Was Martinus Evers in het kamp van Mailly ?

Ik heb geen dagboek van mijn grootvader Martinus Evers. Via het Belgisch leger weet ik alleen wanneer hij is ingelijfd. En door de foto’s van het Gulden Boek der Vuurkaart weet ik dat hij in het 23e linieregiment zat. In het fotoboek van Daniël Vanacker (zie bron) weet ik dat Jeroom Leuridan eind december 1916 in het kamp van Mailly zat. Gezien Leuridan in hetzelfde linieregiment zat, mag ik aannemen dat het ganse regiment, en dus ook Martinus Evers eind december 1916 in het kamp van Mailly (nabij Châlons-en-Champagne) zat.

Eind 1916 stelt de Franse generaal Joseph Joffre aan de Belgische minister van oorlog voor Belgische eenheden naar het kamp in Mailly te sturen. Daar kunnen ze dezelfde bijscholing krijgen als hun Franse collega’s. Koning Albert voelt er niet veel voor maar geeft toch toe. De eerste Belgische troepen vertrekken van het front op 11 december 1916. De treinreis duurt veertig uur.
In Mailly maken de Belgen kennis met een internationaal gezelschap. “De zondag is de enige rustdag waarover de troepen beschikken.” schrijft een deelnemer. “In het dorpje verbroederen Fransen, Russen en Belgen op voorbeeldige wijze en bezingen de weldaden van de Franse pinard (tafelwijntje).”.
Op onderstaande sneeuwfoto van januari 1917 staan een Rus, een Belgische grenadier, een Belgische gendarme en een Fransman.

mailly1917

bron : Daniël vanacker, België in de grote oorlog, Roularta

 

Gaston Le Roy leert golven

Gaston Le Roy is in Bray-Dunes (Frankrijk) en noteert op 10 februari 1917 het volgende in zijn dagboek.

Legermysteries. Vandaag dacht ik te kunnen profiteren van mijn verzwakte ogen om vrij te zijn, maar zonder succes. Waarom men bij sommige gelegenheden in het leger niet ziek mag zijn, dat vertelde me de legerarts :”Hoe graag ik je naar de oogarts wil doorsturen, vandaag kan dat helaas niet, daar ik niemand van oefeningen mag vrijstellen. Kom morgen terug.

Niemand was vrij. De reden heel het regiment voert aanvalsoefeningen in golven uit voor de grote heren. We golfden de duinen op en af tot rond 1 uur. De rollende keuken kwam ditmaal zelf tot bij ons en niet wij bij haar zoals gewoonlijk en rond 16 uur waren we terug.

Hoe ongaarne ik ook oefeningen doe, ik moet toegeven dat ik er vandaag deugd aan heb beleefd. De vermoeienissen hebben mijn moraal opgemonterd en de zwarte gedachtewolken zijn weggedreven.

Ook Jeroom Leuridan, in het 23e linieregiment net zoals Martinus Evers, heeft leren golven maar dan in december 1916 in het kamp van Mailly. Hij noteert op 23 december 1916.

Vanmorgen om vijf uur waren we in de weer en om zeven uur reeds in het gelid om vagen te gaan doen (vagen komt van het Franse vagues – golven). op het onmetelijke oefenplein. Een Frans bataljon dat de nieuwe techniek demonstreerde, maakte wel indruk. Het was prachtig ! In de diepte wriemelden de blauwe uniformen die de aanval voorbereidden. De lange lijnen van de “vages d’assaut” (aanvalsgolven) bewogen voorwaarts, slangachtig en ’t was een daverend geweld van loze houwitsers en granaten en patronen.

bronnen
André Gysel, Gaston le Roy – dagboek van een Vlaamse oorlogsvrijwilliger, Lannoo
Daniël Vanacker, België in de grote oorlog, Roularta

LerenVagen_1917.jpg

 

dokter Lievens tussen koude en geweervuur

Dokter Lievens is einde januari en begin februari 1917 bij de vooruitgeschoven posten nabij het Viconiakasteel en de kerk van Stuivekenskerke.

26-1-1917 : ’s Avonds proberen de Duitsers nog een van onze posten te veroveren. Deze poging heeft geen succes net zo net zomin als die van de vooravond. Onze schuilplaats is beklagenswaardig. Je kunt je er niet in bewegen en wij logeren daar met vijf in, opgehoopt als haringen in een ton. Het is zo koud dat al onze drank bevriest.

27-1-1917 : Het heeft een beetje gesneeuwd waardoor het van langsom gevaarlijker wordt om de passerelles te gebruiken. Je kunt elk ogenblik vallen. De volledige wacht is op post gedurende de hele nacht zonder aflossing want er klinkt ongewoon lawaai bij de vijand. De thermometer wijst -21° aan.

30-1-1917 : In de nacht van 30 op 31 januari is er grote opschudding. De Duitsers vallen de kleine posten 1,2,3 en 5 aan. Ze beginnen met een buitengewoon hevig bombardement. Na zowat een uur houdt die zondvloed van projectielen op, maar dan treden de mitrailleurs in het wit gekleed en plat op de buik schuiven ze over het ijs vooruit met behulp van twee met ijzer gepunte stokken die elke soldaat vasthoudt. In een witte vermomming zijn ze tot aan onze prikkeldraadversperring geraakt zonder dat wij ze opmerkten. Ze waren al bezig die door te knippen toen plots alarm werd geslagen.

lissac_nuit

Pierre Lissac – Nuit

Dadelijk springen onze mannen in de gevechtsloopgraaf en met geweerschoten en geratel van mitrailleurs ontvangen ze de vijand. Tegelijk spreidt onze gewaarschuwde artillerie met een hevig spervuur van alle granaatkalibers een gordijn van schroot en vuur achter hen, waardoor hun aftocht afgesneden is. Enkelen gooien handgranaten, anderen slagen erin tot bij onze loopgraven te geraken, maar ze worden onmiddellijk met de bajonet terug gedrongen. Beetje bij beetje luwen de gevechten en uiteindelijk wordt het weer stil.
Jammer genoeg verliep het gevecht ook voor ons niet zonder verliezen. Zes strijdmakkers zijn omgekomen en zestien zijn min of meer zwaargewond. De sneeuw valt al een poosje met kleine vlokjes en bedenkt die helden met een blanke sluier.

Ik blijf in de loopgraven tot 2 februari en elke nacht zijn er min of meer ernstige schermutselingen.

bron : André Gysel, dokter Lievens – dagboek van een arts, in de loopgraven van WO I, Lannoo

De tekening bij dit artikel is van Pierre Lissac, getiteld “Nuit”.

 

 

 

Belgische vissersboot vergaat

Een Duitse U-boot beschiet op 30 januari 1917 de Marcelle, een vissersboot van het type stoomtreiler. Eerder had dit Oostends schip al Noorse drenkelingen gered (lees dit artikel). Vandaag vergaat het schip maar de bemanning overleeft. In zijn verslag beschrijft gezagvoerder August Wittrock het gebeuren.

De visplanken waren net aan boord toen de onderzeeër een eerste schot afvuurde, dat juist boven ons schip terechtkwam. Daarop gad de stuurman een signaal met de fluit om te beduiden dat wij stopten, terwijl de Belgische vlag bijgezet werd en de reddingsboot naar buiten gebracht.

Binst dat wij onze reddingsboot te water brachten, bleef de onderzeeër ons maar beschieten, ons vooraan, midscheeps en achteraan rakende. Niettegenstaande dit alles bleef ons volk koelbloedig. Wij namen plaats in onze reddingsboot, die veel water maakte en zijn snel van ons schip weg geroeid. Dan is de onderzeeër rond ons schip komen varen, het gedurig beschietend. Het vaartuig stond in vuur vooraan, en een der bommen moet de ketel geraakt hebben, die ontplofte. Na een uur schieten is ons schip gezonken.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
Het schilderij hieronder is van Willy Stöwer.

WillyStoewer_Uboot02.png

een ijskoude winter

Op zondag 28 januari 1917 heeft Jozef Gesquière tijd om een kijkje te nemen op de Veurnse kade :

Kaai en vaarten liggen toe. Het baat niet meer het ijs bij dag door te breken. ’s Nachts zijn de vaarten weer met een dikke ijskorst dichtgevroren. En daarmee ligt de scheepvaart voorgoed stil en de schaarste aan kolen doet zich nu meer en meer voelen. Droevig vooruitzicht.

Ook elders is het ijskoud. Jan Frans Van Hansbeke uit Aalst overlijdt op 27 januari 1917 in Armeville door bevriezing.

In Nederland gaat op 27 januari 1917 de derde Elfstedentocht door. Aan de start staan 42 wedstrijdrijders en 108 toerschaatsers. Coen de Koning gaat als eerste over de eindmeet na 9 uur en 53 minuten. Sjoerd Swierstra wordt 28 minuten later tweede.

bron : oorlogskalender 2014 – 2018

nieuwpoort_1917

Training in Fécamp

Gaston Le Roy brengt de eerste weken van 1917 in Fécamp, Frankrijk door om training te krijgen.

1 januari 1917 : Het lijkt wel of onze sneltrein alle herbergen aandoet. In Abbeville staan we drie uur stil. In Eu ook, maar nu worden we verwittigd en we stappen in EU eens uit om de benen te strekken. Daarna stoomt de trein wat sneller, we vliegen Dieppe voorbij en rond middernacht komen we in Fécamp aan.

3 januari 1917 : We verblijven in een oud oefenkamp maar de keuken is uitstekend. We logeren in een oude maalderij. De tucht staat ons toe uit te gaan tussen 18 en 21 uur. Tot 17 uur zijn de koffiehuizen voor ons gesloten. De dienst : opstaan om 6u30, om 8u in het gelid. In de voormiddag oefeningen op het kleine plein en in de namiddag op de grote heuvel. Voor mij is dat een berg.

4 januari 1917 : Ze leren ons handgranaten werpen. Dit tijdverdrijf ligt me niet nauw aan het hart. Ik probeer er zo weinig mogelijk van te bakken om ervan af te geraken.

8 januari 1917 : De hellingen op de polygoon liggen er glad bij na de regen. Er staat een stevige wind en het is er koud. De oefeningen worden afgelast en ik blijf op mijn zoldersalon.

11 januari 1917 : De tijd vliegt. Naar de polygoon, naar de stad. Eten, drinken en uitgaan. De picons smaken heerlijk, maar onze portemonnee raakt leeg.
Op straat moeten alle lichten worden gedoofd. Er is een zeppelin in aantocht. Een half uur later heerst volledige duisternis. Iedereen keert snel huiswaarts, ook wij blijven binnen. Maar er gebeurt niets.

13 januari 1917 : Met vreugde en een massa luizen verlaat ik Fécamp. Rond 4 uur stappen we de trein op. De wagons zijn smal en klein. We hebben weinig plaats met acht man in een coupé. Toch kan ik wat slapen. Het sneeuwt de hele nacht.

16 januari 1917 : De 13e begon de terugreis. Een dag en twee nachten deed de trein erover om Calais te bereiken. Een trage en vermoeiende toch. De levensmiddelen voor de voorziene veertien uur zijn al lang op. Dan krijgen we elk vier beschuiten, aardappelen en een fles heldere koffie.

bron : André Gysel, Gaston Le Roy – dagboek van een Vlaamse oorlogsvrijwilliger, Lannoo

Handgranaten01.jpg

Belgische korporaal pleegt lustmoord in Harderwijk

Woutje Van de Velde, een 6-jarig Nederlands meisje, sterft op 13 januari 1917 ten gevolge van een zedenmisdrijf gepleegd door een Belgische korporaal. De man is een van de ongeveer vijftienduizend Belgische militairen die geïnterneerd zijn in het zogenaamde Belgenkamp nabij Harderwijk.

Omdat Nederland neutraal is en wil blijven, worden militairen uit bij de oorlog betrokken landen geïnterneerd zodra ze de Nederlandse grens overschrijden. Voor nogal wat militairen is een vlucht naar Nederland dan ook een ontsnapping aan de oorlog.

Een afgezaagde boomstam markeert het graf van Woutje van de Velde op de Gemeentelijke Begraafplaats van Harderwijk. De dader wordt eerst veroordeeld tot vijftien jaar tuchthuis en vervolgens in hoger beroep ontoerekeningsvatbaat verklaard en vrijgesproken. De krijgsraad beslist dan hem in een krankzinnigengesticht op te sluiten.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

grafzerk-woutje-van-de-velde

grafzerk Woutje Van de velde

besneeuwde loopgraven aan Ijzerfront

Raoul Snoeck heeft er een maand opleiding in Frankrijk opzitten als hij op 1 januari 1917 terug naar België komt met zijn compagnie. Na 2 dagen rust keert hij terug naar de loopgraven.

6 januari 1917 : In de loopgraven van Noordschote. De winter is guur. Het vriest dat het kraakt. ’s Nachts gaan we op verkenning over et ijs. Dat is prettig in een kalme sector. We bevinden ons hier op grote afstand van de vijand en de Moffen laten ons met rust.

10 januari 1917 : In rustperiodes krijgen we veel oefeningen. Vandaag keren we terug naar de loopgraven, waar het eentonige leventje herbegint. Ik moet voor vierentwintig uur naar de voorposten waar ik in 1915 tweemaal gewond raakte.

16 januari 1917 : Naar Stavele op rust. Het 4e linie komt ons aflossen.

bron : Raoul Snoeck, n de modderbrij van de IJzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju & Zoon

Winter1917_01.jpg

 

August Verveynne aan het Ijzerfront

augustverveynneBehalve eindeloos veel doden en talrijke gewonden telt een oorlog ook talloze slachtoffers die invalide blijven. Eén van hen is August Verveynne, die op 6 januari 1917 met zijn strijdmakkers aan het front arriveert na een opleiding van minder dan drie maanden. Samen met zijn eenheid vecht hij op diverse plaatsen aan de Ijzer.

Ruim een jaar later, in 1918, raakt August, die afkomstig is van Pervijze, zwaargewond aan beide benen door de ontploffing van een obus. Gedurende anderhalf jaar wordt hij naar diverse hospitalen gezonden, onder meer in De Panne, Gravelines, Vinkem en Brussel. Op 29 oktober 1919 mag hij met verlof zonder soldij en ruim een week later wordt hij definitief ontslagen, met een oorlogsinvaliditeit van 50%.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://www.pervijze.be/oudstrijders/VerveynneA.htm

einde training voor Raoul Snoeck

November en december 1916 waren trainingsmaanden voor Raoul Snoeck. Maar eindelijk komt dan het moment dat Raoul de opleiding in Frankrijk kan stoppen en terug naar België mag gaan.

24 december 1916 : We zijn nog altijd in Mailly, waar we elke dag oefeningen uitvoeren. Vandaag hebben we met de hele divisie de aanvalsgolven bestudeerd. Da verloopt als volgt : een eerste lijn soldaten rukt op naar een aangeduide stelling, een tweede neemt posities in voor de eerste en zo gaat dat maar door. Ze gelijken op de golven van de zee die uitdienen op het strand. Helaas, hoeveel soldaten zullen er niet sneuvelen voor de inname van et uiteindelijke doel !

26 december 1916 : Alle mannen verlangen naar België terug te keren, achter de Ijzer. Vandaag heeft een bataljon Franse soldaten een demonstratieaanval uitgevoerd met vlammenwerpers en granaten in aanwezigheid van het voetvolk van onze divisie en van Franse infanteristen.

31 december 1916 : De 6e divisie komt ons vervangen en we zijn allen heel blij naar België terug te mogen.

1 januari 1917 : Om zeven uur ’s morgens vertrekken we om de trein te nemen op zeven kilometer van Mailly. We stappen op om negen uur ’s avonds en reizen gedurende zesendertig uur : de enen uitgestrekt op stro in beestenwagons, de anderen als haringen in een ton in derdeklascompartimenten. Bij aankomst in Adinkerke krijgen we twee dagen rust in De Panne.

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju & zoon.

Mailly_EnterrementdelaClasse.jpg