een Australisch eenmansleger

Op een Australische site lezen we hoe sergeant Stanley McDougall terecht een Victoria Cross verdiende. 

In de ochtendmist komen de Duitsers op 28 maart 1918 langs de spoorbaan uit Albert bij Dernancourt. Ze worden in het begin persoonlijk door Stanley McDougall tegengehouden. Als de Duitsers erin slagen vaste voet in een Australische linie te krijgen, valt sergeant McDougall alweer in zijn eentje de Duitse stelling aan. Hij doodt zeven mannen en neemt een machinegeweer in beslag dat hij op de aanvallers richt waardoor hij hen op de vlucht jaagt en veel slachtoffers veroorzaakt. Hij zet zijn aanval voort tot zijn munitie op is, grijpt dan een bajonet en doodt nog drie manschappen en een officier. Daarna doodt hij nog meer Duitse soldaten met een Lewis machinegeweer en zorgt ervoor dat er 33 Duitsers worden gevangengenomen.  

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds 

StanleyMcDougall_VC_1918

Duitse artillerie volgt de stormtroepen

Herbert Sulzbach, luitenant bij de Duitse artillerie, volgt de oprukkende stormtroepen samen met zijn kameraden. Zijn startpunt is Saint-Quentin.

21 maart 1918 : De artillerie begint te vuren om 4u40 and na 5 uur trommelvuur, om 9u40 begint de infanterie met zijn stormaanval voorafgegaan door voortschrijdend trommelvuur. ’s Avonds zit ik op een affuit om mijn gedachten van deze dag te ordenen. Ik zou er helder boeken over kunnen schrijven. Het onmogelijke is dan toch gebeurd : we hebben een doorbraak geforceerd. Tijdens het vuren moest ik af en toe een pauze nemen, omdat ik het niet meer uithield met al het gas en de rook. De kanonniers staan in hemdsmouwen met het zweet dat van hen afdruipt. Granaat na granaat wordt afgevuurd op de vijandelijke linies en je moet geen bevelen meer geven omdat de soldaten geestdriftig genoeg zijn om snel de granaten af te vuren.

22 maart 1918 : We rukken op naar Essigny maar er is zo’n opstopping van voertuigen dat we nauwelijks een kilometer verder geraken na drie uur. We passeren de eerste linie van de Britten en zijn al snel in hun tweede linie. We horen dat generaal Foch tegen ons oprukt met het Franse reserveleger.

23 maart 1918 : Onze stormtroepen nemen Ham in en we zullen al snel onze oude posities terug innemen die we in 1916 hebben verlaten. Nu hebben we minder last van opstoppingen en we rukken sneller op.

24 maart 1918 : Onze sappeurs bouwen een brug over het kanaal en we zien enkele grote Britse kanonnen. We gaan verder naar Dury.

26 maart 1918 : Vanuit Eppeville bereiken we om 4 uur Nesle. In Carrépuis nemen we posities in links van het dorp. Onze infanterie brengt grote aantallen Britse krijgsgevangenen naar achter. Er zitten ook enkele Fransen tussen. De eerste Fransen die ik spreek, vragen me angstig of het waar is dat onze zware kanonnen Parijs onder vuur nemen. In Carrépuis worden we voor het eerst gebombardeerd door vijandelijke vliegtuigen.

27 maart 1918 : in Laboissière worden we onder vuur genomen door de Fransen. Ik leid mijn batterij naar veilige posities door het vijandelijk bombardement en we hebben slechts enkele gewonden te betreuren. Het lijkt erop dat we ons doel bereikt hebben en de Britse legers hebben gescheiden van de Franse.

Ook in Faverolles komen we terecht in een Frans bombardement. We trekken ons terug en brengen de nacht door in houten hutten. Daags erna zien we dat Faverolles grotendeels onbeschadigd is.  Alles lijkt hier vreedzaam, een hoop voorraad ligt voor het grijpen en de burgers lijken op het laatste nippertje te zijn gevlucht.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword Military.

operation-michael-german-offensive-march-21-1918

 

 

 

Ferdinand Foch in de tegenaanval

Ferdinand Foch coördineert vanaf voortaan alle Britse, Franse en Amerikaanse troepen op het westfront na een bijeenkomst van de gezamenlijke Supreme War Council op 27 maart 1918. Fochs hoofdbekommernis is het stoppen van het Duitse offensief, Operatie Michael, dat in noord-Frankrijk een bres heeft geslagen in de Britse linie. Franse versterkingen spoeden zich naar de bedreigde sector ten zuiden van de Somme waar ze samen met de Britse troepen onder het bevel staan van de Franse generaal Marie Fayolle.

Het Britse 3e leger van generaal sir Julian Byng dat ten noorden van de Somme strijdt, stopt de Duitse opmars, deels door doeltreffende steun vanuit de lucht. De Duitsers proberen twee dagen later een nieuwe aanval te lanceren met als doelwit Arras. Dat offensief mislukt echter. De strijd concentreert zich nu ten zuiden van de Somme.

bron : Ian Westwell, de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

FerdinandFoch

Parijs onder Duits vuur

Zaterdag 23 maart 1918 : sinds twee dagen is in Parijs het verre geschut te horen waarmee de Duitse troepen bij de Somme hun grote lenteoffensief hebben ingezet. Voorlopig maken de inwoners van de Franse hoofdstad zich niet al te veel zorgen. Na bijna vier jaar oorlog zijn ze aan een dosis oorlogsgedruis gewend geraakt.

Rond 7u15 schrikt de stad op door een explosie aan het Bassin de la Villette in het negentiende arrondissement. Totaal onverwacht komt de knal niet, een week eerder is in de randgemeente La Courneuve een munitiefabriek in de lucht gegaan. Drie dagen later klonken er nog steeds ontploffingen. Misschien is de explosie van vandaag nog een nakomertje ?

Amper 20 minuten later volgt een tweede explosie, dicht bij een metro ingang op de Boulevard de Strasbourg aan de Gare de l’Est. Deze keer blijven acht personen levenloos achter op de trottoirs. Even later klinkt alweer een nieuwe explosie in het centrum van de Franse hoofdstad, nauwelijks een kwartier later gevolgd door een vierde. Vruchteloos speuren de Parijzenaars de hemel af op zoek naar Duitse Gotha-bommenwerpers die de hoofdstad sinds januari regelmatig bestoken. Maar er is geen vliegtuig te bekennen.

De granaten waarmee de Franse hoofdstad wordt beschoten, worden afgevuurd vanuit Crépy-en-Laonnois, op niet minder dan 120 kilometer van Parijs. In de bossen bij de Mont de Joie hebben de Duitsers op 2 verschillende plaatsen reuzenkanonnen geplaatst. Als basis van het kanon gebruiken ze het onderstel van het Lange Max-kanon. Daarop monteren ze een gigantische loop die bestaat uit twee lopen van een marinekanon en nog een extra loop van 6 meter erbovenop. Samen goed voor een lengte van 36 meter. In die loop monteren ze een tweede loop met een veel kleiner kaliber van 210 mm. Om te vermijden dat die superlange loop doorbuigt, wordt er ter versteviging een systeem op gemonteerd zoals bij een hangbrug.

Met de Pariser Kanonen kunnen de Duitsers 210 mm-granaten van 125 kilo meer dan 120 kilometer ver schieten. Ze hebben berekend dat de ideale hoe van de loop 55 graden bedraagt. Hiermee schieten zij de granaten tot op een hoogte van 40 kilometer, wat meteen de grootste hoogte is die een door mensen vervaardigd projectiel ooit heeft bereikt.

Tussen 23 maart en 9 augustus 1918 vuurt het handvol Pariser Kanonen bijna vierhonderd granaten af op Parijs, samen goed voor 256 doden en 625 gewonden. Ze moesten de bevolking demoraliseren en zo de Franse regering onder druk te zetten om de oorlog te beëindigen. Maar het doel van massale paniek of ontreddering bereiken deze kanonnen nooit:

bron : Mark de Geest, 14-18 in honderd dagen, Manteau

ParijsKanon_1918

Duitsers rukken op naar Amiens

Het Duitse 2e leger van generaal Georg von der Marwitz breekt op 25 maart 1918 door op het samensmeltingspunt van het Britse 3e en 5e leger bij operatie Michael. Generaal Erich Ludendorff, afgevaardigde van de Duitse generale staf, denkt dat de Britten op het punt staan in te storten dus geeft hij zijn bevelhebbers nieuwe orders. Marits moet oprukken naar Amiens, terwijl generaal Oskar von Hutier met zijn 18e leger Parijs moet aanvallen. Het 17e leger van generaal Otto von Below rukt verder op naar de havens bij de noord-Franse kust.

De Britse opperbevelhebber, veldmaarschalk sir Douglas Haig, brengt zijn Britse troepen in aller ijl over om de kloof in zijn linie te dichten. Maar zijn Franse evenknie, maarschalk Henri-Philippe Pétain, bekommert zich zoals Ludendorff vermoedde, meer om Parijs en stuurt slechts een beperkt aantal soldaten naar de sterk onder druk staande Britten.

bron : Ian Westwell, 1914-1918 – de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

UnternehmenMichael_kaart01

Unternehmen Michael

Generaal Erich Ludendorff heeft een knock out aanval gepland op het westfront. Hij erkent dat met de nakende aankomst van duizenden Amerikaanse soldaten in Frankrijk Duitsland waarschijnlijk de oorlog zal verliezen. Daarom wil Ludendorff als eerste aanvallen. Hij stuurt 70 divisies van het oostfront waar de verwarring na de Russische revolutie de deelname van Rusland aan de oorlog beëindigd heeft. Op korte termijn geniet Duitsland dus een duidelijk numeriek voordeel op de Britten en de Fransen.

Ludendorff wil de verschillen tussen de Britse en de Franse strategie uitbuiten voor een groot Duits offensief. Hij meent dat de Fransen bij voorkeur Parijs verdedigen, terwijl de Britten eerder de havens aan de noord-Franse kust willen beschermen omdat daarlangs hun voorraden en troepen doorgesluisd worden. Ludendorff wil aanvallen tussen de Fransen en de Britten in noord-oost-Frankrijk.

Daartoe beschikt hij over drie legers : het 17e onder generaal Otto von Below, het 2e onder generaal Georg von der Marwitz en het 18e onder generaal Oskar von Hutier. Ze moeten oprukken over een 80 km breed front van Arras naar Saint-Quentin en La Fère. Dit gebied wordt verdedigd door het Britse leger onder generaal sir Julian Byng en het 5e leger van generaal sir Hubert Gough.

Ludendorff beschikt over 63 divisies waarvan vele aangevoerd door speciaal voor de aanval bestemde elitaire stormtroepeenheden terwijl de Britten slechts over 26 divisies beschikken. Het offensief krijgt de codenaam Unternehmen Michael , ook bekend als de Kaiserschlacht.

Unternehmen Michael begint met een plotseling, vijf uur duren bombardement van 6000 kanonnen op de Britten. Ze vuren zowel gas- als hoogexplosieve granaten af. Gedekt door een dikke mist vallen de Duitsers aan met op kop speciaal getrainde stromtroepen. De verrassingsaanval overdondert de Britten.

In de verwarring stort Goughs 5e leger in waardoor de rechterflank van Byngs 3e leger ongedekt is. Byngs soldaten, die een smaller front bezetten dan de soldaten van Gough, trekken zich georganiseerd terug naar de Somme. Daar boeken de aanvallers aanzienlijk minder vooruitgang.

bron : Ian Westwell, 1914-1918 – de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

UnternehmenMichael01

 

waar zit Louis Barthas ?

Tot mijn grote spijt ben ik de dagboeken van Louis Barthas wat uit het oog verloren. De reden is dat Barthas niet altijd duidelijke datums vermeld bij elk voorval, in tegenstelling tot Raoul Snoeck of Gaston Le Roy. Mijn laatste bericht over Barthas ging over de oprichting van de sovjet in zijn regiment. We zijn dan begin juni 1917. Daarna volgde de straf van de Franse militaire overheden.

Behalve voor verlof verliet niemand van onze groep ooit de loopgraven om de bataljons te volgen die gingen rusten. We waren namelijk niet talrijk genoeg om afgelost te worden. Zo leefden we bijna zes maanden buiten de gemeenschap in de bossen van Argonne.

Ik mocht die zes maanden ballingschap onderbreken voor twee stages van tien dagen in het kamp van Soumiat vlakbij Sainte-Menehould om me te perfectioneren in de kunst van de ballistiek. Mijn lessen hielden in dat ik papier op de schietschijven moest plakken en die naar de schietbaan brengen.

Op 16 november 1917 verspreidde zich het gerucht van de ontbinding van het regiment en op 19 november verliet onze groep met de laatste manschappen van het 296e regiment La Harazée waar we zes maanden zo rustig hadden doorgebracht en aar we graag zouden zijn gebleven tot het eind van de oorlog. Maar we moesten vertrekken om nieuwe omzwervingen te maken.

Barthas en zijn kameraden worden dan opgenomen in het 248e regiment. Op 28 december 1917 krijgt Louis Barthas nog eens het genoegen om op verlof te gaan en zijn familie te bezoeken in Peyriac.

classical-realism-french-posters

Op 14 januari 1918 staat hij terug ontmoedigd op het station van Peyriac om naar zijn nieuwe regiment te gaan. Met zijn kameraden trekt hij dan naar Petites-Islettes waar ze aansluiten bij artilleristen die hun bivak in een woud hebben.

Onze leerschool als houthakker liep ten einde. Het 248e regiment moest terug naar de linies en op 21 februari 1918 vertrokken we na het avondeten weer naar de 18e compagnie in het ravijn van Meurissons. Een legerwagen bracht de ransels. Ik had het geluk dat ik werd aangewezen om de chauffeur te begeleiden omdat hij de weg niet kende. De anderen moesten over binnenwegen marcheren.

bron : Louis Barthas, oorlogsdagboeken 1914-1918, vertaald door Dirk Lambrechts, uitgeverij Bas Lubberhuizen.

 

 

sergeant Stubby

Op 5 februari 1918 ging hij de loopgraven van de Chemin des Dames in, ten noorden van Soissons. Hij lag meer dan een maand dag en nacht onder vuur. De herrie en stress die een aanslag vormden op de zenuwen van vele van zijn kameraden, tastten Stubby’s stemming niet aan. Zeker was hij zich bewust van het gevaar. Zijn boze gehuil als de slag voortduurde en zijn razende geblaf terwijl hij van de ene kant van de loopgraven naar de andere rende, toonden dat wel aan. Maar hij scheen te weten dat de grootste verdienste die hij kon leveren, het brengen van troost en vrolijkheid was.

Zo begint in 1926 het in memoriam voor sergeant Stubby, de meest gedecoreerde hond van de eerste wereldoorlog. Stubby (Stompje), zo genoemd vanwege zijn staartje, is uit de VS meegemsokkeld door korporaal Robert Conroy. Stubby verblijft de rest van de oorlog bij zijn baasje, hoewel de hond meerdere malen gewond raakt door granaatscherven en bij gasaanvallen. Hij is zo geliefd dat hij in het ziekenhuis van het Rode Kruis bijna als een mens behandeld wordt. Stubby treedt op als verzorgingshond die het slagveld afzoekt naar gewonde soldaten om hun troost te bieden, dan wel om de hospikken te waarschuwen. Na de bevrijding van Château-Thierry maken de vrouwen van de stad speciaal voor hem een geitenleren dekje, waar zijn medailles en lintjes aanhingen.

bron : Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgevers

SergeantStubby_1918

dood in krijgsgevangenschap

Luitenant-kolonel Neville Elliot-Cooper overlijdt op 11 februari 1918 in Hannover in Duitse krijgsgevangenschap. In 1917, als hij op 28-jarige leeftijd tijdelijk luitenant-kolonel is, ontvangt hij het Victoria Cross, de hoogste Britse militaire onderscheiding. Hij dankt die eer aan zijn heldhaftige optreden in La Vacquerie, tijdens de slag van Cambrai.

Tijdens dat gevecht slaagt hij erin om een vijandelijke aanval af te breken en hen vervolgens 500 meter terug te drijven. Wanneer hij vaststelt dat zijn manschappen in de minderheid komen, zorgt hij ervoor dat ze kunnen ontkomen, wetende dat hijzelf dan krijgsgevangen zou worden.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

neville-bowes-elliot-cooper

 

drukke tijden voor Belgische spionnen

Het is in januari 1918 voor de spionnen meer dan ooit zaak om de transporten over de Duitse spoorwegen te traceren. Typisch voor de groeiende achterdocht bij de inlichtingenofficieren is de nieuwsbrief van 8 januari 1918. Deze keer gaat het om een deserteur uit de Elzas, een soldaat van de 187e infanteriedivisie. Hij heeft in het station van Gent Oostenrijkse troepen en artillerie en ook Bulgaren gezien. Die vreemde troepen moesten daar van de trein met het oog op hun inzet aan het front in Vlaanderen.

Er wordt geschat dat er midden januari 1918 al vijftien divisies zijn bijgekomen aan het westelijke front. Ze zijn in uitstekende staat en goed bewapend. De divisies die vertrokken, zijn ofwel middelmatig van kwaliteit ofwel zwaar toegetakeld tijdens de recente Britse offensieven. De rapporten van de daarop volgende dagen wijzen evenwel uit dat de meeste nieuwe Duitse divisies naar het westen worden gevoerd via de Franse oost-west spoorlijnen die via Luxemburg, Thionville en Straatsburg lopen. Slechts drie van de negentien getraceerde divisies gebruikten het Belgische spoorwegnetwerk. Dat verschil is zo opvallend dat de Belgen zich afvragen of er soms ernstige problemen zijn op de spoorlijn via Visé naar Tongeren.

De Duitse legerleiding kiest er voor om de beste en jongste elementen uit de divisies in het oosten af te romen en ze als individuen naar het westen te sturen. Voor een groot deel van die mannen is een tijdelijk oponthoud voorzien in Leopoldsburg of een ander opleidingscentrum in Limburg. Het zijn deze soldaten die via de spoorlijnen door Luik en Visé naar het westen komen. Het aantal soldaten in opleiding in Limburg neemt daardoor fors toe. De aangroei is zo opvallend dat sommige spionnen in de streek het cijfer 150.000 laten vallen als ze willen aangeven hoe groot de Duitse militaire aanwezigheid in de kampen en op de oefenterreinen wel is.

de tekening hieronder is van de Duitse schilder Albert Leistner en is getiteld “Abfahrt ins Feld von Leipzig am Ostersonntag, 1916”

bron : Luc Vandeweyer, Koning Albert en zijn soldaten, Manteau

AlbrechtLestner_AbfahrtInsFeld