allereerste tankslag van de Groote Oorlog

Het Britse 3e leger onder generaal sir Julian Byng begint de slag om Cambrai. De belangrijkste strijd in deze door tanks geleide aanval wordt geleverd in het gebied van de Hindenburgstellung verdedigd door het Duitse 2e leger van generaal Georg von der Marwitz. Het is Byngs plan om door de Duitse defensies tussen de Schelde en het Canal du Nord te breken. De cavaleristen moeten snel oprukken naar Cambrai, terwijl de infanterie en tanks de heuvelrug van Bourlon veroveren voor ze in noordoostelijke richting naar Valenciennes trekken.

Het offensief begint met een kort bombardement van de Hindenburglinie door duizend artilleriewapens. De hoofdaanval wordt gevoerd door 476 tanks. Dit is de eerste maal dat deze wapens zo massaal worden ingezet. Ze voeren zes van Byngs negentien divisies aan in een grote opmars over 8 km front. In het begin blijken de aanvallen verbazingwekkend succesvol : de Hindenburglinie wordt 9 à 12 km in de diepte doorbroken, behalve bij Flesquières. Hier maakt de koppige Duitse verdediging een aantal tanks onklaar en wordt de opmars verijdeld door een slechte coördinatie tussen de Britse infanterie en tanks.

Ondanks het succes tijdens de eerste dagen krijgen de Britten het steeds moeilijker er vaart in te houden. Veel tanks lijden onder mechanische defecten, raken vast in sloten of worden vernietigd door Duitse artillerie. Het gevecht concentreert zich in deze fase voornamelijk rond de heuvelrug van Bourlon, ten westen van Cambrai en duurt tot in december wanneer de Duitsers een reeks succesvolle tegenaanvallen lanceren.

bron : Ian Westwell, 1914-1918, de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas.

Soldiers follow a British Mark IV tank

derde slag om Gaza

derde slag om Gaza

Generaal Archibald Murray is vervangen door generaal Edmund Allenby om eindelijk door de Ottomaanse linies te breken bij Gaza. Allenby verplaatst zijn hoofdkwartier van Caïro naar de frontlinie. Daarna brengt hij versterkingen aan in manschappen (88.000), artillerie, gasgranaten en tanks. De Ottomanen hebben daar slechts 35.000 man tegenover staan over een frontlinie van 40 km. Allenby weet dat de vorige twee slagen grotendeels mislukt zijn vanwege watergebrek. Daarom kont generaal Chetwode met het plan om de aanval vooral op Beersheba te richten waar zich natuurlijke bronnen bevinden. Eerst wordt het hoofdgarnizoen van de Ottomanen in Tel es Sheria zes dagen lang met zware artillerie, 218 kanonnen, gebombardeerd.

De Ottomanen denken dat de Britten weer een frontale aanval zullen inzetten. Maar mede door de Engelse superioriteit in de lucht waardoor de Otomanen verstoken blijven van luchtverkenningen kan Allenby op 31 oktober 1917 met 40.000 man van de cavalerie richting Beersheba stormen. Ook een afleidingsmanoeuvre aan de oostkant met een compagnie met 70 kamelen zorgt voor veel verwarring. De Ottomanen beginnen zich te verspreiden om alle aanvallen te kunnen weerstaan.

Uiteindelijk neemt Allenby in de ochtend van 6 november 1917 Tel es Sheria in waarmee hij de Ottomaanse 7e en 8e legers splitst. Eem dag later is Gaza veroverd nadat de Ottomanen onder leiding van de Duitser von Kressenstein, op de vlucht zijn geslagen. Hierna kan Allenby, tot tevredenheid van zijn Londense superieuren, zich gaan richten op Jeruzalem.

Een impressie van de cavalerieaanval in Beersheba hieronder komt uit de film “the Lighthorseman” van 1987.

bron : Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgevers

raid van Rommel

Op 24 oktober 1917 begint de slag van Caporetto (lees meer daarover in dit bericht). In deze slag gebruikten Duitse en Oostenrijks-Hongaarse divisies de nieuwe tactieken ontwikkeld door de stormtroepen : het vermijden van sterke concentraties vijandelijke soldaten en kiezen voor diepe infiltratie.  De slag zou duren tot 19 november 1917 als de Duits-Oostenrijks-Hongaarse opmars gestopt wordt.

Tijdens deze slag is er één Duitse officier die erin slaagt om op 2 dagen tijd 9.000 Italianen krijgsgevangen te maken en 3 bergtoppen te veroveren op 2 dagen tijd : Erwin Rommel. Hij is commandant van het Württembergisches Gebirgs-Bataillon. Dit bataljon start aan de slag ten zuiden van Tolmino en staErwin_Rommelat tegenover 3 bergtoppen : Monte Cragonza, Mrzli en Matajur. Tijdens de opmars kiest het bataljon ervoor om frontale aanvallen te vermijden en in plaats daarvan via onverwachte paden de Italianen aan te vallen daar waar ze niet verwacht worden. Monte Cragonza wordt zo ingenomen na een nachtelijke klim. Tussen de toppen van Mrzli en Matajur slagen de Duitsers erin 1500 Italianen tot overgave te dwingen. Als Rommel de Matajur wil aanvallen, roept majoor Sproesser zijn bataljon terug. De grote aantallen krijgsgevangenen geven hem de indruk dat het doel al bereikt is.

Rommel houdt echter 100 soldaten en zes machinegeweren achter en vat met deze kleine groep de aanval op de Matajur aan. Voor de Italianen door hebben hoe weinig talrijk de Duitsers zijn, hebben ze zich al overgegeven. Op 2 dagen tijd hebben Rommels soldaten vijf Italiaanse regimenten vernietigd en 9.000 krijgsgevangenen gemaakt. Het bataljon verliest 36 soldaten, waarvan er zes sneuvelen.

bron
http://michaeltfassbender.com/nonfiction/the-world-wars/battles-and-campaigns/rommel-at-caporetto-1917/

 

 

 

de slag bij Caporetto

de slag bij Caporetto

De slag bij Caporetto of twaalfde slag bij de Isonzo is een gecombineerde Oostenrijks-Hongaarse en Duitse actie waarbij de Italiaanse linies doorbroken worden. De eerste elf slagen zijn allemaal overbodig geweest wat terreinwinst betreft, maar ze hebben het Oostenrijks-Hongaarse leger wel ernstig uitgeput. Paul von Hindenburg en Erich Ludendorff schieten daarom met 6 Duitse divisies te hulp. De Italiaanse opperbevelhebber Luigi Cadorna heeft via deserteurs en vliegtuigverkenningen wel door dat de Duitsers er activiteiten ontwikkelen maar weet niet op welke schaal.

Onder bevel van generaal Otto von Below gaan 9 Oostenrijks-Hongaarse en 6 Duitse divisies op 24 oktober 1917 bij Caporetto in de aanval. De verwachtingen zijn laag en de aanval is meer bedoeld om de Oostenrijkers wat lucht te verschaffen. Begeleid door bombardementen, gasaanvallen en rookgordijnen rukken de Duitsers en Oostenrijks-Hongaarse soldaten op en rennen dwars door de Italiaanse verdediging heen. De eerste dag rukken ze 25 kilometer op. De Italianen kunnen zich pas 30 kilometer ten noorden van Venetië reorganiseren.

De slag kost het Italiaanse leger 300.000 man van wie 90% krijgsgevangen wordt gemaakt. Cadorna wordt ontslagen en er komt een nieuwe premier aan de macht Vittorio Orlando. Nu de Duitsers er zitten, sturen ook de Fransen 6 divisies en de Engelsen 5 divisies naar Italië.

bron : Roel Tanja, een korte geschiendenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgevers

Caporetto1917_02.jpg

Opleiding in Beverlo

Het laatste bericht over Herbert Sulzbach verwijst naar zijn dagboek over juli 1917 (lees hier). In zijn dagboek beschrijft Sulzbach hoe hij zich aanmeldt als vrijwilliger bij de Duitse luchtmacht. Na zijn keuring wacht hij af. In tussentijd krijgt hij de aangename opdracht van zijn commandant om wijn in Frankfurt te kopen. Op de trein maakt hij kennis met een jong meisje die rouwkledij draagt. De vonk tussen hen beiden slaat over en ze spreken af in Bonn.

Einde september 1917 hoort hij dat hij is afgewezen als piloot. En hij krijgt het blije nieuws dat zijn broer gaat trouwen. Hij krijgt toestemming om het huwelijksfeest bij te wonen. Op weg naar het feest is Herbert op 29 september 1917 in Brussel  en daarna Bonn, waar hij weer heeft afgesproken met de jongedame van de vorige treinreis. Half oktober 1917 krijgt Herbert Sulzbach de opdracht om een opleiding voor machinegeweren te volgen. Uit de foto blijkt dat deze cursus doorgaat in Beverlo (Beringen), Limburg.

Op 15 oktober 1917 marcheren we naar het noorden van Laon. Daar krijgen verschillende officieren de opdracht om een cursus machinegeweren te volgen, een luitenant van iedere batterij. (…) De opleiding duurt verscheidene weken. Het idee is om iedere Duitse batterij te voorzien van machinegeweren voor verdediging bij lijfgevechten. De infanterie en artillerie moeten nauwer samenwerken. Als ik terugkeer zal ik de training doorgeven aan de soldaten van mijn batterij.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword Military

HerbertSulzbach_Beverloo_1917

Gontrode een eeuw later

Op 28 september 1917 stort een Duitse Gotha bommenwerper neer nabij het Nederlandse  Sas-van-Gent. Daarbij komen de drie Duitsers aan boord om het leven : piloot Emil Haes, Martin Emmler en Heinz Schreiber. Omroep Flevoland stuurde een reporter  om te kijken wat er overblijft van het vliegveld van Gontrode nabij Gent.

bron
http://www.omroepflevoland.nl/nieuws/151635/dronten-duits-oorlogstoestel-woi-crashte-een-eeuw-geleden

 

de laatste vlucht van Werner Voss

Werner Voss is bij de Duitse luchtmacht vanaf 1916. Hij behaalt enkele weken zijn vliegbrevet en wordt al snel instructeur. In juli 1916 wordt Voss overgeplaatst naar het front als staartschutter van een tweezits-verkenningsvliegtuig. Voss blijft in deze functie tot hij in november 1916 een baan als gevechtspiloot krijgt.  Op 27 november 1916 behaalde Voss zijn eerste overwinning.

Tegen april 1917 heeft Voss 25 vijandige toestellen neergeschoten en wordt hij onderscheiden met de Pour le Mérite, de hoogste Duitse onderscheiding. Manfred von Richthofen nodigt hem uit in zijn luchteskader, het beroemde Jagdgeschwader 1. De samenwerking tussen Von Richthofen en Voss klikt zo goed, dat Von Richthofen hem benoemt tot wingman. Dit houdt in dat Voss bij alle luchtgevechten rechts van Von Richthofen vliegt. Tegen juli 1917 vernietigt Voss 13 vijandige vliegtuigen en komt zijn totaal op 38 luchtoverwinningen.

Op 23 september 1917 komt Voss alleen tegenover 6 Britse vliegtuigen te staan. Hij vat moedig het gevecht aan, maar de overmacht is te groot en Voss sneuvelt onder de kogels van de Brit Rhys-Davies. Zijn toestel stort neer nabij Frezenberg.

bronhttps://nl.wikipedia.org/wiki/Werner_Voss

WernerVoss

 

 

de papegaai van de Spaanse loskaai

Vaak houdt de bemanning van een U-boot een dier aan boord als mascotte, meestal een scheepshond, konijn of vogel. Een kat was uitgesloten omdat die ongeluk kon brengen. Exotische dieren zoals een papegaai of een aap komen ook voor. Doorgaans zijn de dieren afkomstig van gepraaide schepen die exotische havens hebben aangedaan.

Leutnant zur See Friedrich Siegel, tweede in bevel van UC-64, heeft een papegaai aan land gebracht en achtergelaten in zijn woning op de Spaanse loskaai in Brugge. De papegaai is op een van de patrouilles van UC-64 meegenomen van een gezonken schip, mogelijk de Franse bark Ville de Dieppe. Het beestje draagt de naam Roku en zal zijn baasje overleven, nadat Siegel niet meer van een patrouille terugkomt. De UC-64 vergaat op 20 juni 1918.

bron : Tomas Termote, oorlog onder water, Davidsfonds

Siegel_SpaanseLoskaai

 

 

een kruis als luxeartikel

Zelfs aan hout is er tekort lezen we in Gruss aus Flandern.

Wanneer de batterij terugkeert naar Lichtervelde, na artillerieduels te hebben uitgevochten met de Fransen en Britten in de omgeving van Draaibank en Mangelare, is het om haar doden de begraven op het Duitse oorlogskerkhof. Dat gebeurt ook met soldaat Karl Ulrich, die sneuvelt op 16 september 1917.

Het is een uitzondering dat er in 1917 nog een houten kruis op zijn graf wordt geplaatst. Wegens de schaarste van hout worden veel Duitse gesneuvelden begraven met alleen maar een nummer op hun graf.

Toeristische tip : het Deutscher Soldatenfriedhof (Beverenstraat, Hooglede) is een van de vier grote Duitse soldatenkerkhoven uit de eerste wereldoorlog. Hier rust Karl Ulrich samen met 8240 anderen. De andere zijn Langemark, Menen en Vladslo.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Volksbund_100JahreErsterWeltkrieg_header01

executie van leiders Duitse matrozenopstand

Vroeg in de ochtend van 5 september 1917 executeert een vuurpeloton van de Landeswehr de matrozen Albin Köbis (24 jaar) en Max Reichpietsch (22 jaar) op het schietterrein van Wahn bij Keulen. Beiden zijn een tiental dagen eerder ter dood veroordeeld wegens muiterij. De krijgsraad beschouwde hen als de voornaamste raddraaiers van een muiterij onder mariniers op 2 augustus 1917 in Wilhelmshaven.

De Duitse vloot kwam maar tweemaal in actie tijdens de eerste wereldoorlog. De feitelijke oorlog op zee wordt gevoerd door kleinere schepen (duikboten, mijnenvegers en torpedoboten) vaak individueel of in kleine eenheden. Niet alleen vervelen de matrozen van de vloot zich te pletter, ze worden ook getergd door slecht voedsel in dalende porties, geweigerde verloven, pesterijen van het hautaine officierenkorps, eindeloze drills, overbodige karweien. Kortom, voldoende voedingsbodem voor onrust, bovendien aangevuld met een groeiende politieke bewustwording.

In de foto hieronder staat 7 september als sterfdatum van beide matrozen aangeduid. In andere bronnen wordt toch de datum 5 september 1917 aangegeven waaronder wikipedia.

bron : oorlogskalender 2014-2018, davidsfonds

Reichpietsh_Kobis