de Suffren gezonken

Ter hoogte van Lissabon, op zowat 90 kilometer buiten de Portugese kust, treft een torpedo van de Duitse onderzeeër U-52 het Franse slagschip Suffren. In enkele seconden zinkt het schip op 26 november 1916 en krijgen de 648 mensen aan boord een zeemansgraf.

De Suffren nam deel aan operaties in Galipoli en Salonika en was op weg naar huis voor bevoorrading. Tijdens eerdere gevechten raakte het schip al beschadigd, vandaar dat het wat moeizaam vaarde aan een snelheid van slechts 9 à 10 knopen. Bovendien was het schip op het ogenblik van de Duitse aanval al enkele dagen zonder escorte.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

suffren_1916

ter dood veroordeling van Eric Poole

De krijgsraad veroordeelt Eric Poole op 24 november 1916 tot de dood met de kogel. De executie volgt op 10 december 1916 op de binnenplaats van het stadhuis in Poperinge. Hij is de eerste Britse officier tijdens deze oorlog die dit lot moet ondergaan.

eric-pooleEnkele maanden eerder kreeg Eric Poole al eens een rustperiode voorgeschreven als behandeling tegen shellshock. maar daarna moest hij terug naar het front. Tijdens zijn proces voor de krijgsraad waren enkele getuigen aanwezig te zijner verdediging, maar het mocht niet baten. Een medische commissie onderzocht hem en stelde vast dat hij gezond van geest was. Opperbevelhebber Haig ging niet in op het genadeverzoek.

Toeristische tip : Eric Poole rust nu op het Poperinghe New Military Cemetary (Deken De Bolaan 127, Poperinge)

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

 

Onaangenaam bezoek van bovenaf

Samen met luitenant Klein loopt gezondheidsofficier Hugo Natt over het hevig toegetakelde slagveld in Miraumont. Plots duikt er een Brits vliegtuig op. Hugo Natt noteert op 23 november 1916 daarover het volgende in zijn dagboek.

We kijken voortduren omhoog naar de vliegtuigen die boven ons rondjes draaien. Net als kippen wanneer er een havik in de lucht cirkelt. Opeens blijft luitenant Klein pal staan : recht boven ons een vlieger die plotseling een heel scherpe bocht maakt. We wachten al op artillerievuur na deze vermoedelijke aanval.

Ineens klinkt er vlakbij een hels lawaai, en nog een keer : hij heeft twee bommen op ons gegooid. We duiken weg achter een hoop puin. Dan gaan we elk onze eigen weg.

bron : oorlogskalender 2014-2018, davidsfonds

WW1 Doc

Tolkien verlaat voorgoed het front

tolkienEen document op datum van 22 november 1916 bevestigt de terugkeer van J.R.R. Tolkien (The Hobbit, The Lord of the Rings) naar Groot-Brittannië. Tijdens zijn verblijf in Frankrijk van vier maanden deed hij immers de loopgravenkoorts op, een infectieziekte overgedragen door luizen.

In brieven geschreven in januari en februari 1917 aan de overheid bevestigt hij dat hij weer fit is voor de dienst. Toch zal hij de rest van de oorlogsjaren doorbrengen in een hospitaal of in een hersteloord voor militairen omdat hij er niet in slaagt de slopende gevolgen van de ziekte van zich af te schudden.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

 

Oostenrijk-Hongarije verliest zijn keizer

Op 21 november 1916 overlijdt  Franz Joseph I, keizer van Oostenrijk-Hongarije, op 86-jarige leeftijd in het slot Schönbrunn. Hij was al op 18-jarige leeftijd aan de macht sinds 1848. Zijn huwelijk met Elisabeth van Beieren is vooral gekend door de filmreeks “Sissi”. Zijn latere leven was veel minder rooskleurig als deze films tonen. In 1889 sterft zijn oudste zoon, kroonprins Rudolf, door zelfmoord. In 1898 wordt keizerin Elisabeth vermoord door een Italiaanse anarchist. Er zijn nog andere dramatische sterfgevallen in zijn directe familie, maar de meest dramatische is wel de moord in 1914 op troonopvolger Franz Ferdinand in Sarajewo. Die moord is de rechtstreekse aanleiding tot de eerste wereldoorlog.

Het keizerrijk Oostenrijk-Hongarije zou zijn keizer geen 2 jaar langer overleven.

bron : https://nl.wikipedia.org/wiki/Frans_Jozef_I_van_Oostenrijk

franzjoseph_19161121

Louis Barthas ziet zijn eerste tank

Louis Barthas zit eind november 1916 ergens aan de frontlinies van de Somme. Daar ziet hij voor de eerste keer een Engelse tank.

Niet ver van de loopgraaf zag ik een tank die midden in een veld was vastgeraakt. Een zware granaat had zonder te ontploffen de tank doorboord. Luitenant Lorius vertelde me dat deze Britse tank had deelgenomen aan de inname van Combles. Zo’n toestel hadden we nog nooit gezien. Het kreeg na dood en verderf bij de moffen te hebben gezaaid op de terugzeg motorpech, midden tussen de vijandelijke linies. Tevergeefs probeerden de Britten hun kameraden die opgesloten waren in de tank te bevrijden. Liever dan zich over te geven en het geheim van dit toestel prijs te geven, staken ze hun benzine in brand. Je zag de vlammen en rook door de schietgaten naar buiten spuiten en tegelijkertijd rook je de stank van gegrild vlees. Toen Combles was ingenomen werden er vier verkoolde lijken uitgehaald.

Helden ? Martelaars ? Of gekken ? Misschien waren ze gewoon het slachtoffer van een ongeval, van een ontploffing van de motor bijvoorbeeld ? Als ze vrijwillige slachtoffers waren, was het wel heel naïef te denken dat hun dood de Duitsers zou beletten op hun beurt tanks te bouwen.

bron : Louis Barthas, oorlogsdagboeken 1914-1918, uit het Frans vertaald door Dirk Lambrechts, uitgeverij Bas Lubberhuizen

british-mark-iv-3

einde van de slag aan de Somme

Het pas opgerichte Britse 5e leger onder generaal sir Hubert Gough begint op 13 november 1916 de slag van de Ancre ten noordoosten van Albert. De Britse aanval, ingeleid door de vernietiging van de Duitse Hawthorn-vesting door de ontploffing van een ondergrondse mijn, richt zich op het dorp Beaumont Hamel, dat veroverd wordt. De strijd in deze sector duurt verder tot de 18e.

Op 18 november 1916 eindigt de slag van de Ancre en sluit het Britse offensief bij de Somme af. Bij de Britten zijn enorm veel slachtoffers gevallen : zo’n 420.000. De campagne heeft de Fransen 205.000 soldaten gekost en de Duitsers 500.000. Tegen het einde van hun aanvallen hebben de Britten bepaalde van hun begindoelen nog steeds niet gerealiseerd. Zo zitten ze nog steeds op 5 km van Bapaume. Hoewel ze weinig terrein gewonnen hebben, maakten de Britten veel Duitse slachtoffers. Bovendien bespoedigden ze de Duitse beslissing om zich terug te trekken tot de Hindenburglinie

bron : Ian Westwell, 1914-1918 de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

Onderstaande foto is ingekleurd door Leo Courvoisier. Meer foto’s vind je op zijn FB pagina https://www.facebook.com/Greetingsfromthetrenches/?fref=ts

ancre_1916_leocourvoisier

Oproer in Boom

In Boom eisen de Duitsers op 17 november 1916 183 werkloze arbeiders op. Ook de verslaggever van het Davidsfonds kijkt toe.

Wanneer rond de middag de 183 opgeëiste inwoners van Boom, begeleid door een dozijn pinhelmen, door de Lepoldstraat naar Willebroek stappen, heeft daar een vijandige betoging plaats die op een bepaald ogenblik in een algemene opstand dreigde over te slaan. Een zwarte volksmassa raasde en huilde op het voetpad :”Smeerlappen, moordenaars”.

Juffrouw C. Nagels uit Reet, onderwijzeres in de buitenschool van de Zusters der Presentatie, wordt uit de massa gehaald maar ze geeft de pinhelm zo’n klinkende muilpeer, dat het hele Duitse piket toeschiet en in allerhaast hun kommandant ontbiedt. Het meisje wordt gevankelijk meegevoerd, beboet en acht dagen opgesloten in de gevangenis van Antwerpen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

De tekeningen komt uit “25 maanden op de Duitse Pijnbank” van Honoré Staes

HonoréStaes_Weggevoerden.jpg

naar het front bij Miraumont

In zijn dagboek beschrijft gezondheidsofficier Hugo Natt op 16 november 1916 hoe hij in de buurt van Miraumont (ten zuiden van Arras) ’s nachts naar het front trekt.

De weg was redelijk, ganzenmars. Af en toe een granaattrechter. De eerste die er een ziet, roept “granaattrechter”, de mannen achter hem geven het door. De wegen worden alsmaar slechter. Zo nu en dan komt er een munitiewagen aangesuisd, dan is het “rechts houden”, meestal beland je dan in een diepe sloot.

Nu kruisen we een spoorwegovergang en lopen dan in hoog tempo verder omdat juist dit gebied straks onder vuur komt te liggen. Langs een steile spoordijk, omhoog naar de heuvel waar de toegang tot de schuilplaats ligt.

“Wat zal er gebeuren ?”, is de telkens herhaalde vraag.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

De tekening hieronder is van Albin Egger-Lienz, “Die Namenlosen”.

albineggerlienz_dienamenlosen

cursus mitrailleur in Criel

Raoul Snoeck wordt op cursus gestuurd naar Criel (Normandië).

15 november 1916 : Ik ben in Criel voor inwijding in het gebruik van de mitrailleur, hoewel ik absoluut niet de bedoeling heb me in dat regiment te laten inlijven. Het is een reglement en iedereen moet het gehoorzamen. Voor de rest ben ik er gelukkig om, ik ben van nature erg nieuwsgierig en verlang zoveel mogelijk te leren. In het leven weet je nooit genoeg.

18 november 1916 : ’s Morgens theorie, ’s namiddags oefeningen met de mitrailleur. Bij terugkeer van de rotskust, waar wij schietoefeningen hielden, worden we in het kamp opgewacht door een fotograaf. Hij maakt een kiekje van ons bij de mitrailleur. Ik stuur die foto naar mijn ouders, ze zullen blij zijn met die prettige oorlogsherinnering.

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju & Zoon

raoulsnoeck_november1916