de eerste in de reeks van de moorden van Beernem

Henri d'Udekem d'Acoz

Henri d’Udekem d’Acoz

In Ruddervoorde wordt de eerste van zes moorden gepleegd die in de loop der jaren bekend zullen worden als “de moorden van Beernem”. Deze misdaden verdringen even het oorlogsnieuws.

Op 25 mei 1915 verdwijnt Henri D’Udekem D’Akoz uit zijn kasteel in Ruddervoorde. Op 2 september 1915 wordt zijn lijk gevonden in een bos. Enkele dagen voor de vondst van het lijk, verdwijnt jachtwachter Camiel Dierickx. Tot op vandaag is hij niet terug gevonden. De overige moorden uit het rijtje worden gepleegd in 1921, 1916, 1927 en 1944.

Een goede samenvatting van deze moorden is teug te vinden op deze webpagina : http://www.demorgen.be/expo/-zaak-saelens-heeft-alles-van-klassiek-misdaadverhaal-a1393166/

bronnen :

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://hetmoment.ryserhove.be/hetmomentzuid1.htm

het nieuws over Italië dringt door tot in de loopgraven

Het nieuws dat Italië de oorlog heeft verklaard aan Oostenrijk-Hongarije dringt door tot in de loopgraven.

bersagliereAan Belgische kant schrijft Raoul Snoeck daarover het volgende op 25 mei 1915 :

Terug uit de loopgraven. Ik verneem dat Italië de oorlog verklaard heeft aan Oostenrijk. Wat zullen ze juichen in de schutterskuilen aan de Ijzer. Hierop zullen de Duitsers uit nieuwsgierigheid wel even hun vuile smoelen tonen, een goede gelegenheid om er enkele te vellen. Dat is interessanter dan ratten doden.
Ik koester echt een zweem van hoop op het einde van de oorlog. Raakt Italië er niet bij betrokken, dan krijgen we zeker een tweede oorlogswinter. En die zie ik niet zonder bezorgdheid tegemoet. Want de voorbije tien oorlogsmaanden hebben me gebroken. In mijn linkerschouder lijd ik aan reuma als gevolg van zovele nachten in water, sneeuw en slijk te hebben geslapen. Maar basta, als we het hier overleven, dan zal het ons een kleine voldoening geven te kunnen zeggen. “wel ouwe jongens, ondanks gebrek aan alles hebben we ons er doorheen geslagen.”.

ausspruch-bismarck_Italien

Aan Duitse kant noteert Herbert Sulzbach het volgende :

Op pinksteren, 23 mei 1915, krijgen we ’s avonds het nieuws dat Italië de oorlog verklaard heeft, zoals verwacht. Da’s dus een vijand meer ! Er wordt gejuicht in de loopgraven en in de artilleriestellingen als het nieuws toekomt en er is een overweldigend gevoel van woede tegenover deze verraders. De Fransen beantwoorden ons gejuich met een hevig, woest kanonnengebulder alsof ze geloven dat wij niet het recht hebben dit nieuws toe te juichen en dat zij alleen blij mogen zijn.

bronnen

Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, Snoeck-Ducaju & zoon

Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword military

mei 1915 – het ontstaan van de dodengang

Door de onderwaterzetting van de Ijzervlakte zijn de Duitsers teruggeslagen tot de westelijke oever van de Ijzer. Maar niet overal hebben de Duitsers hun posities op de oostelijke oever opgegeven. Bij de Brug van Tervate hebben de Duitsers voorposten ingericht waarvan de meest zuidelijke gelegen zijn bij de 2 petroleumtanks. Deze tanks zijn enkele jaren voor de oorlog gebouwd en liggen net ten zuiden van de Ijzer bij paal 15.3. Na de brand van 24 oktober 1914 bleef de ene tank overeind, terwijl de andere tank was van zijn grondvesten losgeschoten en stond schuin.

Petroleumtanks_Diksmuide1915

op 3 mei 1915 geeft generaal-majoor Jacquet , bevelhebber van de 3e legerdivisie, opdracht voor een aanval op deze petroleumtanks. In de nacht van 9 op 10 mei 1915 valt het 1e regiment Jagers aan. De aanval mislukt en ook de 2 daaropvolgende nachten mislukken de aanvallen. De stormloop op de Duitse posities is mislukt, maar de Belgen willen hun terreinwinst voor de petroleumtanks niet zomaar opgeven. In de nacht van 12 op 13 mei lossen soldaten van het 9e linieregiment de soldaten van het 1e Jagers af. De soldaten nemen 3 posities in : een peloton betrekt stellingen op 30 meter van de petroleumtanks, een 2e peloton houdt de wacht aan de Ijzerdijk en een derde peloton houdt zich schuil aan de in puin geschoten hoeve bij kilometerpaal 16.

General-majoor Jacquet geeft het bevel om een gang te graven vanaf kilometerpaal 16 naar de petroleumtanks toe. Naast het graven van de naderingsgang graven de soldaten ook loopgraven die de schutterskuilen, gegraven tijdens Ijzerslag in oktober 1914, met elkaar verbinden. Op 18 mei 1915 starten de graafwerken. Het delfwerk is toevertrouwd aan een onderofficier van de genie met 2 ploegen van 4 man. Terwijl de ene ploeg aan de slag is, rust de andere uit. Na een meter delfwerk lost men af. Per dag boekt een ploeg een vooruitgang van zo’n zes meter. In het begin is de boyau maar  70 cm diep. In 10 dagen tijd is men zo’n 350 meter ver gevorderd langs de Ijzeroever. En dan merken de Belgische soldaten tot hun ontsteltenis dat de Duitsers ook aan het graven zijn in de Ijzerdijk en gevaarlijk dichtbij zijn. De afstand tot de vijandelijke linies is tot enkele meters geslonken. Dit leidt in de nacht van 27 op 28 mei 1915 tot een pijnlijk treffen. Daarover volgt later nog een nieuw bericht op deze blog.

bron : Siegfried Debaeke, het drama van de dodengang, uitgeverij de klaproos

Oostenrijk-Hongarije neemt de Italiaanse uitdaging aan

De dag nadat Italie de oorlog verklaart aan Oostenrijk-Hongarije (lees meer over de achtergrond daarvan op deze pagina) , krijgt het daarvoor al de rekening gepresenteerd. Op 24 mei 1915 verlaat de Oostenrijks-Hongaarse vloot de haven van Pula (vandaag in Kroatie gelegen, toen nog Oostenrijks-Hongaars gebied) en steekt de Adriatische zee over. Daar nemen de schepen diverse doelen in de regio Marche onder vuur. Hoofddoel is Ancona, dat het zwaar te verduren krijgt tijdens het bombardement vanaf de zee. Als de Oostenrijks-Hongaarse schepen terugkeren naar hun thuishaven, zijn er 63 Italiaanse doden te betreuren.

Bombardement van Ancona mei 1915

Bombardement van Ancona mei 1915

bronhttp://en.wikipedia.org/wiki/Bombardment_of_Ancona

Italie verklaart de oorlog aan Oostenrijk-Hongarije

De Italianen zijn bij het uitbreken van de oorlog hun Triple Alliantie-verdrag met Duitsland en Oostenrijk-Hongarije, dat stamde uit 1872, niet nagekomen. Premier Antonio Salandra vreest dat zijn voormalige bondgenoten Italië zullen aanvallen en gaat daarom op zoek naar nieuwe partners. Het overleg met de geallieerden levert op 26 april 1915 het geheime verdrag van Londen op. De Italianen hebben hard onderhandeld, ze willen als beloning grote territoriale concessies verwerven. En die komen er ook : Italië zal na de oorlog Trentino, Zuid-Tirol, Istrië, Gorizia en een aantal kleine eilandjes verwerven. Dalmatië, Fiume en Albanië, die ook op het Italiaanse verlanglijstje staan evenals een aantal koloniale gebieden in Afrika en Azië, worden ervan afgevoerd, en dit tot frustratie van de Italiaanse nationalisten die zich bedrogen voelen. Wel wordt er neteen een lening van 50 miljoen Engelse ponden verstrekt, dit helpt om de pijn wat te verlichten. Op 23 mei 1915 verklaart Italië de oorlog aan Oostenrijk-Hongarije (en niet aan Duitsland). Het grote probleem van deze toezeggingen door de Engelsen en Fransen, blijkt pas na de oorlog : een aantal van de toegezegde territoria valt dan niet meer onder het Oostenrijks gezag, maar onder dat van de nieuw gevormde Balkanstaten. Zo komt Italië er uiteindelijke slechter vanaf dan gedacht, en dit wordt uitgebuit door fascistische oproerkraaiers. Begin 1915 bezit de Italiaanse generaal Luigi Cadorna vier legers, met in totaal 25 infanterie- en 4 cavaleriedivisies. Wel is het wapentuig erg mager, ze bezitten slechts 120 zware en middelzware kanonnen en zo’n 700 machinegeweren. Dit weerhoudt Italië er niet van om zich volledig in de oorlog te storten.

bron : Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgever

corriere19150524

Louis Barthas krijgt een andere frontsector en een nieuw uniform

In zijn dagboek noteert de Franse soldaat Louis Barthas het volgende :

In de nacht van 15 op 16 mei (1915) vond in de stromende regen de aflossing plaats. In Vermelles zaten we nog wat koffie en bouillon te drinken toen het plotseling om ons heen granaten regende. Het was alsof de Duitsers onze aanwezigheid geroken hadden. In onze compagnie viel maar één gewonde want iedereen was bij de eerste fluitende geluiden tegen een muur of in de modder gaan liggen. (…)

Bij dageraad kwamen we in Noeux-les-Mines aan, een belangrijk mijndorp waar niemand de moeite nam ons te verwelkomen hoewel het 280e regiment zes maanden lang voor het dorp als menselijk schild had gediend. Onze compagnie had als onderkomen de piepkleine stal van een oude boerderij. Nog geen kwart van onze manschappen kon erin; ransels en andere spullen moesten buiten blijven staan. We waren nog beter af in de loopgraven. (…)

Toen ik terugkwam in mijn kwartier zag ik tot mijn verbazing dat iedereen zich klaarmaakte voor vertrek. Ik dacht al dat ze eindelijk een beter onderdak hadden gevonden maar tot mijn ontgoocheling hoorde ik dat we binnen een uur Noeux-les-Mines moesten verlaten.
Na zeven maanden onafgebroken in de loopgraven, na een pijnlijke winter dachten we dat we wel een maand rust hadden verdiend. Maar zo dachten onze meerderen er niet over. Want nog dezelfde dag dat we rust zouden krijgen, moesten we terug naar het front. Na een uur marcheren kwamen we in Mazingarbe-les-Brebis aan. (…)
In Mazingarbe werden onze rode broeken en onze blauwe kapotjassen vervangen door hemelsblauwe. Tot wel vijf keer was er inspectie om te kijken hoe we het embleem moesten aanbrengen. Het werd zo vaak opgenaaiud en weer losgetornd dat uiteindelijk de kolonel zelf kwam en de knoop doorhakte in deze belangrijke aangelegenheid.

bron : Louis Barthas, oorlogsdagboeken, uitgeverij Bas Lubberhuizen

Om een idee te geven van het verschil van de oude en nieuwe uniformen geven we hieronder twee foto’s weer ter vergelijking.

poilus1914B

poilus1915

Henri Reyns wordt geëxecuteerd

HenriReynsIn Oostvleteren executeert het Belgische leger op 17 mei 1915 Henri Reyns uit Sinaai, 22 jaar oud. De krijgsraad veroordeelde hem omdat hij zich op 12 en 13 april “onthouden had een bevel uit te voeren, gevolgd door een afwezigheid van meer dan drie dagen”. Bovendien had hij bij zijn vrijwillige terugkeer niet meer alle onderdelen van zijn uitrusting kunnen tonen… Tot wijn verdediging voerde hij aan te hebben gehandeld uit een niet te beheersen angstgevoel. Koning Albert weigerde de man gratie te verlenen.

Tijdens de executie van Henri Reyns zou er ongenoegen zijn geweest in het vuurpeloton over de uitspraak van de krijgsraad en het weigeren van gratie, zodat de beangstigde man met een genadeschot – wellicht van een hogere in rang – afgemaakt werd.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

de eerste observatieboom aan het front

arbre-blindeIn Lihons (departement Somme) zetten de Franse troepen op 16 mei 1915 voor het eerst een observatieboom in. Dit handgemaakte en beschilderde metalen kader, dat er op een asftand uitziet als een echte boom, moet de militairen toelaten om vanaf een zekere hoogte de vijandelijke activiteiten waar te nemen.

De observatieboom was een nieuwe stap in het aanwenden van camouflagetechnieken tijdens de oorlog. Drie maanden geleden kreeg een ploeg onder leiding van Lucien Guirand de Scevola, schilder van beroep, de opdracht om zijn ideeën rond camouflage uit te werken. De camouflageactiviteiten vielen zo in de smaak dat er op het einde van de oorlog bij het Franse leger duizend ontwerpers en achtduizend makers van camouflage aan de slag waren.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

het Artois-offensief

Als onderdeel van het Artois-offensief van de Franse opperbevelhebber generaal Joseph Joffre – zijn 2e grote aanval na het Champagne-offensief – bestormen de Britten samen met Canadezen en Indiërs op 9 mei 1915 het dorpje Neuve-Chapelle en zes dagen later, op 15 mei 1915 Festubert, beiden in de buurt van Ieper. Na een bombardement van vier dagen, waarbij 100.000 granaten worden afgevuurd, maken de vooral Indische troepen in eerste instantie snelle progressie. De Duitsers trekken zich terug naar een linie vlak voor het dorp.

Sikhs_Festubert1915

Een tweede Canadese aanval op 18 mei 1915 tijdens hevige regenval levert geen terreinwinst op; de Duitsers versterken hun posities met extra reservetroepen. Festubertkaart1915Een hernieuwde poging op 20 mei 1915, die zeven dagen zal duren, resulteert uiteindelijk in de verovering van Festubert. Alles bij elkaar zijn de Britten minder dan een kilometer opgeschoten. De slag kost de geallieerde troepen 16.000 slachtoffers.

Ondertussen proberen de Fransen bij Artois de 60 meter hoge heuvelrug van Vimy te bereiken. Deze plek geeft een prachtig overzicht op de vlakte van Douai. In mei, juni en september 1915 doen de Fransen hardnekkige pogingen om deze heuvels te veroveren. Hoewel de dorpen Carency, Neuville-Saint-Vaast en Souchez wel worden veroverd, wordt de heuvelrug van Vimy niet bereikt, zodat die onder Duitse controle blijft. Alles bij elkaar vergt de aanval 150.000 slachtoffers, zonder dat het hoofddoel ooit serieus bedreigd wordt.

bron : Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC Uitgevers

William Henry Dawkins sneuvelt bij Gallipoli

William Henry Dawkins sneuvelt bij Gallipoli

Sinds de landing op Gallipoli van twee weken geleden (lees meer op deze pagina) is het mooi weer geweest, zij het met koude nachten. Twee dagen geleden begon er echter een grauwe motregen te vallen. En zo is het gebleven. Door de grote hoeveelheden mensen en dieren die tussen het strand en de loopgraven op de steile heuvels heen en weer lopen, zijn de paden vertrapt tot een kleverige brij, en het is moeilijk je over de natte, glibberige klei in de ravijnen voort te bewegen. William Henry Dawkins slaapt samen met zijn korporaal in een overdekte kloof op de strandhelling. Als hij op de ochtend van 12 mei 1915 wakker wordt, plenst het.

Iedereen kan zien dat de grootse operatie is vastgelopen. In feite hebben de geallieerden maar op twee punten echte bruggenhoofden weten te slaan : op het zuidelijkste puntje van het schiereiland, en hier, aan de westzijde van Gallipoli, bij Gaba Tepe. En dat terwijl Dawkins en de anderen eigenlijk op de verkeerde plek zijn geland, ruim een kilometer ten noorden van het beoogde punt. Wat in zeker opzicht een geluk was aangezien de Ottomaanse verdediging daar ongewoon zwak was.

(…)

Dat water een probleem zou worden, vooral nu het allerwarmste jaargetijde voor de deur stond, ja, dat wist men. Daarom hadden ze toen ze aan land gingen dekschuiten bij zich gehad die geladen waren met water uit Lemnos, water om in de allereerste behoeften te voorzien totdat de genietroepen hun waterbronnen in werking hadden gebracht. En Dawkins en zijn mannen hadden snel gewerkt, ze hadden diverse putten geslagen en speciale plaatsen ingericht waar mens en dier levensreddend vocht konden vinden.

Het is een gewone ochtend, grijs en nat. Dawkins stelt zijn soldaten in de gebruikelijke volgorde op en geeft de verschillende groepen hun opdrachten voor de dag. Een ervan is verder te gaan met het ingraven van de waterleidingen. Weinig glorieus werk, zeker geen motief voor indringende reportages in geïllustreerde tijdschriften, maar evenwel noodzakelijk. Deze ochtend wacht een van de groepen een ongewoon gevaarlijke etappe. Je kunt zien waar : over een afstand van ongeveer honderd meter liggen een stuk of dertig dode muilezels, door Turkse granaten geveld. Vooralsnog is het rustig en stil. Het is kwart voor tien.

Dan horen ze het gefluit van een granaat. Het is de eerste van die ochtend. Het projectiel explodeert vlak boven de hoofden van de soldaten die bij hun waterleiding neerhurken, maar het is een granaatkartets, dus de soldaten blijven ongedeerd : de lading ronde kogels, spuit door de lucht en komt vijftien meter verderop omlaag.

Een van de soldaten, Morey, draait zich om. Hij zit nog juist hoe Richard Henry Dawkins omvalt, op die speciale manier die zo kenmerkend is voor zwaargewonden, als de val niet wordt gestuurd door de gebruikelijke mechaniek van het lichaam, maar door de eenvoudige wetten van de zwaartekracht. Ze rennen naar hem toe. Dawkins is in zijn hoofd, keel en borst geraakt. Ze tillen hem op van de natte grond, dragen hem naar een veilige plek. Achter hen explodeert nog een granaat met een korte, droge knal. Ze leggen hem neer. Bloed vermengt zich met regenwater. Hij zegt niets. Hij sterft voor hun ogen.

bron : Peter Englund, de schoonheid en het verdriet van de oorlog, Spectrum

Ik werk op een waterbedrijf. Bovenstaande passage heeft me dan ook getroffen omdat iemand op zoek naar water voor hem en zijn medemensen daarbij het leven laat. Ik plaats daarom een extra foto bij dit bericht over Australische waterdragers op Gallipoli. 

Water_carriers_w685