de dood slaat toe in de seinput

Korporaal Henry Fayerbrother is op 16 december 1917 bij Langemark net op weg om een breuk in de telefoonlijn te herstellen wanneer granaatsalvo’s eraan komen. Hij rent terug om te schuilen in de seinput,maar er is geen plaats meer omdat anderen er schuilen, onder meer artillerist John Walker. Fayerbrother moet tevreden zijn met een schuilplek achter een bunker. Hij beschrijft wat er gebeurt enkele seconden na een enorme explosie.

John Walker komt naar me toe, blindweg in de lucht tastend. Het onderste deel van zijn hoofd is weggeblazen. Ik leid hem naar onze schuilplaats en terwijl hij sterft, komen de vreselijkste geluiden uit zijn verbrijzelde keel.

Iedereen in de seinput is dood, nu ook John Walker. Hij wordt begraven in de buurt van de granaattrechters aan de kant van de weg. De manschappen die omkwamen in de seinput, rusten nu zij aan zij op Cement House Cemetery, Boezingestraat 148, Langemark.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Telefoon_Poelkapelle_19171010

 

de taalstrijd van Raoul Snoeck

Raoul Snoeck wordt in zijn compagnie gezien als een soort van talenwonder.

Ik ben een soort secretaris van een hoop brave jongens die in Frankrijk en in Groot-Brittannië oorlogsmeters bezitten, maar de taal van het land niet kennen. Ze vragen mij dan hun brieven op te stellen.

Gisteren deelde een soldaat me mee dat hij een oorlogsmeter gevonden had in Argentinië; waar halen ze het vandaan, mijn God. Mijn vriend neemt mij voor een man die alle talen kent : ik ken geen woord Spaans.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

ComoSeDice

Drika vindt de dood aan de draad

Dinsdag 14 juli 1914 is een heuglijke dag voor Maria Hendrika Vandebroek uit Neeroeteren. Ze trouwt met Hendrik Loos uit Meeuwen. Maar terwijl de twee in het huwelijksbootje stappen, stapelen de donderwolken boven de wereldpolitiek zich op. Drie weken later is België in oorlog. Voor Hendrik Loos, een rijkswachter in Heers, breekt een helse tijd aan. Enkele dagen na de Duitse inval bereiken de eerste vijandelijke cavaleriepatrouilles Zuid-Limburg. Loos belandt uiteindelijk in het neutrale Nederland. De oorlog is voor hem voorbij. Voor Hendrika “Drika” Vandebroek is de oorlog helemaal niet voorbij. Ze mist haar man maar kan hem amper bezoeken.Grenspassen worden maar sporadisch uitgereikt.

vanaf juni 1915 starten de werken aan de draadversperring aan de grens. Vanaf dan wordt het voor Drika haast onmogelijk om haar man te bezoeken. De vrouw wordt verscheurd door verlangen en wil drie jaar na haar trouwdag eindelijk haar huwelijk consumeren. Daarom besluit ze in augustus 1917 definitief te vluchten naar Nederland. Ze krijgt hulp van enkele grensbewoners die haar bij Kinrooi door de draad willen helpen, maar Hendrika wordt gearresteerd door alerte Duitse grenswachters.

Drie weken lang wordt ze opgesloten in de kazerne in Maaseik, waarna ze tot een half jaar cel wordt veroordeeld. Om onbekende redenen moet ze die straf niet helemaal uitzitten. Drie maanden na haar eerste vluchtpoging staat Drika opnieuw aan de elektrische draad, dit keer in Molenbeersel. Samen met haar hondje kruipt ze heel voorzichtig door een opening in de elektrische versperring. Het hondje is al aan de overkant maar wanneer Drika halverwege is, besluit het beestje plots terug te keren. De hond raakt de elektrische draad en via de leiband wordt ook Drika zelf geëlektrocuteerd. Ze is op slag dood. Het lijkt wordt door toegesnelde Duitsers in de tramstelplaats in Molenbeersel opgebaard. Daar kan haar familie Drika identificeren. “Ze zag zo blauw als een lei” noteert een kennis.

bronnen
oorlog in Limburg, bijlage bij HBvL
https://www.europeana.eu/portal/nl/record/2020601/contributions_13132.html

HendrikaVandebroek_1917

 

gevecht tegen de modder

Musketier Egon Keller vertelt over zijn belevenissen onderweg naar het front op 13 december 1917, ergens in de buurt van Westrozebeke.

Ik moet mij een weg banen tussen prikkeldraad en stukgeschoten bomen, de rugzak op de schouders, het geweer en de munitiekisten in de handen geklemd. Mijn uniform is zo beslijkt dat het dezelfde kleur heeft als de grond. Op 40 meter van onze stelling val ik plots in een bomput gevuld met slijk. Ik wil mij snel loswrikken, maar zink tot op borsthoogte in de modder. De compagnie heeft niets gezien of gehoord en is verder gemarcheerd in het pikdonker.

Bij het ochtendgloren ben ik door de koude zo verstijfd dat ik mijn benen niet meer voel. Twee koeriers vinden mij toevallig en willen mij uit de modder losmaken, maar dat lukt niet zomaar. Uiteindelijk kunnen ze mij met de lange steel van een schop uit mijn netelige positie bevrijden.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

redding-tegenstander

het hulpcomité staat klaar

Enkele dagen geleden kreeg het gemeentebestuur van Sint-Amands te horen dat er vluchtelingen op komst zijn en dat er gezorgd moet worden voor hun opvang. Hen onderbrengen in de gemeenteschool is de beste optie. Het gemeentebestuur laat de klaslokalen ontruimen, stro leggen om op te slapen, de kachels aansteken en voedsel inslaan.  

Op 5 december 1917 arriveren de vluchtelingen met de trein. Het zijn vooral kroostrijke arbeidersgezinnen. De dames van het hulpcomité ontvangen hen de eerste dag met warme soep en boterhammen. Ze blijven de vluchtelingen verzorgen tot ze op 11 december weer vertrekken. Bestemming onbekend. 

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds 

hulpcomité

slachtpartij bij maanlicht

Omwille van het uitzicht dat de Duitsers op een aantal plaatsen in Passendale hebben, kunnen aanvallen eigenlijk alleen maar ’s nachts uitgevoerd worden. 

Op 2 december 1917, om 1u55 sluipen de Britten de vijandige linies tot op 500 meter en vallen dan aan. Zodra hun silhouetten zichtbaar worden tegen de maanverlichte hemel, worden ze neergemaaid door een moordend kruisvuur. De manschappen verliezen de richting en proberen door elkaar heen voort te strompelen op de moerassige ondergrond. Er heerst absolute chaos. 

Bij het 2e bataljon van de King’s Own Yorkshire Light Infantry zijn er tientallen doden, 120 gewonden en veel vermisten. Onder de vermisten zijn ook de soldaten Albert Cooksey en David Connerty. Allebei hun namen komen voor op de panelen van Tyne Cot Cemetery. 

Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds 

De tekening hieronder komt van de FB pagina https://www.facebook.com/TheGreatWar191418

Passendale_19171202

de laatste koffie van Leutnant Brandt

De U-boot UC-63 loopt op 6 januari 1917 van stapel en komt drie maanden later aan in Zeebrugge. Tussen 25 april en 16 augustus 1917 doet de UC-63 26 schepen zinken. Daarna verplaatst de U-boot zich naar de Golf van Biskaje. Tussen 13 september en 1 november 1917 doet de U-boot nog eens tien schepen zinken. En dan komt het fatale moment…

Op 1 november 1917 bevindt de UC-63 zich aan de westelijke kant van de Dover Barrage. Na een reis met matige successen in het Kanaal is de duikboot op de terugreis. Rond 1 uur verzendt ze een radiobericht naar Brugge met haar locatie.  Nog geen kwartier later wordt UC-63 vlak onder de toren geraakt door een torpedo van de Engelse duikboot HMS E-52. U-Bootmatrosenmaat Fritz Marsal is de enige overlevende die door de E-52 opgepikt wordt. Marsal getuigt dat er een ontspannen sfeer was tijdens de terugtocht. Via Marsal kunnen de laatste momenten van de UC-63 gereconstrueerd worden.

Drie bemanningsleden stonden op de uitkijk op de toren, terwijl UC-63 vanuit de commandoruimte werd gestuurd. De eerste officier, Leutnant zur See Max Brandt, hield de wacht aan bakboord. Marsal hield de sector aan stuurboord en één matroos moest de achterkant in de gaten houden. Brandt wou koffie en vroeg de matroos om er te gaan halen in de kombuis. Ondertussen worden ze van onder de golven in de gaten gehouden door lieutenant Phillips, bevelhebber van de Britse duikboot E-52. UC-63 werd om 1u12 door de Britse uitkijken gezien op 1200 meter van hun bakboordzijde. Het verwonderde Phillips dat de Duitsers hen niet gezien hadden bij zo’n klare nacht. Maar aan boord van de UC-63 waren ze met hun gedachten elders. Brandt had de grote fout gemaakt om zijn sector niet in het oog te houden. Marsal keek naar bakboord en zag een opgedoken duikboot die zijn boegtorpedobuizen op hen aan het richten was. Hij riep naar Brandt die onmiddellijk het bevel gaf om het roer hard naar stuurboord te brengen. HMS E-52 heeft ondertussen twee torpedo’s afgevuurd op een afstand van 200 meter.

Marsal werd tegen iets hards gegooid en even later bevond hij zich in het water. Brandt lag ook in het water poogde wanhopig boven te blijven. Hij was aan het verdrinken omdat zijn zware kledij en laarzen hem onder water sleurden. Marsal is de enige overlevende van een bemanning van 26.

In de foto hieronder is Leutnant Brandt de matroos die een helm draagt.

bron : Tomas Termote, oorlog onder water – Unterseeboots Flottille Flandern, Davidsfonds

UC-63_LeutnantBrandt

 

gevechten rond kasteel Polderhoek

Nieuw-Zeelandse troepen veroveren op 30 november 1917 een strook grond tegenover kasteel Polderhoek. De toestand van de bodem is onbeschrijflijk : slijk, water, granaattrechters, puin, doden en gewonden… Om de gewonden toch ietwat meer zorg en comfort te bieden wordt een van de betere bunkers gebruikt als medische post.

Voordien gebruikten de Duitsers deze bunker als hoofdkwartier en ze zijn niet op de hoogte van de omschakeling tot medische post. Ze beschieten die dan ook als ieder ander militair doelwit. De bunker stort in, waardoor de volledige medische staf en een aantal gewonden het leven laten.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Polderhoek_1917_01

Jean Taymans sneuvelt

Adjudant Jean Taymans sneuvelt op 28 november 1917 tijdens een poging om de verloren gegane Epernon-bunker in Merkem te heroveren op de Duitsers. Op het ogenblik dat de adjudant bij de bunker is, blaast de vijand die op. Zijn lichaam wordt niet meer teruggevonden. 

Op de herdenkingsmis die enige tijd later opgedragen wordt in Oostvleteren, zijn ook de drie broers van Jean Taymans aanwezig. Het is voor het laatst dat ze elkaar zien, want slechts één onder hen zal de oorlog oberleven. Later schenkt de familie Taymans aan deze kerk een glasraam met de beeltenis van de drie broers, maar bij een brand in 1977 wordt zowel de kerk als het glasraam vernietigd. 

Toeristische tip : in een weide achter de hoeve op Kloosterstraat 1 te Merkem staan de restanten van de Duitse bunker waar Jean Taymans sneuvelde met daarop een gedenkplaat. 

bronnen
oorlogskalender 2014-2018,Davidsfonds
http://1914-18.be/2016/02/06/adjudant-taymans-19eme-de-ligne-5e-compagnie-tombe-sur-lepernon-le-28-nov-1917/

jean-taymans-1917

 

Na de aanvallen op de Minoterie

De Minoterie is de naam die gegeven is aan de bloemmolens van Diksmuide. Deze gebouwen zijn bezet door de Duitsers die ze hebben omgebouwd tot een versterkte vesting vlakbij de Belgische linies. Joris Lannoo beschikt over gedetailleerde kaarten die de Duitse posities haarfijn weergeven. Het is de bedoeling om hier een doorbraak te forceren.

Een eerste aanval op de Minoterie gebeurt op 29 september 1917. Op 13 oktober 1917 volgt een tweede poging in zeer slechte weersomstandigheden. De 5e compagnie van Joris Lannoo van het 16e linieregiment speelt hierbij een cruciale rol. Jeroom Leuridan, van het 23e linieregiment, is iets naar links gelegerd, in de richting van de beruchte petroleumtanks, en vermeldt de aanvallen van het 16e linieregiment tussen 13 en 27 oktober :

Gans de nacht hebben de grootste stukken gedonderd en het 16e heeft een raid uitgevoerd Diksmuidewaarts. De Engelse vlammenwerpers lieten hun plutonische pompierswerk verrichten. Enkele verbrande, vergruwde stumperds van Duitse zijde zijn in hun handen gevallen.

Bij een derde poging op 21 oktober 1917 bereikt opnieuw een groepje soldaten de Duitse linies maar ze sneuvelen zo goed als allemaal bij een hevige tegenaanval. Ondanks de mislukte pogingen blijft het Belgische leger inbeuken op de Minoterie. Voor het einde van de maand roept de staf de hulp,in van een speciale Britse brigade dienuitgerust is met gasflessen. Dan is het de beurt aan het 5e linieregiment om het voortouw te nemen. Met bootjes zetten ze soldaten over de Ijzer. Die bestoken de ruïne langs de oostzijde. Een aantal soldaten geraakt tot boven op de Minoterie, maar moet dan onverrichterzake terugkeren. In totaal voeren de Belgische soldaten vijf raids uit op de gedetoneerde vesting.

Min de 2e helft van november 1917 mogen de soldaten vangnet 16e linieregiment , en dus ook de mannen van de 5e compagnie van Joris Lannoo, zich terugtrekken. Ze zijn oververmoeid en uitgeblust, en krijgen een lichtere opdracht in de 2e linie in de sector Pervijze.

8DE402CC-A621-4595-BD7A-E8F3905A8C66