de verovering van Passendale

De Britten proberen het door de Duitsers bezette dorp Passendale nabij Ieper te veroveren. De Canadezen voeren de aanval uit op 26 oktober 1917, maar de opmars verloopt pijnlijk langzaam door de verschrikkelijke toestand van de grond en het overvloedige gebruik van mosterdgas door de vijand. Uiteindelijk valt het dorp op 6 november 1917, waarmee het offensief dat eind juli begon, daadwerkelijk eindigt.

De derde slag bij Ieper vormt in alle opzichten een verschrikking voor de Britten. Zo’n 310.000 soldaten werden gedood, gewond of gevangen genomen en dat voor een krappe 8 km terreinwinst. Bovendien raakten al hun reserves op het westfront uitgeput. Bij de Fransen zijn 85.000 slachtoffers gevallen, bij de Duitsers 260.000. De Britse opperbevelhebber, veldmaarschalk sir Douglas Haig, wordt alom bekritiseerd omdat hij de operatie doordreef hoewel al gauw duidelijk werd dat hij niet de gewenste doorbraak kon forceren.

het schilderij hieronder is van de Belgische kunstenaar Alfred Bastien en draagt de titel “Canadian gunners in the mud”.

bronnen
Ian Westwell, 1914-1918 – de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas
http://www.thecanadianencyclopedia.ca/en/article/battle-of-passchendaele/

Alfred_Theodore_Joseph_Bastien_-_Canadian_Gunners_in_the_Mud

Nieuw-Zeelanders voor Passendale

Nieuw-Zeelanders voor Passendale

Vooral voor de Nieuw-Zeelandse troepen in Passendale is 12 oktober 1917 een zwarte dag. De Britse bevelhebber Haig zendt de New Zealand Division ten aanval tegen de Duitse stellingen in het licht heuvelende landschap. In enkele uren tijd verliezen velen onder hen het leven. Ze blijven als het ware steken in de modder en moeten het veelal stellen zonder de dekking van de artillerie, die ook nauwelijks vooruit kan.

Na de gevechten worden de nog resterende Nieuw-Zeelanders afgelost door Canadese eenheden, die enkele weken later uiteindelijk het dorp Passendale zullen veroveren, ook met enorme verliezen.

Toeristische tip : Ter ere van de gevallen manschappen van de New Zealand Division is het New Zealand Memorial opgericht (Gravenstafelstraat 55, Passendale). Die herinnert aan hun inzet tijdens de gevechten om het nabije Broodseinde, zowat een week eerder.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Passchendaele-Jacking-a-field-gun-at-Flanders

de loopgraven van Thomas Ernest Hulme

T_E_HulmeAf en toe gebeurt het dat ik een gebeurtenis niet dag op dag 100 jaar later op deze blog vermeld. Bij sommige gebeurtenissen ben ik dan liever iets te laat dan dat ik het helemaal niet vermeld. Zo’n gebeurtenis is de dood van Thomas Ernest Hulme, gestorven in Oostduinkerke op 28 september 1917.

Thomas Hulme studeert in 1904 aan de universiteit van  Cambridge waar hij tot twee maal toe wegens onbehoorlijk gedrag wordt geschorst. In 1906 en 1907 werkt hij op boerderijen en houtzagerijen in Canada. Als hij terugkeert naar Groot-Brittannië, vertaalt hij het werk van Henri Bergson waarvoor hij de nodige erkenning krijgt.

In 1914 wordt hij als vrijwilliger ingelijfd in het Britse leger. Hij raakt gewond in 1916 en keert terug naar het front in 1917. Daar wordt hij 4 dagen na zijn 34e verjaardag door een Duitse obus in stukken gereten in Oostduinkerke, nabij Nieuwpoort. Blijkbaar was hij te zeer in gedachten verzonken om te schuilen voor de obus die de anderen wel hadden horen aankomen.

De tekening hieronder is van Ivan Petrus Adriaenssens en komt uit de graphic novel “Afspraak in Nieuwpoort”.

AfspraakInNieuwPoort_TEHulme

 

 

Trenches : St Eloi

Over the flat slope of St Eloi
A wide wall of sand bags.
Night,
In the silence desultory men
Pottering over small fires,
Cleaning their mess-tins;
To and fro, from the lines,
Men walk as on Picaddilly,
Making paths in the dark,
Through scattered dead horses,
Over a dead Belgian’s belly.

The Germans have rockets.
The English have no rockets.
Behind the line, cannon,
hidden, lying back miles.
Before the lines, chaos.

My mind is a corridor.
The minds about me are corridors.
Nothing suggests itself.
There is nothing to do but keep on.

Thomas Ernest Hulme

Loopgraven : Sint-Elooi

Over de glooiing van Sint-Elooi
een zandzakkenwal.
Nacht,
en in de stilte maken linkerhanden
iets boven een vuurtje,
men spoelt een gamel om
van stelling naar stelling en terug
loopt men als op Piccadilly,
maakt men paden in het donker,
tussen hopen dood paard door,
over de dode buik van een Belg heen.

Jerry heeft mortieren.
Tommy heeft geen mortieren.
Achter de linie geschut,
verstopt, mijlen van hier.
Voor de linie chaos.

Ik ben een smalle strook grond.
Men is een smalle strook grond.
Niets oppert zichzelf.
Er valt niets te doen dan door te blijven gaan.

Vertaling : Benno Barnard.

bronnen
http://www.firstworldwar.com/poetsandprose/hulme.htm
https://www.theguardian.com/books/2011/oct/10/poem-of-the-week-t-e-hulme
http://archief.wo1.be/jwe/2001/sintelooi1111/body1.htm
http://www.wo1.be/nl/nieuws/60391/nieuwpoort-eert-britse-en-commonwealth-soldaten-met-memoriaal
https://en.wikipedia.org/wiki/T._E._Hulme

Poelkapelle heroverd

Op enkele weken na drie jaar nadat het Duitse leger Poelkapelle veroverde op het Franse leger, is het op 9 oktober 1917 weer helemaal in geallieerde handen. Volgens getuigen grepen er gruwelijke man-tegen-man gevechten plaats in de ruïnes en kelders van de huizen. Er is sprake van bomtrechters waarin dode Britten en Duitsers de handen rond elkaars keel klemmen.

Voor zijn betoonde moed krijgt sergeant John Molyneux het prestigieuze Victoria Cross. Op de officiële nota die bij dit ereteken hoort, worden zijn moed, initiatief en schranderheid geprezen. Er staat ook beschreven hoe hij uit een loopgraaf sprong en vrijwilligers opriep hem te volgen om een boerderij, bekend als Olga House, te veroveren. Helaas moet er ook bij vermeld worden dat de helft van de manschappen die de sergeant volgden, het leven liet…

Bij de gevechten in Poelkapelle speelden de tanks een voorname rol, zoals mag blijken uit onderstaande postkaart.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Poelkapelle1917_01

 

Britten veroveren Polygoonbos

De slag van het Polygoonbos vormt een tweede succes van de “bite and hold” tactiek van de Britse generaal Herbert Plumer, na de Battle of Menin Road Ridge, die enkele dagen geleden eindigde.

Hier wordt de tactiek zo mogelijk nog strikter toegepast. Na iedere vooruitgang van 1 tot 1,5 kilometer houden de Britse troepen halt, om dan alles in gereedheid te brengen voor de te verwachten Duitse tegenaanval. Op papier oogt de strategie eenvoudig, maar laten we niet vergeten dat bij deze veldslag de twee Australische divisies 5471 mannen verloren.

Polygoonbos komt op 27 september 1917 in geallieerde handen, de omgeving daags erna. Daarna begint Plumer aan de voorbereiding van de volgende slag, die van Broodseinde.

bron : oorlogskalener 2014-2018, Davidsfonds

Battle-of-Polygon-Wood

slag om Menin Road Ridge

Vijf dagen geleden begonnen de gevechten om de heuvelrug bij de Meensesteenweg, vaak vermeld onder zijn Engelstalige naam Battle of the Menin Road Ridge. De slag, onderdeel van de derde slag om Ieper, eindigt op 25 september 1917 met een Britse overwinning, en belangrijker nog met de wetenschap dat de nieuwe tactiek van generaal Herbert Plumer uitstekend werkt en bovendien de Duitse legerleiding grote kopzorgen baart.

De nieuwe tactiek, bite and hold (bijten en vasthouden), gebruikt de sterke en goed uitgebouwde Duitse defensiestructuur tegen de Duitsers zelf. De generaal kiest voor een zeer zware aanval op een smal front onder aanhoudend gordijnvuur. Zodra dit veroverd is, kunnen de Britten vandaar de uitstekende Duitse versterkingen gebruiken om de vijand te bestoken. Ze gebruiken dezelfde strategie in Polygoon Wood (26 september) en Broodseinde (14 oktober).

Het schilderij hieronder is van Paul Nash, getiteld “the Menin Road”.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

PaulNash_MeninRoad

de laatste vlucht van Werner Voss

Werner Voss is bij de Duitse luchtmacht vanaf 1916. Hij behaalt enkele weken zijn vliegbrevet en wordt al snel instructeur. In juli 1916 wordt Voss overgeplaatst naar het front als staartschutter van een tweezits-verkenningsvliegtuig. Voss blijft in deze functie tot hij in november 1916 een baan als gevechtspiloot krijgt.  Op 27 november 1916 behaalde Voss zijn eerste overwinning.

Tegen april 1917 heeft Voss 25 vijandige toestellen neergeschoten en wordt hij onderscheiden met de Pour le Mérite, de hoogste Duitse onderscheiding. Manfred von Richthofen nodigt hem uit in zijn luchteskader, het beroemde Jagdgeschwader 1. De samenwerking tussen Von Richthofen en Voss klikt zo goed, dat Von Richthofen hem benoemt tot wingman. Dit houdt in dat Voss bij alle luchtgevechten rechts van Von Richthofen vliegt. Tegen juli 1917 vernietigt Voss 13 vijandige vliegtuigen en komt zijn totaal op 38 luchtoverwinningen.

Op 23 september 1917 komt Voss alleen tegenover 6 Britse vliegtuigen te staan. Hij vat moedig het gevecht aan, maar de overmacht is te groot en Voss sneuvelt onder de kogels van de Brit Rhys-Davies. Zijn toestel stort neer nabij Frezenberg.

bronhttps://nl.wikipedia.org/wiki/Werner_Voss

WernerVoss

 

 

de slag om Frezenberg

De datum van 20 september 1917 is wellicht de meest voorkomende op grafstenen van Zuid-Afrikaanse soldaten in de wijde omgeving van Ieper. Bij het begin van de derde slag om Ieper valt de 9e Schotse divisie aan in de buurt van Frezenberg in Zonnebeke. Tot die Schotse manschappen die deze brigade telt, hoort ook de Zuid-Afrikaanse infanteriebrigade. Van de 2576 manschappen die deze brigade telt, keert slechts de helft ongedeerd terug. De anderen zijn gedood, gewond of vermist. De Zuid-Afrikaanse gesneuvelden worden nadrukkelijk herdacht op het Schots monument op de Frezenberg (Ieperstraat, Zonnebeke).

Het schilderij hieronder toont een tafereel uit deze slag en is van de hand van William Wollen.

WilliamBranesWollen_BattleOfFrezenberg1917

de inname van Cryer Farm

Britse troepen onder leiding van luitenant Cryer nemen op 15 september 1917 tijdens de slag van Passendale (of derde slag van Ieper) een zwaar verdedigde Duitse medische post in, die door een smalspoor met het tramspoor verbonden is. Tijdens de inname van deze grotendeels ondergrondse betonnen constructie sneuvelt de bevelvoerende luitenant. Sindsdien kennen we deze locatie als Cryer Farm.

CryerFarm

Toeristische tip : Cryer Farm (Menenstraat 43, Geluveld) wordt ook nog tijdens de tweede wereldoorlog gebruikt, dan als schuilplaats voor burgers. Nadien gaat de historische waarde van de plek compleet verloren want het wordt een beerput. Pas bij opgravingen in 2001 wordt deze locatie herontdekt.

CryerFarm_Model

een model van Cryer Farm

Postume prijs voor Hedd Wyn

De Welshe dichter Hedd Wyn (pseudoniem van Ellis Humphrey Evans) krijgt op 6 september 1917 postuum de belangrijkste poëzieprijs van zijn land, de Zetel van de Nationale Eisteddfod.

Een week eerder raakte hij dodelijk gewond op het kruispunt van de Boezingestraat en de Groenestraat in Langemark, bij het Hagebos. Eerder op die dag veroverde hij samen met zijn kameraden van de Royal Welsh Fusiliers nog de Pilkem Ridge in Pilkem, een gehucht van Boezinge.

Hedd Wynn schreef zijn bekroonde gedicht “Yr Arwr” (de held) twee weken voor zijn dood in Fléchin (Frankrijk) toen hij op weg was naar het front in Vlaanderen.

Toeristische tip : Hedd Wyn rust op het Artillery Wood Cemetery (Poezelstraat 3, Boezinge). Er hangt een gedenkplaat aan de gevel van het huis in de Boezingestraat 158 te Langemark bij de plek waar hij sneuvelde. Iedere eerste maandag van de maand is er om 19u een kleine Last Post bij deze gedenkplaat.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Hedd_Wyn.JPG