Duitse straf voor gans Gavere

De Duitse overheid legt de bevolking van Gavere een collectieve straf op omdat steeds meer opgeëisten wegvluchten en de politie hen niet kan vinden. Aanvankelijk zijn er alleen maatregelen tegen verwanten, maar vanaf 9 september 1917 krijgt iedereen ermee te maken.

Alle cafés moeten dicht. Bovendien komt er een verbod om op weekdagen na 18u op straat te komen en op zondagen na 13u. Deze toestand duurt meer dan een maand, maar heeft geen uitwerking.

Daarom nemen de Duitsers vanaf 28 oktober 1917 een nieuwe maatregel : na de zondagsmis neemt de politie gijzelaars die in Gent opgesloten worden.

Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Gavere_Contreras1.jpg

Postume prijs voor Hedd Wyn

De Welshe dichter Hedd Wyn (pseudoniem van Ellis Humphrey Evans) krijgt op 6 september 1917 postuum de belangrijkste poëzieprijs van zijn land, de Zetel van de Nationale Eisteddfod.

Een week eerder raakte hij dodelijk gewond op het kruispunt van de Boezingestraat en de Groenestraat in Langemark, bij het Hagebos. Eerder op die dag veroverde hij samen met zijn kameraden van de Royal Welsh Fusiliers nog de Pilkem Ridge in Pilkem, een gehucht van Boezinge.

Hedd Wynn schreef zijn bekroonde gedicht “Yr Arwr” (de held) twee weken voor zijn dood in Fléchin (Frankrijk) toen hij op weg was naar het front in Vlaanderen.

Toeristische tip : Hedd Wyn rust op het Artillery Wood Cemetery (Poezelstraat 3, Boezinge). Er hangt een gedenkplaat aan de gevel van het huis in de Boezingestraat 158 te Langemark bij de plek waar hij sneuvelde. Iedere eerste maandag van de maand is er om 19u een kleine Last Post bij deze gedenkplaat.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Hedd_Wyn.JPG

executie van leiders Duitse matrozenopstand

Vroeg in de ochtend van 5 september 1917 executeert een vuurpeloton van de Landeswehr de matrozen Albin Köbis (24 jaar) en Max Reichpietsch (22 jaar) op het schietterrein van Wahn bij Keulen. Beiden zijn een tiental dagen eerder ter dood veroordeeld wegens muiterij. De krijgsraad beschouwde hen als de voornaamste raddraaiers van een muiterij onder mariniers op 2 augustus 1917 in Wilhelmshaven.

De Duitse vloot kwam maar tweemaal in actie tijdens de eerste wereldoorlog. De feitelijke oorlog op zee wordt gevoerd door kleinere schepen (duikboten, mijnenvegers en torpedoboten) vaak individueel of in kleine eenheden. Niet alleen vervelen de matrozen van de vloot zich te pletter, ze worden ook getergd door slecht voedsel in dalende porties, geweigerde verloven, pesterijen van het hautaine officierenkorps, eindeloze drills, overbodige karweien. Kortom, voldoende voedingsbodem voor onrust, bovendien aangevuld met een groeiende politieke bewustwording.

In de foto hieronder staat 7 september als sterfdatum van beide matrozen aangeduid. In andere bronnen wordt toch de datum 5 september 1917 aangegeven waaronder wikipedia.

bron : oorlogskalender 2014-2018, davidsfonds

Reichpietsh_Kobis

Britse bommen op Brugge

Tijdens een geallieerd bombardement op Brugge vallen op 4 september 1917 vijftien doden. Bij die gelegenheid eisen de Duitsers dat er op de collectieve doodsberichten te lezen staat “gedood door Engelse bommen”. Omdat de Brugse burgerlijke overheid in plaats daarvan de uitdrukking “schielijk overleden” gebruikt, rukken de Duitsers de aanplakbiljetten van de muren.

Natuurlijk is de Brugse bevolking kwaad op de geallieerden omwille van deze slachtoffers maar hun woede keert zich ook tegen de aanwezige Duitse piloten die de aanval niet konden afslaan.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Brugge_bombardement

de resten van Ieper

Kapitein Frank Hurley, officieel oorlogsfotograaf van het Australisch leger, schrijft op 3 september 1917 in zijn dagboek hoe Ieper eruit ziet.

De mooie toren is nu een zielige hoop bakstenen met littekens en vol kogelgaten. De prachtige gebeeldhouwde muren zitten vol granaatscherven waarbij geen spoor is overgebleven van het beeldhouwwerk. De beelden zijn onthoofd en de prachtige zuilen en gebeeldhouwde pilaren liggen als gevallen reuzen dwars over de verwrongen overblijfsels van daken en andere bovenbouwwerken. O, het is te erg voor woorden.

Toeristische tip : In het centrum van de vredesstad Ieper, in de ooit kapotgeschoten Lakenhallen op de Grote Markt, is nu het In Flanders Fields museum ondergebracht. Eem absolute aanrader voor iedereen die wil kennis maken met talrijke uiteenlopende aspecten van de Groote Oorlog.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Ieper1917_01

Riga valt in Duitse handen

Profiterend van de groeiende onrust in Rusland lanceren de Duitsers op 1 september 1917 een offensief op de haven van Riga (huidige Letland). Het 8e leger van generaal Oskar von Huttier komt hierbij tegenover het Russische 12e leger te staan. Huttier gebruikt nieuwe tactieken : een kort bombardement, gevolgd door aanvallen van gespecialiseerde infanteriestormtroepen, die snel oprukken, gesteund door mobiele artillerie en sterke punten van de vijand vermijden.

Huttiers aanval over de Dvina is uiterst succesvol. Het Russische 12e leger gaat zienderogen ten onder. De Duitsers die geringe verliezen lijden, nemen 9.000 Russen gevangen. vele  andere Russische soldaten hebben gewoonweg hun post verlaten.

bron : Ian Westwell, 1914-1918 – de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

Riga1917_01.jpg

 

 

Odon is dood

Af en toe ontsnapt er een feit van 100 jaar geleden aan mijn aandacht. En soms wil ik het dan iets na de 100e verjaardag nog even onder de aandacht brengen. Odon Van Pevenaege is gesneuveld op 15 juli 1917. Odon is vooral in de beginperiode van de oorlog actief geweest met aantekeningen te maken in zijn dagboek. Maar de loopgravenoorlog heeft hem murw gemaakt : na juli 1915 noteerde hij geen voorvallen meer in zijn dagboek. Hij noteerde enkel de plaatsen waar zijn regiment gelegerd was.

Odon is geboren in Maarke-Kerkem op 10 januari 1893 als oudste zoon van Oscar van Pevenaege en Clothilde Bousard. Later zullen Alma, Guido en Marie volgen. De kinderen gaan naar school in buurgemeente Schorisse, maar als in 1906 de boerderij van het gezin afbrandt, wordt er uitgeweken naar de andere kant van Ronse, het Waalse Anseroeul. Daaraan heeft Odon zijn tweetaligheid te danken, wat hem in het leger nog erg van pas is gekomen.

Odon sneuvelt op 15 juli 1917 in Sint-Jacobskapelle aan de Ijzer, ter hoogte van kilometerpaal 19500. Een shrapnel, een bom vol bolletjes, velt hem. Volgens het In Memoriam dient aalmoezenier Coen hem de laatste sacramenten toe. We mogen er dus van uitgaan dat Odon is gestorven in de loopgraven, of in het hospitaal. Niemand kan het nog vertellen. Hij wordt begraven op het kerkhof van Hoogstade-Linde. Daar liggen slechts veertien Belgen, te midden van 206 Fransen en acht Britten.

De familie van Pevenaege verneemt het nieuws van zijn dood pas in 1918 van het Rode Kruis. Daarom wordt op 8 juli 1918 in de kerk van Anseroeul een herdenkingsmis gehouden. Op verzoek van de familie van Pevenaege wordt Odon later naar huis gebracht. Odons kist wordt op de trein gezet naar het dichtstbijzijnde station, dat in Amougies. Oud-strijders dragen de kist van hun makker drie kilometer ver door de winterkou van het station van Amougies naar Anseroeul. Het Vlaamse heldenzerkje is het enige in Wallonië.

bron : Ivan Adriaenssens, Odon – oorlogsdagboek van een Ijzerfrontsoldaat, Lannoo

Odon_1917

 

 

whisky vervangt het dagboek

EdwinCampionVaughanGeruime tijd houdt Edwin Campion Vaughan, kapitein in het Warwickshire Regiment, een dagboek bij. Op 28 augustus 1917 schrijft hij er voor het laatst in, niet omdat hem iets overkomt, maar omdat hij vaststelt dat ruim driekwart van de manschappen van zijn compagnie om het leven kwam bij de gevechten om Langemark Ridge.

Precies een halve eeuw na zijn dood in 1931 wordt zijn dagboek gepubliceerd onder de titel Some desperate glory. Op 28-8-1917 schrijft hij :

Dit is dan het einde van de D-compagnie. Ziek en eenzaam keer ik terug naar mijn tent om het verslag over de slachtoffers te schrijven. Maar in plaats daarvan zit ik op de grond en drink whisky na whisky terwijl ik in een lege en zwarte toekomst staar.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

 

geveld door Duitse sluipschutter

Eén enkel schot van een Duitse sluipschutter volstaat om kapitein W.B. Wood van het leven te beroven op 25 augustus 1917. In een relatief rustige sector van het front bij Ieper kijkt hij toe terwijl zijn manschappen een prikkeldraadversperring aanbrengen.

Minder dan een maand voordien heeft de kapitein nog een hoge Britse onderscheiding gekregen voor zijn moedige gedrag tijdens de inname van een reeks betonnen versterkingen op 31 juli 1917. Terwijl overal in zijn omgeving mannen sneuvelen, blijft hij de overlevenden aanvoeren totdat ze hun doel bereikt hebben.

Die 31e juli lijkt de kapitein immuun voor Duitse kogels terwijl hij deze avond op een relatief rustige plek op het slagveld geveld wordt door die ene kogel die afgevuurd wordt. Hij ligt begraven op Kemmel Chateau Military Cemetery (Nieuwstraat 40 te Kemmel).

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

DuitsSluipschutterMasker.jpg

 

stellingname van de Somerset Light Infantry

Tijdens de slag van Passendale (derde slag om Ieper) zijn de gevechten bijzonder fel en dodelijk. Hierna een beknopt overzicht van de berichten die een verantwoordelijke van de 43e brigade van de Somerset Light Infantry van de frontlinie naar de commandopost achter het front stuurt

9u30 : We zijn omsingeld. We moeten terugtrekken. Versterkingen nodig

10u05 : Achteruit gedrongen. Meer versterkingen nodig. Nog negentig man over.

11u15 : meerdere vijandelijke machinegeweren gericht op onze positie. We houden stand ten koste van alles.

Middag : Een van de laatsten die sneuvel is kapitein Gerald Patrick Manson.

De naam van Manson staat nu vermeld op Tyne Cot Cemetery. Om zijn nagedachtenis te eren is op 24 augustus 2002 een Special Last Post geblazen aan de Menenpoort te Ieper.

CaptainGeraldManson.JPG