dodendans aan het Ijzerfront

Op 29 augustus 1918 noteert Raoul Snoeck het volgende in zijn dagboek :

Wat ik de laatste dagen meemaakte, overtreft alles in wreedheid van wat ik tot nog toe heb ervaren. Toen de oorlog begon, waren we mensen, stilaan werden we soldaten, maar de Duitsers hebben van ons moordenaars gemaakt. Oorlog is geen pretje. Onze jongens zijn ten aanval gestormd met bijlen van de Genie. Van de Duitsers die ze meebrachten, bleef slechts gehakt over : rompen, armen en benen. Ze stonden in bewondering voor een vormloze massa mensenvlees. Ze grimlachten want ze hadden zich gewroken.

Nooit zal mijn pen kunnen beschrijven welke ijselijke verschrikkingen ik gezien heb. Wie niet aan deze homerische worsteling deelnam, kan zich geen idee vormen van de waarheid. De oorlog is afschuwelijk. Waarom zou men de oorlog menselijker maken ? Wie hem te wreed vindt, moet hem afschaffen. De vijand voert oorlog op een verfoeilijke manier, wij betalen hem met gelijke munt terug.

Sinds verscheidene weken en maanden moorden we zonder ophouden. Ik heb hopen levenloze onherkenbaren wezens gezien. Enkele uren voordien waren dat nog levenden de konden nadenken en beminnen. In deze wrede oorlog heb ik afgrijselijke dingen meegemaakt.

bron : Raoul Snoeck, In de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck – Ducaju & Zoon

De tekening hieronder is van de Duitse kunstenaar Otto Dix die zelf ook aan het front gevochten heeft. De titel is “Totentanz”.

OttoDix_Totentanz

 

Rode terreur in Rusland

Officieel gaat de Rode terreur op 5 september 1918 van start doordat de Cheka (de dienst voor staatsveiligheid van de bolsjewieken) een decreet daaromtrent uitvaardigt. Deze Rode terreur is een grootschalige actie om contrarevolutionairen uit te schakelen, in theorie iedereen die hoorde tot de leidende klasse onder het vorige bewind.

Deze grootschalige repressie betekent ook een soort van weerwraak omwille van de mislukte moordaanslag op Lenin op 30 augustus 1918. Herstellend van de aanslag geeft hij de opdracht om “in het geheim en dringend voorbereidingen te treffen voor terreur”.

De Rode terreur neemt allerlei vormen aan : executies, afschuwelijke martelingen, slachtpartijen, moorden, goelags… Schattingen van het aantal slachtoffers lopen uiteen van vele tienduizenden tot een miljoen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

De schilderij hieronder is van Ivan Vladimirov, getiteld “in de kelders van de Cheka”.

IvanVladimirov_InTheBasementOfTheCheka

 

Belgische aanval op Ramskapelle

Ook het Belgisch leger publiceert regelmatig mededelingen. Het Wekelijksch Legerbericht van 3 september 1918 dekt de periode 24-30 augustus 1918.

Tijdens de nacht van 22 op 23 augustus liet een aanval ten oosten van Ramskapelle ons toe gevangenen te nemen. In de nacht van 26 op 27 augustus vielen onze troepen aan op een front 3 kilometer ten noorden en ten zuiden van de spoorweg van Langemark en drongen in de vijandelijke stelling. Niettegenstaande de hardnekkige weerstand en een tegenaanval van de vijand werden al onze objectieven bereikt en behouden. Wij brachten de vijand hevige verliezen toe en brachten 90 weerbare gevangenen terug, machinegeweren, bommenwerpers en materiaal. Enkele vijandelijke pogingen rond Langemark, Weidendrift en Klippe werden gestuit.

Gewone artilleriebedrijvigheid op heel het front, vooral in de streek van Nieuwpoort. Bommengevecht rond Diksmuide.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

BelgischeSoldaten_1918

griep op zee

Het Nieuw-Zeelandse troepenschip Tahiti is onderweg naar Europa wanneer de Spaanse griep toeslaat. Een van de soldaten aan boord die de ziekte overleeft, houdt een dagboek bij. Op 2 september 1918 is het schip bijna twee maanden onderweg.

Een mooie dag, de zee spiegelt als glas. Er treedt somberheid in wanneer ons verteld wordt dat er weer drie doden zijn. Om 11 u worden vier mensen begraven. De kolonel verzorgde de uitvaartdienst die erg ontroerend was. In de namiddag zijn er weer twee begrafenissen en er is ondertussen nog iemand overleden. Ook op de andere schepen van de vloot was men bezig met begrafenissen.

Een van de doden is de klarinettist van de muziekband op ons schip : wat een muzikant was hij ! Het vreemde aan de ziekte is dat grote sterke mannen er het ergst aan toe zijn, terwijl zij ook als eersten sterven.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Burial_At_Sea_1918

 

gevechten in Heuvelland

In de loop van de nacht van 1 september 1918 herovert de Britse 30e Divisie Nieuwkerke (Heuvelland). Vooral twee regimenten leveren fel slag om de heuvelrug in te nemen waar de Duitsers zich verdedigen : het 7/8 Batallion Royal Inniskilling Fuseliers en het 2nd Batallion South Lancashire Regiment.

Na een eerste aanval trekken de Britten zich even terug terwijl de officieren in een granaatput overleggen over de te volgen strategie. Bij de volgende aanval valt Nieuwkerke in Britse handen en wordt versterkt waar nodig. Op 2 september wacht de volgende stap : de herovering van Wulvergem.

Onderstaande foto toont Duitse krijgsgevangenen temidden van Britse soldaten op de Kemmelberg, een van de hoogste punten van Heuvelland.

Britten_Kemmelberg_September1918

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

 

dood van Joe English

dood van Joe English

In het legerhospitaal van Vinkem overlijdt op 31 augustus 1918 de veelzijdige Vlaamse kunstenaar Joe English, wellicht aan de gevolgen van een slecht verzorgde blindedarmonsteking. Bij zijn graf in Steenkerke vindt in 1920 de eerste Ijzerbedevaart plaats. Tien jaar later wordt hij bijgezet in de crypte van de Ijzertoren.

Joe English, zoon van een Ierse vader en een Vlaamse moeder, groeit op in Brugge. Bij het uitbreken van de oorlog wordt hij gemobiliseerd in Veurne, waar hij dienst doet als bibliothecaris in de Vlaamse soldatenbibliotheek, ontwerpt hij de typische heldenhuldezerkjes voor Vlaamse gesneuvelden.

Joe English self portrait

Joe English – zelfportret

 

Tweedaagse overwinning voor kapitein Newnham

MauriceNewnham_1918Twee dagen na elkaar een vijandelijk toestel neerhalen, kapitein Maurice Ashdown Newnham speelt het klaar, op 30 augustus en op zijn verjaardag 31 augustus 1918.

Op 30 augustus 1918 schiet de Britse kapitein boven Snellegem een Duitse Fokker neer en daags erna haalt hij boven Varsenare een identiek vliegtuig neer, zijn zevende en achtste overwinning. In totaal wint Maurice Ashdown Newnham achttien luchtoverwinningen. Opmerkelijk is dat hij deze reeks overwinningen neerzette in een periode van een half jaar.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

 

korporaal Janssen zwaargewond afgevoerd

François Janssen, korporaal bij het 23e linieregiment, geraakt zwaar gewond op 23-8-1918 tijdens een bombardement. Hij noteert het als volgt in zijn dagboek :

Bij het vallen van de avond toen de voorraad uitgedeeld werd brak er weerom
een hevig Duits bombardement op onze vestingen los. Van rond en uit het
bos van Houthulst bromden de obussen van 105 en 110 aanhoudend : de lucht
sidderde en de luchtverplaatsing was geweldig.
Juist aan een kleine gracht kropen we er in, gehurkt tegen elkaar. Ik aan
de rechterkant diende als deur. Opeens kwam er een kanjer vlak op ons af
en ontplofte op ongeveer 5 meter van ons. Een gekraak, een rookwolk, een regen
van scherven. Dit was helemaal geen verrassing want wij voelden dat
dit de onze was. Vluchten gaat in zulke momenten niet al konden wij gemakkelijk de situatie raden.
Een zwaar stuk van de ontplofte obus vloog tegen mijn schouder. Dit stuk
drong er niet door gezien het al te groot was doch de schok gaf me de indruk
dat mijn arm afgerukt was, Daar mocht ik niet onmiddellijk over reppen
om geen paniek onder de mannen te zaaien. Zo bleven wij ineengedrongen
zonder spreken, vol schrik voor een volgende zending. Ondanks alles bibberde
ik niet zoals bij het geschut op de loerpost voor het kasteel van Vicogne
in de sector Pervijze.
Ik kreeg verschrikkelijk veel pijn en gelukkig veranderde het geschut van
richting”. “Is er iemand door de scherven geraakt ?” vroeg ik. “Neen” klonk het antwoord
“Ik wel,” ging ik verder, “ik geloof dat mijn arm kapot is. Toen kwamen mijn makkers dichterbij, ontdeden mij van mijn gordel, mantel en vest. Mijn arm bewoog, deed zeer veel pijn, hing ietwat slap als een flard doch was niet af er was zelf geen bloed te bespeuren.
Dan wou ik me oprichten om terug te gaan naar onze Rode-Kruispost. De mannen zouden deze droevige tocht wel meemaken. Doch door de hevige schok en de luchtverplaatsing wist ik helemaal niet dat ik ook aan het rechterbeen gekwetst was.  Een obusscherf had mijn knie verbrijzeld; een stuk was door mijn broekspijp gevlogen en uit de wonde spatte bloed. Mijn rechterbroekspijp werd van boven tot onder in flarden gescheurd en met dit noodverband werd mijn wonde verbonden. Dan droegen de mannen mij voorzichtig achteruit terwijl een paar andere zich over mijn uitrusting ontfermden. Ook moet ik deze makkers die mij geholpen hebben, zeer dankbaar blijven en ik mag bekennen door ondervinding, dat het niet gemakkelijk is een gekwetste aan arm of been
weg te slepen zonder draagbaar of ander vervoermiddel, Aan de schuilkelder van onze brancardiers werd ik zachtjes op een berrie gelegd om verder naar een hulppost gedragen te worden.
bron : François Janssen, belevenissen aan het Ijzerfront

BelgischeBrancardier_1918

Hooge Crater wordt Brits

Tijdens het geallieerde eindoffensief veroveren de geallieerden op 28 augustus 1918 definitief de omgeving van Hooge Crater Cemetery in Zillebeke. Omwille van zijn hoogte en de strategische ligging is de heuvel een fel bevochten plek.

Het aantal malen dat deze locatie tijdens de oorlog van kamp wisselt, is nog bij te houden mits enige inspanning. Het aantal militairen van beide kampen dat hier sneuvelde, is niet te schatten. De bijna zesduizend geallieerde oorlogsslachtoffers op deze begraafplaats geven al een indicatie. Dat bijna zestig procent van hen niet geïdentificeerd is, wijst onmiskenbaar op de felheid van de gevechten.

Op Hooge Crater Cemetery rusten behalve ruim 5000 Britse doden ook 513 Australiërs, 121 Nieuw-Zeelanders en 106 Canadezen.

Het schilderij hieronder is van George Butler en is getiteld “Menin Road from Hooge Crater”.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

george-butler-MeninRoadFromHoogeCrater

spion ontsnapt via Maaseik

De Belgische spion Louis Nuytiens, die kon ontsnappen aan Duitse aanhouding, besluit op 27 augustus 1918  in Maaseik de grens over te steken naar Nederland om zich via een of andere omweg aan te sluiten bij het Belgische leger.

In Maaseik vind ik een smokkelaar om de grens over te steken, maar aan den draad komen de Duitsers tevoorschijn. Ze beschieten ons en mijn kameraad valt neer, of hij dood is of niet, dat weet ik niet.

Ik ben getroffen in mijn hand, tegen de pols en aan twee vingers. Mijn verwondigen laat ik dezelfde nacht nog verbinden bij een landbouwer. Mijn hand is nu geforceerd en vertoont een groot litteken.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Dodendraad06_passeursraam