Poperinge wordt gebombardeerd

Op 12 maart 1915 gooien Duitse vliegtuigen drie bommen op de grote markt van Poperinge. Er vallen maar liefst elf doden en dertig gewonden. Onder de dodelijke slachtoffers zijn er soldaten, inwoners van Poperinge en vluchtelingen. Het jongste slachtoffer is 15 jaar, het oudste 50 jaar.

Op 15 maart 1915 gaat in de Sint-Bertinuskerk de begrafenisdienst door. De slachtoffers zullen allemaal samen in één graf begraven worden op het stedelijk kerkhof aan het Rekhof. Britse militairen die in de stad gelegerd zijn, zullen samen met de lokale brandweer een erehaag vormen.

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://www.westhoekverbeeldt.be/afbeelding/7f850e90-bbc5-11e3-8d7d-ef0aaeb0fb3e

DuitseVliegtuigen

Dokter Lievens ziet de kerk van Reninge branden

8-3-1915 : We worden aangeduid om de 1e cavaleriedivisie te vervangen in de sector Fort Knokke en het Veermanshuis. We kantonneren in Gijverinkhove in de hoeve De Corte.

9-3-1915 : Verschillende granaten omkaderen de hoeve Dugardein in Lo. Gelukkig raakt niemand gewond. De hele familie blijft er wonen.

10-3-1915 : Kantonnement bij de Fintele aan de Ijzer. De kerk van Reninge brandt als gevolg van een beschieting met brandbommen. De toren is voor de helft vernield. ’s Avonds trekken we naar het front om de eerste linie te versterken en om colonnepaden aan te leggen. We werken tot 2 uur. Kalme nacht in de sector. De Duitsers verlichten onze linies met vuurpijlen, ze geven heel wat signalen waarvan wij niets begrijpen. Er zijn vuurpijlen van alle kleuren. Het is als een vuurwerk op een goede ouderwetse kermis. Plots weerklinkt hevig geweervuur rechts van ons. Naar verluidt zouden de Britten in de aanval gaan. Het geweervuur laait bij herhaling driemaal op om dan zachtjes uit te doven. In de verte vermindert de gloed van de kerk van Reninge langzaam in de nevelige nacht.

11-3-1915 : We moeten ons logement afstaan aan de 4e legerdivisie. Voor vannacht staan we dus op straat. We vernemen uit officiële bron dat de Britten vijf kilometer zijn opgerukt in de streek van La Bassée. Dit goede nieuws doet me de hardheid van het bestaan vergeten en ik droom er heerlijk van om binnenkort mijn lieve familie en mijn huisje terug te zien.

bron : André Gysel, dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo

de kerk van Reninge

de kerk van Reninge

 

de aanval op Neuve-Chapelle

JosephJoffre

Joseph Joffre

sir John French

sir John French

Het plan van de Franse opperbevelhebber Joffre is om het stadje Aubers te veroveren en zodoende extra druk uit te oefenen op de Duitse verdediging rond Lille. Daarom stemt sir John French, commandant van de British Expeditionary Force (BEF), in om Neuve-Chapelle te veroveren, dat een kleine uitstulping vormt dat in de weg zit. Het Britse 1e leger van 40.000 man, onder bevel van Douglas Haig, zal de aanval uitvoeren. Op 10 maart 1915 wordt er eerst een barrage aan kanonnenvuur afgeleverd van 35 minuten; in deze tijdsspanne worden meer granaten gebruikt dan in de hele Boerenoorlog – en die duurde 15 jaar. De Britten, waaronder veel Indiërs, breken door een Duitse linie die over een breedte van 3 km wordt gevormd door één enkele divisie van kroonprins Rupprechts 6e leger. Binnen vier uur is het dorp Neuve-Chapelle veroverd.

Rupprecht zendt direct reserves naar Neuve-Chapelle, die op 12 maart 1915 een tegenaanval uitvoeren. De Britten houden stand, maar van enig oprukken richting Aubers is geen sprake meer. Ook krijgen de Engelsen  veel last van bevoorradings- en communicatieproblemen. Alles bij elkaar zal het Britse leger na de slag (13 maart) 2 vierkante km hebben veroverd, ten koste van 11.200 slachtoffers (onder wie 4.200 Indieërs). De Duitsers lijden eenzelfde aantal verliezen en er worden bovendien 1.200 Duitse krijgsgevangenen gemaakt door de Britten. Het hoofddoel, Aubers, wordt nooit gehaald. Van de 1.000 man die een poging daartoe waagden, komt er niemand terug. De Fransen geven de schuld aan het weinige (!) granaatvuur dat van tevoren is afgeschoten.

bron : Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgevers

James Beadle - slag bij Neuve-Chapelle

James Beadle – slag bij Neuve-Chapelle

De bakker blijft open in Ieper

Ieper, maart 1915 (volgens het boek van Daniël Vanacker 2 maart, volgens de website ww1westernfront.gov.au 20 maart). In de deuropening van de patisserie Bultiau in de Rijselstraat staat Philomène Menten, 51 jaar oud. Bij de beschietingen van Ieper was de bovenverdieping van dit huis weggeblazen. Het gelijkvloers, met een reclamebord voor het beste brood en het beste gist, bleef intact, zodat men de handelsactiviteiten kon voortzetten.

Philomène Menten, afkomstig uit Sint-Truiden, was samen met haar broer, een pater kapucijn, naar Ieper gekomen. Ze werkte als onderwijzeres in de katholieke school De Verloren Hoek aan de Zonnebeekse weg en huurde een kamer bij bakkerij Bultiau. Vanaf het uitbreken van de oorlog zette ze zich als gediplomeerde verpleegster in voor de burgerbevolking. Toen de overheid alle burgers in april 1915 verplichtte de stad te verlaten, trok ze naar Wisques (pas-de-Calais), waar ze voor de allerkleinsten zorgde in het weeshuis van de Ieperse pastoor Camiel Delaere.

Patisserie Bultiau te Ieper

Patisserie Bultiau te Ieper – photo Antony

bronnen

Daniël Vanacker, België in de grote oorlog, Roularta Books

http://www.ww1westernfront.gov.au/dutch/ieper/a-walk-around-ieper/lille-street-rijselestraat.php

https://oorlogskantschool.wordpress.com/tussen-het-front-en-de-zee/

Gaston Le Roy oefent op het strand

Gaston Le Roy noteert op 8 maart 1915 in zijn dagboek :

We oefenen met het geweer op het strand. Boven de hoge duinen zien we in de verte de toren van Bréhal, die ons nog steeds aan de goede dagen herinnert, want de inwoners van Granville zijn bijlange niet zo vriendelijk als de Bréhalais.

Onderstaande postkaart toont casino en strand van Granville. Het is maar de vraag of Gaston hier zijn exercities deed.

Granville voor de oorlog

Granville voor de oorlog

bron : André Gysel, Gaston Le Roy, Lannoo

Gaston Le Roy verlaat Bréhal

Op 6 maart 1915 lezen we het volgende in het dagboek van Gaston Le Roy.

Het werd een droevig vertrek uit het vrolijke Bréhal, waar we bij de inwoners kind aan huis waren. Na een solemnele misviering, gevolgd door een patriottische toespraak, vertrokken we om half negen. Ik moest de aangeboden chocolademelk laten staan om bijtijds in de rangen te zijn. Velen kregen tranen in de ogen en hartelijk werd er “merci” en “au revoir” geroepen.

Onderstaande foto toont de “route de Granville” in Bréhal. We mogen aannemen dat Gaston Le Roy langs deze weg Bréhal heeft verlaten.

Bréhal_RouteDeGranville

bron : André Gysel, Gaston Le Roy, Lannoo

Waar haalt Ivan Petrus zijn inspiratie

Ivan Petrus Adriaenssens is de tekenaar van de graphic novel “Afspraak in Nieuwpoort“. Een aanrader zonder meer van liefhebbers van strips en van de groote oorlog. Ivan Petrus heeft beiden op een zeer goeie manier bij mekaar gebracht. Het boek is trouwens gebaseerd op dagboeken en levens van historische figuren, zoals de Belgische soldaat Raoul Snoeck.

Vooral zijn landschappen kan ik bijzonder bewonderen. Vandaag was ik op zoek naar foto’s van Pervijze tijdens de groote oorlog toen mijn oog op deze foto viel. En die foto deed me aan iets denken… Had ik ze eerder gezien… Of onder een andere vorm ?

Pervijze

Pervijze

Blijkbaar kende ik deze foto omdat ik ze als tekening gezien had in “Afspraak in Nieuwpoort” van Ivan Petrus Adriaenssens. De tekenaar heeft zich duidelijk op de foto geïnspireerd om zijn tekening te maken. Ik bewonder vooral het geduld om zo’n tekening te maken.

Afspraak in Nieuwpoort

Afspraak in Nieuwpoort

soldaten van het 29e linieregiment sneuvelen

In de nabijheid van het station van Pervijze houden soldaten van het 29e linieregiment de wacht in de loopgraven. In een ervan valt op 4 maart 1915 een obus die meteen zes onder hen wegrukt uit het leven. Hun medesoldaten brengen de lichamen een paar kilometer verder naar de dorpskern, een eindje achter het front.

De pastoor organiseert een korte plechtigheid voor de gesneuvelden, die vervolgens begraven worden in een massagraf bij de kerk. De pastoor noteert nog vlug hun namen en herkomst. Ze komen van overal in het land : Bomal, Hornu, Ichtegem, Mechelen, Tielt en Zichem. Later worden de slachtoffers herbegraven, op één na niet in hun geboortedorp. Samen op wacht, samen in het graf.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

station van Pervijze

station van Pervijze

Louis Barthas lijdt kou in de loopgraven

In het dagboek van Louis Barthas lezen we het volgende : “Op 20 februari (1915) waren we in Annequin. Dezelfde avond nog moesten we naar onze linie. Die namiddag was er een zware hagelstorm en door de wind stapelde de hagel zich op in de verbindingsgangen. Toen we die ’s avonds ingingen, stonden ze boordevol ijswater. Het laat zich raden hoe aangenaam dit voetbad, of liever deze kniewassing was. En toch stonden we nog te zweten. Er moest werkelijk een goed bestaan die de arme poilus beschermde tegen bronchitis en verkoudheid. Toen ik met een kameraad in de voorste linie aankwam en in ons onderkomen wou uitrusten, was het ingestort ! We hadden dus na een hele nacht wachtlopen geen plek meer om te slapen. In een nabijgelegen schuilplaats was een vuurtje aangestoken waaraan ik me mocht warmen. Ik denk dat ik alleen daardoor die nacht niet ben gestorven van de kou.

bron : Dirk Lambrechts, de oorlogsdagboeken van Louis Barthas, uitgeverij Bas Lubberhuizen

TekeningPoilus

Herbert Sulzbach neemt afscheid van luitenant Reinhardt

In het dagboek van Herbert Sulzbach zien we in de maand februari 1915 dat hij de kans krijgt om naar Luxemburg te reizen. Op 3 februari verlaat hij Luxemburg en rijdt met de trein terug naar zijn artillerieregiment via Sedan, Mohon, Bazancourt, Pont-Faverger en tot slot Ardeuil. Gezien hij al eerder heeft gesproken over de Champagnestreek, neem ik aan dat het gaat om de Franse gemeente die vandaag Ardeuil-et-Montfauxelles gaat. Na zijn aankomst zijn er nog een paar rustige dagen, maar vanaf 16 februari vallen de Fransen aan. De Duitsers raken in paniek, maar luitenant Reinhardt is zowat de enige die kalm blijft. En dan lezen ze op 26 februari 1915 het volgende in het dagboek van Sulzbach :

De Fransen hernemen hun poging voor een doorbraak met hernieuwde krachten en versterkingen. Was de artilleriebeschieting de voorbije dagen al heel zwaar, vandaag is het nog heviger. Ik zag luitenant Reinhardt met zijn arm in een verband. Het is een wonder dat hij alleen gewond is : de observatiepost waarin hij zat met infanteriesoldaten kreeg vijf directe treffers, de ene na de andere, en bijna alle soldaten zijn dood. Reinhardt is zijn linkerduim kwijt door de ontploffing en hij zit onder het bloed, modder, vuil en roet. Ik vrees dat onze geliefde luitenant naar het hospitaal moet. Onze ganse artilleriebatterij treurt. De luitenant neemt van ieder afzonderlijk afscheid en laat zich naar de achterhoede vervoeren in een munitiewagen.

We waren er allemaal door ontzet, gezien we erg op hem gesteld waren. Hij was even onverstoorbaar als menselijk. De ganse troep staart de munitiewagen na lang nadat die verdwenen is achter de bossen. We hebben het gevoel dat we voor hem gevochten hebben.

bron : Herbert Sulzbach, with the German Guns, Pen & Sword

luitenant Reinhardt (helemaal rechts) met 2 andere officieren in 1915

luitenant Reinhardt (helemaal rechts) met 2 andere officieren in 1915