Herbert Sulzbach hoort de Duitse artillerie van Verdun

In zijn dagboek vermeldt Herbert Sulzbach dat hij in de buurt van Plémont zit. Volgens google maps is dit op een kleine 100 kilometer van Verdun. Het geeft een idee van de kracht van het artilleriebombardement als je het volgende leest.

Op 23 februari 1916 begint er een enorm lawaai van artillerievuur ver weg ten zuiden van ons. Dit was het trommelvuur aan het begin van ons offensief van Verdun.

Op 25 februari krijgen we het bericht dat verschillende dorpen rond Verdun door onze troepen zijn ingenomen, een hoop militair materieel is veroverd en onze frontlijn is dichter bij Verdun.

Ander interessant nieuws is dat er voortdurend nieuwe luchtschepen worden gebouwd in de Zeppelinfabrieken in Friedrichshafen en dat we ondertussen over meer dan 100 zeppelins beschikken. Ook het nieuws over Verdun is goed : één fort is ingenomen en de Woëvrelinie is doorbroken.

Op 27 februari word ik gepromoveerd tot Unteroffizier. Nabij Verdun houdt het gerommel nooit op. Er ligt wat sneeuw op de grond, maar het voelt desondanks al een beetje als lente aan.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword military

Verdun_DuitseArtillerie

Duitse duikers te Steenstrate

Dokter Maurice Lievens noteert in zijn dagboek voor 1 maart 1916.

We vertrekken voor de sector Noordschote – Steenstrate. Voor ons ligt het XXIIIste Duitse Reservekorps met veldartillerie en zware houwitsers. Twee Duitsers, die in onze sector gevangen genomen werden, waren helemaal gekleed in een ondoordringbare, waterbestendige uitrusting met masker, wat de totale onderdompeling toelaat. Zij waren door onze linies gestoten, maar onmiddellijk daarna aangehouden. Naar eigen zeggen was het hun bedoeling zich in een granaattrechter te verbergen achter onze linies. Daar zouden ze notities nemen over de plaats van onze mitrailleurs en onze waarnemingsposten. Daarna zouden ze dwars door de inundatie naar hun eigen posten zijn teruggekeerd. Zij bevestigden dat deze list al was geslaagd in de Britse sector.

Op wikipedia valt er in het artikel over de slag om de Ijzer nog het volgende te lezen.

Lange tijd bleef het stil aan het westfront, soldaten kropen zo diep mogelijk weg in de loopgraven. De onderwaterzetting gaf een gevoel van veiligheid, al bleek dit gevoel van veiligheid vals toen tijdens de nacht van 15 januari – 16 januari 1916 de soldaten plots oog in oog kwamen te staan met drie Duitsers. Men dacht dat het onmogelijk was zo’n grote afstand af te leggen door het ijskoude water. Met grote ontzetting ondervond men dat de soldaten uitgerust waren met speciaal ontworpen zwempakken, bestaande uit zeildoek, teer en rubber zodat ze zich gedurende lange tijd in uiterst koud water konden voortbewegen. Bovendien kwam men te weten na ondervraging dat er soldaten getraind werden om op deze manier de vijand te besluipen. Meteen werd de beveiliging van de wachtposten strenger gecontroleerd. Het bleef echter bij deze drie “zwemmers”.

Het dagboek van dokter Lievens spreekt dit artikel echter tegen. na januari 1916 waren er dus nog Duitse zwemmers die de Ijzer hebben overgestoken. In het boek van dokter Lievens uitgegeven bij Lannoo wordt er verwezen naar Vandeweyer, Onder water, oorlog in het overstroomde gebied ism Ijzerbedevaartcomité Diksmuide.

bronnen :
André Gysel, Dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo
https://nl.wikipedia.org/wiki/Slag_om_de_IJzer

IjzerOverstroming02

Nederlands leger blijft alert

Alhoewel Nederland een neutrale houding aanneemt tijdens de eerste wereldoorlog, mobiliseert het toch zijn dienstplichtige burgers. Omdat de regering de getalsterkte van haar leger wilt opvoeren, worden de militieplichtige mannen vervroegd opgeroepen.

Uit het mobilisatiedagboek van Rienk Pierzoon Prins :

De 17e februari 1916 verhuisden we naar Vucht, waar we twee dagen over hebben gelopen zodoende een nacht in het dorpje Best geslapen. In Vucht werden we ingekwartieerd, ditmaal met mijn vrienden, bij een werkman genaamd Van Aspert. We kregen daar een klein, doch gezellig huiselijk kamertje.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Westkapelle_NederlandseMobilisatie

artillerieduel in Ploegsteert

10 februari 1916 : in de voorbije dagen is er in Ploegsteert, waar Winston Churchill commandant is, duchtig heen en weer geschoten door de Duitse en Britse artillerie. De latere Britse premier noteert daarover onder meer :

De treffers die de kerk van Ploegsteert raken, zorgen voor enorme stofwolken waarin het poeder van de verpulverde rode bakstenen zich vrolijk mengt met de rook veroorzaakt door het artillerievuur. Shrapnels suizen door de straat en raken ook drie van onze mannen die er op wandel waren. De dood slaat toe.

Tijdens de laatste twee dagen van onze rustperiode verloor ika cht manschappen, dat wil zeggen meer dan tijdens de zes voorgaande dagen aan het front. Ik beschik nu over minder dan zeshonderd mannen, in plaats van de aanvankelijke duizend. Er zijn veel bataljons zoals het onze…

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

brit-artillery-attack

 

Cultuur voor de piot in Auvours

Op 3 februari 1916 noteert Raoul Snoeck in zijn dagboek :

Sinds zeven dagen ben ik in Auvours, morgen vertrek ik naar Dieppe. Ik rouw er niet om. Temidden van die bossen is het verschrikkelijk mistroostig, ik dacht er gek te worden. Voeding, huisvesting en verzorging zijn slecht, nog erger dan aan het front. Auvours is een doorgangskamp voor alle gewonden en zieken die nog aan het front terugkeren.

Als Raoul Snoeck iets later was toegekomen, had hij nog kunnen kennis maken met De Kring. De Legerbode beschrijft op 8 februari 1916 hoe er ook tijdens de oorlog aandacht is voor de culturele verheffing van de militairen : in het kamp van Auvours wordt een kring gesticht waartoe alle soldaten toegang hebben.

De Kring bestaat uit een harmonie, een symfoni, een toneelafdeling, een zangafdeling en een sportafdeling. Verstrooiing en vermaak zullen dan ook op veelvuldige wijze verschaft kunnen worden. Op de vergaderingen zullen er muziek, zang, voordrachten en toneelstukken gegeven worden. Het is de vereniging van alle mannen van goede wil en toewijding, die de leefbaarheid van De Kring zullen verzekeren. De vergaderingen zullen dan eens tweetalig, dan eens uitsluitend Vlaams of Frans zijn.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
Raoul Snoeck, In de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju & zoon

auvours-lemans-camps

 

 

 

Russen testen Duitse linies

Florence Farmborough is een Britse vrouw die als verpleegster dienst heeft genomen in het Russische leger. Na 10 dagen verlof in Moskou komt ze terug aan in de eerste linies. Florence is niet de enige die in een goed humeur is. Het moreel van de troepen is enigszins hersteld na de lange terugtocht van de afgelopen zomer en herfst. Het Russische leger heeft nu zo’n twee miljoen mannen aan het front staan en bijna ieder van hen heeft een eigen geweer wat als buitengewoon goed wordt beschouwd.

Op 16 januari 1916 gaan de Russen een versterkte verkenningsaanval uitvoeren, gericht op een belangrijk gedeelte van de Duitse verdedigingslinie. Veel van de mannen die zullen aanvallen, zijn kersverse rekruten, enthousiaste jongemannen die zich vrijwillig hebben aangemeld om de voorhoede te vormen. Ze hebben speciale uitrusting gekregen in de vorm van sneeuwkleding met een witte buitenstof.

Florence ziet dat de artsen nerveus zijn. Wie weet hoe de Duitsers op zo’n verrassingsaanval zullen reageren. Het front is nog rustig en stil. Om 2 uur ’s nachts ontvangt de divisiechef een rapport per telegram. De eerste poging om het Duitse prikkeldraad open te knippen hebben ze moeten staken maar er wordt een nieuwe poging ondernomen.

Om vier uur ’s nachts wordt de stilte verbroken door een eenstemmig grommend gebulder van artilleriegeschut, mitrailleurs en geweren. Nu is de aanval geopend. Het gedonder gaat door. Nog een telefonisch rapport. De verkenners zijn tijdens hun werkzaamheden ontdekt en liggen nu zwaar onder vuur. De doorbraak is mislukt.

Dan beginnen de gewonden te komen. Twee kleuren domineren het schouwspel : wit en rood. Het bloed steekt fel af op de nieuwe sneeuwkleding van de soldaten.

bron : Peter Englund, de schoonheid en het verdriet van de oorlog, Spectrum

Schneehemden

 

 

 

 

de lange terugweg naar het front

Louis Barthas mag op 10 januari 1916 de eerste linies verlaten om zijn familie in zuid-Frankrijk terug te zien (lees daarover zijn dagboek op deze pagina) . Op 21 januari 1916 is zijn verlof gedaan. Samen met 2 andere soldaten gaat hij terug naar de frontlinies. Maar die terugtocht duurt wat langer als eerst gedacht.

Bij onze aankomst in Toulouse was de trein voor de verlofgangers al vertrokken. De spoorwegbediendes zeiden vriendelijk dat we de sneltrein naar Parijs moesten nemen die op het punt stond te vertrekken. Deze vriendelijkheid kwam ons verdacht voor. En we hadden gelijk : men wilde het station van Toulouse zuiveren van die woelige troep soldaten. Bij elk volgend station werden één of twee wagons ontruimd. Onze beurt kwam nog. Een conducteur vroeg vriendelijk om onze verlofpas alsof hij hem wilde controleren. Maar toen de trein stilstond, liet hij ons uitstappen. Hij liet ons weten dat onze passen in het kantoor van de stationschef bewaard zouden worden, totdat de volgende avond de enige trein voor verlofgangers langs zou komen.

We zaten in Brive-la-Gaillarde vierentwintig uur in de ellende. Omdat het elke dag hetzelfde was, kwamen handige hotelbazen ons, verdwaalde soldaten, aan de uitgang van het station tegen betaling gastvrijheid voor de nacht aanbieden. We waren wel gedwongen de nacht in een hotel door te brengen.

De volgende dag bezochten we als nauwgezette toeristen Brive : de kerken, het museum, de rivier la Corrèze en het standbeeld van maarschalk Brune.

Om acht uur ’s avonds stapten we in een trein vol met verlofgangers die ons de volgende morgen afzette in de Gare du Nord in Parijs. Om negen uur ’s avonds stapten we uit op het station van Abbeville. In deze streek hield ons regiment rust, of was beter gezegd hier op oefening.

bron : Louis Barthas, oorlogsdagboeken, uit het Frans vertaald door Dirk Lambrechts, uitgeverij Lubberhuizen.

Permissionnaires01

De Vlaamsche Stem aan het front

Gaston Le Roy schrijft in zijn dagboek op 18 januari 1916 het volgende :

In De Vlaamsche Stem lees ik verheugend nieuws. Op nieuwjaarsavond hebben de Duitse bezetters de vervlaamsing van de Gentse universiteit aangeboden. Groot verheugend nieuws. Bedroevend toch dat onze regering ons dit niet schonk als nieuwjaarsgift.

De Vlaamsche Stem was een dagblad dat in Nederland werd uitgegeven. Door de oorlog zijn heel wat Belgische burgers naar Nederland uitgeweken en daar zitten ook Vlaamsgezinden tussen. Op 1 februari 1915 verschijnt het eerste nummer van De Vlaamsche Stem.

Hoofdredakteur Deswarte staat sterk afwijzend tegenover elke samenwerking met de Duitse bezetter. Als het nieuws doorkomt dat de Duitsers te Oostende en te Brugge het bevel gegeven hadden alle Franse opschriften te verwijderen, wordt dit door het blad ten zeerste betreurd: de Duitsers bewijzen Vlaanderen een slechte dienst door als bevorderaars van de Vlaamse zaak op te treden want dit zal na de oorlog door de fransgezinden uitgespeeld worden in hun strijd tegen het Vlaams (9 mei 1915). Maar in de redactie zitten ook mensen die de samenwerking met de Duitsers voor de Vlaamse zaak wel genegen zijn. Door de aanwezigheid van deze zogenaamde activisten dient Deswarte zijn ontslag in op 17 augustus 1915. De eis tot zelfbestuur en de kritiek op de Belgische regering klinken steeds heftiger zodat het blad aan het front verboden wordt. De Vlaamsche Stem verdwijnt in februari 1916 wegens geldgebrek

bronnen
André Gysel, Gaston Le Roy – dagboek van een Vlaamse oorlogsvrijwilliger, Lannoo
http://www.dbnl.org/tekst/elia002vijf01_01/elia002vijf01_01_0008.php
http://users.telenet.be/frankie.schram/tijd/feit/tekst/19/1/5/1915.02.01.html

DeVlaamscheStem

 

 

Louis Barthas terug thuis

In het dagboek van Louis Barthas lezen we het volgende :

Op een avond, toen ik van de oefeningen terugkwam, hoorde ik dat ik nog dezelfde nacht met verlof mocht. Hoewel ik dit nieuws wel verwacht had, bracht het bericht me totaal in verwarring. Ik werd lijkbleek en kon geen hap meer door mijn keel krijgen. Koortsachtig bereidde ik mijn vertrek voor. (…)

Op 10 januari 1916 om 2 uur ’s middags nam ik met een tiental andere verlofgangers acht kilometer van Queux op het station van Auxi-le-Château de trein. De volgende dag stapte ik om tien uur ’s avonds uit op het perron van het station van Moux. Ik ademde met vreugde de lucht in van mijn geboortestreek. In werkelijkheid waaide er een ruwe koude wind vanuit de Montagne Noire. En toch leek me deze wind nog zachter dan de lichtste zomerbries.

De hemel was somber en de nacht pikdonker. De weg was modderig maar nooit was een wandeling zo heerlijk als deze vijftien kilometer die ik nog moest lopen om mijn dorp (Homps)te bereiken. Eindelijk kwam ik dichterbij, aan de rand van een klein plateau, “La Serre“. Ik moest nog een kleine vallei oversteken en dan zou ik er zijn. Ontroerd hield ik op kleine afstand mijn pas in. Ik zag de flikkerende elektrische lichten van mijn dorp.

Tussen al deze lichten stond het huis waar ik binnen enkele ogenblikken over de drempel zou stappen. Daar wachtten mijn moeder, vader, vrouw en twee kinderen angstig op mijn komst. Waarschijnlijk schrokken ze op bij het minste geluid van stappen in de straat. Tijdens de reis had ik hen telefonisch op de hoogte kunnen brengen van mijn aankomst.

Natuurlijk moest ik binnen zes dagen weer terug, misschien wel voor altijd. Ik zou iedereen van wie ik hield weer moeten verlaten. Maar op dit ogenblik was ik uitgelaten van vreugde om hen na bijna veertien maanden terug te zien.

bron : Louis Barthas, oorlogsdagboeken, uit het Frans vertaald door Dirk Lambrechts, uitgeverij Bas Lubberhuizen

Permissionaire

recyclage van aardappelschillen in Gent

aardappelschilIn haar oorlogsdagboeken schrijft Virginie Loveling op 9 januari 1916 hoe in Gent zelfs de aardappelschillen gerecycleerd worden. Het comité dat zich daarmee bezighoudt, kwam tot stand tijdens de winter 1915-1916. Regelmatig gaan de leden rond met een korf om de schillen in te zamlelen. Die worden vervolgens gedroogd en gemalen tot meel dat ze verkopen aan landbouwers, die het mengen onder de dierenvoeding. De geboekte winst dient om krijgsgevangenen te steunen. Sommige mensen vertellen dat het meel ook gebruikt wordt in brood.

Virginie Loveling vormde met haar in 1875 overleden zus Rosalie een schrijversduo dat zorgde voor een eigen inbreng in de Nederlandstalige literatuur. Na Rosalies dood schreef Virginie alleen verder.

bron
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfons