Duits uniform maar Deens bloed

Na de Deens-Duitse oorlog in 1865 is Denemarken een deel van zijn grondgebied verloren. Het gevolg is dat veel Deense jongemannen tegen wil en dank een Duits uniform moeten aantrekken in 1914. Een van die jongemannen is Kresten Andresen die in de kazerne in Flensburg wacht tot hij einde september 1914 naar het front moet vertrekken.

Binnenkort is het zover. Het kan nog een dag kosten, misschien twee of drie. Het zal nu echter niet lang meer duren voor ook zij op weg zullen gaan. En het zijn niet alleen de gewone kazernepraatjes. Want de lucht gonst immers altijd van de geruchten : gissingen die worden verheven tot waarschijnlijkheden. Nee, er zijn ook duidelijke tekenen. Alle verloven zijn ingetrokken en het is verboden de kazerne te verlaten. Vandaag hebben ze ook niet zoveel exercities gehouden. In plaats daarvan hebben ze onderricht gekregen in zaken van direct levensbelang, zoals hoe je een schotwond moet verbinden, welke regels er gelden voor het noodrantsoen, hoe ze zich dienen te gedragen bij een treintransport en wat er gebeurt als je deserteert (doodstraf).

Kresten Andresen is ongerust, bezorgd en bang. Bij hem wekt de gedachte aan het front niet het minste sprankje verlangen. Hij hoort bij een nationale minderheid die zichzelf plotseling, buiten eigen schuld om, bij een grote oorlog betrokken ziet waar men eigenlijk geen belang bij heeft. Velen maken zich deze dagen op oma te sterven en te doden voor een land waarmee ze eigenlijk maar een oppervlakkige verbondenheid voelen : Elzassers en Polen, Toethene en Kasjoeben, Slovenen en Finnen, Balten en Bosniërs, Tsjechen en Ieren. Andresen behoort tot zo’n groep : zijn moedertaal is Deens, zijn staatsburgerschap Duits. Hij woont in de voormalige Deense gebieden op Zuid-Jutland die nu al meer dan een halve eeuw binnen de grenzen van het Duitse rijk liggen.

bron : Peter Englund, de schoonheid en het verdriet van de oorlog, Spectrum

Onderstaande foto staat op https://arkiv.dk/vis/5727725 en toont een aantal jongemannen in Flensburg. Kresten Andresen is de jongeman die centraal gezeten is.

Zeppelin Z IX valt Oostende aan

Gedurende de nacht van 24 op 25 september 1914 overvliegt een Duits luchtschip een flink stuk van Vlaanderen. Van overal komen waarnemingen zodat we het traject kunnen volgen. Van Brussel naar Geraardsbergen, Zottegem en Oudenaarde, vervolgens noordwaarts over Deinze, Tielt, Torhout en Gistel. Op dat ogenblik verwittigt men Oostende maar om de lichten tijdig te doven is het te laat.
Rond 23 uur is het brommende geluid van de zeppelin te horen. Het silhouet is duidelijk zichtbaar tegen de nachtelijke hemel. Boven de haveninfrastructuur gooit het toestel enkele bommen, maar die richten al bij al weinig schade aan. Alleen de spoorlijn naar Brugge vraagt om herstelling. Via Aalter en Ruiselede gaat de vlucht naar Deinze. Vanaf daar loopt het traject zoals op de heenreis.
De aanval op Oostende door de zeppelin Z IX was vooral gericht op de Britse troepen die er geregeld ontscheepten. De Z IX had eerder al Antwerpen aangevallen op 24 augustus en 1 september 1914.

Zeppelin01

bronnen

Otto Weddigen slaat toe met de U-9

Binnen 90 minuten torpedeert de Duitse duikboot U-9 de drie Britse pantserkruisers Aboukir, Cressy en Hogue voor de Nederlandse kust, zo’n 30 kilometer buiten SCheveningen. Ruim 1450 mensen laten daarbij het leven, slechts 837 worden gered. Een belangrijke reden voor dit vreselijke hoge aantal is dat er nauwelijks zwemvesten zijn aan boord van de drie gezonken schepen.

De Aboukir is de eerste die ten onder gaat. Dat gebeurt zo snel dat niemand overleeft. De Hogue komt naderbij om hulp te bieden, maar krijgt ook een voltreffer te verwerken van de U-9. Ten slotte komt ook de Cressy nader : vanaf 1 kilometer afstand schiet de U-9 weer raak.

In Groot-Brittannië kan men de omvang van de ramp nauwelijks geloven. In Duitslands is de kapiteit van de U-9, Otto Weddigen, een zeeheld.

Duitse postkaart die de overwinning van Otto Weddigen viert.

Duitse postkaart die de overwinning van Otto Weddigen viert.

Generaals sneuvelen ook

Het is een wijdverbreid idee dat generaals zelden of nooit sneuvelen, en al helemaal niet in de eerste wereldoorlog. Maar het gebeurt dus toch. Op 21 september 1914 openen de Duitsers een nieuw offensief in de hoop terrein te heroveren dat ze na de terugtocht bij de Marne hadden verloren. Het Duitse 5e leger valt aan in de omgeving van Saint-Mihiel in de hoop Verdun te kunnen omsingelen en hierdoor de versterkingen rond Verdun in handen te krijgen. Als het dan lukt, krijgen ze ook de sleutel tot de toegang van Lotharingen. Tijdens deze gevechten sneuvelt de Franse generaal Charles-Antoine Grand d’Esnon. Het lukt de Duitsers ook Saint-Mihiel in te nemen en ze bereiken hiermee op die plaats de oevers van de Maas.

Generaal Grand d’Esnon is trouwens niet de enige Franse generaal die sneuvelt in de Groote Oorlog. In totaal sneuvelen 41 Franse generaals.

bronnen

Saint-Mihiel en omgeving

Saint-Mihiel en omgeving

Het Servische leger in het defensief

De eerste Oostenrijkse invasie einde augustus hadden de Serviers met succes afgeslagen. De slag om Cer is trouwens de eerste geallieerde overwinning op de centrale machten. Maar tijdens de slag van de Drina keren de krijgskansen. Twee Oostenrijkse legers steken deze grensrivier over op 7 september 1914 en drijven na enkele dagen de Serviers de bergen in. Einde september begint een loopgravenoorlog die zal duren tot 5 november 1914. Dan starten de Oostenrijkers een derde offensief.

Hieronder staat een schilderij van August, ritter von Meissl. Hij zal verschillende doeken schilderen die te maken hebben met de Groote Oorlog.

von Meissl - slag om de Drina

von Meissl – slag om de Drina

het 28e linieregiment wordt ontbonden

28LiOp 20 september 1914 gaat men in Waasmunster tijdens een ceremonie over tot de ontbinding van het 28e linieregiment van het Belgische leger. De reden voor die ontbinding is wellicht het grote verlies aan manschappen tijdens de voorbije weken. De resterende manschappen worden overgeheveld naar het 8e linieregiment.

De verliezen zijn opgelopen tijdens de gevechten om Dendermonde en de 2 uitvallen vanuit het nationaal bolwerk Antwerpen.

bron : kalender 2014-2018 , Davidsfonds

Neerpelt Grote Heide verliest zijn hoofdonderwijzer

Het schooltje op de Grote Heide in Neerpelt is nog maar open sinds midden april 1914 en vandaag (15 september 1914) trekt hoofdonderwijzer Jozef Antoon Keunen al naar het leger (tot in 1919). Het schooltje was er gekomen op vraag van de inwoners omdat hun gehucht van Neerpelt afgesneden was door het Kempisch Kanaal en de afstanden te groot en de wegen te slecht waren.
Gelukkig komt er snel een vervanger voor de hoofdonderwijzer, maar daarmee is het oorlogsleed niet geleden. Omdat de school ook dient als inkwartiering van Duitse soldaten is het schoolleven onregelmatig. Tijdens het eerste schooljaar bijvoorbeeld is de school slechts 117 dagen open. Het lesgeven is niet alleen moeilijk door de aanwezigheid van Duitse troepen. Daarnaast is er ook maar één klaslokaal voor 40 jongens en 28 meisjes.

bronnen :kalender 2014-2018, Davidsfonds en internetgazet van Neerpelt woensdag 30 juli 2014 (http://www.internetgazet.be/neerpelt/herinneringen-lillenaren-in-w-o-i.aspx)

de gebroeders Keunen uit Sint-Huibrechts-Lille - Frans Keunen staat links

de gebroeders Keunen uit Sint-Huibrechts-Lille – Jozef Keunen staat links

De Belgen terug in Aarschot

Vanuit Antwerpen ondernemen de Belgen tot 3 maal toe een uitval naar de Duitse linies. Zo komen ze op 14 september 1914 terug in Aarschot. Kapelaan Lambert Paredis omschrijft de herovering als volgt : “Dan horen wij de kanonnen van de Belgen om Aarschot te ontzetten. Je kunt niet geloven hoe blij de mensen zijn nu de Belgen Aarschot binnentrekken. Ze zijn de vorige maand arm en ongelukkig gemaakt door de Duitsers en o zo fel mishandeld op allerlei manieren. Na het leger trekken ook wij de stad binnen en die intoch vergeet ik nooit meer. Op diverse plaatsen zie je lijken van paarden en soldaten die maar voor de helft begraven zijn.

bron kalender 2014-2014 – Davidsfonds

gepantserde auto in Aarschot 1914

gepantserde auto in Aarschot 1914

Raoul Snoeck ziet de pontonbrug in Antwerpen

In 1914 was er in Antwerpen een pontonbrug gelegd om het Belgisch leger toe te staan vanuit Antwerpen naar de linkeroever te kunnen. Raoul Snoeck vermeldt in zijn dagboek op 4 september 1914 deze pontonbrug/
Kontich – Om drie uur worden we te wapen geroepen. We marcheren naar het station van Kontich waar we plaatsnemen in beestenwagons. Bestemming : onbekend. Rekening houdend met het verloop van de veldtocht en het uitzicht van de versterkingen, vermoeden we dat we het centrum van een verdediginspositie naderen. Effectief, om half vijf stappen we af in Antwerpen – Zuid. We marcheren de stad door met het geweer op de schouder, trekken door Hoboken, en komen na een half uur aan in Burcht op de Schelde waar onze genie een botenbrug gebouwd heeft. Ik kan niet genoeg mijn bewondering uitdrukken voor de mannen van de genie, ze leverden prachtig werk. De stroming is nogal hevig, het is ebbe. Wat een enig uitzicht ! We steken de Schelde over, om het land van Waas te bezetten. ”
bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, vertaald uit het Frans door André Gysel, Snoeck-Ducaju

pontonbrug te Antwerpen in 1914

pontonbrug te Antwerpen in 1914

het Haltebefehl van Hentsch

Richard Hentsch

Richard Hentsch

Op 9 september 2014 is Oberstleutnant Richard Hentsch bezig met een inspectieronde aan de fronten van de Duitse legers. Die inspectieronde is op verzoek van Von Moltke die in zijn hoofdkwartier in Luxemburg nauwelijks berichten doorkrijgt. Van de frontlinies komt er nauwelijks wat door.

Alles lijkt nochtans goed te gaan voor de Duitsers. Zeker de soldaten van von Klucks 1e leger hebben de indruk dat Parijs voor het grijpen ligt. En dan komt er op 9 september rond 14 uur een bevel om terug te trekken.

De inspectieronde van Hentsch bij het Duitse 2e leger leidt tot een bevel tot terugtrekking naar beter verdedigbare linies. Wie meer wil weten over de slag van de Marne en wat er gebeurde in de periode van 5 tot 9 september 1914 op zo’n 50 kilometer van Parijs, kan terecht op deze webpagina.