Verwarring over de tijd

Stijn Streuvels twijfelt over het juiste uur en noteert op 5 mei 1916 in zijn dagboek :

In afwachting dat het met het uur in huis in orde komt en tot overeenstemming, houd ik er hier in huis drie verschillende uren op na. In de keuken is het oude Belgische tijd, in mijn werkkamer nieuwe Belgische tijd, en in de voorplaats wijst de hangklok de nieuwe Duitse tijd aan, ten behoeve van de ingekwartierde militairen.

Met het nieuwe zomeruur zijn de mensen nog altijd in de war : niemand kan ertoe besluiten zijn uurwerk door te draaien. En ik geloof dat het nog lang zal duren eer de boeren hun noenklokje zullen luiden om 11 uur.

Ingooigem blijft volgens oude gewoonte onvermurwbaar als het erom gaat nieuwe gebruiken in te voeren. Als er dan nog eenheid zou zijn in de besluiten : de knechtenschool (jongensschool) heeft het nieuwe uur in voege gebracht en de meisjesschool niet.

Zomertijd-Wintertijd

Hamontenaren in Auvours

Op 30 april 1916 is onderstaande foto gemaakt. Het bordje bij de Belgische soldaten vermeldt datum en plaats : Auvours (in de gemeente Champagné vlak bij Le Mans). Hier ligt een Frans militair kamp dat onder de eerste wereldoorlog is toegewezen aan de Belgen. Door de verovering van het grootste deel van België had de Belgische militaire overheid natuurlijk nergens in eigen land opleidingskampen. Onder meer in Auvours konden ze de opleiding organiseren.

Het bordje onderaan vermeldt ook dat het gaat om Hamontenaren. In 2012 heb ik deze foto gevonden op de website van de gemeente Hamont-Achel. De soldaat achteraan rechts op de foto is Patrick Feijen. Zijn zoon, Guido Feijen, had die foto aan de gemeente Hamont-Achel opgestuurd met de vraag of er nog andere soldaten herkend werden.
Ik heb mijn grootvader nooit gekend. Maar die ene soldaat staande achteraan links (met witte broek), die trok wel enorm op mijn nonkels. Mijn moeder kon bevestigen dat zij die foto kende van vroeger. De soldaat op de achterste rij links is dus wel degelijk Martinus Evers.

HamontenarenInAuvours19160430_Bijgewerkt.jpg

Duitsers eisen koeien op in Ingooigem

Net als in zoveel andere dorpen komen de Duitsers ook in Ingooigem koeien aanslaan, zo noteert Stijn Streuvels in zijn dagboek op 18 april 1916. De koeien en hun eigenaars staan alk vanaf 11 uur in de gietende regen te wachten. Drachtige koeien mogen weer mee naar huis met hun eigenaars.

Boeren die maar een of twee koeien hebben, mogen die meestal behouden. Bezit een boer meer koeien, dan merken de Duitsers er enkele met een schaar in het haar van de bil. De gemerkte koeien zullen bij nader bevel afgeleverd moeten worden bij de Duitse administratie.

Sommige boeren verbergen dieren. In de schuur van Streuvels bijvoorbeeld staat een jonge os van een buurman. Diens twee dochters houden de wacht met een knuppel in de hand om te beletten dat het dier zou beginnen te loeien en zo de aandacht zou trekken van speurende Duitse manschappen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

DuitseSoldaten_Koe.jpg

August Van Cauwelaert zwaar gewond

Granaatscherven treffen August Van Cauwelaert in de longen tijdens gevechten in Passendale op 7 april 1916. Lange tijd zweefde hij tussen leven en dood in het ziekenhuis in Hoogstade. Een lange revalidatie volgde maar helemaal de oude werd hij nooit meer.

In 1918 publiceert August Van Cauwelaert, advocaat, dichter, romanschrijver, vrederechter en nog veel meer, de bundel Liederen van droom en daad. In deze verzameling lees je gedichten die hij aan het front schreef.

Heeft Van Cauwelaert zijn verwonding voelen aankomen. Feit is dat hij vijf dagen voor zijn verwonding het gedicht ‘Verpleegster’ schrijft:

‘Misschien zal ik, gekwetst, een worden ingedragen/
Waar gij in liefde uw leven geeft, door nacht en dag;
Maar gij zult naast me staan, met dringen-vreez’ge vragen
En over mij de vrede van uw glimmelach.
[Collectie Letterenhuis]

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
https://hetarchief.be/nl/blog/vlaamse-oorlogsdichters

AugustVanCauwelaert1918

August Van Cauwelaert in Cannes in 1918

 

Gabrielle Petit gefusilleerd

Gabrielle Petit, geboren in Doornik, woont en werkt in Brussel als de oorlog uitbreekt. Ze meldt zich onmiddellijk bij het Rode Kruis. Via via komt ze terecht bij de Britse inlichtingendienst, die haar een korte opleiding geeft, vooral om Duitse troepenbewegingen via het spoor op te volgen. Ze helpt ook vrijwilligers over de Nederlandse grens te smokkelen, helpt bij de geheime postdienst Le mot du Soldat en zorgt voor de verspreiding van het clandestiene La Libre Belgique.

In februari 1916 wordt ze verraden en gearresteerd. Op 1 maart 1916 veroordeelt een Duitse krijgsraad haar ter dood. Op 1 april 1916 – ze is dan slechts enkele weken 23 jaar oud – verschijnt ze in Schaarbeek voor het executiepeloton.

Na de oorlog wordt Gabrielle Petit als een vaderlandse heldin vereerd en krijgt ze een nationale herbegrafenis. Op het Sint-Jansplein in Brussel plaatst men in 1923 een standbeeld, een werk van Egide Rombaux.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
Daniël Vanacker, België in de grote oorlog, Roularta

Gabrielle-Petit

 

Gustaaf Mus opgepakt wegens spionage

Mus_GustaafGustaaf Mus, een rijkswachter afkomstig uit Dudzele, wordt op 30 maart 1916 voor de eerste maal aangehouden, maar weet te ontsnappen. Alles speelt zich af in de pastorij van priester Octaaf Declercq, een medespion. Daags daarna (31 maart 1916) wanneer Gustaaf Mus een koerier in Gent wil ontmoeten, wordt hij definitief gearresteerd.

Gustaaf Mus was sinds 2 mei 1915 terug in België, na een verblijf in een Engels ziekenhuis om te herstellen van een schot in zijn dijbeen. Onmiddellijk na zijn terugkeer in het bezette België begint hij een spionagenetwerk op te zetten onder de naam Service des Ambulants, dat uiteindelijk meer dan honderd mensen zal tellen. Daarnaast houdt hij zich ook bezig met sabotagedaden zoals het doen ontsporen van treinen en het ontregelen van trein- en tramsignalen.

Zowel Gustaaf Mus als priester Octaaf Declercq worden terechtgesteld in Gent op 11 augustus 1916.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
https://nl.wikipedia.org/wiki/Gustaaf_Mus
http://wo1dudzele.brugseverenigingen.be/JUWEELTJES/GUSTAAFMUS

 

de honger laat zich voelen

Het tekort aan voedsel rukt op, zo moet ook Stijn Streuvels vaststellen :

Het kan zo niet langer voortduren, is de algemene overtuiging. De honger zal een eind maken aan de oorlog. Want bij de soldaten is het nog slechter gesteld dan bij de burgers. Men hoort het langs alle kanten, waar ze ingekwartierd zijn. De mensen geven van hun eigen kost omdat ze medelijden hebben met de dutsen.

Zo-even vertelt mijn gebuur dat de manschappen voor alle voedsel een soort soep kregen waarin een paar pruimen te zwemmen lagen. Vandaag was er een ander soort soep met twee stukjes aardappel. Een stuk droog brood daarbij maakt het menu uit voor de hele dag. En de officieren, die krijgen nu ook geen boter meer op hun brood.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Kuechendienst

Inkwartiering in Ingooigem

Stijn Streuvels ziet op 10 maart 1916 de soldaten arriveren die in Ingooigem moeten worden ingekwartierd.

Ze komen aan in de avond en het is een vreemd spektakel, die grijze zwerm in de deemstering. Het zijn versleten, moegegane mannen met doorgezakte leden onder de vracht van hun zware ransels, met slepende benen, haveloos gekleed en vuil. Op hun wezen en in de ogen zie je de gelatenheid van een trekhond die na een lange vermoeiende toch de belofte voelt van uitgespannen te worden en de verwachting zich te mogen neerleggen.

Op de deuren is het bekende schrift met krijgt en kan men zien hoeveel mannen in elk huis wonen, met onder aan het nummer van het legerkorps en het regiment.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

bataille-frontieres-allemands.jpg

Vreemde ruiters in de sneeuw

Stijn Streuvels mijmert bij het zien van Duitse ruiters die door de sneeuw trekken :

We zijn weerom ingesneeuwd ! En in de stilte van de namiddag trekt een colonne Duitse ruiters over de eenzame sneeuwweg. We hebben dat spektakel al zo dikwijls gezien en toch komt het me altijd even vreemd voor, alsof het de eerste maal was.

Die vreemde figuren in het landschap dat zo vertrouwd is, kunnen zich maar niet schikken tot een passend geheel. En terwijl ik erop te staren sta, lijkt het me een visioen uit een verre droom, opgewekt uit een oud boek.

De uitgestrekte effenheid doet me denken aan Russische steppen en de ruiters in hun grijze mantels met hun vreemde paarden, ze gelijken wel schimmen uit de Merovingische tijd, die in stilte voorbijtrekken. Terwijl de laatsten nog altijd aanstappen, zijn de eersten reeds verdwenen in de witte mist.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Mazurska1916

Joris Lannoo opgeleid in Criel

Op 5 februari 1916 vertrekt Joris Lannoo voor een maand naar het kamp van het Normandische Criel voor een speciale opleiding in het hanteren van nieuwe types van mitrailleurs en het bouwen van weerstandsnesten. Door de vastgelopen loopvrachtenoorlog kent de militaire technologie op het gebied van die weerstandsnesten een snelle ontwikkeling. Zeker in de Belgische sector tussen Steenstrate en de Minoterie in Diksmuide is de noodzaak aan snelvurende mitrailleurs bijzonder hoog. Iedereen, zowel de soldaten achter hun zandzakjes als de kandidaat-officieren, weet dat de gevechtszone met de mitrailleursnesten de gevaarlijkste en bloedigste is aan het hele front.

Als de opleiding in Criel afgelopen is, vertrekt Joris Lannoo onmiddellijk naar Fécamp voor de allerlaatste fase van de opleiding. Hij behoort dan, opnieuw voorlopig, tot het 12e linieregiment. Die tweede opleiding zal eindigen op 2 april 1916.

bron : Romain Vanlandschoot, Een VlaamseViking aan het front, Lannoo

CrielSurMerMitrailleursBelges.jpg