Portugal in oorlog met Duitsland

Nadat Portugal aan Duitsland twee weken geleden de toegang tot zijn havens ontzegde, verklaart Duitsland de jonge republiek (gesticht in 1910) de oorlog op 9 maart 1916.

Duitsland en Portugal bevechten elkaar op zee (80 Portugese schepen gezonken) in Europa (Portugezen strijden mee met Fransen en Britten) en in de kolonies. In meerdere Portugese kolonies port Duitsland de onrust aan om te beletten dat Portugal koloniale of eigen troepen naar het front zendt.

Portugese troepen vechten onder meer in Frans-Vlaanderen, bij de verdediging van het oorlogsfront tussen de Leie en het kanaal La Bassée en in het gebied tussen Festubert en Laventie. Tijdens de hele oorlog sneuvelen er meer dan 8000 Portugese soldaten. Territoriaal gezien krijgt Portugal een kleine toevoeging : de havenstad Kionga, in Duits Oost-Afrika, wordt bij Mozambique gevoegd.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

portugal_na_guerra

de slag bij Dujaila

EdwardOpotikiMousleyEdward Mousley is een Nieuw-Zeelander, en luitenant bij de Britse artillerie. Hij is eerst in Brits-Indië gestationeerd vooraleer hij wordt toegevoegd aan de Britse troepenmacht die in Mesopotamië (Irak) naar Bagdad wil oprukken. De Britten worden echter voor Bagdad nabij Ctesiphon tegengehouden en zien zich genoodzaakt om terug te trekken. om niet van hun bevoorradingslijnen te worden afgesneden. Maar op de terugweg wordt dit Britse expeditieleger omsingeld in Kut-el-Amara. Daar zit Mousley sinds december 1915 met de rest van dit leger gevangen. Een ander Brits leger is op weg om hen uit hun omsingeling te bevrijden.

Op 8 maart 1916 wordt Mousley wakker van schoten in de buurt. Hij kijkt naar buiten. De ochtend breekt aan. Eerst denkt hij dat het de eigen artillerie in Kut-el-Amara is. Daarna denkt hij dat het de Ottomaanse artillerie is die het Britse ontzettingsleger bombardeert, het leger dat zich volgens de laatste rapporten op een kleine dertig kilometer afstand bevindt, aan de noordzijde van de Tigris. Toch klimt hij op het dak en begint te speuren. Dan ziet hij flitsen in de verte. het zijn de stukken van het ontzettingsleger die de Ottomaanse linies bij Dujaila bestoken, aan de zuidzijde van de rivier. Dat is maar twaalf, dertien kilometer verderop. Het ontzettingsleger is de rivier blijkbaar stiekem overgestoken en is na een mars in het donker begonnen aan een doorbraakpoging.

De opwinding onder de ingeslotenen is enorm. Als het daglicht sterker wordt, kunnen ze zien hoe Ottomaanse eenheden in ijltempo naar het bedreigde punt marcheren. Mousley weet dat er plannen zijn om het ontzettingsleger te ondersteunen door een uitval te doen, of naar het noorden, of naar het zuiden, afhankelijk van de kant van de rivier waarlangs het zou komen. Hij hoort echter geen orders om de plannen ook uit te voeren. Rond negen uur ziet hij lange rijen hoofden die zich door de Ottomaanse loopgraven bewegen, allemaal naar het zuidoosten. Ondertussen wordt het bulderen heviger, terwijl Ottomaanse eenheden naar Dujaila blijven stromen.

Dan wordt het volkomen stil. Aan de horizon zijn geen flitsen meer te zien. Mousley denkt dat de stilte komt doordat de Britse infanterie haar aanvalsdoel heeft bereikt en dat er man-tegen-man-gevechten met glimmende wapens bezig zijn.

De stilte houdt aan. nervositeit verspreidt zich onder de omsingelden. Wat is er gebeurd ? Waarom wachten ze met de uitval ? De uren verstrijken. Er gebeurt niets. De kanonnen rondom Dujaila blijven zwijgen. Het wordt avond. Alles is stil.

bron : Peter Englund, de schoonheid en het verdriet van de oorlog, Spectrum

battle-of-dujaila-8-march-1916

Ottomaanse soldaten voor Dujaila

 

Vreemde ruiters in de sneeuw

Stijn Streuvels mijmert bij het zien van Duitse ruiters die door de sneeuw trekken :

We zijn weerom ingesneeuwd ! En in de stilte van de namiddag trekt een colonne Duitse ruiters over de eenzame sneeuwweg. We hebben dat spektakel al zo dikwijls gezien en toch komt het me altijd even vreemd voor, alsof het de eerste maal was.

Die vreemde figuren in het landschap dat zo vertrouwd is, kunnen zich maar niet schikken tot een passend geheel. En terwijl ik erop te staren sta, lijkt het me een visioen uit een verre droom, opgewekt uit een oud boek.

De uitgestrekte effenheid doet me denken aan Russische steppen en de ruiters in hun grijze mantels met hun vreemde paarden, ze gelijken wel schimmen uit de Merovingische tijd, die in stilte voorbijtrekken. Terwijl de laatsten nog altijd aanstappen, zijn de eersten reeds verdwenen in de witte mist.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Mazurska1916

BMW opgestart als bedrijf

BMW opgestart als bedrijf

De Groote Oorlog zorgt ongetwijfeld voor heel wat technische vernieuwingen. Een van die vernieuwingen is het vliegtuig dat sterk gemoderniseerd wordt in vergelijking met wat men voor de oorlog kende.De vraag naar oorlogsvliegtuigen zorgt voor de oprichting van een bedrijf dat we nu nog kennen : Bayerische Motoren Werke of BMW.

De voorgeschiedenis van BMW begint in oktober 1913 als Karl Friedrich Rapp de Rapp-Motorenwerke opstart in een voormalige fietsenfabriek nabij München. Rapp-Motorenwerke is een dochtermaatschappij van Flugwerk, een vliegtuigenbouwer.

In 1916 heeft Rapp een contract afgesloten met Pruisen en Oostenrijk-Hongarije om 25 grote V12 vliegtuigmotoren te bouwen. Omdat Rapp problemen ondervindt met de betrouwbaarheid van de motoren, zoekt hij hulp bij de fabriek van Gustav Otto. Beide ondernemingen, Gustav Flugmaschinefabrik en Rapp-Motorenwerke fusioneren dan tot Bayerische Flugzeug-Werke. Daarmee is het technisch succes verzekerd.

FranzJosephPopp

Franz-Josef Popp

Maar bij ieder technisch succes hoort ook een zakelijk succes. Dat deel van het succesverhaal danken we aan de Oostenrijkse ingenieur Franz-Josef Popp. Hij sluit de contracten af met de militairen en verandert de naam van het bedrijf op 7 maart 1916 in Bayerische Motoren Werke GmbH.

Het ronde logo van BMW zoals we het vandaag nog kennen, zou verwijzen naar de cirkel die getekend wordt door de draaiende propeller van een vliegtuig.

 

 

bronnen :
Het gratis treinkrantje Metro vermeldde de 100e verjaardag van BMW.
De details vond ik terug op http://www.bmwdrives.com/bmw-history.php

 

Joris Lannoo opgeleid in Criel

Op 5 februari 1916 vertrekt Joris Lannoo voor een maand naar het kamp van het Normandische Criel voor een speciale opleiding in het hanteren van nieuwe types van mitrailleurs en het bouwen van weerstandsnesten. Door de vastgelopen loopvrachtenoorlog kent de militaire technologie op het gebied van die weerstandsnesten een snelle ontwikkeling. Zeker in de Belgische sector tussen Steenstrate en de Minoterie in Diksmuide is de noodzaak aan snelvurende mitrailleurs bijzonder hoog. Iedereen, zowel de soldaten achter hun zandzakjes als de kandidaat-officieren, weet dat de gevechtszone met de mitrailleursnesten de gevaarlijkste en bloedigste is aan het hele front.

Als de opleiding in Criel afgelopen is, vertrekt Joris Lannoo onmiddellijk naar Fécamp voor de allerlaatste fase van de opleiding. Hij behoort dan, opnieuw voorlopig, tot het 12e linieregiment. Die tweede opleiding zal eindigen op 2 april 1916.

bron : Romain Vanlandschoot, Een VlaamseViking aan het front, Lannoo

CrielSurMerMitrailleursBelges.jpg

Duits expressionisme in de rouw

Franz Marc (München 8 februari 1880-Verdun 4 maart 1916) sneuvelt tijdens een verkenning te paard nabij Verdun. Daarmee verliest het Duits expressionisme een van zijn schilders.

Franz Marc wordt in 1900 student aan de Münchener Kunstakademie. De ontmoeting met August Macke in 1910 zorgt ervoor dat hij lid wordt van de Neue Künstlervereinigung München. In 1911 ontmoet hij Wassily Kandinsky met wie hij Der Blaue Reiter opricht.

In 1914 bij het uitbreken van de oorlog meldt hij zich als vrijwilliger. Hij wordt aan het werk gezet als camoufleur. Bedoeling is dat hij camouflagedoeken maakt waaronder de Duitse artillerie kan schuilen om aan het zicht van verkenningsvliegtuigen en -ballonnen onttrokken te worden. Franz Marc laat zich daarbij inspireren door Kandinsky. Over zijn werk schrijft hij in een brief het volgende :

Ik bevond me op een grote hooizolder (een hele mooie atelier) en ik schilderde negen “Kandinsky’s” op tentcanvas. Dit proces heeft een zeer nuttig doel : artillerieposities onzichtbaar maken voor verkenningsvliegtuigen en luchtfotografie door hen te bedekken met zeildoeken beschilderd in pointillistische stijl en in lijn met de kleuren van natuurlijke camouflage (..). Het schilderen moet ervoor zorgen dat onze aanwezigheid voldoende wazig en vervormd is zodat het onherkenbaar wordt. De divisie gaat ons een vliegtuig geven om te experimenteren met luchtfotografie om te zien hoe het eruit ziet vanuit de lucht. Ik ben echt nieuwsgierig om te zien wat het effect is van een Kandinsky bekeken vanaf 2000 meter hoogte

bronnen
http://www.verdun-meuse.fr/index.php?qs=fr/ressources/dessin-du-mois—mai-2012—franz-marc
http://roadstothegreatwar-ww1.blogspot.be/2016/01/franz-marc-kandinsky-and-camouflage.html

FranzMarc

 

The Bluff terug Brits

Zonder uitgebreide artillerievoorbereiding slagen Britse militairen op 4 maart 1916 erin om bij verrassing de Duitsers te verdrijven uit hun stelling aan The Bluff. Deze kunstmatige heuvel ligt aan de zijkant van het kanaal Ieper-Komen, niet eens zo ver van de befaamde Hill 60.

Slechts een paar weken voordien viel The Bluff in Duitse handen, nadat ze drie dieptemijnen tot ontploffing hadden gebracht.

Toeristische tip : The Bluff, met diverse mijnkraters, ligt nu op het grondgebied van het Provinciaal Domein De Palingbeek in Zillebeke (Ieper).

bronnen 
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
Een gedetailleerde beschrijving van deze Britse aanval is terug te vinden op http://www.longlongtrail.co.uk/battles/battles-of-the-western-front-in-france-and-flanders/actions-in-the-spring-of-1916-western-front/

TheBluff19160304

De Gaulle krijgsgevangen

Als kapitein De Gaulle met het 33e regiment in de eerste linies voor Verdun aankomt, signaleert hij aan zijn oversten een gat van 700 meter in de linies tussen zijn regiment en de naburige zouaven. Maar nog voor men de eerste linie kan versterken, komt er een Duitse aanval. Op 2 maart 1916 vanaf 6u30 ondergaat het 33e regiment een zwaar Duits bombardement. De Duitsers maken handig gebruik van het gat tussen het regiment van de Gaulle en de zouaven en hebben hen omsingeld tegen 13u15.  Tijdens de gevechten zoekt kapitein De Gaulle beschutting in een loopgraaf maar botst daar op Duitse soldaten. Eén van hen valt de kapitein aan met zijn bajonet en verwondt hem aan zijn bil. Een granaat ontploft vlakbij De Gaulle die het bewustzijn verliest.

Vanaf maart 1916 tot november 1918 is De Gaulle krijgsgevangen in het fort van Ingolstadt. Meermaals tracht hij te ontsnappen. Zijn opvallende lengte van 1,96 meter is daarbij geen voordeel. na de oorlog schrijft hij enkele boeken over militaire strategie, waarin hij onder meer pleit voor de vorming van pantsereenheden omdat deze vuurkracht en mobiliteit combineren. Het Franse leger blijft echter voorstander van statische verdedigingslinies zoals de Maginotlinie.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
GeoHistoire février-mars 2016

de-gaulle-capitaine-en-1915

Herbert Sulzbach hoort de Duitse artillerie van Verdun

In zijn dagboek vermeldt Herbert Sulzbach dat hij in de buurt van Plémont zit. Volgens google maps is dit op een kleine 100 kilometer van Verdun. Het geeft een idee van de kracht van het artilleriebombardement als je het volgende leest.

Op 23 februari 1916 begint er een enorm lawaai van artillerievuur ver weg ten zuiden van ons. Dit was het trommelvuur aan het begin van ons offensief van Verdun.

Op 25 februari krijgen we het bericht dat verschillende dorpen rond Verdun door onze troepen zijn ingenomen, een hoop militair materieel is veroverd en onze frontlijn is dichter bij Verdun.

Ander interessant nieuws is dat er voortdurend nieuwe luchtschepen worden gebouwd in de Zeppelinfabrieken in Friedrichshafen en dat we ondertussen over meer dan 100 zeppelins beschikken. Ook het nieuws over Verdun is goed : één fort is ingenomen en de Woëvrelinie is doorbroken.

Op 27 februari word ik gepromoveerd tot Unteroffizier. Nabij Verdun houdt het gerommel nooit op. Er ligt wat sneeuw op de grond, maar het voelt desondanks al een beetje als lente aan.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword military

Verdun_DuitseArtillerie

Duitse duikers te Steenstrate

Dokter Maurice Lievens noteert in zijn dagboek voor 1 maart 1916.

We vertrekken voor de sector Noordschote – Steenstrate. Voor ons ligt het XXIIIste Duitse Reservekorps met veldartillerie en zware houwitsers. Twee Duitsers, die in onze sector gevangen genomen werden, waren helemaal gekleed in een ondoordringbare, waterbestendige uitrusting met masker, wat de totale onderdompeling toelaat. Zij waren door onze linies gestoten, maar onmiddellijk daarna aangehouden. Naar eigen zeggen was het hun bedoeling zich in een granaattrechter te verbergen achter onze linies. Daar zouden ze notities nemen over de plaats van onze mitrailleurs en onze waarnemingsposten. Daarna zouden ze dwars door de inundatie naar hun eigen posten zijn teruggekeerd. Zij bevestigden dat deze list al was geslaagd in de Britse sector.

Op wikipedia valt er in het artikel over de slag om de Ijzer nog het volgende te lezen.

Lange tijd bleef het stil aan het westfront, soldaten kropen zo diep mogelijk weg in de loopgraven. De onderwaterzetting gaf een gevoel van veiligheid, al bleek dit gevoel van veiligheid vals toen tijdens de nacht van 15 januari – 16 januari 1916 de soldaten plots oog in oog kwamen te staan met drie Duitsers. Men dacht dat het onmogelijk was zo’n grote afstand af te leggen door het ijskoude water. Met grote ontzetting ondervond men dat de soldaten uitgerust waren met speciaal ontworpen zwempakken, bestaande uit zeildoek, teer en rubber zodat ze zich gedurende lange tijd in uiterst koud water konden voortbewegen. Bovendien kwam men te weten na ondervraging dat er soldaten getraind werden om op deze manier de vijand te besluipen. Meteen werd de beveiliging van de wachtposten strenger gecontroleerd. Het bleef echter bij deze drie “zwemmers”.

Het dagboek van dokter Lievens spreekt dit artikel echter tegen. na januari 1916 waren er dus nog Duitse zwemmers die de Ijzer hebben overgestoken. In het boek van dokter Lievens uitgegeven bij Lannoo wordt er verwezen naar Vandeweyer, Onder water, oorlog in het overstroomde gebied ism Ijzerbedevaartcomité Diksmuide.

bronnen :
André Gysel, Dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo
https://nl.wikipedia.org/wiki/Slag_om_de_IJzer

IjzerOverstroming02