Onbeperkte onderzeese oorlog

Na maanden van bittere strijd beslist de Duitse regering op 31 januari 1917 een onbeperkte onderzeese oorlog te voeren. Zodoende kunnen de 111 beschikbare Duitse onderzeeërs naar eigen goeddunken alle schepen tot zinken brengen. Duitsland meent dat zo’n campagne Groot-Brittannië binnen de vijf maanden tot overgave zal dwingen. Het Duitse opperbevel erkent dat de beslissing verregaande gevolgen zal hebben voor de diplomatieke relaties met de VS, die vermoedelijke de oorlog verklaren als hun neutrale schepen tot zinken worden gebracht. Men meent echter de de VS de eerste twee jaar weinig invloed op de oorlog in Europa zullen hebben, en tegen die tijd zouden de Centralen de oorlog toch gewonnen hebben.

uboot01VS-minister Robert Lansing ontvangt een nota over de onderzeese oorlog, die aankondigt dat alle schepene “gestopt zullen worden met ieder beschikbaar wapen en zonder verdere waarschuwing”.

Op 3 februari 1917  verbreekt de regering van de Verenigde Staten haar diplomatieke betrekkingen met Duitsland na de aankondiging van de onbeperkte onderzeese oorlog. President Woodrow Wilson houdt daarover een toespraak. Op de dag van zijn toespraak wordt een Amerikaans koopvaardijschip, de Housatonic, zonder enige waarschuwing tot zinken gebracht.

bron : Ian Westwel, 1914-1918 – de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

Het schilderij bij dit artikel is van Claus Bergen.

 

 

Belgische vissersboot vergaat

Een Duitse U-boot beschiet op 30 januari 1917 de Marcelle, een vissersboot van het type stoomtreiler. Eerder had dit Oostends schip al Noorse drenkelingen gered (lees dit artikel). Vandaag vergaat het schip maar de bemanning overleeft. In zijn verslag beschrijft gezagvoerder August Wittrock het gebeuren.

De visplanken waren net aan boord toen de onderzeeër een eerste schot afvuurde, dat juist boven ons schip terechtkwam. Daarop gad de stuurman een signaal met de fluit om te beduiden dat wij stopten, terwijl de Belgische vlag bijgezet werd en de reddingsboot naar buiten gebracht.

Binst dat wij onze reddingsboot te water brachten, bleef de onderzeeër ons maar beschieten, ons vooraan, midscheeps en achteraan rakende. Niettegenstaande dit alles bleef ons volk koelbloedig. Wij namen plaats in onze reddingsboot, die veel water maakte en zijn snel van ons schip weg geroeid. Dan is de onderzeeër rond ons schip komen varen, het gedurig beschietend. Het vaartuig stond in vuur vooraan, en een der bommen moet de ketel geraakt hebben, die ontplofte. Na een uur schieten is ons schip gezonken.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
Het schilderij hieronder is van Willy Stöwer.

WillyStoewer_Uboot02.png

carte blanche voor de U-boot

Op een vergadering in Pless (nu Pszczyna in Polen) beslist de Duitse legerleiding op 9 januari 1917 om voortaan onderzeeërs in te zetten zonder enige restrictie. Voorheen werden schepen uit neutrale landen zoals de Verenigde Staten ontzien. De twee belangrijkste redenen voor de Duitsers om hun onderzeeërs zonder voorbehoud in te zetten waren de minder gunstige ontwikkeling van de oorlog en de sterk toegenomen getalsterkte van deze boten.

Gedurende deze zogenaamde U-boot-conferentie opperen sommigen de vrees dat men de tot dan toe neutrale Verenigde Staten zal betrekken in de oorlog. Omwille van deze Duitse beslissing verbreken de Amerikanen de diplomatieke relaties, maar de aanvangsdatum van de duikbotenoorlog zonder restricties blijft behouden op 1 februari 1917.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

ubootsimulator

de Suffren gezonken

Ter hoogte van Lissabon, op zowat 90 kilometer buiten de Portugese kust, treft een torpedo van de Duitse onderzeeër U-52 het Franse slagschip Suffren. In enkele seconden zinkt het schip op 26 november 1916 en krijgen de 648 mensen aan boord een zeemansgraf.

De Suffren nam deel aan operaties in Galipoli en Salonika en was op weg naar huis voor bevoorrading. Tijdens eerdere gevechten raakte het schip al beschadigd, vandaar dat het wat moeizaam vaarde aan een snelheid van slechts 9 à 10 knopen. Bovendien was het schip op het ogenblik van de Duitse aanval al enkele dagen zonder escorte.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

suffren_1916

de meest succesvolle U-boot kapitein

De Duitse onderzeeër U-35 onder Lothar von Arnauld de la Perière keert op 20 augustus 1916 terug naar zijn basis in Cattaro in de Adriatische zee na een recordactie van 25 dagen. Hij heeft 54 schepen tot zinken gebracht, vooral Italiaanse, veel door kanonschoten. Dit is de zesde vaart van de U-35 onder leiding van Arnauld de la Perière en ook de meest succesvolle.Op 11 oktober 1916 krijgt hij als derde U-boot commandant de orde Pour le Mérite.

In totaal zal de kapitein 193 handelsschepen doen zinken voor een totaal van 457.179 Bruto Register Ton, 2 kanonneerboten met 2.500 BRT en 7 andere schepen (31.810 BRT). Daarmee is Lothar von Arnauld de la Perière de succesvolste bevelhebber aller tijden van een onderzeeër.

bronnen :
Ian Westwell, 1914-1918, de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas
https://de.wikipedia.org/wiki/Lothar_von_Arnauld_de_la_Peri%C3%A8re

LotharVonArnauldDeLaPerière.jpg

 

 

zeppelin ter zee voor Oostende

De schrijver van dienst van het Davidsfonds in Oostende noteert op 10 augustus 1916 hoe een zeppelin over de stad vliegt.

Rond 9u ’s avonds hoort men opeens het doffe gestamp van een motor hoog in de lucht en statig naderde een log gevaarte als een reusachtige sigaar. Geen gedonder van afweerkanonnen kondigt het toestel aan. Geen lichtkogels begeleiden zijn vaart. En geheimzinnig verdwijnt het in noordwestelijke richting.

’s Anderendaags luiden de officiële berichten dat de zeppelin Engeland bombardeerde en behouden terugkeerde. Een paar bewoners weten beter : bij het aanbreken van de ochtend hebben ze hevig kanonvuur gehoord en een donkere massa zien drijven op de zee. Een aantal nieuwsgierigen trok naar de dijk en, inderdaad, daar lag het monster te drijvenb met gebroken vleugels.

De foto bij dit bericht toont een zeppelin nabij Oostende. Maar de pagina waar ik de foto vond, had het over 10 augustus 1915 en niet 1916. Vraag is dus welke bron het juiste jaar vermeldt.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, davidsfonds
http://florsnieuweblog.blogspot.be/2014_04_01_archive.html

Zeppelin_Oostende_19160810.jpg

Charles Fryatt krijgt ruzie in fort Lapin

Het brits koopvaardijschip SS Brussels, op weg van Rotterdam naar Groot-Brittannië, wordt op 23 juni 1916 voor de Belgische kust aangehouden door een Duitse torpedoboot en vervolgens naar Zeebrugge geleid. Tot hier lijkt dit een banaal oorlogsincident.

De kapitein van de Brussels, Charles Fryatt, heeft met zijn schip al eerder problemen gehad met de Duitse marine. Op 28 april 1916 wordt zijn schip aangehouden door de Duitse onderzeeër U-33. De kapitein tracht de duikboot te rammen, maar die kan, weliswaar beschadigd, ontsnappen dor vliegensvlug te duiken.

Dat weten de Duitsers niet op het moment dat ze hem tot Zeebrugge meevoeren. Integendeel, de sfeer is zeer hartelijk. Kapitein Fryatt wordt uitgenodigd om met de Duitse U-bootofficieren mee te dineren in hun officierenmess in fort Lapin. De sfeer slaat helemaal om als de Duitsers de medaille in de gaten krijgen die Fryatt van de Britse regering ontving voor zijn rampoging van de U-33. Hij wordt gearresteerd en door een Duitse krijgsraad ter door veroordeeld. Op 28 juli 1916 volt de terechtstelling van kapitein Charles Fryatt.

Fort Lapin bestaat nog steeds en is momenteel een aperobar onder de naam salon Lapin.

bronnen :
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
Tomas Termote, oorlog onder water, Davidsfonds

CaptainFryatt_SS_Brussels.jpg

 

de grote honger

De onderstaande foto is genomen in Berlijn in mei 1916. Mensen dringen rond een keukenwagen, ook wel Goelaschkanon genoemd, om voor 35 pfennig een warme maaltijd te krijgen. Dit soort beelden zag je vooral in de laatste 2 oorlogsjaren in Duitse steden.

De Duitse militairen hadden op een snelle overwinning gerekend en dus was er geen rekening gehouden met voedseltekorten. Maar door de Britse zeeblokkade komen er hoe langer hoe meer tekorten aan levensmiddelen. In februari 1915 voert Berlijn als eerste Duitse stad de broodrantsoeneringskaart in. Al snel volgen boter, vlees, eieren en groenten en zelfs nieuwe kleding. De bureaucratie slaagt er echter nooit in de goederen effectief te verdelen. En dus komt de tijd van de polonaises, een cynische benaming van de lange rijen wachtende mensen om eten te kunnen kopen. Om een plaats in de rij te houden staan de moeders vaak midden in de nacht op om ’s morgens door de kinderen te worden afgelost. En af en toe komt het ook tot een handgemeen of vechtpartijen zoals met de boterrellen (“Butter-Krawalle) in oktober 1915.

Het hoogtepunt van de honger komt in de winter van 1916-1917. Dan ontbreekt het vaak ook aan de meest elementaire grondstoffen. Het dagrantsoen voor een volwassene bedraagt dan 270 gram brood, 35 gram vlees, 25 gram suiker, 11 gram boter, een vierde ei : teveel om te sterven en te weinig om te leven.

Vooral aan aardappelen ontbreekt het. De oogstcijfers leveren nog niet de helft op van de vooroorlogse oogsten. De Duitsers schakelen daarom over naar koolrapen. Men voegt ze toe aan brooddeeg, er wordt marmelade van gekookt en gedroogd dient het als vervangmiddel voor de koffie, beter bekend onder de term Ersatz. Zelfs bier en pudding worden op koolrapenbasis gemaakt. De winter van 1916-1917 wordt daarom vaak de koolrapenwinter genoemd.

bron : Guido Knopp, der erste Weltkrieg – die Bilanz in Bildern, Edel

Berlin_GrosseHunger1916.jpg

Britse blokkade blijft

Het doel voor de Duitsers van de zeeslag bij Jutland (of slag bij het Skagerrak) was de Britse zeeblokkade te doorbreken. Die bezorgt de Duitse economie bijzonder veel hinder. Tijdens deze zeeslag op 31 mei en 1 juni 1916 zijn de Duitsers inzake terrein in het voordeel : terwijl de Britse schepen zich scherp aftekenen tegen de hemel, liggen de hunne in een wat meer mistige omgeving. Verlies hierbij niet uit het oog dat beide vloten over een enorme vuurkracht beschikken : ze beschieten elkaar op afstanden die variëren van 9 tot 17 kilometer ! Interessant om te weten is dat slechts 2 tot 3% van de afgevuurde zware granaten doel treft.

Tegen de morgen  zijn er enkel nog achterhoedegevechten. De Britse overmacht is groot, al verliezen zij meer manschappen en tonnenmaat dan de tegenstrever. De Duitsers slagen er niet in de zeeblokkade van hun land te doorbreken en zullen ook nooit meer een poging wagen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

skagerrak-schlacht.jpg

Aanloop naar de slag bij Jutland

Op 31 mei en 1 juni 1916 wordt de grootste zeeslag van de grote oorlog uitgevochten, bekend onder de namen slag bij Jutland (Britten) en slag voor het Skagerrak (Duitsers). Hoewel Groot-Brittannië en Duitsland beide over een grote zeemacht beschikken, worden er slechts twee grote zeeslagen uitgevochten. De andere, slag bij Doggersbank, vond plaats op 24 januari 1915.

De Duitsers willen de zeeblokkade van hun land doorbreken, maar de Britten zijn op de hoogte van een gedeelte van hun plannen. Daardoor verschijnt de Home Fleet met een grotere vloot dan verwacht en valt zij aan vooraleer de onderzeeërs van de Hochseeflotte op hun posities zijn.

Bovendien zijnde Britse schepen talrijker dan de Duitse : 28 slagschepen tegen 22, 9 slagkruisers tegen 5 enzovoort. Het Britse geschut is van een zwaarder kaliber, maar de Duitse schepen zijn beter gepantserd en hebben nauwkeuriger apparatuur voor afstandsmeting.

Meer informatie over deze slag is te lezen op deze pagina.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Jutland_Skagerrak_1916.jpg