Gaston Le Roy verlaat Bréhal

Op 6 maart 1915 lezen we het volgende in het dagboek van Gaston Le Roy.

Het werd een droevig vertrek uit het vrolijke Bréhal, waar we bij de inwoners kind aan huis waren. Na een solemnele misviering, gevolgd door een patriottische toespraak, vertrokken we om half negen. Ik moest de aangeboden chocolademelk laten staan om bijtijds in de rangen te zijn. Velen kregen tranen in de ogen en hartelijk werd er “merci” en “au revoir” geroepen.

Onderstaande foto toont de “route de Granville” in Bréhal. We mogen aannemen dat Gaston Le Roy langs deze weg Bréhal heeft verlaten.

Bréhal_RouteDeGranville

bron : André Gysel, Gaston Le Roy, Lannoo

Louis Barthas lijdt kou in de loopgraven

In het dagboek van Louis Barthas lezen we het volgende : “Op 20 februari (1915) waren we in Annequin. Dezelfde avond nog moesten we naar onze linie. Die namiddag was er een zware hagelstorm en door de wind stapelde de hagel zich op in de verbindingsgangen. Toen we die ’s avonds ingingen, stonden ze boordevol ijswater. Het laat zich raden hoe aangenaam dit voetbad, of liever deze kniewassing was. En toch stonden we nog te zweten. Er moest werkelijk een goed bestaan die de arme poilus beschermde tegen bronchitis en verkoudheid. Toen ik met een kameraad in de voorste linie aankwam en in ons onderkomen wou uitrusten, was het ingestort ! We hadden dus na een hele nacht wachtlopen geen plek meer om te slapen. In een nabijgelegen schuilplaats was een vuurtje aangestoken waaraan ik me mocht warmen. Ik denk dat ik alleen daardoor die nacht niet ben gestorven van de kou.

bron : Dirk Lambrechts, de oorlogsdagboeken van Louis Barthas, uitgeverij Bas Lubberhuizen

TekeningPoilus

Herbert Sulzbach neemt afscheid van luitenant Reinhardt

In het dagboek van Herbert Sulzbach zien we in de maand februari 1915 dat hij de kans krijgt om naar Luxemburg te reizen. Op 3 februari verlaat hij Luxemburg en rijdt met de trein terug naar zijn artillerieregiment via Sedan, Mohon, Bazancourt, Pont-Faverger en tot slot Ardeuil. Gezien hij al eerder heeft gesproken over de Champagnestreek, neem ik aan dat het gaat om de Franse gemeente die vandaag Ardeuil-et-Montfauxelles gaat. Na zijn aankomst zijn er nog een paar rustige dagen, maar vanaf 16 februari vallen de Fransen aan. De Duitsers raken in paniek, maar luitenant Reinhardt is zowat de enige die kalm blijft. En dan lezen ze op 26 februari 1915 het volgende in het dagboek van Sulzbach :

De Fransen hernemen hun poging voor een doorbraak met hernieuwde krachten en versterkingen. Was de artilleriebeschieting de voorbije dagen al heel zwaar, vandaag is het nog heviger. Ik zag luitenant Reinhardt met zijn arm in een verband. Het is een wonder dat hij alleen gewond is : de observatiepost waarin hij zat met infanteriesoldaten kreeg vijf directe treffers, de ene na de andere, en bijna alle soldaten zijn dood. Reinhardt is zijn linkerduim kwijt door de ontploffing en hij zit onder het bloed, modder, vuil en roet. Ik vrees dat onze geliefde luitenant naar het hospitaal moet. Onze ganse artilleriebatterij treurt. De luitenant neemt van ieder afzonderlijk afscheid en laat zich naar de achterhoede vervoeren in een munitiewagen.

We waren er allemaal door ontzet, gezien we erg op hem gesteld waren. Hij was even onverstoorbaar als menselijk. De ganse troep staart de munitiewagen na lang nadat die verdwenen is achter de bossen. We hebben het gevoel dat we voor hem gevochten hebben.

bron : Herbert Sulzbach, with the German Guns, Pen & Sword

luitenant Reinhardt (helemaal rechts) met 2 andere officieren in 1915

luitenant Reinhardt (helemaal rechts) met 2 andere officieren in 1915

het dagboek van Herbert Sulzbach

Herbert Sulzbach - with the German guns

Herbert Sulzbach – with the German guns

Ik heb de voorbije week het dagboek van Herbert Sulzbach ontvangen. Gedurende mijn dagelijkse treinrit naar het werk heb ik het dagboek al gelezen tot 1916. Het is meeslepend en boeiend geschreven. Over Herbert Sulzbach heb ik al eerder op deze blog geschreven, want het is een boeiende persoonlijkheid. Hij droeg het Duits uniform in de eerste wereldoorlog en een Brits uniform tijdens de tweede wereldoorlog. Gezien zijn joodse afkomst was er voor hem geen plaats meer in nazi-Duitsland vanaf de jaren dertig. Meer informatie over Herbert Sulzbach vind je op https://martinusevers.org/2014/11/13/herbert-sulzbach-duitser-in-de-eerste-en-brit-in-de-tweede-wereldoorlog/

Wie interesse heeft in dagboeken van soldaten van de Groote Oorlog, zal zeker zijn gading vinden in het dagboek van Herbert Sulzbach. Ik heb gezocht naar een Duits exemplaar, maar heb dat jammer genoeg niet gevonden. Via amazon heb ik dan een Engelstalige versie in huis gehaald. Ik zal geregeld een fragment van dit dagboek vertalen en op deze blog zetten.

Gaston Le Roy krijgt weldra nieuw onderkomen

Gaston Le Roy noteert op 25 februari 1915 het volgende in zijn dagboek.

Als oefening een mars van 17 km. Munéville, Quetterville… Slecht nieuws doet de ronde. Aan ons vrolijke leventje komt een eind. Binnenkort ruilen wij burger en bed voor kazerne en strozak. Prettig vooruitzicht ! Over de kazerne wordt niet veel goeds verteld en evenmin over de weinig sympathieke inwoners van Granville, waar de Belgen door de Fransen voor “tas de vermine” (= ongedierte, uitschot) worden uitgescholden.

In Bréhal is de bevolking ons heel genegen. De inwoners ondertekenen zelfs een petitie om ons hier te houden, maar ik denk dat het boter aan de galg zal zijn.

Bréhal - route de Cérence

Bréhal – route de Cérence

bron : André Gysel, Gaston Le Roy, Lannoo

Edith Appleton vraagt sokken voor de Tommies

KnittingForTommyIn een brief aan haar moeder schrijft zuster Edith Appleton op 23 februari 1915 over het tekort aan sokken bij de verzorging van soldaten :

De gebreide sokken waren snel opgebruikt door de Tommies (Britse soldaten). Onze dienst is zoiets al een bodemloze put voor sokken, hemden en pyjama’s. Soms gebruiken we meer dan vijftig paar sokken in een dag.

De gewonde militairen die hier binnengebracht worden, zijn meestal doordrenkt van nvocht door hun verblijf in de loopgraven. Al hun kleding moet gewisseld worden. Zou je voor de verandering sokken zonder hiel kunnen zenden; losjes gebreid. Ze zijn zo nuttig bij bevroren voeten : we doen ze hen aan boven kussenvulling.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Wie de oorspronkelijke brief wil lezen, kan daarvoor terecht op deze webpagina : http://www.edithappleton.org.uk/EarlyLetters/Letter19150223_transcript.pdf

Edith Appleton

Edith Appleton

Edith Appleton (1877, 1958) heeft tijdens de oorlog een dagboek bijgehouden. De Groote Oorlog begon voor haar toen ze op 10 oktober 1914 in Oostende aankwam. Volgens een website aan haar gewijd is de brief van 23 februari 1915 geschreven in Hazebrouck, Frans-Vlaanderen.

Voor haar moed en toewijding kreeg ze meerdere medailles waaronder de “military OBE”, het “Royal Red Cross” en ook een Belgische Koningin-Elisabeth-medaille.

meer informatie over Edit Appleton

http://anurseatthefront.org.uk/about-edie/

https://twitter.com/ediesdiaries

http://www.illustratedfirstworldwar.com/first-world-war-series-sister-edith-appleton/

Britten en Fransen vallen aan nabij Reims

Na weken van voorbereidend trommelvuur beginnen Britse en Franse troepen op 16 februari 1915 in de buurt van Reims (Champagnestreek) aan de zogenaamde winterslag. In totaal trekken twintig geallieerde divisies op tegen de Duitsers die hier in de minderheid zijn. Toch kunnen ze een doorbraak verhinderen omdat de aanvallen plaatsvinden in een relatief smal gebied. Bovendien beschikken de Duitsers over een zeer uitgebreide en degelijke verdediging, met een netwerk aan loopgraven en versterkingen.

Een van de redenen om deze aanval nu te laten doorgaan, is dat de geallieerden hun Russische bondgenoot willen ontlasten, die het in het oosten zeer zwaar te verduren heeft tegen de Duitse troepen.

Op 20 maart 1915 worden de gevechten gestaakt. Alleen al de Fransen tellen bijna een kwart miljoen doden, gewonden en krijgsgevangenen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

De tekening komt uit de stripreeks “moeder oorlog” (album “tweede aanklacht) van Kris & Maël.

MoederOorlog_2eaanklacht_01

Gaston Le Roy heeft heimwee naar Wetteren

Op 14 februari 1915 noteert Gaston Le Roy het volgende in zijn dagboek :

Het is al een maand geleden sinds ik Wetteren verliet… De dagen kruipen voorbij. Het heimwee naar huis besluipt mij. Kon ik maar terugkeren ! Maar daar kan ik niet aan denken. Had ik maar naar hen geluisterd, had ik alles rijpelijk overwogen, dan zou ik hier niet onder de militaire dwang gebukt moeten gaan. Dan zou ik nu niet naar hun pijpen moeten dansen. Ik schik me in mijn lot en gehoorzaam uit noodzaak.

De inwoners van de streek zijn guller en vriendelijker dan in de vijandig gezinde steden. Ook de officieren kunnen we over ’t algemeen best verdragen.

Op het moment dat Gaston dit schrijft, is hij in militaire opleiding in Bréhal, Normandië.

bron : André Gysel, Gaston Le Roy – dagboek, uitgeverij Lannoo

Wetteren - kerkstraat

Wetteren – kerkstraat

Joris Lannoo meldt zich als oorlogsvrijwilliger in Calais

Joris Lannoo (van de gelijknamige uitgeverij) biedt zich op 11 februari 1915 in het recruteringsbureau in Calais aan als “volontaire pour la durée de la guerre”. Na de medische keuring begint hij aan een treinreis van 2 dagen naar Octeville, nabij Cherbourg, in een verre uithoek van Normandië. Die eerste tien dagen in Octeville worden voor Joris de tien eenzaamste dagen van de ganse oorlog.

Hij heeft er dan al een hele omzwerving op zitten. En 1914 was voor de familie Lannoo niet goed begonnen : op 12 januari 1914 overlijdt Jozef Lannoo, vader van Joris en eigenaar van een drukkerij in de Ieperstraat in Tielt. Op 4 augustus 1914 vallen de Duitsers België binnen. De frontlijn nadert Tielt en op dinsdag 13 oktober 1914 verlaat de laatste trein het station van Tielt alvorens de Duitsers binnenvallen.  Op die trein zitten acht oud-leerlingen van het Sint-Jozefscollege. Onder hen bevindt zich ook Joris Lannoo. Laat in de avond van 13 oktober komt de groep aan in Adinkerke-De Panne. De groep verspreidt zich en Joris Lannoo vindt met 2 kameraden een onderkomen in Ruminghem in Frans-Vlaanderen. Daar blijven ze tot begin februari ieder zijn eigen weg gaat. Louis De Brabandere verdwijnt als het ware spoorloos. Joris Impe maakt de overtocht naar Folkestone en werkt mee aan de krant “De Stem uit België”. Joris Lannoo meldt zich in Calais als oorlogsvrijwilliger.

Op de foto hieronder staan de drie kameraden, van links naar rechts : Louis De Brabandere, Joris Lannoo met rouwband (voor zijn overleden vader), Joris Impe.

bron : Romain Van Landschoot, Een Vlaamse viking aan het front, uitgeverij Lannoo

Lannoo_Ruminghem_1915

Gaston Le Roy krijgt zijn eerste drill in Bréhal

Na zijn aankomst in Frankrijk (lees meer op deze pagina) wordt Gaston Le Roy ingekwartierd in het Normandische Bréhal. In zijn dagboek lezen we daarover het volgende.

21 januari 1915
Een trein brengt ons van Cherbourg naar Coutances, verder in Normandië. Vandaar marcheren we drie kwartier naar Bréhal. Het is nacht. Burgers worden opgeklopt en per twee of drie worden we ingekwartierd. Wij in een slagerij. Vrouw en dochter in nachtgewaad ontvangen ons, geven ons te eten en verontschuldigen zich geen bed te kunnen aanbieden. We slapen in de stal.

30 januari 1915
We verblijven al tien dagen in het gastvrije Bréhal. De bevolking is ons erg genegen. In de slagerij G. Frémin, waar ik met twee andere vrijwilligers (waaronder Ward Hermans) vertoef, voelen we ons als thuis.
We krijgen onze eerste legeroefeningen in het Frans, wat de 3/4e van de Vlamingen natuurlijk niet begrijpt, af en toe voor ‘boer’ wordt uitgescholden en dagenlang hetzelfde moet herhalen. Ik begin stilletjes aan het militaire leven te wennen.

Bréhal

Bréhal

31 januari 1915
Omdat het zondag is en er geen legeroefeningen plaatsvinden, waag ik mij tot in Granville, wat ten strengste verboden is. De stad bestaat uit een hoog en een laag gedeelte. De kazerne staat donker en grauw op een rots. (…) Je ziet veel soldaten in de stad, meestal Fransen. De Belgische soldaten beklagen zich het meest over de militaire dienst en over de vijandige bevolking, die vooral de Vlaamssprekenden onder ons voor “Boches” uitscheldt.

Bréhal in Normandië

Bréhal in Normandië