Gaston Le Roy leert golven

Gaston Le Roy is in Bray-Dunes (Frankrijk) en noteert op 10 februari 1917 het volgende in zijn dagboek.

Legermysteries. Vandaag dacht ik te kunnen profiteren van mijn verzwakte ogen om vrij te zijn, maar zonder succes. Waarom men bij sommige gelegenheden in het leger niet ziek mag zijn, dat vertelde me de legerarts :”Hoe graag ik je naar de oogarts wil doorsturen, vandaag kan dat helaas niet, daar ik niemand van oefeningen mag vrijstellen. Kom morgen terug.

Niemand was vrij. De reden heel het regiment voert aanvalsoefeningen in golven uit voor de grote heren. We golfden de duinen op en af tot rond 1 uur. De rollende keuken kwam ditmaal zelf tot bij ons en niet wij bij haar zoals gewoonlijk en rond 16 uur waren we terug.

Hoe ongaarne ik ook oefeningen doe, ik moet toegeven dat ik er vandaag deugd aan heb beleefd. De vermoeienissen hebben mijn moraal opgemonterd en de zwarte gedachtewolken zijn weggedreven.

Ook Jeroom Leuridan, in het 23e linieregiment net zoals Martinus Evers, heeft leren golven maar dan in december 1916 in het kamp van Mailly. Hij noteert op 23 december 1916.

Vanmorgen om vijf uur waren we in de weer en om zeven uur reeds in het gelid om vagen te gaan doen (vagen komt van het Franse vagues – golven). op het onmetelijke oefenplein. Een Frans bataljon dat de nieuwe techniek demonstreerde, maakte wel indruk. Het was prachtig ! In de diepte wriemelden de blauwe uniformen die de aanval voorbereidden. De lange lijnen van de “vages d’assaut” (aanvalsgolven) bewogen voorwaarts, slangachtig en ’t was een daverend geweld van loze houwitsers en granaten en patronen.

bronnen
André Gysel, Gaston le Roy – dagboek van een Vlaamse oorlogsvrijwilliger, Lannoo
Daniël Vanacker, België in de grote oorlog, Roularta

LerenVagen_1917.jpg

 

dokter Lievens tussen koude en geweervuur

Dokter Lievens is einde januari en begin februari 1917 bij de vooruitgeschoven posten nabij het Viconiakasteel en de kerk van Stuivekenskerke.

26-1-1917 : ’s Avonds proberen de Duitsers nog een van onze posten te veroveren. Deze poging heeft geen succes net zo net zomin als die van de vooravond. Onze schuilplaats is beklagenswaardig. Je kunt je er niet in bewegen en wij logeren daar met vijf in, opgehoopt als haringen in een ton. Het is zo koud dat al onze drank bevriest.

27-1-1917 : Het heeft een beetje gesneeuwd waardoor het van langsom gevaarlijker wordt om de passerelles te gebruiken. Je kunt elk ogenblik vallen. De volledige wacht is op post gedurende de hele nacht zonder aflossing want er klinkt ongewoon lawaai bij de vijand. De thermometer wijst -21° aan.

30-1-1917 : In de nacht van 30 op 31 januari is er grote opschudding. De Duitsers vallen de kleine posten 1,2,3 en 5 aan. Ze beginnen met een buitengewoon hevig bombardement. Na zowat een uur houdt die zondvloed van projectielen op, maar dan treden de mitrailleurs in het wit gekleed en plat op de buik schuiven ze over het ijs vooruit met behulp van twee met ijzer gepunte stokken die elke soldaat vasthoudt. In een witte vermomming zijn ze tot aan onze prikkeldraadversperring geraakt zonder dat wij ze opmerkten. Ze waren al bezig die door te knippen toen plots alarm werd geslagen.

lissac_nuit

Pierre Lissac – Nuit

Dadelijk springen onze mannen in de gevechtsloopgraaf en met geweerschoten en geratel van mitrailleurs ontvangen ze de vijand. Tegelijk spreidt onze gewaarschuwde artillerie met een hevig spervuur van alle granaatkalibers een gordijn van schroot en vuur achter hen, waardoor hun aftocht afgesneden is. Enkelen gooien handgranaten, anderen slagen erin tot bij onze loopgraven te geraken, maar ze worden onmiddellijk met de bajonet terug gedrongen. Beetje bij beetje luwen de gevechten en uiteindelijk wordt het weer stil.
Jammer genoeg verliep het gevecht ook voor ons niet zonder verliezen. Zes strijdmakkers zijn omgekomen en zestien zijn min of meer zwaargewond. De sneeuw valt al een poosje met kleine vlokjes en bedenkt die helden met een blanke sluier.

Ik blijf in de loopgraven tot 2 februari en elke nacht zijn er min of meer ernstige schermutselingen.

bron : André Gysel, dokter Lievens – dagboek van een arts, in de loopgraven van WO I, Lannoo

De tekening bij dit artikel is van Pierre Lissac, getiteld “Nuit”.

 

 

 

Guynemer haalt als eerste een Gotha neer

De Fransman Georges Guynemer is de eerste piloot die erin slaagt een zware Duitse bommenwerper van het type Gotha G.III neer te halen. Hij doet dat op 8 februari 1917 aan boord van een SPAD VII. Weer een opmerkelijke prestatie van de jonge piloot (geboren 24 december 1894), ook al omdat hij nog maar anderhalf jaar in de lucht was.

Guynemer zal op 11 september 1917 neergeschoten worden in de buurt van Poelkapelle zonder dat er ooit nog een spoor van hem gevonden wordt.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

gotha01

het einde van de SS California

Vroeg in de ochtend van 7 februari 1917 bestookt de Duitse onderzeeër U-85 nabij de Ierse kust het Britse passagiersschip SS California dat op weg is van New York naar Glasgow, met twee torpedo’s. Eén ervan is raak : bij de ontploffing komen al vijf mensen om het leven. Slechts negen minuten later zinkt het schip, waarbij nog eens 35 mensen om het leven komen.

Op het schip is er ruimte voor 1214 passagiers, maar nu zijn er slechts 31 aan boord, samen met 184 bemanningsleden. Merkwaardig is dat kapitein John Henderson op de burg blijft tijdens het hele gebeuren, samen met zijn schip ten onder gaat, maar er toch in slaagt om levend boven water te komen en aan boord te klimmen van een reddingsboot.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

willystoewer_uboottaten

Operatie gifpil

In zijn dagboek heeft Herbert Sulzbach, Duitse artillerieofficier al geschreven over de voorbereidingen (lees het artikel hier). Begin februari noteert hij het volgende over operatie gifpil.

Op 3 februari 1917 ga ik naar het front nabij Baleux en ik kom ’s avonds doodop terug. Op 4 februari krijgen we het startsein voor operatie gifpil en het loopt vlotjes als een militaire oefening : artillerievoorbereiding, een kleine infanterieaanval, en we nemen 30 krijgsgevangenen, 10 Britten en 20 Fransen. We leggen een barrage gedurende een half uur en jammer genoeg vallen er aan onze kant ook een aantal gewonden.

Er wordt gesproken over het risico dat de diplomatieke relaties met Amerika verbroken worden.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword Military

duitseartillerie_1917_02

Onbeperkte onderzeese oorlog

Na maanden van bittere strijd beslist de Duitse regering op 31 januari 1917 een onbeperkte onderzeese oorlog te voeren. Zodoende kunnen de 111 beschikbare Duitse onderzeeërs naar eigen goeddunken alle schepen tot zinken brengen. Duitsland meent dat zo’n campagne Groot-Brittannië binnen de vijf maanden tot overgave zal dwingen. Het Duitse opperbevel erkent dat de beslissing verregaande gevolgen zal hebben voor de diplomatieke relaties met de VS, die vermoedelijke de oorlog verklaren als hun neutrale schepen tot zinken worden gebracht. Men meent echter de de VS de eerste twee jaar weinig invloed op de oorlog in Europa zullen hebben, en tegen die tijd zouden de Centralen de oorlog toch gewonnen hebben.

uboot01VS-minister Robert Lansing ontvangt een nota over de onderzeese oorlog, die aankondigt dat alle schepene “gestopt zullen worden met ieder beschikbaar wapen en zonder verdere waarschuwing”.

Op 3 februari 1917  verbreekt de regering van de Verenigde Staten haar diplomatieke betrekkingen met Duitsland na de aankondiging van de onbeperkte onderzeese oorlog. President Woodrow Wilson houdt daarover een toespraak. Op de dag van zijn toespraak wordt een Amerikaans koopvaardijschip, de Housatonic, zonder enige waarschuwing tot zinken gebracht.

bron : Ian Westwel, 1914-1918 – de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

Het schilderij bij dit artikel is van Claus Bergen.

 

 

Belgische vissersboot vergaat

Een Duitse U-boot beschiet op 30 januari 1917 de Marcelle, een vissersboot van het type stoomtreiler. Eerder had dit Oostends schip al Noorse drenkelingen gered (lees dit artikel). Vandaag vergaat het schip maar de bemanning overleeft. In zijn verslag beschrijft gezagvoerder August Wittrock het gebeuren.

De visplanken waren net aan boord toen de onderzeeër een eerste schot afvuurde, dat juist boven ons schip terechtkwam. Daarop gad de stuurman een signaal met de fluit om te beduiden dat wij stopten, terwijl de Belgische vlag bijgezet werd en de reddingsboot naar buiten gebracht.

Binst dat wij onze reddingsboot te water brachten, bleef de onderzeeër ons maar beschieten, ons vooraan, midscheeps en achteraan rakende. Niettegenstaande dit alles bleef ons volk koelbloedig. Wij namen plaats in onze reddingsboot, die veel water maakte en zijn snel van ons schip weg geroeid. Dan is de onderzeeër rond ons schip komen varen, het gedurig beschietend. Het vaartuig stond in vuur vooraan, en een der bommen moet de ketel geraakt hebben, die ontplofte. Na een uur schieten is ons schip gezonken.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
Het schilderij hieronder is van Willy Stöwer.

WillyStoewer_Uboot02.png

Duitse voorbereidingen in de sneeuw

Herbert Sulzbach, Duitse artillerieofficier, noteert in zijn dagboek het volgende.

Einde januari 1917 en het is 15 graden onder nul. Vandaag moet ik de leiding van artilleriebatterij nummer 8 op me nemen. Hun hoofdkwartier is in Péronne. De artilleristen waren me niet bekend voor ik daar aankwam> We bereiden een operatie voor onder de naam “gifpil”. Ik ben voortdurend druk bezig, te beginnen met een lange wandeling van het hoofdkwartier van het regiment tot aan de frontlinies nabij Barleux. De artilleriecommandanten willen hun veldkanonnen, houwitsers en mortieren richten op de toekomstige doelen maar het moet wel gebeuren op een manier dat de Fransen niets vermoeden. De schuilplaatsen aan het front zijn ijskoud en  ik voel me bevroren en hongerig. De nacht breng ik door in de frontlinies omdat ik ook mijn eigen batterij moet richten op de toekomstige doelen.

Daags erop is het bijzonder druk rond de enige veldtelefoon want alle officieren willen hun soldaten de nodige bevelen doorgeven. Een operatie zoals deze moet goed voorbereid worden. Je ziet heel wat officieren die mekaar van haar noch pluim kennen maar die toch vanaf het eerste moment samenwerken in een goed gevoel van kameraadschap.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword military

winter1917_04

een ijskoude winter

Op zondag 28 januari 1917 heeft Jozef Gesquière tijd om een kijkje te nemen op de Veurnse kade :

Kaai en vaarten liggen toe. Het baat niet meer het ijs bij dag door te breken. ’s Nachts zijn de vaarten weer met een dikke ijskorst dichtgevroren. En daarmee ligt de scheepvaart voorgoed stil en de schaarste aan kolen doet zich nu meer en meer voelen. Droevig vooruitzicht.

Ook elders is het ijskoud. Jan Frans Van Hansbeke uit Aalst overlijdt op 27 januari 1917 in Armeville door bevriezing.

In Nederland gaat op 27 januari 1917 de derde Elfstedentocht door. Aan de start staan 42 wedstrijdrijders en 108 toerschaatsers. Coen de Koning gaat als eerste over de eindmeet na 9 uur en 53 minuten. Sjoerd Swierstra wordt 28 minuten later tweede.

bron : oorlogskalender 2014 – 2018

nieuwpoort_1917

Hindenburg Programm voelbaar tot in Boom

In het kader van het Hindenburg Programm kondigt der bezetter ook in Boom aan dat het verbruik van kolen moet dalen. Daarom wordt het gebruik ervan in openbare gebouwen als kerken, scholen en musea verbonden. Een lokaal bestuurslid van het Davidsfonds meldt op 26 januari 1917 in het oorlogsdagboek van de vereniging dat de scholen moeten sluiten. De kinderen blijven thuis want buiten vriest het dat het kraakt. Sommige scholen of klassen vinden onderdak in burgerhuizen. Daar mag de verwarming wel aan.

Bijna tegelijkertijd eisen de Duitsers in Boom en elders wol en koper op. De mensen brengen die binnen, maar met mondjesmaat. In de huizen van gegoede burgers doen de pinhelmen huiszoekingen, maar erg veel vinden ze niet, want de burgers zijn vindingrijk.

Voorgaande maatregelen maken deel uit van het Hindenburg Programm dat onder meer inhoudt dat de schaarser wordende grondstoffen in de eerste plaats voor het leger bestemd zijn.

Hieronder staat een affiche die de Duitse bevolking oproept zuinig te zijn  met zeep. De basisbestanddelen, olie en vet, worden namelijk ook gebruikt bij de aanmaak van munitie.

bronnen
oorlogsdagboek 2014-2018, Davidsfonds
https://de.wikipedia.org/wiki/Deutsche_Wirtschaftsgeschichte_im_Ersten_Weltkrieg

spare_seife_aber_wie