Raoul Snoeck vertrekt op cursus

Na dertien maand uitstel wegens twee verwondingen ben ik uiteindelijk vertrokken naar Gaillon. Ik kijk er eerlijk gezegd niet naar uit om bevorderd te worden. Want als de oorlog voorbij is, blijf ik niet bij het leger aangezien me thuis een job wacht.

Mijn commandant spoort me al geruime tijd aan me voor te bereiden op het examen van officier. Om hem tevreden te stellen heb ik ingestemd ook omdat verschillende makkers reeds officier zijn. Ik heb geen behoorlijke kleren meer. Die zijn enkele dagen geleden opgebrand (lees daarover in dit artikel) . Mannen van de compagnie en vrienden staan me bij. De ene bezorgt me een broek, de andere een jas, nog een andere schoenen, kousen, een hemd, enzovoort. Dankzij die verschillende onbaatzuchtige leveranciers raak ik op een fatsoenlijke manier uitgedost om in Gaillon mijn intrede te doen.

(…)

Nauwelijks zijn we uit de trein gestapt of we raken weer vast in de klemschroeven van een strenge tucht. Korte bevelen weerklinken. We vormen rijen langs de weg tussen het station en Gaillon-stad. We blijven er meer dan een half uur staan onder een loden hemel in onze zware legerjas met volledige uitrusting. Eindelijk rukt de kolonne nieuwkomers op richting stad. Na een mars van vijfendertig minuten komen we bestoft en bezweet in de kazerne aan.

Ons nieuw verblijf is een heel groot vierkant gebouw  van binnen naakt en streng. Onze eerste indruk is niet gunstig, we betreuren bijna het front, het bohemerleven en de vrijheid van ons kantonnement te hebben verlaten.

bron ; Raoul Snoeck, in de modderbrij vn de Ijzervallei, uit het Frns vertaald door André Gysel

Gaillon_GrandeGuerre

De laatste avond van Fritz Krebs

Engelse jachtvliegers en bommenwerpers zijn op de terugweg van een bombardement op Moorslede als ze boven het Polygoonbos vijftien Duitse albatrossen tegenover zich krijgen. Er begint een gevecht tussen Britse en Duitse piloten.

Rond kwart voor 8 ’s avonds schiet de Britse kapitein G.H. Bowman Vizefeldwebel Fritz Krebs neer ten noorden van Zonnebeke. De pas 21-jarige Duitse piloot heeft dan acht luchtoverwinningen op zijn naam.

Fritz Krebs ligt begraven op het Deutscher Soldatenfriedhof Menen, ook bekend als Menenwald, maar de grafsteen met zijn naam erop zou zich bevinden in het museum van het vliegplein van Wevelgem. Het Deutscher Soldatenfriedhof Menen ligt aan de Groenestraat en Kruisstraat op de grens van Menen en Wevelgem. Hier rusten iets meer dan 48.000 Duitse militairen, bijna allemaal geïdentificeerd. Dat aantal maakt Menen de grootste Duitse militaire begraafplaats uit de eerste wereldoorlog. In België zijn er nog drie andere grote Duitse soldatenkerkhoven uit de eerste wereldoorlog : Hoogleden, Langemark en Vladslo.

bronnen : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://www.theaerodrome.com/aces/germany/krebs.php
https://www.luchtvaartgeschiedenis.be/content/albatros-bij-zonnebeke

 

Jasta6

Londen lijdt onder de Gothas

Van op een of meerdere vliegvelden in de buurt van Gent onderneemt het Duitse leger op 13 juni 1917 een eerste zwaar bombardement op Londen, resulterend in 162 doden. Een van de betrokkenen, Von Eberhardt, schrijft daarover het volgende.

Nadat we door een opening in het wolkendek de monding van de Theems herkennen, begint de bewolking dunner te worden. Vanaf Southend treedt de Britse luchtafweer in actie, maar alle schoten liggen veel te hoog. Om 12u bereiken we met zeventien toestellen de Britse hoofdstad. Ondertussen zijn we omringd door Engelse vliegtuigen, maar ze vliegen zo ongeorganiseerd dat ze geen gevaar inhouden.

Heen en weer vliegend over Londen gooien we onze bommen uit. Dokken, loodsen, spoorwegen en een brug over de Theems worden getroffen. Zodra ze van hun bommenlast zijn verlost, stijgen onze toestellen zonder problemen tot 4500 meter. Na vierenhalf uur vlucht bereiken we opnieuw onze thuishaven.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Gotha-GV-Bomber

Erich Paul Remark start frontdienst

Op 12 juni 1917 bereikt de 18-jarige student Erich Paul Remark het front tussen Torhout en Houthulst. Eind juli krijgt hij in Sint-Juliaan (Langemark) granaatsplinters in zijn lichaam en wordt terug naar Duitsland gebracht.

Later wordt hij bekend als auteur onder de naam Erich Maria Remarque. Hij was nauwelijks zes weken aan het front maar die brachten voldoende inspiratie voor zijn meest bekend boek Im Westen nichts Neues (van het westelijk front geen nieuws).

De tekening hieronder komt uit de graphic novel van Peter Eickmeyer gebaseerd op het boek van Remarque.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

EickMeyer_ImWestenNichtsNeues_Remarque

 

 

de Midinettes willen de Engelse week

Over stakingen moet de Franse pers heel terughoudend schrijven maar vanaf mei 1917 verschijnen er plots lange artikelen over een heel bijzondere actie in Parijs : de Midinettes, de naaisters van de grote couturehuizen, leggen het werk neer. De werkgevers hebben eenzijdig beslist om de ateliers op zaterdagnamiddag te sluiten en die halve dag ook af te houden van het loon. De Midnettes – zo genoemd omdat ze ’s middags de ateliers verlaten om op straat te eten – eisen de invoering van de semaine anglaise, de werkweek van vijf en een halve dag, met behoud van loon. 10.000 naaisters sluiten zich bij de beweging aan.

De vrouwen trekken geregeld door de straten en houden massabijeenkomsten. De dames manifesteren in keurige kledij en houden het strikt bij de eisen van hun sector. Ze dragen de tricolore mee en nergens klinkt kritiek op de oorlog. Zonder het te willen brengen ze een stakingsgolf op gang die veel grimmiger en politieker is dan hun sympathieke actie in de modewereld.

In mei, juni en juli 1917 volgen er stakingen in tientallen sectoren, in en om Parijs. Er nemen rond de 130.000 mannen en vrouwen aan deel. 80 % van de stakers zijn vrouwen, met de dames uit de munitiefabrieken als hardste klanten. Het meest verontrustende aan de stakingsgolf van mei-juni 1917 is de pacifistische toon die de politie hier en daar opmerkt. “Weg met de oorlog” blijft een zeldzame slogan, sommige betogers zingen de Internationale en als ze de tricolore meedragen, plooien ze die zo dat alleen het woord zichtbaar is.

Onderstaande tekening komt uit de stripreeks “Moeder oorlog” van Kris & Maël.

MoederOorlog_midinette

Een brief vanuit Wijtschate

De dag ervoor had kolonel Rowland Feilding geen tijd om te schrijven maar op 8 juni 1917 vertelt hij in een brief aan zijn vrouw over de verovering van de heuvelkam tussen Wijtschate en Mesen.

Na een bombardement dat zijn gelijke niet kent in de geschiedenis vielen wij gistermorgen om 3u10 de Duitsers aan en veroverden de heuvelkam Wijtschate-Mesen.

Onze brigade kreeg de naar verwachting moeilijkste taak van de dag toebedeeld : het veroveren van Wijtschate-dorp, dat in de handen was van de vijand sinds 1914. Volgens gevangenen die we de laatste tijd konden oppikken, verloren de Duitsers toen zoveel terrein dat de keizer uitdrukkelijk bevelen gegeven heeft om het dorp zeker te behouden.

Het dorp  bevindt zich op top van Mesen-heuvel. De borstweringen die we sinds september 1916 bezetten, lopen door de modderige velden ten westen ervan. Nu is de hele heuvel en de omgeving in onze handen, en ik schrijf deze brief terwijl ik in een open veld zit. Dat zou de voorbije dagen niet zo gezond geweest zijn.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

rowland-feilding

Rowland Feilding

de mijnen van Mesen

de mijnen van Mesen

Het bezette Mesen, ten zuidoosten van Ieper, ligt op een heuvel van 80 meter hoog, waardoor de Duitsers een omtrek van 45 km kunnen bestrijken. Onder de Duitse linies hebben de Britten 22 mijnen gelegd.

Als voorbereiding voor de slag beginnen de Britten vanaf 21 mei 1917 met een artilleriebombardement waarbij 2.300 kanonnen en 300 zware mortierwerpers worden ingezet. Op 7 juni om 2u50 stoppen ze daarmee. De Duitse troepen verwachten nu de aanval, spoeden zich naar hun machinegeweren en beginnen alvast te schieten. Om 3u10 brengen de Britten de mijnen tot ontploffing.

Generaal Plumer heeft de dag ervoor tegen zijn stafleden opgemerkt :”Heren, misschien maken we morgen geen geschiedenis, maar we zullen zeker de geografie veranderen.”. Er wordt een totaal van 431.700 kg dynamiet tot ontploffing gebracht. De schok lijkt een aaardbeving en is tot in Parijs te voelen. Premier Lloyd George kan de klap in Londen duidelijk horen, terwijl de knal ook in Dublin waarneembaar is. Het is de luidste door mensen veroorzaakte explosie tot dan toe.

De effecten zijn verwoestend. Alleen al door de explosies komen zo’n 10.000 Duitse militairen om. Onder de bescherming van gordijnvuur, tank- en gasaanvallen rukt het Britse 2e leger onstuitbaar op. De volgende dag proberen de Duitsers nog in de tegenaanval te gaan, maar ze verliezen daarbij meer terrein.

Het landschap is inderdaad veranderd. Er zijn enorme kraters ontstaan van ruim 30 tot bijna 80 m doorsnede. Er zijn nog steeds onontplofte mijnen in de ondergrond. Eén ervan ligt nog steeds in het bos van Ploegsteert.

bron : Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgevers

Battle of Messines WWI Art.jpg

artillerieduel aan de Belgische kust

Ergens voor de kust tussen Nieuwpoort en Knokke ligt een Engels eskader dat in de nacht van 5 juni 1917 Duitse stellingen onder vuur neemt. De Duitsers reageren. In Veurne wordt Jozef Gesquière wakker van het lawaai.

Een nieuwe oorverdovende knal en weer een nieuwe schudding van de huizen :  het Duitse kanon met lange dracht dat het geschut van de Engelsen beantwoordt. EN zo duurt die afwisseling van schieten en grommen, van schudden en daveren een vol uur. Mijn God ! Wat zullen ons Vlaanderen en Vlaanderens gouden kusten er akelig uitzien, op de dag dat wij ze weer in ons bezit hebben.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

ww1-a-110-channel_jpg

Vuurwerk op de Kemmelberg

Op en om de Kemmelberg is er weer vuurwerk. Onderpastoor Van Walleghem kan zich moeilijk voorstellen dat er nog mensen leven in die hel.

Voorzeker moeten de Duitse stellingen er ver van vernietigd zijn. Nochtans, de Duitse kanonnen zwijgen niet en beschieten hevig de Kemmelberg en de loopgraven. Maar het geweld van de Engelsen is minstens vijfmaal groter dan dat van de Duitsers. De bliksems en slagen geven niet af.

Welk een raar, wreed en enigszins groots schouwspel als men op een heuvel slechts enkele kilometers ervan verwijderd dat razende kanonnengevecht bekijkt. Ja, nu en dan zoeft er een Duitse obus boven uw hoofd die gaat ontploffen in het Engelse kamp.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

german_barrage_fire_at_night_ypres

Duitse luchtmacht strijkt neer te Egem

Egem (Pittem) is een van de talrijke plaatsen in West-Vlaanderen waar het Duitse leger een vliegveld aanlegt. Veldwachter Victor Maeseele maakt het zelf mee.

Op 3 juni 1917 wordt door de gemeente uitgebeld (aangekondigd) dat alle bekwame manspersonen door de gemeente opgeëist worden om aan het vliegveld te helpen werken met zeisen, spaden en pikken.

De veldwachter weet ook nog te melden dat de officieren ingekwartierd worden in het nabije kasteel en dat het ’s anderendaags moet worden gereinigd door een twintigtal opgeëiste vrouwen.

Opvallen is de grote snelheid waarmee dit vliegplein aangelegd wordt : op 3 juni arriveren auto’s met materiaal en op 16 juni landen de eerste zes vliegtuigen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

DuitsVliegtuig