de grote ontsnapping uit Holzminden

In Holzminden openden de Duitsers een kazerne in september 1917 als krijgsgevangenenkamp. Hier zitten voornamelijk Britse officieren gevangen. Daarnaast zijn er ook gewone soldaten gevangen, die als ordonnans zijn toegewezen aan de officieren en die instaan voor de dagelijkse karweien.

In de nacht van 23 op 24 juli 1918 ontsnappen 29 Britse officieren uit dit krijgsgevangenenkamp door een tunnel. Tien van hen zullen Groot-Brittannië bereiken. Deze ontsnapping kent het grootste aantal ontsnapte krijgsgevangenen tijdens de eerste wereldoorlog.

Het uitgraven van de tunnel duurde negen maanden. De ingang van de tunnel was verborgen onder een trap in de kwartieren van de gewone soldaten. In de nacht van de ontsnapping zijn er 86 officieren aangeduid om te ontsnappen door de tunnel. Maar de dertigste officier geraakt vast in de tunnel en dus moet de ontsnapping van de rest worden afgeblazen. Van de 29 die al eerder ontsnapt zijn, geraken er tien in het neutrale Nederland en zo naar Groot-Brittannië. Onder hen is er kolonel Charles Rathborne, die dankzij zijn goede kennis van het Duits van de trein gebruik kan maken en in Nederland staat na 5 dagen. De andere ontsnapten gaan te voet en hebben meestal 14 dagen nodig om terug thuis te geraken.

bron
https://en.wikipedia.org/wiki/Holzminden_prisoner-of-war_camp

Holzminden_Tunnel_1918

de tunnel van Holzminden 

 

Indische piloot sneuvelt

Indra Lal Roy sneuvelt op 22 juli 1918 tijdens een luchtgevecht met een Duitse piloot in een Fokker. Slechts 19 jaar oud is hij, maar hij is en blijft veruit de meeste bekende Indiase gevechtspiloot uit de eerste wereldoorlog. In april 1917, net 18 jaar, vervoegt hij het Britse leger terwijl hij in Londen studeert. Drie maanden later wordt hij bevorderd tot tweede luitenant. Hij volgt een opleiding als piloot en maakt in oktober 1917 zijn eerste vlucht. Na een crash moet hij meerdere maanden aan de grond blijven.

Zijn meest spectaculaire overwinningen boekt Laddie, zoals zijn bijnaam luidt, in het begin van de zomer van 1918 : op twee weken tijd haalt hij negen Duitse toestellen neer.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

IndraLalRoy_1918

Duitse luchtmacht valt Britse duikboot aan

Ongeveer 25 kilometer voor de kust van Onford Ness (Suffolk) bestookt op 6 juli 1918 een eskader van vijf Duitse watervliegtuigen, onder leiding van luitenant Friedrich Christiansen, de Britse onderzeeër C-25. Zowel machinegeweren als bommen treffen doel wanneer de C-25 aan de oppervlakte komt.

Boordcommandant David C. Bell en drie wachtposten overleven de aanval niet. Een van hun lichamen blokkeert de werking van de apparatuur, zodat het schip niet meer kan duiken. De bemanning kan de duikboot nog drijvende houden, maar ook dat kost enkelen onder hen het leven.

Een andere onderzeeër, de E-51, neemt de C-25 op sleeptouw naar de meest nabije haven. De destroyer HMS Lurcher, die inmiddels in de buurt is, kan nieuwe aanvallen van de Duitse watervliegtuigen afweren.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

HansaBrandenburg_Christiansen

slag bij Le Hamel

De slag bij Le Hamel is niet van doorslaggevende betekenis voor de oorlog, maar toch is het een bijzondere veldslag. Niet alleen wonnen de geallieerden deze strijd in minder dan twee uur, dit is ook een beroemd voorbeeld van een all arms battle. Ter ondersteuning van de oprukkende infanterie worden alle andere wapens ingezet : artillerie, machinegeweren, communicatie-eenheden, zelfs gevechtstanks (nieuwe, wendbare Britse tanks) en ook transporttanks.

De man achter dit succes is de nieuwe bevelhebber van het Australische legerkorps, luitenant-generaal John Monash. Nog opmerkelijk is dat hier voor het eerst tijdens deze oorlog een Amerikaanse militair een eremedaille verdient : korporaal Thomas Pope, die een nest van machinegeweren bestormt, verschillende leden ervan doodt met een bajonet en met zijn geweer de anderen in bedwang houdt tot er assistentie komt om hen gevangen te nemen.

De ansichtkaart hieronder is op basis van een tekening van de Engelsman Alfred Pearse.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

A_Pearse_Capture_of_Hamel

 

derde slag aan de Aisne

Erich Ludendorff, hoewel officieel de ondergeschikte van Hindenburg, is de man die de planning en uitvoering van de Duitse oorlogsinspanning dicteert. Na eerst in Vlaanderen bij de Leie aangevallen te hebben, besluit hij het verloren gegane stuk van de heuvelrug bij de Chemin des Dames te heroveren. Uitgerekend daar liggen de Britse troepen bij te komen van de veldslagen in Vlaanderen. De Franse generaal Denis Duchêne besloot in al zijn wijsheid om al die troepen in de voorhoede te plaatsen. Dit is tegen de zin van sir Alexander Hamilton Gordon die zijn mannen liever gestaffeld in de diepte had opgesteld.

Op 27 mei 1918 wordt een voorafgaand Duits bombardement met 4.000 kanonnen op de vier Britse divisies losgelaten. Omdat bijna alle mannen voorin liggen, is het effect een feitelijke slachting. Na een gasaanval beginnen 17 Duitse divisies  onder bevel van kroonprins Wilhelm op te rukken door het gat van 40 km dat is ontstaan. Tussen Soissons en Reims breken de Duitsers door nog 8 divisies heen en aan het eind van de dag hebben zij 15 km terreinwinst geboekt en liggen ze bij de rivier de Vesle. Op 30 mei hebben de Duitsers 50.000 krijsgevangenen gemaakt en 800 kanonnen veroverd. Op 3 juni 1918 liggen ze op 90 km van Parijs. Maar alweer verdwijnt het door de Duitsers opgebouwde momentum door vermoeidheid en geallieerde tegenaanvallen. De Franse verliezen bedragen 98.000 soldaten terwijl er 29.000 Britse slachtoffers zijn. Generaal Duchêne wordt ontslagen door opperbevelhebber Pétain terwijl diens positie belaagd wordt door geallieerd opperbevelhebber Foch.

bron : Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC Uitgevers

Slag_Aisne_1918

 

het einde van UB-74

Op 26 mei 1918 wordt de periscoop van UB-74 opgemerkt door het stoomjacht Lorna in Lyme Bay ter hoogte van Portland. Zijn commandant, luitenant C.L. Tottenham, stuurt Lorna er op volle kracht heen en kan de onderduikende UB-74 verrassen en de toren lichtjes raken. Lorna laat een dieptebom vallen, gevolgd door een tweede op 50 meter afstand. Blijkbaar hebben de dieptebommen hun doel geraakt, want bijna onmiddeelijk welt een luchtbel op waarin zich vier objecten bevinden. Tottenham laat nog een dieptebom vallen en lost een boei op de locatie.

De bemanning van de Lorna hoort vage hulpkreten in het Duits :”Kamerad, Kamerad !”. Er zijn vier drenkelingen in het water te zien, maar slechts één van hen is in leven. De Britten halen hem uit het water, waarna hij bevestigt dat hij van de UB-74 is. Drie uur later sterft hij aan de gevolgen van de opstijging en van de waterdruk van de ontploffingen. De laatste dieptebom heeft waarschijnlijk zijn drie kameraden gedood en hem fataal verwond. Tottenham ontvangt een Distinguised Service Cross voor het vernietigen van UB-74.

bronnen
Tomas Termote, oorlog onder water, Davidsfonds
http://portlanddivecharters.co.uk/view_site.asp?id=56

u-boot_gezonken

Duitse doorbraak op de Kemmelberg

Het Duitse leger breekt op 25 april 1918 door de geallieerde stellingen op de lijn MesenWijtschate en bereikt de voet van de Kemmelberg. De hele nacht zijn er felle gevechten : de Duitsers schieten gasgranaten af, de Fransen voeren vliegtuigbombardementen uit. Uiteindelijk bestormen alpenjagers de berg, over bommenkraters en lijken en moeten de Fransen zich terugtrekken naar de Rodeberg en de Scherpeberg.

Achteraf kunnen de Fransen en Britten zich herorganiseren en een verdere doorbraak van de Duitsers richting Ieper en Calais beletten.

Op de top van de Kemmelberg staat een 16 meter hoge gedenkzuil, in de volksmond bekend als Den Engel, die de nagedachtenis eert van de ruim vijfduizend Fransen die hier sneuvelden in het voorjaar van 1918.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Het schilderij hieronder is van George Edmund Butler, getiteld “Mount Kemmel”.

GeorgeEdmundButler_MountKemmel

slag van Hazebrouck

Drie dagen geleden begonnen de Duitsers een veldslag die de geschiedenis ingaat als de slag van Hazebrouck (Frans Vlaanderen) en slaan daarbij een bres in de Britse verdedigingslinies. Veldmaarschalk Douglas Haig geeft orders dat de troepen zich onder geen beding mogen terugtrekken.

Op 15 april 1918 eindigen de gevechten bij Hazebrouck maar het zal nog een paar dagen duren eer de Britten, gecommandeerd door generaal Herbert Plumer, over de hele linie de Duitse troepen tot staan brengen. Het Duitse leger zal er niet in slagen de Britten terug te dringen en zelf de Franse havens aan het Kanaal in handen te krijgen.

Hazebrouck ligt bijna 50 kilometer zuidwestelijk van Ieper in Frans Vlaanderen. Gedurende het grootste deel van de eerste wereldoorlog is deze regio in geallieerde handen tot de Duitsers ook hier hun lenteoffensief lanceren.

Meer informatie over operatie Georgette, waar de slag om Hazebrouck deel van uitmaakt, is te vinden op deze website : http://bbcfm.be/operationGeorgette.html

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

OperatieGeorgette_191804

Dagorder van Douglas Haig

Het speciale dagorder van 11 april 1918 van generaal sir Douglas Haig bevat verwijzingen naar het “England expects” signaal voor de slag van Trafalgar. Het is een ongewoon dagorder voor de immer kalme Haig. Maar op 11 april voelt hij aan dat hij dicht bij de nederlaag zit. Twee dagen voordien begonnen de Duitsers de slag aan de Leie en ze baanden zich een weg door een Portugese divisie.

Als de Duitse opmars de Franse havens aan het Kanaal bereiken, zullen de Britten worden afgesneden van hun thuisland. Een overhaaste terugtocht, zoals we een oorlog later in Duinkerke meemaken, kan dan de enige optie zijn.

Het speciale dagorder van de commandant van de British Expeditionary Force (BEF) aan zijn soldaten roept hen op om iedere positie tot de laatste man vast te houden. Eén zin springt eruit :”Met onze rug tegen de muur moet ieder van ons blijven vechten tot het einde.”. Daarom noemt men dit order vaak de “rug-tegen-de-muur-order“.

Er komen gemengde reacties op dit dagorder. Sommige soldaten nemen zich voor om zich tot het uiterste te verzetten. Anderen beginnen te panikeren omdat ze zich nu realiseren dat het Britse leger in een heel benarde situatie zit. We mogen stellen dat deze dagen inderdaad de gevaarlijkste dagen voor de Britten zijn.

bron : Gary Sheffield, the first world war in 100 objects, Blackwell

DouglasHaig_Dagorder_19180411

Ferdinand Foch in de tegenaanval

Ferdinand Foch coördineert vanaf voortaan alle Britse, Franse en Amerikaanse troepen op het westfront na een bijeenkomst van de gezamenlijke Supreme War Council op 27 maart 1918. Fochs hoofdbekommernis is het stoppen van het Duitse offensief, Operatie Michael, dat in noord-Frankrijk een bres heeft geslagen in de Britse linie. Franse versterkingen spoeden zich naar de bedreigde sector ten zuiden van de Somme waar ze samen met de Britse troepen onder het bevel staan van de Franse generaal Marie Fayolle.

Het Britse 3e leger van generaal sir Julian Byng dat ten noorden van de Somme strijdt, stopt de Duitse opmars, deels door doeltreffende steun vanuit de lucht. De Duitsers proberen twee dagen later een nieuwe aanval te lanceren met als doelwit Arras. Dat offensief mislukt echter. De strijd concentreert zich nu ten zuiden van de Somme.

bron : Ian Westwell, de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

FerdinandFoch