de coup van Loppem

Enkele uren na de wapenstilstand op 11 november 1918 melden er zich drie bezoekers op het kasteel van Loppem : Pedro Saura, Paul-Emile Janson en Edward Anseele. Saura is een Spaans diplomaat, Janson een liberaal en Anseele een socialistisch volksvertegenwoordiger. Ze komen koning Albert informeren over de situatie in Brussel. Daar is onder de Duitse soldaten een revolutionaire opstand uitgebroken. In het parlement heeft zich een soldatenraad geïnstalleerd. Vertegenwoordigers van die raad proberen de Brusselse arbeiders met veel gezwaai van rode vlaggen te overtuigen samen met hen een revolutie te ontketenen. Het wapenstilstandsverdrag bepaalt echter dat er 48 uren moeten verlopen tussen het vertrek van de Duitse troepen en de aankomst van de Belgische. Veel kan de koning der Belgen nu niet doen.

Janson en Anseele maken van de gelegenheid gebruik om met de koning over politiek te praten. Anseele stelt dat het algemeen enkelvoudig stemrecht meteen moet worden ingevoerd en dat een aantal wetsartikelen die vakbondsacties belemmeren, moeten verdwijnen. Hij pleit ook voor een Vlaamse universiteit in Gent met behoud van de Franstalige. Zonder te dreigen praat hij over algemene democratische hervormingen.
Janson heeft onder de bezetting een soort liberaal manifest uitgewerkt : de wederopbouw van het land mag niet aan één partij worden overgelaten. Er moet een nieuwe regering komen waarin liberalen en socialisten samen evenveel portefeuilles krijgen als de katholieken. Ook de meeste liberalen willen meteen enkelvoudig stemrecht vanaf 21 jaar, maar in geen geval voor de vrouwen. Er moeten snel verkiezingen gehouden worden op basis van de nieuwe kieswet. Daarvoor moet de grondwet geschonden worden. Dat is pijnlijk, maar het kan niet anders. 
Gerard Cooreman, de katholieke premier van de Belgische regering in ballingschap, woont het gesprek ook bij. Maar toch vindt Janson het nodig om zelf het standpunt van de katholieken toe te lichten. Die willen allemaal een regering van nationale unie, weet hij. Maar ze zijn verdeeld over het stemrecht. De conservatieven willen de leeftijdsgrens op 25 jaar. Ze zijn allemaal voor vrouwenstemrecht.

Twee dagen na het bezoek van Janson en Anseele neemt de regering ontslag. Dat komt niet onverwacht. Gerard Cooreman heeft laten weten dat hij na de oorlog niet aan het hoofd van de regering wil blijven. Maar hij wil wel waardig afscheid nemen, in Brussel in het parlement. Dat wordt hem niet gegund. De tijd dringt.

Koning Albert benoemt de Brusselse advocaat Léon Delacroix tot formateur op aangeven van Emile Francqui, directeur van de Société Générale. Delacroix is een nieuweling in de politiek. Hij zit niet eens in de Kamer. In de week na de wapenstilstand is het in Loppem een komen en gaan van politieke personaliteiten. De nieuwe regering Delacroix komt op een paar dagen tot stand en ze ziet er precies uit zoals Janson en zijn vrienden het wensen : 6 katholieken, 3 liberalen, 3 socialisten. 

Het einde van de oude katholieke hegemonie gekoppeld aan de invoering van het “ongrondwettelijk” algemeen stemrecht is voor de conservatieve katholieken een harde noot om te kraken. In hun kringen begint het idee post te vatten dat de koning een “staatsgreep” heeft gepleegd, de “coup van Loppem”. Maar tegen de coalitie van koning, socialisten, liberalen en “nieuwe” katholieken zijn ze niet bestand.

bron : Knack Historia 1918

 

van links naar rechts : Saura, Janson en Anseele te Loppem

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s