dodendraad in Molenbeersel

In Molenbeersel arriveert op 2 februari 1916 een 70-tal Duitsers om een elektrische draadversperring aan te leggen tussen België en Nederland. Alle grensovergangen zijn meteen gesloten.

Den Draad strekt zich uit over praktisch de totale lengte van de grens. Grosso modo bestaat deze afrastering uit drie rijen draden, waarbij de buitenste rijden beschermingsdraden zijn en op de middelste een spanning van 2000 volt staat. Op min of meer regelmatige afstanden bevindt zich een schakelhuisje met soldatenverblijf, waar de stroom uitgeschakeld kan worden, bijvoorbeeld om het lichaam van een slachtoffer van de draad weg te halen.

Toeristische tip : nabij het voormalige smokkelaarscafé Kempkes, op het kruispunt van de Vlasbrei en de Uffelse weg in Molenbeersel, staat een reconstructie van de grensversperrende draad.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

dodendraad

De laatste uren van de L19

De zeppelin L19 is op 31 januari 1916 samen met acht andere zeppelins naar Engeland gevlogen om te bombarderen. Na het bombardement is de L19 op de terugweg naar Duitsland maar de zeppelin heeft motorproblemen. Boven het Nederlandse Ameland wordt het luchtschip onder vuur genomen door Nederlandse militairen. Hierdoor verliest de zeppelin gas en verliest hoogte. In de nacht van 1 op 2 februari 1916 maakt de zeppelin een noodlanding in de noordzee.

De volgende ochtend vindt een Britse vissersboot, de King Stephen, de drijvende zeppelin. De Duitse kapitein Odo Loewe vraagt aan de Britse kapitein William Martin om hem en zijn bemanning te redden. De Brit weigert en zal later verklaren dat zijn bemanning van 9 ongewapende vissers onmogelijk De Duitse soldaten aan boord kon nemen zonder het gevaar te lopen overmeesterd te worden. Een andere verklaring voor de weigering kan zijn dat de vissersboot aan het vissen was in een zone waar dit niet toegelaten was en dat William Martin wou vermijden dat dit zo aan het licht kwam. En dus vaart de King Stephen weer weg en wordt de Duitse bemanning aan haar lot overgelaten.

De Duitsers verdwijnen samen met de L19 in het water, echter niet zonder een aantal brieven voor hun familie in een fles te hebben gestoken. Deze fles zal in augustus 1916 in Zweden gevonden worden. De tekst van de brieven vind je op de Duitstalige website die bij bronnen vermeld wordt.
Kapitein William Martin vindt begrip bij de Engelse bevolking voor zijn houding maar eveneens onbegrip en afkeuring. Martin besluit niet meer te gaan vissen en sterft op 24 februari 1917 op de leeftijd van 45 jaar. De King Stephen wordt niet meer als vissersboot gebruikt maar de Engelse Navy slaat het schip aan en gebruiken het als Q-schip, een koopvaardijschip dat zwaar bewapend is om Duitse duikboten in de val te lokken. Op 25 April 1916 brengen Duitse schepen de King Stephen tot zinken tijdens het bombardement van Yarmouth en Lowestoft.

bronnen
http://www.zeppelin-museum.dk/D/german/historie/l-19/l-19.html
https://en.wikipedia.org/wiki/LZ_54_(L_19)
http://www.wrecksite.eu/wreck.aspx?189362

(c) North East Lincolnshire Museum Service; Supplied by The Public Catalogue Foundation

(c) North East Lincolnshire Museum Service; Supplied by The Public Catalogue Foundation

voltreffer op de Theems

Het vrachtschip Franz Fischer zinkt op 1 februari 1916 in nauwelijks een minuut na een treffer vanuit een zeppelin. Het is het eerste Britse schip dat getroffen wordt door een bom uit een zeppelin. Dergelijke acties blijven trouwens een zeldzaamheid gedurende de hele oorlog.

Terwijl de Franz Hischer voor anker ligt in de monding van de Theems laat een Duits luchtschip dat net overvliegt een bom vallen, die op de machinekamer terechtkomt, daar ontploft en een gat in de bodem slaat. Slechts drie van de zestien opvarenden overleven de ramp. Een Belgische stomer pikt de drie overlevenden op.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Zeppelin_Thames02

Zeppelinaanval op Engeland

Negen Duitse luchtschepen stijgen op 31 januari 1916 op van hun basissen in Friedrichshafen en Lowenthal om voor het eerst bombardementen uit te voeren boven centraal Engeland. Met deze actie diep in het binnenland willen de Duitsers de Britten duidelijk maken dat ze nergens meer veilig zijn in hun land.

De toch van twee van die toestellen, de L13 en de L21, brengt hen in ieder geval niet bij het beoogde doel Liverpool, maar in de buurt van Wednesbury en Tipton, ongeveer 125 kilometer daarvandaan. Gebrekkige navigatie ligt aan de basis van hun misrekening. De bommen van beide zeppelins veroorzaakten wel enigte schade, maar niet in verhouding tot de verwachtingen.

Op de terugweg komt de L19 in de Noordzee terecht omwillen van problemen met de motoren. Een Britse treiler weigerde hen aan boord te nemen uit vrees overmeesterd te worden.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Zepp-control-gondola-recon

Felix Schormstädt

 

 

LZ79 neergehaald door Franse luchtmacht

Op 29 januari 1916 stijgt Hauptmann Victor Gaissert vanuit Namen met de zeppelin LZ79 op voor een raid op Parijs. Vanaf Soissons wordt de zeppelin opgemerkt en 26 Franse vliegtuigen stijgen op om het luchtschip te onderscheppen. Zonder succes want de zeppelin vliegt veel te hoog en ook luchtafweerkanonnen kunnen hem niet tegenhouden.  Gaissert laat bommen vallen boven de Parijse wijken Belleville en Ménilmontant waardoor er zesentwintig slachtoffers vallen.

Op de terugweg naar Duitsland vliegt de zeppelin over Le Bourget en weer wordt er alarm geslagen. Korporaal Louis Vallin en sergeant Denebonde vallen de zeppelin aan. Dat verhaal vind je terug in de Franstalige website die hieronder vermeld staat. Maar het is de Belgische website die het verhaal vervolledigt. Vallin en Denebonde verliezen de zeppelin uit het oog. Het is luitenant Galliot en onderluitenant Jacques de Lesseps (zoon van de ingenieur die het Suezkanaal aangelegd had) die de zeppelin een uur lang achtervolgen. Tijdens die achtervolging schieten ze meermaals op het luchtschip dat almaar meer gas verliest. Op de ochtend van 30 januari 1916 daalt de zeppelin en is een noodlanding niet meer tegen te houden.Te Mainvault, vlakbij Ath, komt het 170 meter lange luchtschip  terecht op het dak van een boerderij in de rue du Chêne. Alle achttien bemanningsleden kunnen het wrak nog levend verlaten, maar het schip is reddeloos verloren.

bronnen
http://sam2g.fr/louis-vallin-et-lattaque-du-zeppelin/
http://www.bahavzw.be/database/content/lz-79-bij-mainvault

Zeppelin_Vallen_19160130

 

 

de trieste tsaar

De Russische tsaar Nicolas is vaak van huis om zijn troepen te inspecteren en hij schrijft dan regelmatig brieven en telegrammen naar tsarina Alexandra. Op 28 januari 1916 schrijft hij onder meer :

Opnieuw moet ik u en de kinderen, mijn thuis, mijn klein nest, achterlaten en ik voel me daarover zo triest en neerslachtig, maar ik wil het niet tonen. God geven dat we niet te lang gescheiden zijn : ik hoop op 8 februari terug te zijn. U moet niet treuren of bekommerd zijn. U kennende vrees ik dat u zult tobben over wat Misha vertelede en dat deze vraag u zal kwellen in mijn afwezigheid. 

Alleen wanneer ik, de soldaten en de mariniers zie, slaag ik erin u voor enkele ogenblikken te vergeten, als het mogelijk is. 

bron
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

tsar_nicholas_ii_in_1916__by_kraljaleksandar

tsaar Nicholas II 1916

Militaire dienstplicht in Groot-Brittannië

Het parlement van Groot-Brittannië keurt op 27 januari 1916 de Military Service Act 1916 goed. De toepassing van deze wet plaatst het land feitelijk in een situatie van ‘totale oorlog’. Op 2 maart 1916 gaat ze in voege.

De wet verplicht de militaire dienstplicht voor een massa mensen. Iedereen die in het land woont en tussen de 19 en 41 jaar oud was op 15 augustus 1915 komt in aanmerking. Uitzonderingsmaatregelen zijn er voor gehuwden, weduwnaars met afhankelijke kinderen, zieken, geestelijken, mensen die eerder afgewezen waren voor legerdienst.

Voor wie niet onder de verplichte militaire dienst valt, is er nog steeds de optie van vrijwillige militaire dienst, bijvoorbeeld voor gehuwden of geestelijken. Later volgt er nog een tweede en derde Act, die ook gehuwde mannen insluit en de leeftijd optrekt tot 51 jaar.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

MilitaryServiceAct-punch-1-3-1916

cartoon uit het tijdschrift Punch van 1 maart 1916

Executies in Hasselt

De lokale Davidsfondsverantwoordelijke meldt in het oorlogsdagboek van zijn vereniging wat er op 25 januari 1916 gebeurt in Hasselt.

Claes_Pierre_Joseph

Pieter-Jozef Claes

Twee Belgische soldaten worden in Hasselt in ’t gevang gezet, ter dood veroordeeld, doodgeschoten op 25 januari en begraven op het kerkhof van Kuringen, waar hun graf zeer druk bezocht wordt.

De ene soldaat was 17 jaar oud, Paulus-Lodewijk Mertens, de andere was Pieter-Jozef Claes, in Schaarbeek geboren op 8 mei 1877.

Over bovenstaande feit vinden we diverse webpagina’s terug. De datum van executie durft wel eens verschillen. Wat wel overeenkomt, is het feit dat deze soldaten de opdracht hadden gekregen om vanuit Nederland België te bereiken en daar te spioneren of sabotagedaden uit te voeren.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
het stadsmus – pdf
http://hasel.be/hasselaren/historische-figuren-en-families/claes-pierre-1887-1915

 

 

Klik om toegang te krijgen tot pub_keik046.pdf

Klik om toegang te krijgen tot pub_keik046.pdf

Klik om toegang te krijgen tot pub_keik046.pdf

Russen testen Duitse linies

Florence Farmborough is een Britse vrouw die als verpleegster dienst heeft genomen in het Russische leger. Na 10 dagen verlof in Moskou komt ze terug aan in de eerste linies. Florence is niet de enige die in een goed humeur is. Het moreel van de troepen is enigszins hersteld na de lange terugtocht van de afgelopen zomer en herfst. Het Russische leger heeft nu zo’n twee miljoen mannen aan het front staan en bijna ieder van hen heeft een eigen geweer wat als buitengewoon goed wordt beschouwd.

Op 16 januari 1916 gaan de Russen een versterkte verkenningsaanval uitvoeren, gericht op een belangrijk gedeelte van de Duitse verdedigingslinie. Veel van de mannen die zullen aanvallen, zijn kersverse rekruten, enthousiaste jongemannen die zich vrijwillig hebben aangemeld om de voorhoede te vormen. Ze hebben speciale uitrusting gekregen in de vorm van sneeuwkleding met een witte buitenstof.

Florence ziet dat de artsen nerveus zijn. Wie weet hoe de Duitsers op zo’n verrassingsaanval zullen reageren. Het front is nog rustig en stil. Om 2 uur ’s nachts ontvangt de divisiechef een rapport per telegram. De eerste poging om het Duitse prikkeldraad open te knippen hebben ze moeten staken maar er wordt een nieuwe poging ondernomen.

Om vier uur ’s nachts wordt de stilte verbroken door een eenstemmig grommend gebulder van artilleriegeschut, mitrailleurs en geweren. Nu is de aanval geopend. Het gedonder gaat door. Nog een telefonisch rapport. De verkenners zijn tijdens hun werkzaamheden ontdekt en liggen nu zwaar onder vuur. De doorbraak is mislukt.

Dan beginnen de gewonden te komen. Twee kleuren domineren het schouwspel : wit en rood. Het bloed steekt fel af op de nieuwe sneeuwkleding van de soldaten.

bron : Peter Englund, de schoonheid en het verdriet van de oorlog, Spectrum

Schneehemden

 

 

 

 

de lange terugweg naar het front

Louis Barthas mag op 10 januari 1916 de eerste linies verlaten om zijn familie in zuid-Frankrijk terug te zien (lees daarover zijn dagboek op deze pagina) . Op 21 januari 1916 is zijn verlof gedaan. Samen met 2 andere soldaten gaat hij terug naar de frontlinies. Maar die terugtocht duurt wat langer als eerst gedacht.

Bij onze aankomst in Toulouse was de trein voor de verlofgangers al vertrokken. De spoorwegbediendes zeiden vriendelijk dat we de sneltrein naar Parijs moesten nemen die op het punt stond te vertrekken. Deze vriendelijkheid kwam ons verdacht voor. En we hadden gelijk : men wilde het station van Toulouse zuiveren van die woelige troep soldaten. Bij elk volgend station werden één of twee wagons ontruimd. Onze beurt kwam nog. Een conducteur vroeg vriendelijk om onze verlofpas alsof hij hem wilde controleren. Maar toen de trein stilstond, liet hij ons uitstappen. Hij liet ons weten dat onze passen in het kantoor van de stationschef bewaard zouden worden, totdat de volgende avond de enige trein voor verlofgangers langs zou komen.

We zaten in Brive-la-Gaillarde vierentwintig uur in de ellende. Omdat het elke dag hetzelfde was, kwamen handige hotelbazen ons, verdwaalde soldaten, aan de uitgang van het station tegen betaling gastvrijheid voor de nacht aanbieden. We waren wel gedwongen de nacht in een hotel door te brengen.

De volgende dag bezochten we als nauwgezette toeristen Brive : de kerken, het museum, de rivier la Corrèze en het standbeeld van maarschalk Brune.

Om acht uur ’s avonds stapten we in een trein vol met verlofgangers die ons de volgende morgen afzette in de Gare du Nord in Parijs. Om negen uur ’s avonds stapten we uit op het station van Abbeville. In deze streek hield ons regiment rust, of was beter gezegd hier op oefening.

bron : Louis Barthas, oorlogsdagboeken, uit het Frans vertaald door Dirk Lambrechts, uitgeverij Lubberhuizen.

Permissionnaires01