de vastberaden brancardier

Brancardier Valère De Boodt is op 22 september 1917 voor dertien dagen met verlof in Le Tréport waar ook een deel van zijn familie verblijft. Zijn vreugde maar ook zijn vastberadenheid blijken uit de regels die hij schrijft in zijn dagboek :

Hoe zoet smaakt een verlof na zoveel lange maanden zuur leven, na alle vermoeienissen en gevaren. Na enkele dagen ben ik alweer een heel ander mens. Hoe gelukkig zullen we zijn als deze wrede oorlog voorbij zal zijn. Konden wij maar bij onze terugkeer in België alles terugvinden zoals wij het hebben achtergelaten. Wat moeten vader, moeder en zussen om ons lot bekommerd zijn.

Wees gerust, geliefden, uw zonen doen trouw hun stoere plicht en zullen deze voor u, tot de laatste ademtocht vervullen.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://wo1dudzele.brugseverenigingen.be/NSBDUDZELEDOETDEGROETENAAN/NIEUWMUNSTER19141918

ValereDeBoodt_1918

Valère De Boodt in 1918

 

 

de papegaai van de Spaanse loskaai

Vaak houdt de bemanning van een U-boot een dier aan boord als mascotte, meestal een scheepshond, konijn of vogel. Een kat was uitgesloten omdat die ongeluk kon brengen. Exotische dieren zoals een papegaai of een aap komen ook voor. Doorgaans zijn de dieren afkomstig van gepraaide schepen die exotische havens hebben aangedaan.

Leutnant zur See Friedrich Siegel, tweede in bevel van UC-64, heeft een papegaai aan land gebracht en achtergelaten in zijn woning op de Spaanse loskaai in Brugge. De papegaai is op een van de patrouilles van UC-64 meegenomen van een gezonken schip, mogelijk de Franse bark Ville de Dieppe. Het beestje draagt de naam Roku en zal zijn baasje overleven, nadat Siegel niet meer van een patrouille terugkomt. De UC-64 vergaat op 20 juni 1918.

bron : Tomas Termote, oorlog onder water, Davidsfonds

Siegel_SpaanseLoskaai

 

 

Japanse Canadezen in de eerste linies

Ergens in de omgeving van het Franse dorpje Aix-Noulette sneuvelt Tagakichi Fukuï op 21 september 1917. Hij is een van de Japanse Canadezen die het leven laat in de loop van de eerste wereldoorlog.

Op het einde van de 19e eeuw emigreren heel wat Japanners naar Canada, vooral naar de staat British Columbia, om daar een nieuw leven op te bouwen. Om hun trouw te betonen aan hun nieuwe vaderland willen een aantal onder hen dienst nemen in het Canadese leger. Uiteindelijk slagen 196 Japanse immigranten erin om opgenomen te worden in Engelstalige bataljons in Alberta en trekken naar Europa. 55 zullen nooit terugkeren.

Drie van deze Japanse Canadezen rusten naast elkaar op de gemeentelijke begraafplaats van Aix-Noulette : naast Tagakichi Fukuï zijn dat ook nog Kichimatsu Sugimoto en Yoïchi Kamakura. Deze laatste woonde nog maar negen jaar in Canada op het ogenblik van zijn dood.

JapaneseCanadianSoldier_ww1

de slag om Frezenberg

De datum van 20 september 1917 is wellicht de meest voorkomende op grafstenen van Zuid-Afrikaanse soldaten in de wijde omgeving van Ieper. Bij het begin van de derde slag om Ieper valt de 9e Schotse divisie aan in de buurt van Frezenberg in Zonnebeke. Tot die Schotse manschappen die deze brigade telt, hoort ook de Zuid-Afrikaanse infanteriebrigade. Van de 2576 manschappen die deze brigade telt, keert slechts de helft ongedeerd terug. De anderen zijn gedood, gewond of vermist. De Zuid-Afrikaanse gesneuvelden worden nadrukkelijk herdacht op het Schots monument op de Frezenberg (Ieperstraat, Zonnebeke).

Het schilderij hieronder toont een tafereel uit deze slag en is van de hand van William Wollen.

WilliamBranesWollen_BattleOfFrezenberg1917

doodsangst voor Gaston Le Roy

Gaston Le Roy noteert het volgende in zijn dagboek op 11 september 1917.

Beschieting. Nooit zag ik de dood zo nabij als vandaag. Ik hield de wacht op een drie meter hoog heuveltje. Het was mooi weer en ik genoot van een schoon vergezicht op onze stellingen en op de Duitse. Tevreden omdat het moorden zo veraf leek, rookte ik dromerig een sigaretje, tot ik tot de werkelijkheid werd teruggeroepen door een dubbele ontploffing in de Duitse lijnen.

benieuwd keek ik naar de stofwolk die uit de grond opsteeg. De Duitsers schieten in hun eigen lijnen, dacht ik. Helaas, daar ontplofte er al één bij mijn heuveltje en één achter de wachtpost. Twee aan twee volgden de granaten rond mijn stelling, hoe langer hoe sneller, de wachtpost was het mikpunt. Mijn toestand werd hachelijk. Ik wou voor de dood mijn post niet verlaten en trachtte me moedig te houden, hoe bang ik ook was. (…) Voor, achter, links en rechts regende het granaten. (…)

Een makker die onder dit satanisch geweld de schuilplaats onder de heuvel had verlaten (een dwaasheid) en bij mij was gekropen, kon niet meer terug en deelde een tijd mijn doodsangst. (…) Zo wachtten we twee eeuwigdurende uren op de dood, die gelukkig niet kwam. We zaten van kop tot teen onder stof en modder.

bron : André Gysel, Gaston le Roy – dagboek van een Vlaamse oorlogsvrijwilliger, Lannoo

de tekening is van Jacques Tardi.

Tardi_01.jpg

Duitse piloot verdwaald in Nederland

Nederland is dan wel neutraal in de eerste wereldoorlog, dat betekent niet dat het land geen belangstelling heeft voor de militaire technologie van de oorlogvoerende partijen. Wanneer op 19 september 1917 een Duitse tweedekker van het type Albatross D III een noodlanding maakt op het strand in Breskens, duikt er al snel een Nederlandse militaire op om rond te kijken in de cockpit.

Daar blijft het niet bij : zoals gebruikelijk interneren de Nederlanders het vliegtuig. Of anders gezegd, het toestel krijgt een nieuwe code en kleur, ondergaat eventuele aanpassingen en wordt dan in gebruik genomen als een Nederlands toestel.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
foto : www.ipms.nl/artikelen/nedmil-luchtvaart/vliegtuigen-a-albatross-d3

AlbatrossDIII_19170919

een kruis als luxeartikel

Zelfs aan hout is er tekort lezen we in Gruss aus Flandern.

Wanneer de batterij terugkeert naar Lichtervelde, na artillerieduels te hebben uitgevochten met de Fransen en Britten in de omgeving van Draaibank en Mangelare, is het om haar doden de begraven op het Duitse oorlogskerkhof. Dat gebeurt ook met soldaat Karl Ulrich, die sneuvelt op 16 september 1917.

Het is een uitzondering dat er in 1917 nog een houten kruis op zijn graf wordt geplaatst. Wegens de schaarste van hout worden veel Duitse gesneuvelden begraven met alleen maar een nummer op hun graf.

Toeristische tip : het Deutscher Soldatenfriedhof (Beverenstraat, Hooglede) is een van de vier grote Duitse soldatenkerkhoven uit de eerste wereldoorlog. Hier rust Karl Ulrich samen met 8240 anderen. De andere zijn Langemark, Menen en Vladslo.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Volksbund_100JahreErsterWeltkrieg_header01

de inname van Cryer Farm

Britse troepen onder leiding van luitenant Cryer nemen op 15 september 1917 tijdens de slag van Passendale (of derde slag van Ieper) een zwaar verdedigde Duitse medische post in, die door een smalspoor met het tramspoor verbonden is. Tijdens de inname van deze grotendeels ondergrondse betonnen constructie sneuvelt de bevelvoerende luitenant. Sindsdien kennen we deze locatie als Cryer Farm.

CryerFarm

Toeristische tip : Cryer Farm (Menenstraat 43, Geluveld) wordt ook nog tijdens de tweede wereldoorlog gebruikt, dan als schuilplaats voor burgers. Nadien gaat de historische waarde van de plek compleet verloren want het wordt een beerput. Pas bij opgravingen in 2001 wordt deze locatie herontdekt.

CryerFarm_Model

een model van Cryer Farm

de angst van Joris Lannoo

Sinds weken krijgt Joris Lannoo van de staf allerlei documenten over de situatie in de Duitse stellingen in Diksmuide en rond de Minoterie (de bloemmolens). Op verschillende kaarten en papieren staat geschreven dat ze bestemd zijn voor de 5e compagnie van Lannoo. Sommige hogere officieren denken dat een directe aanval op de Minoterie misschien wel een doorbraak aan het front kan teweegbrengen. Ook kapitein Jacoby en adjudant Lannoo zijn daar nauw bij betrokken. Jacoby noteert over de schrikbeelden van de Minoterie.

Zij zijn altijd aanwezig in ons gezichtsveld, alsof wij voortdurend bewaakt en bespied worden. De ruïne zit vol “fusils pointés” en talloze scherpschutters die schieten op al wat beweegt. (een fusil pointé is een geweer die op een vaste pikkel is gemonteerd)

Alsof Joris beseft dat de kans om te sneuvelen in de volgende weken bijzonder groot is, zet hij op 3 september 1917 zijn handtekening op een prentbriefkaart en schrijft op de keerzijde een beknopte boodschap :”voor moeder”. Op zijn kepie kan je duidelijk het regimentscijfer aflezen en de ster op de kraag is goed zichtbaar. Zijn gezicht oogt wat vermoeid en een beetje meewarig.

bron : Romain Vanlandschoot, een Vlaamse viking aan het front, Lannoo

JorisLannoo_191709

Executies in Gent

Executies in Gent

EmilieSchatteman

Emilie Schatteman

In Gent stellen de Duitsers op 12 september 1917 drie mensen terecht uit de streek van Boekhoute : Leonie Rammeloo, Emilie Schatteman en Isidoor van Vlaanderen. Deze laatste is een 44-jarige jachtwachter, vader van acht kinderen, die een half jaar eerder was opgepakt, net als de beide anderen. De zus van Leonie Rammeloo vertelt hoe ze informatie bezorgen aan het Britse netwerk D.P.

Twee- of driemaal per week trokken we naar het dorp om een rolletje met inlichtingen, dat daar in het schortje van een kind genaaid werd om zo het gevaar van de pinhelmen te vermijden. Terug thuis lag er reeds een stukje stof met koord en steen klaar om het rolletje in te steken en over de grens te werpen. Hetzelfde gebeurde in omgekeerde richting.

LeonieRammeloo

Leonie Rammeloo

Deze verzetsleden stonden in contact met de Brusselse verzetsheldin Gabrielle Petit, die op 1 april 1916 in Brussel geëxecuteerd werd. Via Boekhoute kon zij haar verloofde naar Engeland laten overbrengen.

 

 

Bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://vdkg.weebly.com/de-slachtoffers/leonie-rammeloo

https://terechtstellung.com/home/terechtstellungbrieven/isidoor-van-vlaenderen/

https://terechtstellung.com/home/terechtstellungbrieven/isidoor-van-vlaenderen-2/