Foch brengt hoop !

De Belgische onderluitenant Arthur Pasquier heeft op 22 augustus 1918 een prettig verlof achter de rug, met op het programma onder meer een bezoek aan diverse kastelen langs de Loire. De oorlogssituatie lijkt op te klaren.

Marechal-Foch-GuerreMet behoorlijk rijdende treinen keer ik terug naar het front. Over enkele dagen zal de veel kortere lijn via Amiens weer in dienst zijn dankzij het succesrijke initiatief van de Franse troepen.

Heel mijn verlof kende een prettig verloop door de opluchting die de bruuske verandering in de frontsituatie met zich brengt. De oorlog heeft een andere wending genomen sedert de dag waarop Foch opperbevelhebber is geworden van de geallieerde legers. In plaats van versnipperd toe te slaan of oeverloze discussies te voeren tussen stafofficieren hebben de geallieerden begrepen dat zich zich achter één chef moeten scharen.

Onderstaande affiche is een oproep om in te schrijven op oorlogsleningen om geld bijeen te brengen voor het “laatste kwartier” van de oorlog. De Fransen zagen de overwinning naderen.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://parismuseescollections.paris.fr/fr/musee-carnavalet/oeuvres/pour-le-dernier-quart-d-heure-aidez-moi-les-souscriptions-a-l-emprunt

PourLedernierQuartdHeure_1918

 

Gaston Le Roy haalt doodvermoeid de tram

Oorlogsvrijwilliger Gaston Le Roy is duidelijk vermoeid op 19 augustus 1918 :

Aan de verzamelplaats stappen wij op de light railways met een vermoeid lichaam en een knorrende maag. Ons brood is op, de buiscuits bijna. Om 3u komen we aan bij Hospital Farm en hongerig vliegen de patatten de maag in. Ik vind vijf vliegen in mijn rantsoen, maar honger is de beste saus.

We zijn hier amper een uur. Ik val bijna in slaap en daar klinkt het bevel : in uniform. Ik voel me als verlamd. Mijn met zwart omrande ogen staren zwak en slaperig. We marcheren tot in Elverdinge vanwaar ons een Belgische stoomtram over Woesten, Oost– en WestVleteren, Krombeke en Roesbrugge tot in Haringe voert.

Het is 9u in de morgen. Ik ben doodop.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

ELVERDINGE         " Zicht op de Tramstatie "

een Franstalig officier met luisterend oor voor alle manschappen

René Glatigny is pas bevorderd tot aspirant officier en heeft veel met zijn manschappen gepraat, ook met de Vlaamse. Daarmee stelt hij wel een voorbeeld voor tal van hogere officieren die maar één taal willen spreken. Op 17 augustus 1918 noteert hij in zijn dagboek :

Ik heb met veel mannen gepraat en ze hebben me over hun familie verteld. Helaas ! Wat voel ik me bevoorrecht als ik me met hen vergelijk. Sommigen hebben al drie jaar lang geen nieuws ontvangen. Een enkele keer krijgen ze toevallig een foto met een paar woorden erop :”Ik verkeer in goede gezondheid.”.

Maar ondanks hun ellende blijven ze moed houden. Soms mopperen ze een beetje, maar ze doen toch hun werk. Ik observeer ze en probeer ze te begrijpen. Dat is niet altijd eenvoudig want ze spreken twee talen en in de Vlaamse taal ben ik nog niet zo thuis.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://www.1914-1918.be/brancardier_glatigny.php

krijgsgevangen na Duitse raid

Rond 4u in de ochtend van 11 augustus 1918 omsingelen een honderdtal dronken Duitse soldaten een bunker aan de Ijzer die functioneert als Belgische voorpost. Voor Jozef Devisch, afkomstig uit Doomkerke, en zijn kameraden zit er niets anders op dan zich over te geven, zo niet gooien de lallende Duitsers granaten in hun schuilplaats.

Via Deinze komt Jozef Devisch uiteindelijk in Duitse kampen terecht, eerst in Dulme, later in Göttingen. Op termijn belandt hij bij een boer die hengsten houdt. Het leven is er alleszins stukken beter dan aan het front. Bij wapenstilstand trekt Jozef naar huis. Wel moet hij nog een tijdje naar het Ruhrgebied als lid van de bezettingsmacht.

Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

BelgischeKrijgsgevangenen

 

 

Willy Coppens haalt 3 luchtballons neer

Belgiës beste jachtpiloot Willy Coppens haalt op één dag maar liefst drie waarnemingsballonnen neer. De dag van 10 augustus 1918 is nog maar net begonnen wanneer hij in Leffinge een ballon uit de lucht schiet. Dezelfde dag volgen nog successen in Zarren en Waasten. 

Tijdens de oorlog halen Belgische piloten 75 vliegtuigen en 44 waarnemingsballonnen neer. Deze cijfers zeggen alvast iets over het voorkomen van de ballons. Het Belgische leger maakt zelf ook gebruik van dergelijke observatieposten. 

Onder aan waarnemingsballonnen hangt een rieten mandje voor een of twee personen. Vanuit hun hoge positie geven de waarnemers informatie door aan de troepen op de grond. De waarnemers volgen vijandelijke troepenbewegingen en sturen het vuur van hun artillerie. Wanneer een vijandelijk vliegtuig opduikt, is het van belang de ballon zo snel mogelijk naar beneden te halen met de kabel die hem op zijn plaats houdt. 

Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds 

WillyCoppens_19180810

heimwee aan het Ijzerfront

We staan er niet meer bij stil met onze smartphones en sociale media, maar tijdens de oorlog hoorden heel wat Belgische soldaten niets meer van hun familie. Het grootste deel van België was bezet en het was slechts een minderheid van de Belgische soldaten die nog familie had in het vrije België of in Frankrijk of Engeland. De meesten konden slechts dromen van een brief af en toe. Daarom zocht men naar oorlogsmeters, vrouwen die een deel van hun vrije tijd besteedden aan correspondentie met soldaten.

Een Vlaams soldaat aan het Ijzerfront schrijft in een brief begin augustus 1918 aan zijn oorlogsmeter.

Ja, ik voel me soms wel alleen, zo ver van allen en alles. Ik kan soms over de borstwering van onze eerstelinieloopgraaf kijken naar het lieve land ginder, waar ’s morgens de zon opgaat.

O, ik zou dat graag weer eens zien : mijn land, mijn dorp, mijn huisje, mijn raampje met het vredig gezicht van mijn lieve moeder, weer eens horen de vermanende stem van vader en het lachen van de kleine zusjes. ’t Is zo heel ver dit alles.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

GroteOorlog_20180801

Duitsers zoeken dwangarbeiders

In de loop van de nacht van 29 op 30 juli 1918 halen Duitse soldaten landbouwer Frans Cleemput uit zijn woning aan de Moorselbaan in Aalst en sluiten hem op in de Kommandatur. Terwijl men hem op 11 augustus 1918 naar de trein richting Duitsland brengt, tracht hij te ontsnappen op het Stationsplein. Een bewaker schiet hem ter plaatse dood.

Eerder in juli 1918 proberen de Duitsers ook elders mensen op te pakken om voor hen te werken, bijvoorbeeld in munitiefabrieken. In sommige dorpen van de provincie Luxemburg wordt bijna de volledige mannelijke bevolking gedeporteerd. In Gent zijn de Duitsers op zoek naar jonge arbeidskrachten. Ze houden daarvoor razzia’s in cafes en op trams.

De tekening hieronder is van de Nederlandse cartoonist Louis Raemaekers.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

LouisRaemaekers_Dwangarbeiders

 

gesneuveld ver van het front

Een van de meest onfortuinlijke oorlogsslachtoffers is ongetwijfeld soldaat tweede klas Benedictus Smans uit Zandvliet. Op 21 juli 1918 meldt Benedictus Smans zich als vrijwilliger bij het Belgisch leger. Minder dan drie weken later overlijdt hij aan een longontsteking in de kazerne Duquesne in Dieppe. Hij was nog niet eens aan het front geweest. Smans ligt begraven op de stedelijke begraafplaats van Dieppe. Op het Cimetière Communal Rue Montigny te Dieppe liggen 219 slachtoffers uit de eerste wereldoorlog onder wie 38 Belgen.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://www.zandvlietdorp.be/v01/gesneuvelden/wo1/smans.htm

BenedictusSmans_19180721

 

Raoul Snoeck defileert in Parijs

Raoul Snoeck viert le quatorze juillet, Franse nationale feestdag, in Parijs.

14 juli 1918 : om drie uur worden we gewekt om ons toilet te maken. We zien eruit als herboren in ons kaki uniform. Met een onbezorgd en vrolijk gezicht vergeten we vlug de oorlogskommer en denken slechts aan het geluk van die enkele vrije uren. We verzamelen in de kazerne Clémencourt die we om zeven uur verlaten. De soldaten vormen rijen van vier en de onderofficieren marcheren naast hun mannen. Onze uniformen zijn in goede staat en vormen een schril contrast met die van de Fransen. We willen er altijd piekfijn uitzien met verlof, voor ons is het een kwestie van eigenliefde. Merkwaardig dat onze Franse wapenbroeders het tegenovergestelde doen. Ze zijn zeker niet van plan hun uniform schoon te maken, opdat iedereen onmiddellijk zou merken dat ze van het front komen.

Om tien uur zet de stoet met troepen uit alle geallieerde landen zich in beweging. Elke groep zingt zijn patriottische liederen. De Fransen bezorgen de Belgen een warm onthaal vol geestdrift en bewondering en brengen laaiend enthousiast hulde aan de soldaten uit het kleine België.

‘s Middags wordt de stoet ontbonden. Het feest dat ’s morgens begon, gaat zonder onderbreking de hele dag door. Nooit hebben de Belgische en Franse harten zo eendrachtig geklopt als op die gedenkwaardige dag. In de kazerne bieden Franse soldaten de Belgen sigaren en Champagne aan. Ik breng mijn vrije uren door bij mijn vrienden.

bronnen
Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, Snoeck Ducaju en zoon

http://www.14-18.bruxelles.be/index.php/fr/nouvelles-du-front/operations-militaires/operations-militaires-galerie?start=7

stormachtige 11 juli voor Gaston Le Roy

Op 11 juli 1918 noteert Gaston le Roy het volgende in zijn dagboek :

Blauwvoet_1918Vlamingen, herdenk de Guldensporenslag ! Vliegt de Blauwvoet ! Storm op zee ! Het leven in de loopgraven nodigt niet uit tot uitbundig vreugdebetoon. Graag had ik mijn bunker met groen en veldbloemen versierd. Helaas, het weer is zo guur, de wind stormachtig dat ik maar liever binnenblijf. Rond ons kaarsje zongen we en spraken we over de helden die Vlaanderen zullen redden van de Franse dwingelandij. Naar verluidt zullen de Duitsers vannacht aanvallen. Dan moet ik in tweede lijn blijven als afgevaardigde. Welke reen zou daarachter schuilen? Ben ik onbetrouwbaar ?

bron : André Gysel, Gaston Le Roy – dagboek van een Vlaamse oorlogsvrijwilliger, Lannoo