het aftellen tot de grote klap kan beginnen

Britse tunnelbouwers en specialisten van ondergrondse mijnen leggen op 9 mei 1917 de laatste hand aan wat de Duitsers een stevige klap moet toebrengen in de buurt van de Kruisstraathoek in Wijtschate. Bijna anderhalf jaar heeft het geduurd om de nodige tunnels te graven en de vier ondergrondse mijnen te plaatsen. Ondertussen zat de tegenstrever ook niet stil : via een kleinere ontploffing kwam een van de Britse springkamers onder water.

Nu alles in gereedheid is gebracht, is het wachten tot de Mijnenslag van 7 juni 1917 eer deze vier mijnen mogen ontploffen.

Tunnel01

de draad doodt in Thorn

In de loop van de nacht van 7 op 8 mei 1917 komt de 17-jarige zoon van de gemeenteveldwachter van Thorn (Nederland) in contact met “den draad” in Kessenich en overlijdt. Aanraken van een draad onder spanning van 2000 volt is dodelijk.

Deze jongeman is een van de zeer velen die een aanraking met de elektrische draad op de grens tussen België en Nederland niet overleven. Alleen al in de buurt van het noord-Limburgse Kessenich sterven er tientallen, meestal tijdens eigen vluchtpogingen of bij het smokkelen. Onder de doden ook tal van militairen die naar Nederland willen vluchten.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Dodendraad05

dood van een Britse luchtaas

Tegen de avond van 7 mei 1917 sterft de Britse luchtaas Albert Ball op een wat vreemde wijze.

Even voordien neemt hij nog samen met een eskadron Britse jagers boven het dorp Annoeuillin deel aan de achtervolging van Lothar von Richthofen, een zeer bekwame Duitse vlieger. Omdat zijn brandstoftank doorzeefd is, wordt de Duitser tot landen gedwongen.

Net als zijn collega’s vliegt Albert Ball verder, maar wordt onzichtbaar door een laaghangende donkere onweerswolk. Als hij weer tevoorschijn komt, vliegt hij volgens getuigen ondersteboven. Ruimte of tijd om het toestel te corrigeren is er niet meer en het crasht.

Een Franse vrouw kan hem nog uit het verhakkelde toestel sleuren maar Albert Ball overlijdt later. Een afdoende verklaring voor de mysterieuze crash wordt nooit gevonden. Zijn toestel werd niet beschadigd tijdens het luchtgevecht. Mogelijk raakte de piloot gedesoriënteerd in de donkere onweerswolk.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

AlbertBall_geschilderd_door_NoelDavis

Albert Ball geschilderd door Noel Davis

Ondergrondse tegenaanval

De Duitsers, de Britten en hun medestrijders weten van elkaar dat er ondergronds hard gewerkt wordt om tunnels te graven en dan mijnen te plaatsen onder elkaars stellingen. Op sommige plaatsen worden zelfs luisterposten geïnstalleerd om te horen of de tegenstrever er ondergronds actief is.

Een van de grotere mijnkraters uit de eerste wereldoorlog is de Peckhamkrater, met een diameter van 73 meter en een maximale diepte van 14 meter. Deze Britse krater ontstaat door de ontploffing van een dieptemijn op 7 juni 1917. De Duitse tunneliers ondernemen tweemaal een poging om Brits tunnelwerk in deze buurt te saboteren. Noch op 6 april noch op 6 mei 1917 slagen zij erin om reeds geplaatste Britse mijnladingen te beschadigen.

Toeristische tip : de Britse mijnkrater geslagen op 7 juni 1917 ligt in Wijtschate nabij de plaats waar de Scheerstraat en de Wijtschatestraat elkaar ontmoeten. De precieze locatie van de Emil-schacht, waarin de Duitsers een mijn doen ontploffen op 6 mei 1917, is niet bekend.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Geophone

Laatste missie van graaf von Schmettow

Op 30 april 1917 vertrekt UC-26 op haar achtste en laatste missie richting Caen. Daar lost ze de helft van haar mijnen op 2 mei en dezelfde dag vergaat HMS Derwent in dat mijnenveld. UC-26 kan in de volgende dagen vermoedelijk nog drie schepen in het Kanaal doen zinken. Op 9 mei 1917 besluit om Schmettow na een matige missie huiswaarts te keren. Hij wilt de Dover Barrage boven water doorvaren, dicht bij de Franse kust.

Als UC-26 zich rond middernacht ter hoogte van Kaap Gris Nez bevindt, wordt ze opgemerkt door drie torpedobootjagers. Onmiddellijk duikt ze onder maar HMS Milde kan haar net op tijd rammen. UC-26 wordt geraakt in de drukromp, vlak voor de toren en duikt oncontroleerbaar naar de bodem op 46 meter diepte. De overlevenden kunnen het binnenstromende water tegenhouden, maar slagen er niet in om de U-boot te doen rijzen. Als de elektrische verlichting het begeeft, weet de bemanning dat haar U-boot niet meer aan de oppervlakte zal komen.

Ontsnapping via de luiken is de enige optie. De bemanning verdeelt zich zich in twee groepen, één in het achterste compartiment, een tweede in de commandoruimte. Vervolgens stellen ze de druk in de duikboot gelijk met die aan de buitenzijde, laten water binnen en openen de luiken. Een deel van de overlevenden wordt in een luchtbel naar de oppervlakte geduwd en acht van hen slagen erin verse lucht te ademen. Dit is op zich al een hele prestatie, aangezien ze zonder duikmateriaal van 46 meter diepte zijn geraakt.

De Britten halen slechts twee Duitsers levend uit het water : Leutnant zur See Heinrich Petersen en Maschinistenmaat Acksal. De twee overlevenden geven aan dat de Britten de zes anderen gewoon aan hun lot overlaten. Britse bronnen vermelden dan weer dat er slechts twee levend aan de oppervlakte gekomen zijn, De overoptimistische commandant Graf von Schmettow is niet onder hen.

bron : Tomas Termote, oorlog onder water, Davidsfonds

GrafVonSchmettow

Einde van het Nivelle offensief

Een week nadat de Britten bij Arras en de heuvelrug van Vimy in de aanval zijn gegaan, zetten de Fransen 19 divisies van het 5e en 6e leger in over een breedte van 80 km, van Soissons tot Reims. Maar de Duitsers zijn op de hoogte van de plannen van de Franse generaal Nivelle. Op 16 april 1917,  de eerste dag, lijden de Fransen een verlies van 40.000 soldaten. Het massale gebruik van de Char Schneider-tanks haalt ook weinig uit, er gaan op deze dag 150 van deze tanks verloren. Het Duitse 1e leger onder Fritz von Below, houdt gemakkelijk stand, vooral omdat de Duitsers zich op de hogere gronden bevinden.

Het is ironisch dat Nivelles eigen uitvinding, de “gordijnvuur”-aanval in dit geval alleen maar leidt tot meer Franse slachtoffers. Nivelle blijft echter koppig geloven in zijn plannen en hij laat zijn mannen vier dagen doorvechten. Maar her en der dreigen muiterijen die alleen met grote moeite onderdrukt kunnen worden. Er zijn een paar kleine successen zoals de verovering van 4km van de 30 km in totaal van de weg over de heuvelrug, de Chemin des Dames, die een onderdeel is van de Hindenburglinie. Uiteindelijk wordt het offensief op 9 mei 1917 definitief afgebroken.

bron : Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgevers

Nivelle Nights6

 

Gasmasker verplicht !

Lut Ureels haar grootvader, dorpsonderwijzer,moet ook met een gasmasker leren omgaan.

Weer alarm voor gas. Iedereen moet een gasmasker hebben. Wie op straat komt zonder, kan een beginboete krijgen van 5 frank. De schoolkinderen moeten nu ook een gasmasker dragen van een bijzondere soort, een cagoule.

Geregeld zullen we oefeningen houden om de kinderen en onszelf eraan te gewennen om met het masker op te schrijven en te luisteren. Het is zeer onaangenaam om met zo’n masker voor te ademen. Het gezicht van een klas vol maskers is akelig.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Onderstaande afbeelding is een schilderij van Thérèse Bisch.
http://centenaire.org/fr/autour-de-la-grande-guerre/peinture/objets/la-grande-guerre-dans-les-toiles-de-therese-bisch

ThereseBisch_Masques_a_Gaz

 

Marsorders voor het oostfront

Herbert Sulzbach, een Duitse luitenant bij de artillerie, zit al enkele jaren aan het westfront. In april 1917 heeft hij verlof maar daarna moet hij naar zijn nieuwe regiment aan het oostfront.

Op 10 april ben ik in Keulen en dan reis ik door via Mainz naar Frankfurt-am-Main. Daar zie ik mijn ouders, mijn vrienden en kennissen weer eens. Ik ontmoet er ook mijn vriend Kurt Reinhardt en zijn broer, luitenant Reinhardt, maar ze zijn jammer genoeg hier voor een droevige reden. Hun vader is ernstig gewond geraakt en ligt op zijn sterfbed.

Vanuit Frankfurt-am-Main reist Sulzbach naar Berlijn en op 26 april verlaat hij Berlijn om op 28 april in Wenen aan te komen. Op 29 april reist hij dan naar Boedapest. Op 30 april neemt hij opnieuw de trein, dit keer met bestemming Lemberg (momenteel Lvov in Oekraïne).

Op 30 april begin ik aan een rit van 22 uur op de trein. Bijzonder charmant, dit groene Hongaarse platteland, zo weelderig, rijk en gevarieerd. We rijden voorbij de Tokay regio, voorbij de Karpaten waar we 2 jaar geleden de Russen verjaagd hebben. Stilletjesaan begint het landschap Oost-Europese trekken te vertonen. De trein stopt vaak en je ziet er een mengeling van allerlei volkeren : Tsjechen, Slovaken, Slovenen. De trein rijdt door de Lubkow pas, valleien en kloven. Ik ben bijzonder gefascineerd door het Hongaarse landschap en alle nieuwe dingen die ik zie, maar tenslotte val ik in slaap. Op 1 mei 1917 kom ik aan in Lemberg. Ik verfris me en doe een eerste wandeling door dit Galicische stadje. Ik breng ook een bezoek aan mijn nicht Vera. ’s Middags reis ik door naat Krasnoe en Zolochev, het laatste station voor ik het front bereik en mijn nieuwe post bij batterij nr 8.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword military

Galizien

Galicië

eerste luchtgevecht voor Willy Coppens

Willy Coppens, de bekendste Belgische piloot uit de eerste wereldoorlog, mag op 1 mei 1917 beschikken over een eigen toestel, een Sopwith Strutter, het snelste en meest moderne vliegtuig waarmee hij al mocht vliegen. Meteen stijgt hij op, op zoek naar zijn eerste luchtgevecht.

Als gevechtspiloot heeft Coppens nog geen ervaring, maar als piloot is hij zeer bedreven. Hij vliegt nu naar Ieper, boven Langemark en naar Houthulst, waar hij uiteindelijk een doelwit opmerkt. Coppens richt zich op vier opstijgende Duitse eenzitters, maar heeft geen oog voor de vier gevechtstoestellen die hem naderen. Zijn vliegtuig wordt geraakt, maar hij slaagt er toch in de aanvallers af te schudden. Na de landing telt hij 32 kogelgaten in zijn toestel. Enkele kogels moeten hem op een haar na gemist hebben.

bron : oorlogsdagboek 2014-2018, Davidsfonds

WillyCoppens

 

Zierikzee door Britten gebombardeerd

Tijdens de nacht van 29 op 30 april 1917 zijn Britse vliegtuigen onderweg om de haven van Zeebrugge en de daar voor anker liggende Duitse duikboten te bombarderen. Blijkbaar raakt een van de toestellen uit koers en gooit acht bommen uit boven Zierikzee in Nederland. Niet alleen is er behoorlijk wat schade, maar bovenal zijn er drie doden en veel gewonden.

Tussen het puin vinden de Nederlanders bomscherven die de Britse herkomst ervan bewijzen. Logischerwijze kan de Nederlandse regering dit niet over haar kant laten gaan : een neutraal land bombarderen ! Aanvankelijk beweren de Engelsen nog dat de Duitsers de aanval uitvoerden met een buitgemaakt toestel, maar later betalen ze toch schadevergoeding.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Zierikzee_1917