Riga valt in Duitse handen

Profiterend van de groeiende onrust in Rusland lanceren de Duitsers op 1 september 1917 een offensief op de haven van Riga (huidige Letland). Het 8e leger van generaal Oskar von Huttier komt hierbij tegenover het Russische 12e leger te staan. Huttier gebruikt nieuwe tactieken : een kort bombardement, gevolgd door aanvallen van gespecialiseerde infanteriestormtroepen, die snel oprukken, gesteund door mobiele artillerie en sterke punten van de vijand vermijden.

Huttiers aanval over de Dvina is uiterst succesvol. Het Russische 12e leger gaat zienderogen ten onder. De Duitsers die geringe verliezen lijden, nemen 9.000 Russen gevangen. vele  andere Russische soldaten hebben gewoonweg hun post verlaten.

bron : Ian Westwell, 1914-1918 – de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

Riga1917_01.jpg

 

 

de laatste brief van Gerhard Gürtler

Slechts vier dagen voor hij sneuvelt, schrijft student Gerhard Gürtler op 11 augustus 1917, een brief naar huis. Hij heeft het daarin over de felle gevechten van de derde slag om Ieper.

De mannen in de frontlinie horen uur na uur en nacht na nacht niets anders dan het trommelvuur, het gekreun van gewonde vrienden, het geschreeuw van gevallen paarden en het wilde bonken van hun eigen hart.

Zelfs in de korte rustpauzes spoken in de vreemde stilte de herinneringen van grenzeloos lijden door hun doodvermoeide hersenen. Er is geen ontsnappen aan, er rest hun alleen afschuwelijke herinneringen en wachten op wat komen gaat.

Ik heb geen foto van Gerhard Gürtler gevonden. Bij bovenstaande brief heb ik gekozen voor het centrale paneel van de triptiek “der Krieg” van Otto Dix, die zelf ook aan het front is geweest tijdens de grote oorlog.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

OttoDix_DerKrieg02

Asiel voor een U-boot

De laatste bevelhebber van de UB-23 is Oberleutnant zur See is Hans Ewald Niemeyer die op 20 maart 1917 aan boord stapt. Tijdens vijf missies vernietigt Niemer zeven schepen, onder andere de Belgische sleepboot Marcel.

Op 23 juli 1917 begint uB-23 aan haar laatste reis. Niemer zet de U-boot op periscoopdiepte om een vrachtschip te schaduwen. Een wakkere uitkijk op het Britse patrouilleschip HMS P-60 merkt de periscoop op en de P-60 laat twee dieptebommen vallen. De toegesnelde torpedobootjagers HMS Narwal en HMS Peyton laten op hun beurt dieptebommen vallen. De ontploffingen veroorzaken zware schade aan de batterijen en de duikuitrusting van UB-23. Niemer laat de UB-23 tot de bodem zakken en wacht de nacht af. Opnieuw aan de oppervlakte gekomen, stelt de bemanning vast dat de U-boot zo zwaar beschadigd is dat ze niet meer zou kunnen onderduiken. Niemer besluit om de bemanning van de UB-23 te laten interneren in La Coruna 360 mijl verder. Ze bereiken de neutrale Spaanse haven op 29 juli 1917 en blijven daar voor de rest van de oorlog.

IMG_0162

Bronnen

Tomas Termote, Oorlog onder water, Davidsfonds

https://elviajerohistorico.wordpress.com/2016/02/17/submarinos-hundidos-en-espana/

 

 

laatste proefvaart van UB-20

De UB-20 maakt vanaf 26 maart 1917 deel uit van de Unterseebootflottilje Flandern en heeft Oostende als thuishaven. Onder leiding van Oberleutnant zur See Hermann Glimpf vernietigt de UB-20 in vier patrouilles negen Nederlandse en Britse schepen. Aan het einde van de laatste reis wordt de U-boot via het kanaal Oostende-Brugge naar de Kaiserliche Werft overgebracht voor onderhoud. Bij een Britse luchtaanval op Brugge wordt de UB-20 beschadigd en moet nog vijf weken langer in reparatie blijven.

Op 28 juli 1917 om 11u40 verlaat de UB-20 de haven van Oostende voor een vier uur durende proefvaart om de reparaties op haar drukhuid te testen. Aan boord zijn er slechts dertien bemanningsleden, twee man werfpersoneel en twee legerofficieren. Op de dag van haar verdwijning zijn er twee U-boten door Britse vliegtuigen aangevallen. Meer dan waarschijnlijk zijn dit echter de UC-16 en UC-65. De beschadigingen aangetroffen bij de UB-20 wijzen in de richting van een dubbele mijnontploffing. De Britse admiraliteit bevestigt later dat de UB-20 mogelijk verloren is gegaan in een nieuw Brits mijnenveld. Dit mijnenveld is in het geheim gelegd op 25 juli 1917.

Alle zeventien opvarenden komen om het leven op UB-20. Het lijkt van Hermann Glimpf spoelt op 3 september 1917 aan in Jutland aan de Deense kust.

bronnen
Tomas Termote, oorlog onder water, Davidsfonds
http://www.wrecksite.eu/wreck.aspx?84
http://www.uboat.net/wwi/boats/successes/ub20.html

minefield.jpg

 

 

 

Belgische cavalerie verovert U-boot UC-61

UC-61 en haar bemanning zouden de onfortuinlijke faam krijgen om gevangen genomen te worden door een Belgisch cavaleriedetachement. De nieuwe UC-61 komt eind februari 1917 aan in Zeebrugge, onder bevel van Oberleutnant zur See Georg Gerth. Gerth en zijn bemanning zouden een korte carrière beschoren zijn, maar kunnen vier missies uitvoeren in vijf maanden tijd.

Op 5 maart 1917 torpedeert de UC-61 het Britse passagiersschip SS Copenhagen in de nabijheid van het lichtschip Noordhinder. Pas zes weken later vertrekt UC-61 op haar eerste mijnenlegmissie richting Kanaal. Op deze reis keldert ze ook nog vier schepen. Bij een aanval op het Franse schip SS Nelly wordt de UC-61 beschoten en beschadigd. De opgelopen schade houdt UC-61 vrij lang in het droogdok. Op de derde missie in juni 1917 legt de UC-61 een mijnenveld nabij Brest waardoor de Franse pantserkruiser Kléber zinkt.

Op 25 juli 1917 verlaat UC-61 Zeebrugge voor de laatste keer. In de vroege uren van 26 juli duikt er een lichte mist op. In plaats van op de bodem een tijd af te wachten, vaart UC-61 verder. Om 4u20 raakt de UC-61 de bodem. Bij het ochtendgloren zien de Duitsers dat ze op het strand van Wissant zijn terechtgekomen, op nog geen 800 meter van de duinen. De bemanning gooit obussen en torpedo’s overboord maar slagen er niet in om hun U-boot vrij te krijgen. Franse douaniers komen erbij uit en verwittigen de militaire autoriteiten in Calais. Een Belgische cavaleriepost wordt bevolen ter plaatse te gaan kijken. En zo nemen 40 ruiters van de vijfde lansiers  25 Duitse matrozen gevangen.

Bronnen
Tomas Termote, oorlog onder water, Davidsfonds
http://uboat.graptolite.net/UC61.html
http://www.uboat.net/wwi/boats/index.html?boat=UC+61

UC61_1917

 

 

 

Staden verliest zijn kasteel

Engelse beschietingen einde juli 1917 leiden ertoe dat het kasteel van Staden zogoed als verdwijnt. Van het kasteel, waarvan de oorsprong teruggaat tot in de middeleeuwen, rest niet veel meer. Overigens treffen de Engelse beschietingen niet alleen het kasteel : na de oorlog bleek minder dan 10% van de huizen in Staden en omgeving herstelbaar.

Een jaar eerder was het gebouw nog in degelijke staat, want het Duitse opperbevel voor de regio had hier zijn hoofdkwartier. Veldmaarschalk Paul von Hindenburg zou er ook een aantal keren geweest zijn.

Het meest voelbare restant van het kasteel is een zitbank gemetst met stenen die van het verwoeste kasteel afkomstig zijn. In het landschap zie je ook nog wat van de vroegere kasteelwal.

bron : oorlogskalender 2014-2018

Staden_Kasteel

Von Richthofen gewond boven Wervik

De Duitse piloten van Staffel 11 zijn vanaf 28 juni 1917 gelegerd in in kasteel Bethune bij Markebeeke, niet ver van Kortrijk. Een van de meest bekende piloten van Staffel 11 is hun commandant Manfred von Richthofen, beter bekend als de Rode Baron omdat hij met een rode driedekker vliegt.

Op 2 juli 1917 behaalt von Richthofen nog een overwinning. Maar op 6 juli heeft hij minder geluk. Hij geraakt gewond tijdens een luchtgevecht boven Wervik, maar ondanks een ernstige hoofdwonde, slaagt hij erin een noodlanding uit te voeren. Hij wordt afgevoerd naar het Feldlazarett 76 in Kortrijk. Hij moet er verschillende operaties ondergaan om botsplinters te verwijderen.

De onderstaande foto dateert uit zijn herstelperiode. Links van von Richthofen staat verpleegster Käthe Ottersdorf die hem in die periode verpleegd heeft. Op 25 juli 1917 keert von Richthofen terug naar Staffel 11 om de leiding weer op zich te nemen.

bronnen
http://www.frontflieger.de/4-ric17.html
https://nl.wikipedia.org/wiki/Manfred_von_Richthofen

VonRichthofen_191707

 

Na de Franse tankaanval

In het vorige blogbericht over Herbert Sulzbach lijkt het misschien of hij een rustig leventje leidde van trein naar verlof naar trein terug… Dat is allerminst het geval. Herbert Sulzbach is wel degelijk geruime tijd in de eerste frontlinies aanwezig.

2 juli 1917 : Ik bereik mijn nieuwe frontlinies. We zijn gelegerd links van de fel bevochten Winterberg, ongeveer 25 kilometers van Laon, en ten zuidoosten van ons ligt Reims. Of beter gezegd, onze positie lugt tussen Craonne en Barry-au-Bac. Aan het front is het bar en leeg en relatief rustig. (…) ALs ik neem ik foto’s met mijn draagbare camera. Je zou kunnen zeggen dat ik de regimentsfotograaf geworden ben.

Ik wandel naar de eerste linies en kom voorbij heel wat Franse tanks die uitgeschakeld zijn tijdens de laatste aanval. Er zijn er 20 in onze sector, en drie ervan liggen in onze linies. Één kanonnier van onze batterij die hier voor ons lag, heeft er 6 uitgeschakeld op zijn eentje. 24 uur later kreeg hij het Ijzeren Kruis eerste klasse. De dag erna werd hij tijdens gevechten gedood.

Ik zie nu voor de eerste keer deze ijzeren monsters en ik begrijp het gruwelijk effect op het moraal van de soldaten tijdens de gevechten. Onze infanterielinies liggen voor de ruïnes van Juvincourt.

Bron : Herbert Sulzbach, with the German Guns, Pen & Sword Military

CharSaintChamond02

 

Herbert Sulzbach van oost naar west

Herbert Sulzbach is een Duitse luitenant bij de artillerie. In het laatste blogbericht over Sulzbach zagen we dat hij begin mei toekwam aan het oostfront. Maar lang blijft hij daar niet. In mei en juni reist hij geregeld met de trein om naar het westfront, het thuisfront en weer het westfront te gaan. Een korte samenvatting uit zijn dagboek.

Als ik in Lemberg ben (huidige naam Lviv in Oekraïne), bezoek ik mijn nicht Vera, wiens echtgenoot een Hongaars regiment leidt aan het oostfront. ‘S Middags reis ik door naar Krasnoe en dan naar Zolochev, het laatste station voor het front. Ik kom aan in een mooie bosrijke omgeving waar Oostenrijkse, Hongaarse en Duitse troepen gelegerd zijn. (…) Hier ontmoet ik ook mijn oude kameraad luitenant Kirsten.

9 mei 1917 : Ik krijg het nieuws dat ik ben overgeplaatst naar het 5e veldartillerieregiment aan het westfront.Op 13 mei reis ik door naar Lemberg, Przemysl, Krakau en Oderberg. Na een tussenstop in Frankfurt-am-Main zet ik de reis verder naar het westen.

Herbert Sulzbach neemt nog verlof en bezoekt zijn familie in Berlijn en Frankfurt-al-Main. Daarna gaat hij naar zijn nieuwe regiment in Ardon, Frankrijk. Hij maakt er aanvallen en tegenaanvallen mee nabij Berthe-Ferme. Begin juni 1917 wordt het regiment een rustpauze gegund en gaan de soldaten naar hun nieuwe omgeving achter het front, nabij Roisin aan de Belgisch-Franse grens. Op 13 juni 1917 kan Herbert Sulzbach zijn familie weer bezoeken in Frankfurt-al-Main. Op 27 juni is zijn verlof over en reist hij weer naar het front langs Keulen, Brussel en zo naar Laon om te eindigen aan het front bij Sissonne.

Bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword Military

IMG_0145

Schaap ahoy !

Indien mogelijk verschijnt een U-boot aan de oppervlakte nadat ze een vijandelijk schip hebben getorpedeerd. Allerhande bruikbare zaken zoals hout, balen katoen, vee en verse groeten kunnen ronddrijven. Dat is het geval op 24 juni 1917 voor Werner Fürbringer en de bemanning van UC-17. Ter hoogte van de Scilly-eilanden wordt het stoomschip ss Clan Davidson gezonken.  Het Britse schip is afkomstig van Sydney en heeft onder andere boter en een gemengde lading aan boord.

Nadat het schip onder de oppervlakte verdwenen is, schieten enkele tonnen naar de oppervlakte. Die worden gevolgd door een groot schaap dat blatend tussen de tonnen drijft. De bemanning van de UC-17 staat versteld als het schaap zicht begint voort te bewegen alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Nadat de verraste zeelui het dier aan boord getrokken hebben met een touw, zien ze dat het uitgeput is, waarschijnlijk van de opstijging van enkele tientallen meters diepte. Het beestje wordt uit zijn lijden verlost, het vel verwijderd en de rest naar de kombuis gebracht om tot een gebraad omgetoverd te worden.

bron : Tomas Termote, oorlog onder water, Davidsfonds

De tekening hieronder is van Liz Brady

LizBrady_Swimming-Sheep-16x10