Renaat De Rudder sneuvelt

Schoten afgevuurd door Belgische militairen treffen Renaat de Rudder op 17 december 1917 terwijl hij een verkenningsopdracht maakt door de frontzone. Wat later sterft hij aan de opgelopen verwondingen in een militair hospitaal.

Renaat_De_RudderVier dagen nadien wordt hij begraven op het militair kerkhof van Westvleteren. Zijn stoffelijke resten blijven daar tot ze op 21 juli 1932 tijdens de dertiende Ijzerbedevaart worden bijgezet in de crypte onder de Ijzertoren. Renaat De Rudder is dan uitgegroeid tot een van de symbolen van de Vlaamse beweging.

Renaat de Rudder, geboren in Oostakker, meldde zich kort na het begin van de oorlog als vrijwilliger. Aan het front beschreef hij de situatie van de Vlaamse soldaten in het vooral door Franstalige officieren gedomineerde leger. Zijn inzet voor de Frontbeweging werd hem dan ook niet in dank afgenomen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

 

 

de taalstrijd van Raoul Snoeck

Raoul Snoeck wordt in zijn compagnie gezien als een soort van talenwonder.

Ik ben een soort secretaris van een hoop brave jongens die in Frankrijk en in Groot-Brittannië oorlogsmeters bezitten, maar de taal van het land niet kennen. Ze vragen mij dan hun brieven op te stellen.

Gisteren deelde een soldaat me mee dat hij een oorlogsmeter gevonden had in Argentinië; waar halen ze het vandaan, mijn God. Mijn vriend neemt mij voor een man die alle talen kent : ik ken geen woord Spaans.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

ComoSeDice

gevecht tegen de modder

Musketier Egon Keller vertelt over zijn belevenissen onderweg naar het front op 13 december 1917, ergens in de buurt van Westrozebeke.

Ik moet mij een weg banen tussen prikkeldraad en stukgeschoten bomen, de rugzak op de schouders, het geweer en de munitiekisten in de handen geklemd. Mijn uniform is zo beslijkt dat het dezelfde kleur heeft als de grond. Op 40 meter van onze stelling val ik plots in een bomput gevuld met slijk. Ik wil mij snel loswrikken, maar zink tot op borsthoogte in de modder. De compagnie heeft niets gezien of gehoord en is verder gemarcheerd in het pikdonker.

Bij het ochtendgloren ben ik door de koude zo verstijfd dat ik mijn benen niet meer voel. Twee koeriers vinden mij toevallig en willen mij uit de modder losmaken, maar dat lukt niet zomaar. Uiteindelijk kunnen ze mij met de lange steel van een schop uit mijn netelige positie bevrijden.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

redding-tegenstander

Jean Taymans sneuvelt

Adjudant Jean Taymans sneuvelt op 28 november 1917 tijdens een poging om de verloren gegane Epernon-bunker in Merkem te heroveren op de Duitsers. Op het ogenblik dat de adjudant bij de bunker is, blaast de vijand die op. Zijn lichaam wordt niet meer teruggevonden. 

Op de herdenkingsmis die enige tijd later opgedragen wordt in Oostvleteren, zijn ook de drie broers van Jean Taymans aanwezig. Het is voor het laatst dat ze elkaar zien, want slechts één onder hen zal de oorlog oberleven. Later schenkt de familie Taymans aan deze kerk een glasraam met de beeltenis van de drie broers, maar bij een brand in 1977 wordt zowel de kerk als het glasraam vernietigd. 

Toeristische tip : in een weide achter de hoeve op Kloosterstraat 1 te Merkem staan de restanten van de Duitse bunker waar Jean Taymans sneuvelde met daarop een gedenkplaat. 

bronnen
oorlogskalender 2014-2018,Davidsfonds
http://1914-18.be/2016/02/06/adjudant-taymans-19eme-de-ligne-5e-compagnie-tombe-sur-lepernon-le-28-nov-1917/

jean-taymans-1917

 

Na de aanvallen op de Minoterie

De Minoterie is de naam die gegeven is aan de bloemmolens van Diksmuide. Deze gebouwen zijn bezet door de Duitsers die ze hebben omgebouwd tot een versterkte vesting vlakbij de Belgische linies. Joris Lannoo beschikt over gedetailleerde kaarten die de Duitse posities haarfijn weergeven. Het is de bedoeling om hier een doorbraak te forceren.

Een eerste aanval op de Minoterie gebeurt op 29 september 1917. Op 13 oktober 1917 volgt een tweede poging in zeer slechte weersomstandigheden. De 5e compagnie van Joris Lannoo van het 16e linieregiment speelt hierbij een cruciale rol. Jeroom Leuridan, van het 23e linieregiment, is iets naar links gelegerd, in de richting van de beruchte petroleumtanks, en vermeldt de aanvallen van het 16e linieregiment tussen 13 en 27 oktober :

Gans de nacht hebben de grootste stukken gedonderd en het 16e heeft een raid uitgevoerd Diksmuidewaarts. De Engelse vlammenwerpers lieten hun plutonische pompierswerk verrichten. Enkele verbrande, vergruwde stumperds van Duitse zijde zijn in hun handen gevallen.

Bij een derde poging op 21 oktober 1917 bereikt opnieuw een groepje soldaten de Duitse linies maar ze sneuvelen zo goed als allemaal bij een hevige tegenaanval. Ondanks de mislukte pogingen blijft het Belgische leger inbeuken op de Minoterie. Voor het einde van de maand roept de staf de hulp,in van een speciale Britse brigade dienuitgerust is met gasflessen. Dan is het de beurt aan het 5e linieregiment om het voortouw te nemen. Met bootjes zetten ze soldaten over de Ijzer. Die bestoken de ruïne langs de oostzijde. Een aantal soldaten geraakt tot boven op de Minoterie, maar moet dan onverrichterzake terugkeren. In totaal voeren de Belgische soldaten vijf raids uit op de gedetoneerde vesting.

Min de 2e helft van november 1917 mogen de soldaten vangnet 16e linieregiment , en dus ook de mannen van de 5e compagnie van Joris Lannoo, zich terugtrekken. Ze zijn oververmoeid en uitgeblust, en krijgen een lichtere opdracht in de 2e linie in de sector Pervijze.

8DE402CC-A621-4595-BD7A-E8F3905A8C66

 

net op tijd uit de abri

Uit het dagboek van Gaston Le Roy 

10 november 1917 : Het blijft regenen. We vertrekken naar de loopgraven langs vuil bemodderde wegen. De paden en de loopgraven vertonen diepe inslagen en getuigen van intense beschietingen. We pletsen door de modderpap. Er zijn geen schuilplaatsen meer. Toch vinden we nog een oud verlaten hok. 

 11 november 1917 : Het water druppelt me op de voeten, wat niet belet dat ik van tijd tot tijd inslaap. Het regent fel en de kanonnen donderen nog feller. Granaten van alle slag exploderen. Alles trilt, wij ook, niet enkel van schrik, maar nog meer van ijskoude voeten. Onze kanonnen bestoken het kasteel, terwijl de Duitsers onze eerste lijn willen vernietigen. 
Niettegenstaande projectielen in de borstwering terechtkomen, blijven we in de schuilplaats : we weten niet zo best wat te doen. Ikzelf blijf liever hier, maar op aandringen van mijn makkers en omdat er nog een granaat in de borstwering ontploft, verlaten wij onze zogenaamde bunker. We zijn net tijdig buiten om dat hok in de lucht te zien vliegen.
Als de beschieting wat luwt, bezoeken we onze schuilplaats of liever het puin ervan. Ik vind mijn bezittingen stukgeslagen, mijn geweer, kapotjas, drinkfles, broodzak… alles is vernietigd. Ik raap op wat me nog van dienst kan zijn. Ik ben niet de enige die alles kwijt is. Gelukkig leven we nog. Hadden mijn makkers naar mij geluisterd, dan waren we van de aardbodem weggeveegd. Een dag vol nijpende emoties. 

bron : André Gysel, Gaston le Roy – dagboek van een Vlaamse oorlogsvrijwilliger, Lannoo

Loopgraaf_Abri

dokter Felix Bastin sneuvelt

Op 4 november 1917 sneuvelt majoor-geneesheer Félix Bastin (°1870 – Amay) in Kaaskerke. Terwijl hij op weg is om een gewonde soldaat te verzorgen, treft een projectiel hem aan de schouder en hals. Hij is op slag dood.

In de dodengang in Diksmuide hangt er een gedenkplaat ter ere van hem. Felix Bastin ligt begraven op het Belgische militair kerkhof in Oeren. In het graf naast dat van hem rust soldaat August Develter, de man die de dokter wilde verzorgen net voor hij getroffen werd.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

de raid van het 3e linieregiment

In zijn dagboek schrijft François Janssen, soldaat van het 23e linieregiment het volgende :

Dan kwam voor ons het ogenblik om verder met de noordersektor van Diksmuide kennis te maken. We trokken over Lampernisse in de richting van Kaaskerke, dadelijk naar de voorposten van de “Eeclusette”. Daar hadden we twee bruggenhoofden over de Ijzer met de P.S.1 en P.S. Ibis links en de P.S.2, P.S. 3 en P.S. 4 rechts. De P.S.1 begon vanaf onze bunker 16 bij de monding van de Dodengang doch om aan de oostoever van de Ijzer terwijl de P.S.4 liep tot aan de Duitse “tranchée 33” die verder rechts verbinding gaf met de Duitse “tranchée d’Andrinople”. Op de westoever van de Ijzer hadden we de “Poste de Secuurs” en de beker “la Casbah” waar de bombardementen het hevigste waren.

op 26 oktober 1917 werd de raid op de Duitse loopgraven “33” en “Andrinople” van uit de bruggenhoofden door de 5e compagnie van het 3e linieregiment aangevat. Een soldaat op 3 was voorzien van lichtkogels de anderen met een pistool, 6 granaten O.F., 2 granaten Mill’s en 1 dolkmes.

Onze artillerie en mitrailleurs van de 1e L.A. concentreerden een insluitingsbeschieting rond Diksmuide. De mortieren bestookten met gasbommen en Termith de Minoterie en aanpalende loopgraven. Ook de vlammenwerpers traden in actie. De Engelse brigade had in de dijk van de Ijzer op 100 meter ten noorden van het kanaal van Handzame cylinders geplaatst waarmee ze tijdens de aanval gas lanceerden.

Deze aanval kende het grootste succes : er werden 16 krijgsgevangenen van het 386e regiment meegebracht alsmede een mitrailleur en ander oorlogsbuit.

bron : François Janssen, Belevenissen aan het Ijzerfront

IMG_0222

 

dokter Lievens krijgt droevig nieuws

Dokter Lievens krijgt op 18 oktober 1917 een telefoontje met nieuws over zijn broer.

Droevig nieuws : de telefoon bericht mij dat mijn broer Jules erg gewond in het hospitaal van Hoogstade ligt en dringend vraagt me te zien. Ik mag de auto van de kolonel gebruiken en rij er dadelijk heen. De rit duurt lang en droevige vooruitzichten spoken door mijn geest ! Eindelijk kom ik in het hospitaal aan en krijg wat inlichtingen waardoor ik me hem zo goed als stervend voorstel. Adjudant Jules Lievens raakte gisteren in Oud-Stuivekenskerke gewond door een vogel in de buik die driemaal de dunnen darm heeft doorboord. Zijn vervoer naar het hospitaal was niet probleemloos verlopen en had lang geduurd. Toen hij op de operatietafel lag, stelde men tekens van een beginnende buikvliesontsteking vast.

JulesLievens_oktober1917

Jules Lievens op zijn ziekbed

In die omstandigheden ging ik mijn arme broer in de zaal Max vinden. Kogel in de buik en buikvliesontsteking ! Die woorden waren in mijn hart en ogen gebrand en wentelden door mijn hoofd. Alle ijzeren beddekens van de zaal dansten voor mijn ogen en beletten me Jules te herkennen. Hij lag nochtans voor mij, juist in het eerste bed en zijn koortsige, starre ogen waren vlak op mij gericht en zijn lippen mompelden flauwtjes mijn naam. Een ziekendienster bracht me tot bij hem. Ik had enkel de kracht een ‘Juleke’ te stamelen, een eindeloze droefheid brak mijn hart. Ik kreeg een krop in de keel en een vloed van tranen viel op de bleke wangen van mijn ongelukkige broer…

Dit duurde gelukkige maar een stonde, want direct besefte ik welke slechte indruk dit op Jules kon maken en aanstonds begon ik hem moed in te spreken. Hij leed veel van de dorst, maar omdat hij wist dat hij niet mocht drinken, bleef hij kalm en klaagde niet. Het standvastig op de rug liggen zonder te verroeren, vermoeide hem. Maar omdat hij wist dat hij absoluut stil moest liggen, probeerde hij zelfs niet zich te verleggen. Zijn geduld en zijn kalmte hebben veel bijgebracht tot zijn spoedig herstel  dat waarlijk wonderbaar is geweest. Tijdens de drie dagen dat ik bij hem bleef, was hij al zover dat hij om zo te zeggen als gered mocht worden beschouwd en ik min of meer gerustgesteld mocht vertrekken.

bron : André Gysel, Dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo

 

doodsangst voor Gaston Le Roy

Gaston Le Roy noteert het volgende in zijn dagboek op 11 september 1917.

Beschieting. Nooit zag ik de dood zo nabij als vandaag. Ik hield de wacht op een drie meter hoog heuveltje. Het was mooi weer en ik genoot van een schoon vergezicht op onze stellingen en op de Duitse. Tevreden omdat het moorden zo veraf leek, rookte ik dromerig een sigaretje, tot ik tot de werkelijkheid werd teruggeroepen door een dubbele ontploffing in de Duitse lijnen.

benieuwd keek ik naar de stofwolk die uit de grond opsteeg. De Duitsers schieten in hun eigen lijnen, dacht ik. Helaas, daar ontplofte er al één bij mijn heuveltje en één achter de wachtpost. Twee aan twee volgden de granaten rond mijn stelling, hoe langer hoe sneller, de wachtpost was het mikpunt. Mijn toestand werd hachelijk. Ik wou voor de dood mijn post niet verlaten en trachtte me moedig te houden, hoe bang ik ook was. (…) Voor, achter, links en rechts regende het granaten. (…)

Een makker die onder dit satanisch geweld de schuilplaats onder de heuvel had verlaten (een dwaasheid) en bij mij was gekropen, kon niet meer terug en deelde een tijd mijn doodsangst. (…) Zo wachtten we twee eeuwigdurende uren op de dood, die gelukkig niet kwam. We zaten van kop tot teen onder stof en modder.

bron : André Gysel, Gaston le Roy – dagboek van een Vlaamse oorlogsvrijwilliger, Lannoo

de tekening is van Jacques Tardi.

Tardi_01.jpg