We zijn nu 2024 en vanaf 2014 ben ik bezig geweest de gebeurtenissen van 100 jaar geleden te noteren op deze blog. Voor mij is 1924 het limietjaar van de periode die ik wil bekijken. Reden is het boek “1924 – het kanteljaar van Hilter” dat ik in 2022 gekocht heb in Brugge. En met het kanteljaar wordt het duidelijk dat we niet meer in de najaren van de Groote Oorlog zitten maar dat de tweede wereldoorlog wordt voorbereid. Alleen weten de tijdsgenoten van Hitler dat nog niet. Op enkelingen na die een visionaire blik hebben en zien dat er zware donderwolken samentrekken boven de hemel van Europa. Maar niet alleen daar, ook in Azië kan men aanvoelen dat een oorlog nadert. Denk maar aan het Mukden incident dat door Hergé treffend getekend wordt in “de Blauwe Lotus”.
Betekent dit ook het laatste jaar voor deze blog ? Geenszins ! Het betekent alleen dat ik geen gebeurtenissen na 1924 ga behandelen. Maar ik heb in de periode 2014-2019 geregeld boeken gekocht over de Groote Oorlog waarin bepaalde gebeurtenissen vermeld staan die ik nog niet op deze blog heb verwerkt. En dan zijn er de jaren van de eerste balkanoorlog en de tweede balkanoorlog die de aanleiding hebben gevormd voor de Groote Oorlog. Ik zie me dus nog eerder de jaren tussen 1911 en 1914 behandelen dan na 1924. Die periode beschouw ik als aanloop van de tweede wereldoorlog.
Ik wens mijn lezers een gelukkig en gezond nieuwjaar en hoop jullie nog geregeld als bezoeker te mogen ontvangen op de blog van Martinus Evers.
De Dixmude is een Zeppelin-luchtschip gebouwd voor de Duitse Keizerlijke Marine als L72. Het maakt deel uit van de X klasse en het is de bedoeling om hiermee New York te bombarderen. Maar nog voor het luchtschip kan voltooid worden, is de Groote Oorlog ten einde. Het luchtschip wordt aan Frankrijk gegeven als deel van de herstelbetalingen en opnieuw in bedrijf genomen in dienst van de Franse marine en omgedoopt tot Dixmude. Hiermee wil het Franse leger een eerbetoon geven aan de Franse Fusiliers marins die in 1914 zwaar slag hebben geleverd in Diksmuide in de beginperiode van de oorlog.
De Dixmude blijft de komende drie jaar aan de grond. In 1921 wordt een poging gedaan om hem opnieuw op te blazen, waarbij blijkt dat de oorspronkelijke gaszakken daarvoor te veel zijn verslechterd. Hoewel er nieuwe gaszakken door het bedrijf Zeppelin kunnen worden geleverd, geven de Fransen er de voorkeur aan om hun eigen gaszakken in Frankrijk te laten maken, wat resulteert in een vertraging van twee jaar. Een ambitieus plan om over de Sahara naar Dakar te vliegen wordt goedgekeurd, en om zich hierop voor te bereiden wordt een proefprogramma gestart. In augustus en september vliegt de Dixmude boven Noord-Afrika. In oktober volgt een vlucht boven zuid-west-Frankrijk.
Op 18 december 1923 verlaat de Dixmude zijn basis in Cuers met een bestemming in Noord-Afrika. Het laatste radiobericht dat van Dixmude wordt ontvangen, is om 02:08 uur verzonden, waarbij het luchtschip meldt dat het zijn radioantenne inhaalt als gevolg van een onweersbui. Spoorwegarbeiders in Sciacca, Sicilië, zijn zich aan het voorbereiden om een trein te nemen die om 02.30 uur zal vertrekken, als ze de hemel in het westen zien oplichten. Elders ziet een jager aan de kust een bliksemflits in een wolk slaan, gevolgd door een rode glans in de wolk en vier brandende voorwerpen die uit de wolk vallen. In de ochtend spoelen twee aluminium brandstoftanks aan met de nummers “75 L-72” en “S-2-48 LZ-113” en diverse andere brokstukken. Het nieuws over deze gebeurtenissen bereikt de buitenwereld echter enkele dagen niet; De Franse regering, die om politieke redenen niet bereid is de mogelijkheid van verlies van het luchtschip toe te geven, onderdrukt deze rapporten. Pas op 26 december , als vissers een lichaam vinden, geïdentificeerd als commandant du Plessis door documenten in de zakken, wordt het verlies van de Dixmude erkend. Het is met 52 mensenlevens het dodelijkste luchtschipongeval in de geschiedenis, dat in 1933 overtroffen wordt door de vernietiging van de USS Akron, waarbij 73 mensen om het leven kwamen.
De regering Stresemann is in november 1923 een minderheidsregering en kan dus enkel aanblijven zolang de oppositie dat toelaat. En zowel van linkse als van rechtse partijen neemt de tegenstand tegen deze centrum regering toe. Op 22 november 1923 houdt Stresemann nog een toespraak in het parlement waarop de vertrouwensstemming volgt. Die stemming doet de regering na 103 dagen vallen.
Nochtans heeft Stresemann in deze korte periode veel werk verzet. Met het stoppen van het passieve verzet aan de Ruhr heeft deze regering de voorwaarden voor een ontspanning in de buitenlandse politiek gecreëerd. Met de invoering van de Rentebank en de rentemark is het gelukt de hyperinflatie in te dammen. En ten slotte blijkt deze regering tijdens een existentiële crisis met een roep om dictatoriale oplossingen, in staat geweest de Weimar republiek en de democratie te verdedigen.
De nieuwe kanselier wordt Wilhelm Marx. Die stelt op 4 december 1923 zijn nieuwe kabinet voor. Daarna bereidt hij ook de stemming over de nieuwe machtigingswet voor. Die stemming vindt plaats op 8 december en de wet wordt goedgekeurd met 313 tegen 18 stemmen. De machtigingswet die tot 15 februari 1924 van kracht zal zijn, geeft de rijksregering de macht om maatregelen te nemen die ze met het oog op de noden van de bevolking en het rijk noodzakelijk achten. Daarmee heeft de regering Marx het instrument in handen om het stabilisatiebeleid voort te zetten dat door de regering Stresemann is ingezet.
Het meest urgente is een rigoureuze vermindering van de uitgaven en een even drastische verhoging van de inkomsten. Tot eind maart 1923 wordt het personeelsbestand van de rijksoverheid met 25 procent verminderd. Bijna 400.000 ambtenaren, functionarissen en arbeiders worden ontslagen. De ambtenarensalarissen worden verlaagd tot een niveau dat ver onder dat van voor de oorlog ligt. De wekelijkse arbeidstijd in overheidsdienst wordt van 48 uur naar 54 uur verhoogd. Belastinginningen worden vervroegd naar december en belastingen worden herrekend. Tegelijk wordt de verdeling van inkomsten en uitgaven van het rijk en de deelstaten opnieuw bekeken. Al in het voorjaar van 1924 is de kritische fase van de stabilisatie overwonnen.
Bron : Volker Ullrich, Duitsland 1923 – het jaar van de afgrond, de Arbeiderspers
Half november 1923 bereikt de hyperinflatie in Duitsland haar bizarre hoogtepunt, en tegelijk haar einde. Op 14 november gaat de dollarkoers voor het eerst over de biljoenengrens, op 15 november staat hij op 2,52 biljoen. Op diezelfde dag wordt de nieuwe valuta, de rentenmark, uitgegeven, die half oktober door de coalitie nog is goedgekeurd. De datum van invoering heeft het kabinet tijdens de vergadering op 7 november vastgesteld. Minister van Financiën Luther heeft ervoor gewaarschuwd dat ook de rentenmark een totale mislukking zal worden als het niet lukt om de enorm gestegen uitgaven van het rijk tot een acceptabel niveau te brengen. Daarom moeten de betalingen voor het bezette gebied, waaronder als grootste post de steun voor de werklozen, gestaakt worden. In dezelfde kabinetsvergadering wordt Hjalmar Schacht tot rijkscommissaris van monetaire zaken benoemd. Hij wordt toegevoegd aan de minister van Financiën en mag in het vervolg aan alle kabinetsvergaderingen deelnemen om te adviseren. Na de plotse dood van de president van de Rijksbank Rudolf Havenstein op 20 november 1923 volgt Schacht hem op.
Samen lukt het Luther en Schacht om een succes te maken van de nieuwe valuta. Op de dag van de eerste uitgave op 15 november blijft de papiermark een wettelijk betaalmiddel, maar het mag niet meer worden gedrukt. Pas op 20 november wordt een vaste wisselkoers bekend gemaakt. Men besluit de koers van de dollar op 2,42 biljoen papiermark te stabiliseren en daarna de ruilverhouding tussen rentenmarkt en papiermark op één voor één biljoen vast te zetten. Dat betekent de facto een terugkeer naar de vooroorlogse dollarkoers van 4,20 mark.
Bron : Volker Ullrich, Duitsland 1923 – het jaar van de afgrond, De Arbeiderspers
Nadat op 8 november 1923 de eerste horde van de putsch ogenschijnlijk succesvol is genomen, maakt Hitler een grote fout. Na het bericht dat de bezetting van de Pionier-kazerne op moeilijkheden is gestuit, besluit hij er met Friedrich Weber van de “Bund Overland” heen te rijden en hij plaatst de Beierse machthebbers Kahr, Lossow en Seisser onder de hoede van generaal Ludendorff. Als ze terugkomen, moeten ze vaststellen dat de generaal het triumviraat tegen half elf ’s avonds heeft laten gaan, met niet meer dan de belofte dat ze zich aan hun toezegging gebonden voelen. Alle verwijten wijst Ludendorff af : Lossow heeft zijn erewoord gegeven en een Duitse officier breekt zijn woord niet.
Maar Kahr, Lossow en Seisser hebben de Bürgerbräukeller nog niet verlaten of ze keren zich van Hitler en Ludendorff af. Daarmee tekent zich al het mislukken van de staatsgreep af. Want de hele onderneming is op de overrompeling van het triumviraat gebaseerd. Er zijn nauwelijks voorzorgsmaatregelen getroffen voor andere plannen. Meer nog, gedurende de hele nacht van 8 op 9 november 1923 doet Hitler geen serieuze poging om de belangrijkste openbare gebouwen zoals telegraafkantoor, telefoonkantoor, regeringsgebouwen in handen te krijgen.
Maar de tegenpartij zit niet stil. Om tien voor drie ’s nachts wordt de tekst van een telegram aan alle Duitse radiozenders doorgegeven : commisaris-generaal von Kahr, kolonel von Seisser en generaal von Lossow keuren de staatsgreep van Hitler af. Een tweede verklaring op de radio volgt om half zes :”kazernes en de belangrijkste gebouwen zijn stevig in handen van het rijksleger en de staatspolitie.”.
Over deze wending blijven de samenzweerders lange tijd in het ongewisse. De ochtend van 9 november verschijnt de Völkischer Beobachter, de krant van de NSDAP, met de titel “proclamatie van een Duitse nationale regering in München”. Maar als de krant wordt gelezen, is het voor de samenzweerders al duidelijk dat ze verloren hebben. Elk nieuw bericht bevestigt dat het leger en de politie zich tegen de staatsgreep keren. In de Bürgerbräukeller beraadslaagt men urenlang hoe het nu verder moet.
Generaal Ludendorff stelt voor een protestmars in het centrum van de stad te houden en hij beveelt om de twijfelaars te oivertuigen :”Wir marschieren !”. Tegen de middag formeert de stoet zich : voorop Ludendorff, Hitler en de andere leiders van de strijdgroepen, daarachter ongeveer tweeduizend man in gevechtstenue. Bij de Lüdwigsbrücke wordt de weg door een afdeling van de staatspolitie versperd maar die laat de colonne na een paar schermutselingen passeren. De stoet trekt verder naar de Marienplatz. Duizenden passanten omzomen de straten en juichen de demonstranten toe. Vlak voordat de stoet de Odeonsplatz bereikt, stuit hij op een tweede linie van de staatspolitie. Er ontstaat een handgemeen en dan wordt er een schot afgevuurd. Er volgt een vuurgevecht van dertig seconden. Na afloop zijn veertien coupplegers en vier agenten dood.
Een van de eerste doden was Scheubner-Richter. Hij trekt Hitler, die hem een arm gegeven heeft, mee naar de grond waarbij die zijn linkerarm ontwricht. Göring raakt zwaargewond, evenals Hitlers lijfwacht Ulrich Graf, die zijn baas heeft beschermd door voor hem te gaan staan. Als de groep in paniek uit mekaar stuift, marcheert Ludendorff kaarsrecht door de rijen agenten en laat zich zonder zich te verzetten, arresteren op de Odeonsplatz.
In de verwarring is Hitler overeind gekrabbeld en is iets verderop in een wagen gestapt die hem naar het vakantiehuis van Ernst Hanfstaengl in heeft gevoerd. Het is daar, in Uffing aan de Staffelsee, dat Hitler op 11 november wordt gearresteerd en naar de vesting Landsberg am Lech wordt gebracht.
Bron : Volker Ullrich, Duitsland 1923 – het jaar van de afgrond, De Arbeiderspers
Onderstaande beeld is geen authentieke foto maar komt uit een film die de mars van de stoet in München weergeeft.
Hitler zint al lang op een staatsgreep in Beieren om daarna een mars op Berlijn te houden en zo de macht in Duitsland te veroveren. In oktober 1923 is het een jaar geleden dat Mussolini via de mars op Rome de macht voor zijn fascistische partij heeft veroverd. Waarom zou het een jaar later in Duitsland niet kunnen ? Op 30 oktober 1923 zegt Hitler voor een menigte in Circus Krone :”Voor mij is de Duitse kwestie pas opgelost als de zwart-wit-rode hakenkruisvlag aan het Berliner Schloss wappert.”. De rollen zijn voor hem duidelijk verdeeld : Ludendorff moet de militaire leiding op zich nemen. Zijn rol als generaal in de Groote Oorlog lijkt te garanderen dat de Reichswehr zal meedoen. De politieke leiding eist Hitler voor zichzelf op.
Op de avond van 6 november 1923 neemt Hitler de beslissing om aan te vallen. Als tijdstip denken de samenzweerders eerst aan 11 november, de vijfde verjaardag van de wapenstilstand. Maar dan vernemen ze dat Kahr, minister-president van Beieren, op 8 november in de Bürgerbräukeller een toespraak wilt houden waar iedereen zal verschijnen die rang en naam in München heeft. Een overrompelende bezetting van de Bürgerbräukeller biedt een unieke kans om alle politieke prominenten van de Beierse hoofdstad te gijzelen en het startschot te geven voor de staatsgreep.
Vroeg in de ochtend van 8 november zoekt Hitler een aantal getrouwen op om hem hun orders te geven. Dan is het wachten tot de politieke machthebbers Kahr, Lossow en Seisser naar de Bürgerbräukeller gaan voor de toespraak om 8 uur ‘s avonds. Vlak na het begin van de toespraak van Kahr arriveren aanhangers van de SA. Hitler geeft de aanwezige agenten de opdracht de straat te ontruimen. Hij wil ruimte voor zijn stormtroepen.
Rond kwart voor negen trekt Hitler zijn pistool en met drie bewapende begeleiders stormt hij de zaal in. Een groep SA-ers onder leiding van Göring brengt een machinegeweer in stelling bij de ingang van de zaal. Hitler gaat naar Kahr, lost een schot in het plafond en verklaart :”De nationale revolutie is uitbebroken. De zaal is door 600 zwaarbewapende mannen bezet. (…) De regering van Beieren is afgezet. De rijksregering is afgezet. Er wordt een voorlopige rijksregering gevormd.”.
Hitler laat Kahr, Lossow en Seisser in een zaaltje apart brengen en dwingt hen om mee te doen aan de staatsgreep. Daarna gaat hij terug naar de grote zaal, waar het rumoerig is, en met een staaltje van massapsychologische welsprekendheid draait hij de stemming van de bijeenkomst om. Daarna verschijnt Ludendorff om zich aan te sluiten bij de staatsgreep. Na de toespraken van verschillende politieke machthebbers wordt het Deustchland-lied gezongen. Het lijkt erop dat de staatsgreep het Italiaanse voorbeeld gaat volgen. De vraag is of het succes van deze begindag zich de volgende dagen gaat verderzetten.
Bron : Volker Ullrich, Duitsland 1923 – het jaar van de afgrond, De Arbeiderspers
In oktober en november 1923 is er geen inflatie maar hyperinflatie in Duitsland. Tussen 1 augustus en 1 september is de dollarkoers van 1,1 naar 10,3 miljoen Mark gestegen, dus het tienvoudige. Tot 1 oktober stijft de koers naar 242 miljoen, dus het 24-voudige. Op 1 november 1923 is 1 dollar 130 miljard Mark waard. Op vier weken tijd is het dus 537 maal gestegen.
Die hyperinflatie merkt iedere Duitser aan de prijs van de voeding. De broodprijs verhoogt in de maand oktober van 2,4 miljoen naar 1 miljard. Een kilo boter stijgt van 240 miljoen naar 52,5 miljard en een kilo rundsvlees stijgt van 80 miljoen naar 48 miljard.
Er zijn genoeg voedingsmiddelen, maar de producenten willen hun producten niet omruilen tegen waardeloos papier. Als in Berlijn de broodprijs van 19 op 20 oktober verhoogt van 620 miljoen naar 1 miljard Mark, komen op de avond van de 19e een massa mensen bijeen om het brood aan de oude prijs te eisen. De massa roept de politie erbij, die de bakkerij binnengaat, er 20 broden vindt en die aan de massa geeft. Op andere plaatsen is de mensenmassa minder geduldig en stelen ze het brood.
Overal in Duitsland zijn er incidenten waarbij mensen met geweld aan eten willen geraken, omdat de Mark volkomen waardeloos is geworden. In Sorau gaat het er het ergste aan toe : daar sterven 12 personen bij rellen over voedsel.
Op 2 oktober 1923 ontruimen de Britten, Fransen en Italianen Istanbul (voorheen gekend als Constantinopel). Op 6 oktober trekt het Derde Korps van de Turkse Landmacht, onder leiding van generaal Şükrü Naili Gökberk, Istanbul binnen en beëindigt zo bijna vijf jaar buitenlandse bezetting. De verjaardag van de intrede van Gökberk wordt nu jaarlijks in Turkije gevierd als “Istanbul Bevrijdingsdag” (Istanbul’un Kurtuluşu). Op 13 oktober wordt Ankara de hoofdstad. Op 29 oktober 1923 wordt de Republiek Turkije (Türkiye Cumhuriyeti) uitgeroepen bij stemming door de Grote Nationale Vergadering van Turkije, met Ankara als nieuwe hoofdstad, waarmee formeel een einde komtaan het Ottomaanse Rijk. Hoewel het Sultanaat definitief wordt afgeschaft, blijft het ambt van de kalief als religieus leider van de islam tijdelijk behouden.
De Ierse burgeroorlog is sinds 24 mei 1923 gedaan maar in de Ierse gevangenissen zitten nog altijd zo’n twaalfduizend gevangenen die tegen de Ierse Vrijstaat zijn en hun akkoord met Groot-Brittannië. Hier en daar zijn er al hongersta
De grootste hongerstaking in de Ierse geschiedenis begint op 14 oktober 1923 om middernacht in de gevangenis van Mountjoy. De geïnterneerden uit de Ierse Burgeroorlog worden geleid door Peadar O’Donnell, die het Algemene Hoofdkwartier van de IRA vraagt een bericht door te geven aan de andere gevangenissen en kampen om hen op de hoogte te brengen van hun voornemen om een hongerstaking te beginnen. Kort na ontvangst van het bericht van het Algemene Hoofdkwartier beginnen meerdere hongerstakingen.
Tijdens de massale hongerstakingen van oktober-november 1923 gaan enkele duizenden Ierse republikeinse gevangenen in hongerstaking in Ierse gevangenissen en interneringskampen in heel Ierland, waarbij ze protesteren tegen de voortzetting van de internering zonder aanklacht of proces, waarbij onmiddellijke vrijlating of status als politieke gevangenen werd geëist.
Het protest wordt op 23 november 1923 afgeblazen door de leiders van de gevangenissen : Thomas Derrig in Kilmainham Gaol, Michael Kilroy in Mountjoy, Frank Gallagher en Peadar O’Donnell. Op die datum zijn er nog 176 mannen in hongerstaking, sommigen gedurende 41 dagen en anderen gedurende 34 dagen. Vanuit de gevangenis van Kilmainham worden berichten naar elke gevangenis gestuurd waarin staat dat alle geïnterneerden samen de staking zullen beëindigen. De dag na het einde van de staking (24 november 1923) worden meer dan 500 gevangenen vrijgelaten uit gevangenissen in heel Ierland.
Op 26 september 1923 kondigt rijkskanselier Stresemann het einde van de passieve weerstand aan. Bij de bespreking daags ervoor, heeft de minister-president van Beieren Eugen von Knilling nog toegestemd. De financiële toestand van het rijk liet inderdaad geen keuze en von Knilling verzekerde dat alle ernstige politiekers in Beieren dit zullen verdedigen.
Maar de dag dat de kanselier het einde van de passieve weerstand aankondigt, roept Knilling de noodtoestand in Beieren uit en benoemt Gustav Ritter von Kahr tot staatscommisaris generaal. In die hoedanigheid kan hij volledig onafhankelijk van het parlement handelen en heeft hij in feite dictatoriale volmachten. De officiële lezing luidt dat men zo snel op een gevaarlijke situatie wil inspelen. Want Adolf Hitler wil in de avond van 26 september paramilitaire troepen in München laten marcheren als protest tegen het einde van de passieve weerstand.
En Kahr verbiedt inderdaad de protesten van de aanhangers van Hitler. Niettemin is men in Berlijn ontzet over de stappen van Knilling en men eist de intrekking van de noodtoestand in Beieren. Als Knilling dit weigert, zit er voor de rijksregering niets anders op de noodtoestand in het volledige Duitse rijk uit te roepen. In de Weimar republiek geldt immers : bondsrecht gaat boven landsrecht. Nu de noodtoestand algemeen is, heeft enkel de rijksregering het recht om geweld te gebruiken indien nodig. Dat bepaalt voortaan Reichswehrminister Otto Gessler. En Kahr is aan hem ondergeschikt.
Kahr vaart echter een eigen koers en richt een triumviraat op met Hans von Seisser, hoofd van de Beierse politie, en Otto vonLossow, commandant van de Reichswehr in Beieren. Alle instructies vanuit Berlijn worden genegeerd, inclusief een verbond op de Völkische Beobachter, het blad van de NSDAP.
Wat kan Berlijn in deze situatie doen ? Troepen sturen naar Beieren waardoor Duitse soldaten op andere Duitse soldaten gaan schieten ? Dat wil generaal Hans von Seeckt absoluut vermijden. Kahr trekt ondertussen troepen samen in noord-Beieren, zogenaamd om te kunnen optreden tegen een mogelijke communistische opstand in Thuringen of Saksen. Maar het kan ook een voorbereiding zijn op de mars naar Berlijn, waar de rechts-extremisten van dromen. Naast een economische chaos staat men in Duitsland nu ook op de rand van een burgeroorlog.