Frans toestel stort neer te Noordschote

dagboek van aalmoezenier De Wyels

dagboek van aalmoezenier De Wyels

Aalmoezenier Franco De Wyels (de latere abt van Affligem) kijkt van in zijn bergplaats, een schuur, toe op een luchtgevecht boven Noordschote (Lo-Reninge).

Rond 19 u vliegt een Engels of Frans toestel boven de Duitse linie, juist voor Noordschote. Het wordt hevig beschoten en geraakt. Dan daalt het in snelle vaart, al kronkelend terwijl Duitse kanonnen en geweren het onder vuur nemen.
Het toestel valt 300 meter zuidwaarts van Drie Grachten (Merkem), juist op de oostkant van het kanaal in de Duitse linies. De piloten worden gevangen genomen. Onze artillerie vuurt in die richting om de Duitsers die de machine zouden naderen, te treffen en zo mogelijk het toestel te vernietigen.
De Duitsers op hun beurt bestoken hevig de loopgraven van Noordschote. Terwijl we avondmalen onder het prieeltjes, moeten we achter een muur vluchten omdat boven ons shrapnels ontploffen.

bronnen :
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
De tekening hieronder, komt uit de stripreeks “Eedelweiss” van Yann & Hugault (Silvester Strips).
Dit fragment is genomen uit het dagboek van aalmoezenier De Wyels, uitgegeven bij Lannoo.Meer informatie daarover vind je terug op deze pagina.

Edelweiss01_01

Stéphany Dardenne offert zich op in de Dodengang

wat voorafging : in mei 1915 beginnen de Belgische soldaten schutterskuilen met elkaar te verbinden in de buurt van de petroleumtanks nabij Diksmuide. Die tanks zijn in handen van de Duitsers. En tijdens het graven blijken Belgen en Duitsers mekaar wel heel dicht genaderd te zijn. Meer details daarover lees je op deze pagina.

Stéphany Dardenne is afkomstig uit Pailhe, een dorpje een tiental kilometer ten zuiden van Hoei in de provincie Luik. Hij behoort tot de klasse 1914, maar die wordt pas in september opgeroepen. En dan is al een groot deel van België door de Duitsers bezet. Niettemin volgt Stéphany Dardenne de raad van de dorpspastoor op en hij meldt zich aan als oorlogsvrijwilliger. Op 10 januari 1915 verlaat hij Pailhe. Via Voeren bereikt hij Nederland. Op 19 januari neemt hij de boot naar Engeland. Enkele dagen later is hij in het opleidingskamp van Fécamp in Frankrijk. Vier maanden later, op 19 mei 1915 zit hij aan het Ijzerfront.

StephanyDardenne1915Amper negen dagen is Stéphany Dardenne aan het front of hij wordt naar de gevaarlijkste plek gestuurd : de Dodengang. Het noodlot bepaalt dat hij er is als de Duitsers in de nacht van 27 op 28 mei 1915 een inval doen.

In het boek van het 9e linieregiment staat de jonge vrijwilliger vermeld als een held : “Soldaat Stéphany Dardenne van de 2e compagnie werd dodelijk gewond op 27 mei in de dodengang. Op een gegeven ogenblik, gedurende het gevecht, zag hij hoe een Duitse soldaat adjudant Vander Gucht onder vuur wou nemen. Hij stortte zich voor zijn pelotonschef nadat hij deze had weggetrokken. De ruggengraat en de borst van Dardenne werden door een geweerkogel doorboord. Tegelijk werd hij getroffen door de splinters van een handgranaat die een tweede aanvaller wierp.”.

E.H. Guerry, aalmoezenier van het 9e linieregiment, staat Dardenne bij nadat hij pas in de Dodengang gewond raakte. Het duurt liefst drie uur voor de gewonde jongen geëvacueerd wordt. De aalmoezenier dient hem daar zelfs de laatste sacramenten toe.

Stéphany Dardenne zal nog een drietal dagen in het hospitaal Cabour in Adinkerke verblijven alvorens te sterven op 3 juni 1915. Op 15 juni 1915 krijgt hij postuum de onderscheiding “ridder in de orde van Leopold”. Pas een jaar later, in juni 1916 verneemt de familie Dardenne dat Stéphany gesneuveld is. Op 16 september 1936 krijgt één van de nieuwe gebouwen van het Klein Kasteeltje in Brussel de naam van Stéphany Dardenne. Hij is één van de eerste soldaten die in de Dodengang om het leven komen.

bron : Siegfried Debaeke, het drama van de dodengang, uitgeverij de klaproos

de eerste in de reeks van de moorden van Beernem

Henri d'Udekem d'Acoz

Henri d’Udekem d’Acoz

In Ruddervoorde wordt de eerste van zes moorden gepleegd die in de loop der jaren bekend zullen worden als “de moorden van Beernem”. Deze misdaden verdringen even het oorlogsnieuws.

Op 25 mei 1915 verdwijnt Henri D’Udekem D’Akoz uit zijn kasteel in Ruddervoorde. Op 2 september 1915 wordt zijn lijk gevonden in een bos. Enkele dagen voor de vondst van het lijk, verdwijnt jachtwachter Camiel Dierickx. Tot op vandaag is hij niet terug gevonden. De overige moorden uit het rijtje worden gepleegd in 1921, 1916, 1927 en 1944.

Een goede samenvatting van deze moorden is teug te vinden op deze webpagina : http://www.demorgen.be/expo/-zaak-saelens-heeft-alles-van-klassiek-misdaadverhaal-a1393166/

bronnen :

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://hetmoment.ryserhove.be/hetmomentzuid1.htm

mei 1915 – het ontstaan van de dodengang

Door de onderwaterzetting van de Ijzervlakte zijn de Duitsers teruggeslagen tot de westelijke oever van de Ijzer. Maar niet overal hebben de Duitsers hun posities op de oostelijke oever opgegeven. Bij de Brug van Tervate hebben de Duitsers voorposten ingericht waarvan de meest zuidelijke gelegen zijn bij de 2 petroleumtanks. Deze tanks zijn enkele jaren voor de oorlog gebouwd en liggen net ten zuiden van de Ijzer bij paal 15.3. Na de brand van 24 oktober 1914 bleef de ene tank overeind, terwijl de andere tank was van zijn grondvesten losgeschoten en stond schuin.

Petroleumtanks_Diksmuide1915

op 3 mei 1915 geeft generaal-majoor Jacquet , bevelhebber van de 3e legerdivisie, opdracht voor een aanval op deze petroleumtanks. In de nacht van 9 op 10 mei 1915 valt het 1e regiment Jagers aan. De aanval mislukt en ook de 2 daaropvolgende nachten mislukken de aanvallen. De stormloop op de Duitse posities is mislukt, maar de Belgen willen hun terreinwinst voor de petroleumtanks niet zomaar opgeven. In de nacht van 12 op 13 mei lossen soldaten van het 9e linieregiment de soldaten van het 1e Jagers af. De soldaten nemen 3 posities in : een peloton betrekt stellingen op 30 meter van de petroleumtanks, een 2e peloton houdt de wacht aan de Ijzerdijk en een derde peloton houdt zich schuil aan de in puin geschoten hoeve bij kilometerpaal 16.

General-majoor Jacquet geeft het bevel om een gang te graven vanaf kilometerpaal 16 naar de petroleumtanks toe. Naast het graven van de naderingsgang graven de soldaten ook loopgraven die de schutterskuilen, gegraven tijdens Ijzerslag in oktober 1914, met elkaar verbinden. Op 18 mei 1915 starten de graafwerken. Het delfwerk is toevertrouwd aan een onderofficier van de genie met 2 ploegen van 4 man. Terwijl de ene ploeg aan de slag is, rust de andere uit. Na een meter delfwerk lost men af. Per dag boekt een ploeg een vooruitgang van zo’n zes meter. In het begin is de boyau maar  70 cm diep. In 10 dagen tijd is men zo’n 350 meter ver gevorderd langs de Ijzeroever. En dan merken de Belgische soldaten tot hun ontsteltenis dat de Duitsers ook aan het graven zijn in de Ijzerdijk en gevaarlijk dichtbij zijn. De afstand tot de vijandelijke linies is tot enkele meters geslonken. Dit leidt in de nacht van 27 op 28 mei 1915 tot een pijnlijk treffen. Daarover volgt later nog een nieuw bericht op deze blog.

bron : Siegfried Debaeke, het drama van de dodengang, uitgeverij de klaproos

Henri Reyns wordt geëxecuteerd

HenriReynsIn Oostvleteren executeert het Belgische leger op 17 mei 1915 Henri Reyns uit Sinaai, 22 jaar oud. De krijgsraad veroordeelde hem omdat hij zich op 12 en 13 april “onthouden had een bevel uit te voeren, gevolgd door een afwezigheid van meer dan drie dagen”. Bovendien had hij bij zijn vrijwillige terugkeer niet meer alle onderdelen van zijn uitrusting kunnen tonen… Tot wijn verdediging voerde hij aan te hebben gehandeld uit een niet te beheersen angstgevoel. Koning Albert weigerde de man gratie te verlenen.

Tijdens de executie van Henri Reyns zou er ongenoegen zijn geweest in het vuurpeloton over de uitspraak van de krijgsraad en het weigeren van gratie, zodat de beangstigde man met een genadeschot – wellicht van een hogere in rang – afgemaakt werd.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

De eerste Achelaar sneuvelt aan het Ijzerfront

Petrus Verweyen

Petrus Verweyen

Op 6 mei 1915 sneuvelt Petrus Verweyen, 22 jaar oud, door een vijandelijk schot. Hij is de eerste inwoner van Achel die sneuvel aan het Ijzerfront. Wellicht was Petrus niet meteen de grootste geluksvogel, want in de voorafgaande weken en maanden raakte hij al meermaals gewond in gevechten met de vijand. Na zijn overlijden draagt de militaire overheid Petrus Verweyen voor om een postume onderscheiding te ontvangen voor moed en zelfopoffering.

Een goed overzicht van zijn soldatenleven staat te lezen op de website van noordlimburg1914-1918.be, hieronder vermeld. Samengevat : Petrus Verweyen maakte deel uit van het 11e linieregiment met kazerne in Hasselt. Verweyen is al onder de wapens van in het begin van de oorlog. Hij maakt de gevechten rond Luik mee. Tijdens de terugtrekking van het Belgische leger geraakt hij gewond in Willebroek. Hij wordt afgevoerd naar een hospitaal in Engeland. In december 1914 keert hij terug aan het front. Daar sneuvelt hij tijdens de 2e slag om Ieper nabij Oud-Stuyvekenskerke.

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, davidsfonds

http://www.noordlimburg1914-1918.be/index.php/mensen-en-feiten/feiten-1915/26-1915-eerste-achelse-geneuvelde-petrus-verweyen

De Duitsers veroveren het Polygoonbos

Op 3 mei 1915 moeten de Britten het Polygoonbos, ten zuiden van de dorpskern van Zonnebeke, aan de Duitsers laten. Niet zozeer de oppervlakte van het Polygoonbos, wel zijn ligging op een West-Vlaamse heuvelrug. Het bos combineert een degelijke beschutting met een prima uitzicht.

Het is niet voor het eerst of het laatst dat dit niet zo grote bos van bezetter wisselt. Britse troepen hielden het Polygoonbos bezet van oktober 1914 tot 3 mei 1915. Dan blijven de Duitsers er tot en met de zomer van 1917 en leggen er een kerkhof aan dat in 1955 ontruimd wordt. Australische troepen verdrijven de Duitse en leggen ook Polygon Wood cemetery aan. Nieuw-Zeelanders lossen hen af en zij moeten in februari 1918 het bos weer aan de gezamenlijke vijand laten. Op 28 september 1918 verwerft een Schotse divisie het veelvuldig verwoeste bos. Ditmaal definitief.

Toeristische tip : Het Polygoonbos is nu een leuke plek om te wandelen, voorzien van wandelpaden. Aan de rand is er niet alleen Polygon Wood Cemetery, maar ook Buttes New British Cemetery en het Memorial of the 5th Australian Division.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Polygoonbos_Terugtocht_mei1915

Britse heldenmoed nabij Ieper

John Lynn is een van de velen die recht hebben op een plaatsje in het grote heldenboek van deze oorlog. Helaas voor hen geen standbeelden : die zijn weggelegd voor koningen en generaals, die meestal ver achter het front vertoeven.

Op 2 mei 1915 hervat het Duitse leger zijn aanvallen in de buurt van Ieper, onder meer op de stellingen van het 2e bataljon van de Lancashire Fuseliers nabij Shell Trap Farm, in de buurt van het gehucht Wieltje in de Ieperse deelgemeente Sint-Jan.

De Duitsers trekken op achter een wolk van chloorgas die in de richting van de Britten drijft. Aan een van de Britse mitrailleurs staat John Lynn. Hij blijft vuren door de gaswolk omdat hij daarachter de vijand weet en heeft geen tijd om zijn gasmasker op te zetten. Wanneer de gaswolk zo dicht is dat het zicht nul wordt, klimt John op de borstwering van zijn schuilplaats om een beter overzicht te hebben. Zo slaagt hij erin de tegenstrever terug te dringen.

Eerst helpt hij nog zijn kameraden, maar dan valt hijzelf neer, zwaar aangetast door het chloorgas. In de loop van de volgende uren, op 3 mei 1915 sterft hij. Hij zal postuum het Victoria Cross krijgen.

Toeristische tip : Op Grootebeek British Cemetery (Vlamertingseweg, Reningelst) staat een gedenksteen ter nagedachtenis van John Lynn.

De oorlogskalender van het Davidsfonds vermeldt dat John Lynn geen standbeeld heeft. Dat klopt, maar de Britten zijn hun held niet vergeten. In “The War Illustrated” wordt er een tekening aan zijn actie gewijd. En John Lynn heeft een eigen wikipediapagina.

John Lynn in

John Lynn in “The War Illustrated”

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://en.wikipedia.org/wiki/John_Lynn

Lange Max gaat aan de slag in Klerken

De voorbije dagen loste Lange Max al wat proefschoten, maaar op 28 en 29 april 1915 gaat het reusachtige kanon echt aan de slag met de beschieting van Duinkerke, dat ongeveer 40 kilometer verderop ligt.

Deze versie van Lange Max staat bij de Steenstraat in Klerken en is ook bekend onder de naam Pommern-batterij. Het enorme kanon heeft een positie tussen enkele heuvels en is daardoor moeilijk waarneembaar voor de tegenstrever. Toch slagen de Fransen erin het kanon na veelvuldige beschietingen te beschadigen. In augustus 1915 zwijgt deze Lange Max voorgoed, maar op dat ogenblik zijn de Duitsers al enige tijd bezig een nieuwe Lange Max  te installeren op de Leugenboom in Koekelare. Volgens sommigen was de Koekelaarse Lange Max de ‘echte’, maar uiteindelijke is dat een volkse naam, geen officiële.

Het reusachtige kanon in Klerken had een loop die ruim 17 meter lang was en 77 ton woog. Het kon twee soorten granaten afvuren, respectievelijk 400 en 750 kilogram zwaar. Na een aantal schoten was de loop zwaar aangetast en moest die vervangen worden.

Opmerking : de oorlogskalender van het Davidsfonds vermeldt dat de Lange Max Diksmuide beschiet, dat ongeveer 40 kilometer verder ligt. Dit kan niet kloppen, gezien de afstand Klerken – Diksmuide slechts 7 km is. Volgende het artikel op wikipedia waren de Duitsers  in 1915 al bezig met de beschieting van Duinkerke. Alleen spreekt dit artikel van de Predikboombatterij en niet de Pommern-batterij.

Onderstaande foto geeft een goed idee van de grootte van de granaten en het bijbehorende kanon op de achtergrond.

LangeMax

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://nl.wikipedia.org/wiki/Lange_Max

Odon mag de 1e linie verlaten

Odon Van Pevenaege is samen met zijn wapenmakkers van de grenadiers betrokken bij de gevechten rond Steenstrate, na de eerste Duitse gasaanval nabij Ieper. Meer informatie over die gevechten waarbij Odon betrokken is, vind je terug op de pagina’s van 22-23 april en van 23-24 april.  op 24 april 1915 worden de grenadiers afgelost door het 3e linieregiment. Behalve het peloton van Odon want dat peloton vinden ze ’s avonds niet terug. Over zijn laatste dag in de eerste linie noteert Odon het volgende.

25 april 1915
De ochtend van zondag 25 april 1915 kwam er bevel van de majoor dat we mochten vertrekken. Op mijn horloge was het 7 uur. De adjudant zei dat we weg mochten, maar de plaats waar we zaten, was erg gevaarlijk. We zaten op amper 200 meter van de vijand. Velen zeiden :’Ik blijf zitten tot de avond valt.’. Het was gevaarlijk om weg te gaan en ik vond dat ook. Toch zag men er hier en daar een wegsluipen. Dat maakte op de anderen grote indruk. Een Antwerpenaar kwam bij mij en zei :’Zijt gij ook nog niet weg ?’. (…) We maakten ons klaar om te vertrekken. Er werd juist nog een zoeaaf getroffen door een kogel, vlak naast mij. Hij vroeg ons om hem naar een poste de secours te brengen. We zeiden dat hij maar met ons mee moest, we moesten er toch langs.

Odon_19150425Langzaam kropen we door de gracht. (…) Ik liep voorop en om het de vijand moeilijk te maken, liep ik zo hard ik kon. Toen ik zo’n 200 meter gelopen had, hoorde ik plots een schreeuw. Ik draaide me om en zag mijn makker Dens op de grond vallen. Ik liet de Fransman verder gaan naar de poste de secours, zo’n 220 meter verderop. De kreten van mijn vriend waren als een dolk in mijn hart. Ik ontdeed me van mijn ballast en kroop terug naar hem. Hij vroeg me meteen een dokter of een aalmoezenier te halen. Maar toen hij mij zag vertrekken, riep hij mij terug en zei :’Clairon, ge moogt mij niet verlaten !’. Het was wreed, maar ik kon die jongen op geen enkele manier helpen. Opeens begon hij te wenen en riep :’Clairon, ik ga sterven !’. Toen ik dat hoorde, kon ik mijn tranen niet meer bedwingen. (…) Intussen kroop er nog een karabinier tot bij ons. Ik vroeg hem om bij mijn kameraad te blijven zodat ik brancardiers kon gaan halen. Gebukt liep ik het veld oor. Toen ik aan het einde kwam, vond ik een peloton piotten van het 3e linieregiment. Ik vroeg drie mannen van goeie wil om met mij mee te gaan. Onmiddellijk kwamen ze mee en we droegen de gewonden in een zeil naar de poste de secours. (…) Mijn kameraad werd naast een dode gelegd, uit plaatsgebrek. Na hem te hebben aangemoedigd, zei ik de jongen vaarwel. Zijn laatste woorden waren :’Clairon, de complimenten aan al mijn makkers en tot weerziens in het andere leven.’. Een uur nadat ik weg was, blies hij in helse pijnen zijn laatste adem uit. (…)

Ik stapte verder naar Oostvleteren. De versterking van de Fransen was geweldig groot. Er waren zelfs Engelsen bij. Een Engelse officier liet me op een open auto zitten die naar Oostvleteren reed. Onderweg werd ik gefotografeerd. Het was rond de middag dat ik in deze gemeente aankwam. Ik was blij dat ik in mijn kantonnement eens goed kon uitrusten. Tegen de avond ging ik naar de kerk om God te bedanken.

bron :  Ivan Adriaenssens, Odon – oorlogsdagboek van een Ijzerfrontsoldaat, Lannoo