Strijd zonder kwartier te Nieuwpoort

Dokter Lievens noteert op 12 maart 1918 het volgende in zijn dagboek.

Volgens een Duitse krijgsgevangene is om 4 uur een aanval op Nieuwpoort gepland. Onmiddellijk krijgt mijn divisie het bevel om de Duitsers te verschalken en om 3 uur vertrekken onze mannen na een hevig voorbereidingsvuur op de vijandelijke lijnen. Die zitten vol Duitsers die zich klaarmaken voor hun geplande aanval. Orders waren gegeven om geen krijgsgevangenen te maken.

Een onmenselijk gehuil stijft uit de Duitse lijnen op en een ijselijke slachting vangt aan, die maar ophoudt als de laatste Duitser gesneuveld is. Meer dan driehonderd vijandelijke lijken bedekken de grond, maar onze verliezen zijn zwaar : 33 doden en 69 gewonden.

De tekening hieronder komt uit een stripalbum van Jacques Tardi.

bron : André Gysel, dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo

Tardi_19180312

Raoul Snoeck in de dodengang

Raoul Snoeck noteert het volgende in zijn dagboek :

6 maart 1918 : Buitengewoon weer, echte maartse buien : sneeuw, zon en regen. Als het sneeuwt, is het zo koud dat je een pelsmantel kunt verdragen. Schijnt de zon, dan hebben we de neiging onze jas uit te trekken. Maar we moeten oppassen om geen kou te vatten. Alles is kalm en rustig. Het lijkt wel alsof iedereen vermoeid is na de voorbije moordpartijen. Af en toe schudt een kanonschot met oorverdovend gerommel onze stellingen dooreen.

8 maart 1918 : Mijn mannen en ik opteren voor de bezetting van de dodengang. We hebben die van in het begin zo genoemd omdat hij het dichtst bij de vijand ligt en er bijna altijd doden of gewonden vallen. Het uiteinde van onze loopgraaf ligt slechts op een vijftiental meter van de Duitse. Met de verrekijker kunnen we heel goed de bewegingen van de vijand volgen. Daar beleven we nog wat actie en voelen we ons vrijer en onafhankelijker. Geloof maar niet dat we stil praten in dat bolwerk, zelfs al waakt de vijand recht tegenover ons. Waarom zouden we ? De moffen weten dat die loopgraaf nooit leeg is. Doorheen de gangen weerklinkt soms luid gelach en gezang, onze enige toegeving aan het noodlot.

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju & zoon

Dodengang01

Luchtaanval vanuit Scheldewindeke

Vanaf het vliegveld van Scheldewindeke (Oosterzele) vertrekken op 7 maart 1918 de eerste zes Duitse vliegtuigen voor een bombardementsvlucht naar Londen. Van die zes bereiken er drie hun doel.

De zware bommenwerpers van het type Staaken IV zijn pas de dag voordien geland in Scheldewindeke. Daar moest immers eerst de duizend meter lange betonnen start- en landingsbaan aangelegd worden die nodig is voor deze vliegtuigen. Een met bommen belanden Staaken IV weegt immers tot 13 ton.

Rond deze tijd verhuizen ook de bommenwerperseskadrons die voordien hun vaste plek hadden op het vliegveld van Gontrode (Melle).

Voor wie een kijkje wil gaan nemen : het vliegveld lag langs de Lange Munte tussen wegjes met namen als Keerken en Munckbosstraat.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Scheldewindeke_1918

Gevechten aan de Reigersvliet

De gevechten om de Reigersvliet spelen zich af in twee episodes : de eerste op 6 maart, de tweede op 18 maart 1918. Tijdens de hevige gevechten verliezen sommige Belgische eenheden tot twee derde van de manschappen die ze inzetten. Omwille van het uiterst moedige gedrag van de eenheden mogen ze de naam Reigersvliet toevoegen aan hun standaard (vlag).

De Reigersvliet is een gracht, 1 meter diep en maximaal 2 meter breed, die in Stuivekenskerke (Diksmuide) in de Beverdijk vloeit. Achter de Reigersvliet zijn er twee grote en een aantal kleinere loopgraven die samen een bruggenhoofd vormen.

In Oud-Stuivekenskerke, de oorspronkelijke dorpskern van Stuivekenskerke, staan naast een gedenkkapel ook nog twee grote gedenkzuilen die herinneren aan de heldhaftige strijd die hier geleverd werd.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Reigersvliet_1918

zeppelin in Hakendover

In de nacht van 4 op 5 maart 1918 stort een zeppelin neer in de weilanden van de Kruisbeemd in Hakendover. Volgens getuigen in de krant Les Nouvelles vloog het luchtschip, komende uit de richting Brussel, reeds geruime tijd op zeer lage hoogte en veroorzaakte het motorgedruis een bevende sensatie.

De stuurloos zwevende zeppelin heeft zijn bommenlast al uitgegooid zodat die niet kan ontploffen bij het neerstorten. De bemanning bestaat uit veertig personen van wie ruim de helft de crash niet overleefd zou hebben.

Duitse wachtposten zijn snel ter plaatse om de grote menigte nieuwsgierigen op enige afstand te houden.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Zeppelin_191803

Edmond Thieffry krijgsgevangen

Boven hun eigen linies schieten de Duitsers op 25 februari 1918 één van de niet zo talrijke Belgische luchtazen Edmond Thieffry neer. De vijand neemt hem krijgsgevangen. Tot driemaal toe probeert hij te ontsnappen, maar tevergeefs. Hij moet wachten tot na de wapenstilstand om huiswaarts te keren.

Edmond Thieffry is niet meteen voorbestemd om een luchtheld te worden. Bij het begin van de oorlog is hij nog stafattaché bij generaal Gérard Leman in het fort van Loncin. Dan wordt hij een eerste maal gevangen genomen door de Duitsers. Hij ontsnapt en bereikt via Nederland het Belgische leger, toen nog in Antwerpen. In de loop van 1915 krijgt hij de toelating om voor een pilotenbrevet te gaan.

ALs piloot behaalt hij tien overwinningen en wordt zo betiteld als “aas”. In 1925 maakt hij als piloot de eerste verbindingsvlucht naar Belgisch Congo voor Sabena waarvan hij een van de medeoprichters is.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Edmond-Thieffry-1892-1929-Oorlogsheld-en-luchtvaartpionier

 

koolraap op het menu in Brugge

Naarmate de oorlog langer duurt, wordt het voedseltekort nijpender. Men gaat op zoek naar vervangingsproducten : plantaardige olie in plaats van spek of smout, mosselen ter vervanging van vis.

De Brugse Stadsbode lanceert op 23 februari 1918 een campagne om koolraap aan te planten als alternatief voor aardappelen. Het eerste argument was niet meteen het beste :”Voor melkdieren vooral is koolraap een zeer gezocht voedsel.”. Voor de menselijke consument volgt dan een recept :”Voor lekkerbekken in oorlogstijd worden koolrapen opgediend met witte saus, zoals schorseneren en bloemkool.”. De auteur van het artilel vergat wel te melden dat er geen kaas voorhanden was voor die saus.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Koolraap

 

 

Minoterie zwaar onder vuur

Het 23e linieregiment, waartoe ook Martinus Evers behoort, is sinds de kerstperiode in de buurt van Diksmuide gelegerd. Meer details daarover lees je in dit bericht. In het dagboek van François Janssen eveneens van het 23e linieregiment, lezen we dat de soldaten van het 23e getuige zijn van een zwaar bombardement op de Duitse linies rondom de Minoterie in Diksmuide.

Op zekere dag kwam het bevel toe dat we tot op 300 meter de oever van de Ijzer moesten
ontruimen, dus vanaf de Minoterie tot achter de Ferme brûlée. Dan nog verder achteruit omdat er iets buitengewoons ging gebeuren en het was te voorzien dat de Duitsers geweldig zouden tegenbombarderen. Alles trok achteruit met al onze prullen en Jeannin vroeg me : “Zouden wij beiden hier blijven, er komen wat wil ?”. Hij wist ook niet wat er ging gebeuren doch hij wilde de laatste man zijn om te evacueren en de eerste man om eventueel in te grijpen.
We bleven in de tweede lijn waar een betonnen schuilkelder stond. Hier zullen we ons plat opleggen en we zullen met onze verrekiJker alles gade slaan. Eensklaps begon al ons geschut hevig te bombarderen alsook de Engelsen uit Kouseboom
 en de Fransen met hun geschut van 380 mm uit Oostkerke met daarbij de geblindeerde trein uit Avekapelle. Was me dat een lawaai alsof hemel en aarde zouden vergaan ! De eerste Franse obussen van 380 mm vielen vlak voor ons in de dijk van de Ijzer, dus in onze voorlijn. Andere volgden doch troffen doel in de Duitse lijnen : zakken, beton, planken, Duitsers, waterzuilen, dat alles ging als bij een wervelstorm meters hoog de lucht in.

Wij hielden ons sterk. Dan begonnen de Duitsers te antwoorden en ook onze voorlijn verdween gedeeltelijk, doch niets kwam tot bij ons of rond onze bunker. Toen gingen mijn gedachten naar Rekem. Konden mijn ouders dat eens zien, dit gedoe in ogenschouw nemen, dan konden zij ook eens oordelen over wat oorlog is en wat een verníeling er wordt veroorzaakt.

Na enkele uren was alles doodstil net als na een hevig onweer. “Kom,” zei Jeannin, “we  gaan hier niet blijven liggen doch trekken maar eens op verkenning. En door stukgeschoten loopgraven trachtten wij onze voorlijn te bereiken. Daar waar we vroeger ons hoofd niet durfden laten zien, waar we tot het kleinste plekje kenden, was alles vreemd en doorwoeld. Van onze Rodekruispost vonden we niets meer weer. Al de Duitse bunkers in de oostoever van de Ijzer waren stuk of scheef, sommige waren zelfs omgedraaid zodat de bewoners ervan de hardste dood gevonden hadden. Niets bleef meer over van de Duitse voorlinie; enkel de onverwoestbare Minoterie bleef nog overeind.

De tekening hieronder komt uit een stripverhaal van Jacques Tardi, De Grote Slachting.

bron : François Janssen, belevenissen aan het Ijzerfront

Tardi_GroteSlachting_p68

 

 

Belgische klokken opgeëist

Op tal van plaatsen willen de Duitsers rond 20 februari 1918 beslag leggen op klokken en orgelpijpen, interessante materialen om te verwerken tot oorlogstuig. De geestelijken, met op kop kardinaal Mercier, protesteren hevig. Hem was trouwens gevraagd een lijst van alle klokken en orgels over te maken aan de bezetter.

Uiteindelijk kunnen Belgische geestelijken via de Duitse kardinalen een beroep doen op de Duitse keizer, die de opdracht geeft deze maatregel in te trekken.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Hamburg-Glockenlager-im-Freihafen

 

een bravourestukje van Willy Coppens

Willy Coppens, de grootste Belgische militaire vliegenier, maakt op 18 februari 1918 een rondvlucht over zijn ouderlijk huis in Brussel. Hij groet zijn familie door met zijn vleugels te schudden. De buren juichen hem toe.

Dit bravourestukje is natuurlijk niet de voornaamste oorlogsdaad van de befaamde vliegenier. Bij het begin van de oorlog wordt hem de toegang ontzegd tot de Compagnie des Aviateurs. Hij haalt dan maar op eigen kracht een vliegbrevet en raakt ook waar hij zijn wil : bij het eerste smaldeel. De blauwe kleur van zijn HD1 levert hem de bijnaam Blauwe Duivel op.

Het neerhalen van Duitse observatieballons wordt zijn specialiteit. Hij schrijft er zelfs 34 op zijn conto. Zijn laatste ballon treft hij op 14 oktober 1918. Zwaar vijandelijk vuur verbrijzelt zijn linkerbeen. Hij slaagt erin te landen achter het front, waar zijn been geamputeerd wordt.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

WillyCoppens_1918