, bewonder ons geliefde Duitsland en ik voel me enthousiast en heel gelukkig. We rijden verder naar Ludwigshafen, Mannheim en Heidelberg, Würzberg en Schweinfurt voor de nacht valt.

Op de morgen van de 10e juni bereiken we Hof en om 10 uur stappen we uit in Zwickau. Daar word ik opgenomen in het Reserve Militaire Hospitaal en gezien ik niet zo ziek ben, hoop ik dat ik heel snel verder kan reizen naar Frankfurt.

Sulzbach zal nog in het hospitaal blijven tot de 26e juni.

lazarettzug01

Zeppelins bombarderen Londen

De ballonvaart is decennia ouder dan de luchtvaart bij het begin van de Groote Oorlog; bij het beleg van Parijs in 1870 worden er al ballonnen gebruikt om bombardementen mee uit e voeren. Het was graaf Ferdinand von Zeppelin die de naar hem genoemde sigaarvormige ballon ontwierp. Voor de oorlog was dit luchtschip een groot succes; het vloog beter, langer en veiliger dan welk vliegtuig ook. Bij het beleg van Luik en Antwerpen worden er al zeppelins ingezet, maar dat is geen groot succes. Toch ziet de Duitse marine het gebruik ervan als bombardementstoestel helemaal zitten.

In eerste instantie worden vooral verkenningsvluchten ben de Noordzee gehouden. Vanaf 19 januari 1915 geeft keizer Wilhelm, met tegenzin, toestemming voor bombardementsvluchten boven Engeland. Bij de eerste aanval vallen 2 doden en 16 gewonden. Maar het is vooral het psychologische succes dat de zeppelins zo angstwekkend maakt; de Britse pers staat er vol mee. Omdat de zeppelins in staat zijn veel hoger te vliegen dan vliegtuigen, zien de Britten niet in hoe ze de verwoestende aanvallen kunnen stoppen.

Nadat de Fransen een aantal Duitse steden hebben gebombardeerd, geeft de keizer ook zijn consent aan een vergeldingsactie op Londen. Op 31 mei 1915 vind de eerste aanval plaats, waarbij 7 doden en 35 gewonden vallen. De succesvolste aanval is die van 8 september 1915, toen een zeppelin, de L-13, erin slaagt om het centrum van Londen te bombarderen. Deze ene aanval zorgt voor meer dan de helft van de materiële schade die alle zeppelins bij elkaar zullen aanrichten. Maar de zeppelins beginnen dan al snel aan effectiviteit in te boeten.

b : Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgevers

zeppelinLonden01

het nieuws over Italië dringt door tot in de loopgraven

Het nieuws dat Italië de oorlog heeft verklaard aan Oostenrijk-Hongarije dringt door tot in de loopgraven.

bersagliereAan Belgische kant schrijft Raoul Snoeck daarover het volgende op 25 mei 1915 :

Terug uit de loopgraven. Ik verneem dat Italië de oorlog verklaard heeft aan Oostenrijk. Wat zullen ze juichen in de schutterskuilen aan de Ijzer. Hierop zullen de Duitsers uit nieuwsgierigheid wel even hun vuile smoelen tonen, een goede gelegenheid om er enkele te vellen. Dat is interessanter dan ratten doden.
Ik koester echt een zweem van hoop op het einde van de oorlog. Raakt Italië er niet bij betrokken, dan krijgen we zeker een tweede oorlogswinter. En die zie ik niet zonder bezorgdheid tegemoet. Want de voorbije tien oorlogsmaanden hebben me gebroken. In mijn linkerschouder lijd ik aan reuma als gevolg van zovele nachten in water, sneeuw en slijk te hebben geslapen. Maar basta, als we het hier overleven, dan zal het ons een kleine voldoening geven te kunnen zeggen. “wel ouwe jongens, ondanks gebrek aan alles hebben we ons er doorheen geslagen.”.

ausspruch-bismarck_Italien

Aan Duitse kant noteert Herbert Sulzbach het volgende :

Op pinksteren, 23 mei 1915, krijgen we ’s avonds het nieuws dat Italië de oorlog verklaard heeft, zoals verwacht. Da’s dus een vijand meer ! Er wordt gejuicht in de loopgraven en in de artilleriestellingen als het nieuws toekomt en er is een overweldigend gevoel van woede tegenover deze verraders. De Fransen beantwoorden ons gejuich met een hevig, woest kanonnengebulder alsof ze geloven dat wij niet het recht hebben dit nieuws toe te juichen en dat zij alleen blij mogen zijn.

bronnen

Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, Snoeck-Ducaju & zoon

Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword military

De laatste reis van de Lusitania

Op 22 april 1915 zendt de Keizerlijke ambassade in Washington nog een waarschuwend bericht aan de rederij Cunard dat Duitsland in oorlog is met Groot-Brittannië en dat zij zich gerechtigd voelde om geallieerde schepen en schepen in de Britse wateren te torpederen. Op 30 april 1915 vertrekt de Lusitania vanuit New York, geladen met 1257 passagiers en 702 bemanningsleden aan boord. Het is de 202e keer dat dit schip de Atlantische oceaan oversteekt. Van de 25 stoomturbines zijn er maar 19 in werking, om brandstof te sparen. De maximum snelheid is hierdoor 21 knopen (38,89 km/uur). Op 7 mei 1915 komt de Lusitania aan in de Ierse zee.

Walter Schwieger

Walter Schwieger

Op datzelfde moment vaar ook de U-20, een Duitse diesel-onderzeeër, rond in de Ierse zee. Op 18 februari 1915 hebben de Duitsers de onbeperkte duikbotenoorlog afgekondigd, mede omdat de Britten de vaar op Duitsland blokkeren en daarmee de Duitse economie ernstig schaden. De U-20 is dan al 7 dagen onderweg, op zoek naar prooi. Kapitein-luitenant Walter Schwieger heeft in korte tijd een slechte reputatie opgebouwd : zo heeft hij op 1 februari 1915 in het kanaal een boot met gewonden beschoten. Ook tijdens deze reis heeft hij al twee boten tot zinken gebracht : de Earl of Lathorn, een oude schoener, en de Centurion. Hij zit nu de Juno, een oude oorlogskruiser, achterna, die er zigzaggend vandoor gaat. Van al deze incidenten wordt geen melding gemaakt aan kapitein William Turner van de Lusitania.

Om zijn kanonnen weer te kunnen laden, komt de U-20 aan de oppervlakte op zo’n 15 km van de Ierse kust. Daar ziet Schwieger tot zijn verbazing het grootste passagiersschip van de transatlantische dienst op zich afkomen. Daarbij voer de boot vanwege de mist met een snelheid van slechts 15 knopen (27,78 km/u) in weerwil van de instructies van de rederij dat er op volle snelheid gevaren moet worden in gevaarlijke oorlogsgebieden. Op 700 meter afstand vuurt Schwieger één van de twee torpedo’s af die hij nog heeft. Hij raakt de Lusitania vol. Binnen enkele seconden volgt een tweede, nog veel grotere explosie. De Lusitania kapseist en binnen 18 minuten zinkt de boot. Er zijn 1.198 doden te betreuren, onder wie 413 bemanningsleden. Onder de doden bevinden zich ook 128 Amerikanen. Toegesnelde schepen en een enkele reddingsboot kunnen de rest van de opvarenden nog redden – tot de schepen die de drenkelingen uit het water halen, behoort niet de Juno.

De hele wereld reageert vol ongeloof, en vooral in de Verenigde Staten is men furieus. President Woodrow Wilson stuurt alles bij elkaar vier protestbrieven en overal verschijnen anti-Duitse cartoons in de kranten. Ook de Duitsers reageren geschokt, de regering maakt officieel har excuses in februari 1916 en biedt de slachtoffers smartengeld aan – dit alles om de neutrale Verenigde Staten maar uit de oorlog te houden.

Out_of_the_Depths_-_RMS_Lusitania_by_Oscar_Cesare_c1916

bron

Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgevers

Duitse doorbraak bij Gorlice Tarnow

De Duitsers proberen niet alleen een doorbraak bij Ieper met hun eerste gasaanval op het westelijk front. Ook aan het oostfront willen ze doorbreken. Meer zelfs, volgens sommige bronnen is de aanval op Ieper enkel aan afleidingsmaneuver. Hiermee willen de Duitsers de Russen de indruk geven dat ze hun aandacht op het westen richten.

Niettemin hebben de Duitsers vooral grote zorgen in het Oosten, en dan vooral door toedoen van hun Oostenrijks-Hongaarse bondgenoot. Die is een groot deel van Galicie kwijt geraakt. En daarmee staan de Russen aan de poorten van Hongarije. Als de Russen erin slagen verder door te dringen, zullen een aantal andere landen in de verleiding komen om mee oorlog te voeren samen net de geallieerden tegen de centrale mogendheden: Zo wachten Bulgarije, Roemenie en Italie nog wat af om mee de oorlog in te stappen, al is niet van elke land nu al geweten aan wiens kant.

Het is dus van groot belang om Galicie te heroveren op Rusland. De Duitsers plannen de ganse operatie. Von Falkenhayn informeert zijn Oostenrijkse tegenhanger Conrad von Hötzendorf zelfs niet over de aanvalsplannen tot drie weken voor de startdatum. Nochtans doen heel wat soldaten van het Oostenrijks-Hongaars leger mee. Reden van deze achterdocht is ook het feit dat Rusland voor de oorlog al succesvol het Oostenrijks-Hongaarse leger bespioneerd had, dankzij dubbelspion Alfred Redl.

Von Mackensen

Von Mackensen

Op 2 mei 1915 beginnen de Duitsers en hun Oostenrijks-Hongaarse bondgenoten aan het offensief waarvan het zwaartepunt zich situeert tussen Gorlice en Tarnow. Vooral de legergroep onder leiding van August von Mackensen zal de speerpunt in deze aanval vormen. Bij het eerste daglicht begint de Duits-Oostenrijkse artillerie aan een bombardement dat 4 uur zal duren. Daarna rukken de soldaten op naar de Russische loopgraven waar ze maar weinig tegenstand ondervinden.

Binnen de 48 uren zijn ze door de defensie van het Russische 3e leger. De Russen hebben zich aan deze aanval niet verwacht en hebben daarom al heel wat troepen samengetrokken aan de Karpaten, met het oog op de invasie van Hongarije zodra het lenteweer dat toelaat. De Russen in de Karpaten kunnen hun kameraden in Gorlice – Tarnow niet te hulp snellen. Erger nog, ze moeten voorkomen dat ze worden afgesneden van hun bevoorradingslijnen die bedreigd worden door de Duitse opmars. Het instorten van de Russische defensie in de regio Gorlice-Tarnow heeft dan ook een domino-effect. Nadat de Russen rond Gorlice tot 10 kilometer per dag terugtrekken, zullen de Russen aan de Karpaten zich eveneens richting de Sanrivier terugtrekken. In de eerste week na het begin van het offensief verliezen de Russen 140.000 soldaten aan krijgsgevangenschap. Het zijn er zoveel dat de Duitsers stoppen met de gevangenen te tellen. Deze Grote Terugtocht zal ook de komende weken nog doorgaan, tot de Oostenrijks-Hongaarse garnizoenstad Przemysl weer van de Russen bevrijd wordt.

GorliceTarnow_mei1915

bronnen

Michael Neiberg & David Jordan, The Eastern Front 1914-1920, Amber Books

http://historypath.pl/en/articles/63-battle-of-gorlice

http://ww1blog.osborneink.com/?p=7593

https://ww1live.wordpress.com/2015/05/02/gorlice-tarnow/

met zicht op een dode kameraad

Eduard Offenbacher, een van de vele student-vrijwilligers in het Duitse leger, bevindt zich ergens in de heuvels van Notre-Dame-de-Lorette nabij Vimy.  Hij schrijft begin mei 1915 over het harde leven in de loopgraven.

Ik ben hondsmoe. Geen wonder. Twee dagen onafgebroken in een half ingestorte loopgraaf, iedere man in opperste waakzaamheid op zijn post. Dag en nacht, bajonet op het geweer. Daarginds 20 meter bij ons vandaan, loert de vijand. Loopgraven gaan die kant uit, maar ze zijn met barricades versperd. Een berg handgranaten ligt klaar voor een warme ontvangst.

Midden op die barricades, maar voor ons onbereikbaar, ligt een kameraad. Zijn gebroken oog is naar het westen gericht, in de ene hand zijn trouwe geweer, de andere klaar voor de afzet om te springen. Zijn blonde haar is nu donkerrood gekleurd. Zo liggen er tallozen, in de loopgraaf en daarbuiten, vriend en vijand. Niemand begraaft ze, niemand heeft tijd.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

gefallener-deutscher-01

Landing in Gallipoli

Eindelijk begint het tot de Britse kabinetsleden door te dringen dat de tactiek van de marinebombardementen op de forten bij de Dardanellen nooit tot een overwinning zal leiden. De laatste poging daartoe op 18 maart 1915 (lees meer daarover op deze pagina) was jammerlijk mislukt. Maar in plaats van het hele avontuur af te blazen, kiest men ervoor om het nu met grondtroepen te proberen. Lord Horiatio Kitchener, de minister van Oorlog, duidt zijn voormalige protégé sir Ian Hamilton aan om de troepen te leiden. Leden van het Griekse verzet gaven aan dat voor een verovering vah Gallipoli, het zuidelijke Europese schiereiland bij de Dardanellen, zo’n 150.000 mannen nodig zijn. Maar Kitchener vindt dat het ook wel met de helft van dat aantal kan.

GallipoliLanding01

De verdediging van Gallipoli wordt geleid door de Duitser Otto Liman von Sanders. Hij is bang dat een gebrek aan munitie en manschappen – hij heeft slechts 20.000 man tot zijn beschikking – wel eens een geslaagde invasie zou kunnen betekenen. Zijn vrees is ongegrond want Hamilton erft een gedesorganiseerde troepenmacht – de aangewezen Australische en Nieuw-Zeelandse militairen zijn zo groen als gras – en er is nauwelijks iets aan inlichtingenzerk gedaan. Het kost de Britten dan ook vijf weken om tot een invasie te komen, en Liman heeft alle tijd gehad om zijn voorbereidingen te treffen.

De landingen op 25 april 1915 vinden uiteindelijke plaats bij Kaap Helles, op het zuidelijkste puntje, en 15 km verderop bij Ari Burnu (ofwel de “Anzac”-inham). Bij Kaap Helles gaat prompt veel mis, vooral door het wanbeheer van generaal Aylmer Gould Hunter-Weston. Van de vijf landingspunten worden er drie veroverd. Om volstrekt onduidelijke redenen kiest Hunter-Weston ervoor om zich in te graven en niet op te trekken; waarschijnlijk omdat Hamilton daar geen duidelijke bevelen toe heeft gegeven. Bij de Anzac-inham gaat de populaire commandant William Birdwood wel direct verder het land in en hij weet bijna de hoogvlakte van Gallipoli te bereiken.

Gallipoli

Maar een resolute verdediging door Turkse reservisten, onder leiding van kolonel Mustafa Kemal Pasha, drukt Birdwoods mannen weer terug. Mustafa Kemal Pasha zal later grote roem verwerven als Kemal Atatürk, de vader van de Turkse staat.  Er vinden nog drie succesvolle afleidingslandingen plaats, zodat Liman von Sanders in eerste instantie geen idee heeft waar hij zijn mannen heen moet sturen. Maar dat wordt binnen enkele dagen duidelijk en hij kan zijn troepen concentreren waar het nodig is. Het blijkt echter niet genoeg te zijn om de Britten weer in zee te kunnen drijven. Ook hier ontstaat een loopgravenoorlog.

bron : Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgevers