Louis Barthas terug thuis

In het dagboek van Louis Barthas lezen we het volgende :

Op een avond, toen ik van de oefeningen terugkwam, hoorde ik dat ik nog dezelfde nacht met verlof mocht. Hoewel ik dit nieuws wel verwacht had, bracht het bericht me totaal in verwarring. Ik werd lijkbleek en kon geen hap meer door mijn keel krijgen. Koortsachtig bereidde ik mijn vertrek voor. (…)

Op 10 januari 1916 om 2 uur ’s middags nam ik met een tiental andere verlofgangers acht kilometer van Queux op het station van Auxi-le-Château de trein. De volgende dag stapte ik om tien uur ’s avonds uit op het perron van het station van Moux. Ik ademde met vreugde de lucht in van mijn geboortestreek. In werkelijkheid waaide er een ruwe koude wind vanuit de Montagne Noire. En toch leek me deze wind nog zachter dan de lichtste zomerbries.

De hemel was somber en de nacht pikdonker. De weg was modderig maar nooit was een wandeling zo heerlijk als deze vijftien kilometer die ik nog moest lopen om mijn dorp (Homps)te bereiken. Eindelijk kwam ik dichterbij, aan de rand van een klein plateau, “La Serre“. Ik moest nog een kleine vallei oversteken en dan zou ik er zijn. Ontroerd hield ik op kleine afstand mijn pas in. Ik zag de flikkerende elektrische lichten van mijn dorp.

Tussen al deze lichten stond het huis waar ik binnen enkele ogenblikken over de drempel zou stappen. Daar wachtten mijn moeder, vader, vrouw en twee kinderen angstig op mijn komst. Waarschijnlijk schrokken ze op bij het minste geluid van stappen in de straat. Tijdens de reis had ik hen telefonisch op de hoogte kunnen brengen van mijn aankomst.

Natuurlijk moest ik binnen zes dagen weer terug, misschien wel voor altijd. Ik zou iedereen van wie ik hield weer moeten verlaten. Maar op dit ogenblik was ik uitgelaten van vreugde om hen na bijna veertien maanden terug te zien.

bron : Louis Barthas, oorlogsdagboeken, uit het Frans vertaald door Dirk Lambrechts, uitgeverij Bas Lubberhuizen

Permissionaire

slag van Wadi

Tijdens de slag van Wadi (Irak) proberen Britse troepen tevergeefs landgenoten te ontzetten die in Kut belegerd worden door het Ottomaanse leger. Over het algemeen worden de gevechten gezien als een Britse nederlaag. Alhoewel ze erin slagen om de Wadi-vallei in te nemen, gebeurt dat ten koste van 1600 doden en gewonden in hun rangen.

De Britten planden een verrassingsaanval in de ochtend, maar hardnekkige mist in de vallei waar de rivier Wadi stroomt, verhindert dat. Weg dus het verrassingseffect, terwijl de Britten bovendien moeten optornen tegen een vijandelijke overmacht.

In de volgende maanden trachtten de Britten meermaals tevergeefs om ingesloten landgenoten in Kut te ontzetten. In april 1916 zit er voor de belegerde troepen in Kut niets anders op dan zich over te geven : tienduizend soldaten in één keer, de meest massale Britse overgave tot dan toe.

KutElAmara1916

Fransen bezetten Korfoe

In hun zoektocht naar een veilig onderkomen voor de talloze Serviërs die hun land willen ontvluchten, legt het Franse leger op 11 januari 1916 formeel beslag op het Griekse eiland Korfoe. Tegen het einde van 1915 werd een massale reddingsoperatie opgezet, waarbij Franse, Britse en Italiaanse schepen maar liefst 260.000 Servische soldaten naar het eiland brachten. Ook de zetel van de Servische regering in ballingschap was hier gevestigd.

Ongeveer drie maanden later wordt de helft van dat Servische leger weer naar het vasteland verscheept, meer bepaald naar Thessaloniki, om er te vechten met Britse en Franse troepen.

bron
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

6ebatailloncorfou101au1031916

Franse soldaten in Korfoe – 1916

 

slag van Köprüköy

slag van Köprüköy

Op 10 januari 1916 begint de slag van Köprükoÿ . De Russen onder leiding van generaal Nikolai Yudenich vallen de Ottomaanse posities aan. Op 13 januari lanceren de Ottomanen een tegenaanval. Daags erna forceren de Russen een doorbraak in de heuvels rond Çakir Baba. Op 15 januari gooit Yudenich zijn kozakken in de strijd aangezien deze soldaten nog opgewassen zijn tegen het zeer slechte weer. In de nacht van 16 op 17 januari 1916 trekken de Ottomaanse legers zich terug richting Erzerum.

 

Campaña_del_Caucaso

bronnen
Ian Westwell, 1914-1918 – de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas
https://en.wikipedia.org/wiki/Battle_of_Koprukoy

 

recyclage van aardappelschillen in Gent

aardappelschilIn haar oorlogsdagboeken schrijft Virginie Loveling op 9 januari 1916 hoe in Gent zelfs de aardappelschillen gerecycleerd worden. Het comité dat zich daarmee bezighoudt, kwam tot stand tijdens de winter 1915-1916. Regelmatig gaan de leden rond met een korf om de schillen in te zamlelen. Die worden vervolgens gedroogd en gemalen tot meel dat ze verkopen aan landbouwers, die het mengen onder de dierenvoeding. De geboekte winst dient om krijgsgevangenen te steunen. Sommige mensen vertellen dat het meel ook gebruikt wordt in brood.

Virginie Loveling vormde met haar in 1875 overleden zus Rosalie een schrijversduo dat zorgde voor een eigen inbreng in de Nederlandstalige literatuur. Na Rosalies dood schreef Virginie alleen verder.

bron
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfons

Protest tegen de von Bissing universiteit

Von_Bissing

von Bissing

Op 8 januari 1916 plaatsen 38 vooraanstaande Vlamingen hun naam onder het zogenaamde Auto-Rekwest, dat als motto draagt :”Geen Vlaamsche hoogeschool uit Duitsche handen”. De ondertekenaars keren zich tegen de beslissing van Moritz von Bissing, gouverneur-generaal van België, om de Gentse universiteit te vernederlandsen en te heropenen.

Die heropening past in de Duitse Flamenpolitik, waarmee ingespeeld wordt op de verzuchtingen van de Vlaamse Beweging, die worstelt met de vraag of ze mogen ingaan op het aanbod van de vijand om een oude eis te verwezenlijken.

Tot de ondertekenaars van het Auto-Rekwest horen onder meer August Vermeylen, Edward Anseele, Paul Fredericq en Alfons Siffer. Ondanks hun verzet opent de universiteit toch op 24 oktober 1916.

bron 
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

 

 

Einde van de Gallipoli campagne

De Britse evacuatie uit Gallipoli is op 7 januari 1916 ten einde wanneer de laatste troepen (17.000 soldaten en ongeveer 40 artilleriewapens) de stranden van de Hellespont verlaten. Niemand sneyvelt tijdens de complexe operatie. Toch heeft de campagne aan de Britten, de Commonwealth en de Fransen zo’n 252.000 manschappen gekost en aan de Turken zo’n 250.000

Om de Turken in de luren te leggen, maakte men gebruik van geüniformeerde poppen om zo de indruk te wekken dat de loopgraven nog bemand waren.

bronnen
Ian Westwell, 1914-1918 de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas
https://www.facebook.com/thegreatwardaybyday

gallipolidummies

 

 

slag bij Mojkovac

Op 7 januari 1916 is het hoogtepunt van de slag bij Mojkovac (Montenegro). Het Montenegrijnse leger slaagt erin om na drie maanden strijd onder leiding van graaf Janko Vukotic de veel talrijkere Oostenrijks-Hongaarse troepen te verslaan. De orthodoxe bevolking van Montenegro viert op deze dag haar kerstfeest, vandaar dat de dag de geschiedenis ingaat als “Bloedige Kerstmis”.

Enkele weken later blijkt de Oostenrijks-Hongaarse overmacht toch te groot en legt Montenegro de wapens neer.

Mojkovac_battle

 

Churchill in Ploegsteert

Na zijn gedwongen ontslag in 1915 als First Lord of the Admiralty, zeg maar minister van Marine, zei Winston Churchill de politiek vaarwel, althans tijdelijk. Hij hoopte op een hoge functie bij het leger, maar moest aan de slag als bataljonscommandant, met de graad van eerste luitenant.

Winston Churchill krijgt vanaf 4 januari 1916 de leiding over het 6e bataljon van de Royal Scots Fuseliers in Ploegsteert. Periodes van dienst aan de frontlinie en van rust enkele kilometers daarvandaan wisselen elkaar af. Zelfs aan het front schrijft Churchill regelmatig brieven aan zijn vrouw. Hij lijkt het moeilijk te hebben met het gastronomische niveau van de frontkeuken, want hij vraagt haar om hem wat lekkers te sturen : grote stukken cornedbeef, stiltonkaas, ham, sardines, gedroogd fruit… En hij voegt eraan toe :”Bezorg me de rekening, want je moet dit niet met huishoudgeld betalen.”.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Churchill bij de Royal Scots Fuseliers

Churchill bij de Royal Scots Fuseliers

Raoul Snoeck op herstelverlof

Raoul Snoeck is al een hele tijd gewond in een hospitaal. Even vreest hij zelfs voor de amputatie van een been… Maar op 3 januari 1916 noteert hij in zijn dagboek :

Ik ben genezen. Ik had reeds veertien dagen eerder kunnen vertrekken, kreeg ik niet die celvliesontsteking, een kwalijke verwikkeling. Al bij al was het bijna een geluk gewond te zijn. Want ondertussen gingen twee wintermaanden voorbij die ik bij de kachel kon doorbrengen. Ik ontvang een brief van juffrouw Bulthé uit Holland. Ze heeft vernomen dat ik een onderscheiding gekregen heb en behandelt me in alle toonaarden als dappere held. Kom, zo heldhaftig is dat nu ook weer niet, ik heb zoals zovelen enkel mijn plicht gedaan. Daar hoef ik niet fier op te zijn. In de loopgraven vragen we niets liever dan actie, nietsdoen is moordend. Op verkenning wreken de Duitsers zich door gaten in ons vel te schieten.

Het zal duren tot maart 1916 voor Raoul Snoeck weer aan het front is. In die periode passeert hij ook in Parijs waar hij onderstaande foto laat maken.

bron : Raoul Snoeck, In de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju & zoon

RaoulSnoeck_Jan1916