Adelin Colon opgepakt

AdelinColon

Adelin Colon

Adelin Colon, onderstationschef in Ottignies en hoofd van een spionagedienst, wordt op 7 december 1915 gevangengenomen door de Duitsers. Colons naam raakte bekend bij de Duitsers doordat hij ook veel contact had met andere diensten, waarvan er helaas recent enkele leden waren opgepakt. Zelf verraadt hij niemand, ook niet na zijn terdoodveroordeling. Zijn executie gaat door op 26 juli 1916.

In november 1914 richtte hij samen met Marius Labacq een spionagedienst op die vooral de activiteiten op de spoorlijnen Mechelen-Brussel en Mechelen-Gent in het oog houdt. Op korte tijd hadden de initiatiefnemers tachtig mensen verzameld die voor hun dienst inlichtingen verzamelden.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

van Petrograd naar Kaaskerke

In de periode van 4 tot 7 december 1915 is dokter Lievens in de loopgraven ter hoogte van Diksmuide langs de spoorlijn Diksmuide-Nieuwpoort (loopgraaf Petrograd). In deze periode krijgt de dokter een dringende oproep.

In de nacht van 6 december  word ik naar het kerkhof van Kaaskerke geroepen om een soldaat te verzorgen die door een kogel is gewond. Dit kerkhof is de minst beschermde plek van onze sector. Om er te geraken moet je eerst onder de rails van de spoorweg door en daarna over de vaderlanderkes van de loopgraven klauteren zonder de minste dekking. Voortdurend sissen kogels om me heen. Met de brancardiers zoeken we naar de gewonde. geen spoor. Vuurpijlen verlichten onheilspellend de trieste omgeving.

Uiteindelijk weet een soldaat ons te vertellen dat een wapenmakker uit angst door het lint ging en dat ze hem naar een schuilplaats hebben gebracht. Die abri is een kelder met een stevige bovenkant. Ondertussen heeft onze vriend zich volledig herpakt. In plaats van een verwonding door een kogel had hij te lijden onder een stevige hysterische bui. Zijn strijdmakkers, die dergelijke scènes niet gewoon zijn, dachten dat hij gewond was en verzochten mij om snel te komen. En zo riskeer je soms je leven in de loopgraven voor niets.

Mijn dochtertje Elza is vandaag één jaar oud. Op 7 december ’s avonds vertrekken we naar Kruis Abeele, waar we in reserve liggen.

bron : André Gysel, dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo

loopgraafPetrogradKaaskerke02

loopgraaf Petrograd – Kaaskerke

Franse duikboot gezonken

Op 5 december 1915 zinkt de Franse duikboot Q-65, ook bekend als Fresnel, na treffers door de Oostenrijks-Hongaarse destroyer Waradisner voor de kust van Durazzo, aan de Albanese kust. De bemanning is gevangengenomen, op een dode en gewonde na.

Elders in de Middellandse zee, in de buurt van Kreta wordt op dezelfde dag ook de Amerikaanse tanker Petrolite getroffen. De schade aangebracht door de Duitse duikboot U-39 is betrekkelijk gering. Ongeveer anderhalf jaar later wordt dezelfde tanker in de Middellandse zee opnieuw beschoten door een onderzeeër, nu een Oostenrijkse. Ditmaal zinkt de Petrolite.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

sous-marinFresnel

Oostende gebombardeerd

In Oostende lopen drie gevangen Marokkaanse soldaten over straat, onder begeleiding van vier Duitse soldaten, bajonet in de aanslag. Trambegeleider Charles Castelein heeft het gezien en schrijft verder ook nog in zijn dagboek op 3 december 1915 :

Men hoort van niets anders meer spreken dan van personen die voor allerlei slag van overtredingen aangehouden worden, zoals handel in paspoorten, te laat op straat lopen, winkelwaar te duur verkopen…

’s Morgens zijn er al zeven vliegers boven de stad. Een uur lang wordt er geschoten zonder genade en bommen vallen overal aan Petit Paris : bij de apotheker, in de Pieterslaan, in de Renbaanstraat, aan het Thermen hotel… Er zijn veel gewonden en er is ook een man gedood.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Oostende1915_Duitsluchtafweer

Oostende 1915 – Duits luchtafweer

de kruisweg van Barthas

Korporaal Louis Barthas, tonnenmaker van beroep, moet begin december 1915 terug naar het front. Hij is er niet gelukkig mee, zo blijkt uit zijn dagboek.

Na vijf dagen luizenjacht komen we vandaag terug in de linie, even smerig als bij onze aankomst in Agnez (tussen Lille en Amiens). Het heeft al twee dagen gestortregend. Het is niet te beschrijven in welke staat de verbindingsgangen zich bevinden. Hoe droevig zijn deze aflossingen.

Jezus viel op zijn kruisweg drie keer. Maar hoeveel keer zijn wij niet gevallen, uitgegleden en gestruikeld in deze gangen die inmiddels riolen van water en modder zijn geworden.

Om 9 uur ’s morgens zijn we uit Agnez vertrokken en pas om 7 uur ’s avonds bereiken we de reserveloopgraaf. We kruipen bij elkaar in een diepe, stevige, maar veel te smalle schuilplaats om de nacht door te brengen. Je moet wel halfdood zijn van moeheid om op die manier te kunnen slapen, op en over elkaar, vol modder en doorweekt van regen en zweet.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

GeorgesScott_Tranchee

Georges Scott – une tranchée

 

de bloemmolens van Diksmuide

Dokter Lievens noteert het volgende in zijn dagboek.

28 november 1915
Ik fotografeer de brug en de Bloemmolens van Diksmuide (ook bekend als de Minoterie). Dat laatste had me het leven kunnen kosten, want de kogels fluiten om me heen. Gelukkig heb ik me onmiddellijk op de grond gegooid na het kiekje. Enkele minuten later op tien meter van me af krijgt in een loopgraaggang een sergeant van het 8e linie een kogel in het hart. ’s Avonds wordt bij André Brayeur door een kogel een vinger geamputeerd.

29 november 1915
Het regent, dat belooft voor de aflossing. Jean Blocquions krijgt een kogel in het been. Om 19 uur verlaat ik mijn post en volg de weg van het decauvillespoor. Dit parcours is niet aan te bevelen, want je loopt zonder de minste dekking. Maar deze weg is veel korter dan de gewone weg KaaskerkeOude BarrièreLampernisseOeren. Dat is een goede vijftien kilometer te voet. Ik kom aan tegen middernacht, totaal vermoeid. Een goede maaltijd brengt me weer op krachten. Daarna ga ik op het stro liggen, waar ik onmiddellijk inslaap.

bronnen
André Gysel, dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo
foto komt uit Daniël Vanacker, België in de grote oorlog, Roularta Books

 

Diksmuide_Minoterie

zicht op de bloemmolens of minoterie te Diksmuide vanuit Belgische loopgraven

koude dagen voor Gaston Le Roy

Gaston Le Roy heeft het vooral over de koude tijdens de laatste novemberdagen.

17 november 1915
Bij onze kepie krijgen we een kaki geverfde helm, voorzien van een leeuwenkop, net als op het wasstijfselmerk Amidon Remy. Wat hebben we lol… we zien eruit als politiemannen met die metalen pot op ons hoofd.

21 november 1915
Met de helm op verlaten we het luizennest om tweemaal zes dagen piket te doen. We genieten veel bijval, iedereen vindt ons leuk met ons nieuwe hoofddeksel.

22 november 1915
Halfzes… opstaan ! Na de koffie gaan we werken. Het is bitter koud, de weiden rondom de houten barak zijn berijmd. Het grootste deel van mijn vrije tijd breng ik bij M. van mijn gemeente door, bij een gloeiend kacheltje. Het doet zo’n deugd warm te hebben dat ik het ding wel zou kunnen omhelzen…

28 november 1915
Eerste sneeuw. Vannacht vriest het zo hard, dat het onmogelijk is te slapen. Ik rol mijn voeten in een doek en leg er stro, een deken en mijn kapotjas op maar het blijven ijsklompen. Met enkelen staan we op en trachten de voeten te verwarmen met rond te lopen. Wat zijn we blij als de ochtend aanbreekt en we warme koffie kunnen drinken.

bron : André Gysel, Gaston Le Roy dagboek van een Vlaamse oorlogsvrijwilliger , Lannoo

IjzerfrontSneeuw

dokter Lievens onder vuur

Dokter Lievens noteert in zijn dagboek op 26 november 1915 het volgende.

Hevige beschietingen van onze loopgraven met groot kaliber. De granaten vallen op ongeveer honderd meter van mijn schuilplaats. Terwijl ik aan het kijken ben, komt ineens een man in paniek aangelopen en zakt op tien meter van mij in mekaar. Ik haast me naar hem toe, onderzoek hem en stel vast dat hij in de dijven verschillende diepen wonden heeft, veroorzaakt door granaatscherven. Hij zegt me dat hij sergeant is bij de Genie en dat er mannen bedolven liggen (zijn naam was Brien Hubert). Een adjudant van de Genie, Hermes Fernand, hoort dat er soldaten in de problemen zitten en roept me, terwijl hij al in de richting loopt. Ik verbind haastig mijn gewonde, laat hem wegbrengen en spoed me dan ook in de richting van de beschieting, die al de hele tijd voortduurt.

De laatste granaat valt er als ik op dertig meter van het onheil ben. Bij onze aankomst vinden we daar geen levende ziel. Maar plots ontdek ik dan een met vettige aarde overdekte arm die uitsteekt. De aarde die net omgewoeld is, laat zich gemakkelijk verwijderen en ik haal er een onherkenbare man uit. Hij ademt niet meer. Dan bemerk ik wat verder een andere, half zittend, half liggend, met het hoofd geleund tegen een scherpe steen. Een dun straaltje bloed tekent een rode streep van zijn haarlijn tot de kin. Ik herken Hermes, die vijf minuten eerder bij mij was weggegaan. Naast hem ligt een andere figuur die wreedaardig is toegetakeld met een enorm gat in het hoofd, de uitgeslagen hersenen liggen rondom hem. Op het identiteitsplaats lees ik “Cornelis Jozef“, een man van mijn eskadron. Nog wat verder sterft een ander slachtoffer van wie de schedel is stukgeslagen door een granaatscherf. Al die ongelukkigen zijn al een geworden met de aarde waarin ze zijn opgenomen.

bron : André Gysel, dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo

EclatObus02

Deens verjaardagsfeest in Lens

Kresten Andresen is een Deen, die de pech heeft in voormalig Deens gebied in Sleeswijk-Holstein te wonen. Sinds de tweede Duits-Deense oorlog (1864) is het gebied van Denemarken naar Duitsland verhuisd. En dus kent het Duitse leger ook heel wat Deenstaligen. Peter Englund heeft de brieven en dagboeken van Kresten Andresen gelezen en noteert voor 27 november 1915 het volgende verhaal.

Koude regen en storm. Kale, leeggeblazen bomen. Grijs, grijs, alles is grijs : het weer, hun uniformen, de steeds meer aangelengde koffie. Maar deze dag is een vrije dag. Pas vannacht zal hij weer op zijn plek moeten zijn, dus Andresen maakt van de gelegenheid gebruik om een paar vrienden van thuis uit de 2e compagnie te bezoeken. Het is al lang geleden dat hij Deens met iemand heeft kunnen spreken. Hij heeft zich eenzaam gevoeld. (…)

Op het moment zijn ze ingekwartierd in Lens, een middelgrote mijnstad. dat bevalt hem wel, aangezien er meer te zien en meer te doen is dan op het platteland. Andresen loopt door de Rue de la Bataille als het gebeurt. Granaten.

Her en der komen projectielen naar beneden suizen.? Een ongewoon zwaar stuk slaat in een huis even voor Andresen, en hij ziet hoe het grootste deel van het dak een meter of tien de lucht in wordt getild. Hij ziet mensen uit het belendende huis komen rennen. Hij ziet een grote granaatsplinter neerslaan in de goot. Hij ziet water opspatten. Eeerst is hij verlamd maar dan zegt hij tegen zichtzelf :”Je moet rennen.”. En hij rent door de hete, dichte luchtlagen van de drukgolven, door het geluid van nieuwe ontploffingen die van beide kanten over hem heen slaan. En hij bereikt dekking.

Als hij zich weer buiten waagt, is het al gaan schemeren. Het is inmiddels stil (…) Ten slotte bereikt Andresen de 2e compagnie. Een van de Denen daar, Lenger, is jarig, en hij trakteert op koffie en zelfgebakken koekjes. Eindelijk kan Andresen weer Deens praten. Helaas moet hij al snel weer weg.

Wie de brief van Kresten Andresen wil lezen, kan terecht op deze link : http://www.denstorekrig1914-1918.dk/27-november-1915-kresten-andresen/

Het Duitse leger kende ook zijn taalconflicten. Deenstalige soldaten werd afgeraden Deens te praten. Daarover kan je lezen op http://www.denstorekrig1914-1918.dk/3-april-1915-loejtnanten-vil-forbyde-soldaterne-at-tale-dansk-men-hvad-siger-kaptajnen/

De beide links verwijzen naar een Deense website. Google Chrome stelt voor deze website te vertalen. Het is geen perfecte vertaling maar geeft wel een goed idee over de beide onderwerpen

bron : Peter Englund, de schoonheid en het verdriet van de oorlog, Spectrum

DuitseSoldaten_DeenseKranten

soldaten in Duits uniform met Deense kranten

 

 

March of the Dungarees

In Brisbane (Australië) eindigt op 25 november 1915 de meest bekende March of the Dungarees. Naar schatting dertigduizend mensen verwelkomen de toekomstige soldaten.

Nadat de hoge aantallen gesneuvelde, gewonde en vermiste Australische manschappen bekend raakten, deed de Australische eerste minister Billy Hughes een oproep tot meer vrijwilligers voor het leger.

Een van de meest originele manieren om nieuwe strijdkrachten te recruteren, waren de Marches of the Dungarees, waarvan er tien gehouden werden. Op een tiental plaatsen begon een groepje kandidaat-rekruten aan een mars naar Brisbane. Onderweg sloten andere vrijwilligers zich aan en marcheerden mee. Bij aankomst werden de marcheerders opgewacht door vele duizenden mensen, zodat deze marsen ook iets kregen van een patriottisch volksfeest.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Dungarees_March_in_Warwick,_1915

Dungarees March in Warwick 1915